De roodste familie van Nederland

De roodste familie van Nederland

Redactie

Een van de dingen die ik het leukst vind aan werken bij de brandweer, is dat het je onderdeel maakt van een familie met veel rituelen en patronen. Wie een keer een (jeugd)brandweerwedstrijd heeft meegemaakt, een samenkomst van historisch brandweermaterieel of een uitvaart met korpseer, weet wat ik bedoel. Ik merk het ook nu ik sinds kort in twee verschillende veiligheidsregio’s werk. Ja, plat Utrechts klinkt echt anders dan plat Haags, maar toch is de taal die we spreken dezelfde. We zijn niet de grootste, maar zeker de roodste familie van Nederland.

Looks

Hier moest ik aan denken toen ik een paar weken geleden in Binnenlands Bestuur een pleidooi van een van onze collega´s zag voor harmonisatie van arbeidsvoorwaarden voor de hele brandweerbranche. ‘Het zou raar zijn als er verschillen zijn tussen Winsum en Goeree.’ We doen in het hele land hetzelfde werk, dus laten we dat rechtspositioneel ook allemaal hetzelfde regelen. Klinkt logisch, maar volgens mij zijn er goede redenen om daaraan te twijfelen.

De eerste is dat het werk er wel hetzelfde uitziet – we blussen en redden allemaal vanuit grote rode auto’s – maar dat dat eigenlijk niet verder gaat dan de looks. Misschien is het op Winsum en Goeree vergelijkbaar, maar Winsum is geen Laakkwartier en Goeree geen Kanaleneiland. Die verschillen gaan verder dan bebouwing en stratenplan. Om maar eens iets heel tastbaars te noemen: het aantal uitrukken verschilt enorm. In oktober 2021 handelden we als Nederlandse brandweer 11551 incidenten af (bron: kerncijfers.ifv.nl).

De drie drukste veiligheidsregio’s handelden samen een derde van al die incidenten af; de negentien rustigste de helft. Wát we doen, is misschien hetzelfde, maar het maakt volgens mij wel uit of je dat eens per week doet, of vier keer per etmaal. Eens per maand een nachtelijke uitruk geeft een andere belasting dan standaard in iedere nacht dat je dienst hebt eruit. Het lijkt mij logisch dat die variatie doorwerkt in de arbeidsvoorwaarden.

Mijn tweede twijfel betreft de organisatorische context. Ook wat dit betreft is de ene veiligheidsregio de andere niet. Er zijn veiligheidsregio’s die werken met een begroting van meer dan 100 miljoen euro, maar ook veiligheidsregio’s die het doen met minder dan de helft daarvan. Nog zo’n factor: bij twee veiligheidsregio’s bestaat meer dan de helft van het repressief personeel uit beroepskrachten (en bij nog eens twee ligt dat rond de veertig procent). Bij de andere 21 (!) veiligheidsregio’s wordt de paraatheid voor 85 procent of meer verzorgd door vrijwilligers. Is het niet logisch én onvermijdelijk dat ook dit soort verschillen doorwerken in de arbeidsvoorwaarden?

Eenheidsworst

En die ruimte is er nu ook. Uiteraard zijn er allerlei landelijke hulpconstructen, samenwerkingsverbanden en overleggremia, maar in beginsel is het brandweerwerk lokaal en regionaal georganiseerd. Dat geeft de regionale besturen de juridische ruimte om, als het daadwerkelijke werk daarom vraagt en de organisatorische context de mogelijkheid biedt, arbeidsvoorwaarden voor te stellen die het situationeel het beste passen.

Zo simpel als het lijkt, is het voor wie een laagje dieper kijkt dus niet. We zijn één brandweerfamilie, maar zoals dat in families en gezinnen gaat, gaat er achter dezelfde achternaam veel variatie schuil: iedereen heeft eigen interesses, talenten en problemen. Dat door een harmonisatiemal proppen doet de eigenheid van de familieleden geen recht en leidt uiteindelijk tot maar één ding: verschraalde eenheidsworst. ■

Gerard Bouwmeester

Brandweervrijwilliger bij de Veiligheidsregio Utrecht (en directeur Bedrijfsvoering Veiligheidsregio Haaglanden)

05_BB0102_van de redactie.html-image1

Andere artikelen in deze aflevering

Meedoen belangrijker dan winnen

Edwin Vonk, brandweerman en hulpverlener van de A-ploeg in Schiedam, werd in 2019 in China aangestoken met het World Police & Fire Games (WPFG)-virus. Drie jaar geleden was hij in topvorm, hoe bereidt...