Visie op vrijwilligheid, 
woorden omzetten in daden

Visie op vrijwilligheid, 
woorden omzetten in daden

Visser, Jildou

‘Vrijwilligers zijn nu en in de toekomst de hoeksteen in de brandweerorganisatie. Zij vormen met hun brandweerpost de lokale sleutel naar een diepere inbedding van de brandweer in de lokale samenleving waarbij zij niet alleen uitrukken voor brand en hulpverlening, maar ook de burgers helpen brand te voorkomen en te leren beperken’, dit is de kern van de visie op vrijwilligheid. Volgens portefeuillehouder vrijwilligheid Fred Heerink was het een lang traject van verbroedering en is het nu tijd om woorden om te zetten in daden.

Visie op vrijwilligheid 1
Een speerpunt van de visie is de flexibiliteit en mengvormen van repressieve en niet-repressieve vrijwilligers. Er komen steeds meer verschillende vrijwilligers bijvoorbeeld op het gebied van brandpreventie, of vrijwilligers die voorlichting geven aan burgers. Fotografie: Lilian van Rooij

Brandweer Nederland en de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers lijken in 2011 haaks op elkaar te staan als het gaat om vrijwilligers bij de brandweer. Dat is één van de redenen dat het ministerie van Veiligheid & Justitie subsidie verstrekt om te komen tot één gezamenlijke visie op vrijwilligheid. ‘Daarvoor gingen we nogal eens rollebollend over straat. Nu hebben we samen deze visie gepresenteerd. Dit traject zorgde voor verbroedering’, vertelt Heerink, eveneens regionaal commandant in Drenthe. ‘Samen zijn we aan het werk gegaan en erop uitgetrokken. Eerst naar TNO voor het samenstellen van een beeld van trends en ontwikkelingen op het gebied van vrijwilligheid. Vervolgens naar de regio’s om daar met vrijwilligers te spreken en hun verhaal te horen. Daaruit is een rode draad gekomen waarop de visie is gebaseerd.’

Trendonderzoek

Het eerste deel van de Visie van, voor en door vrijwilligers bij de brandweer is het trendonderzoek van TNO. Daarin komt onder andere de participatiemaatschappij aan bod. Heerink: ‘De brandweer is een perfect voorbeeld van hoe mensen mee kunnen doen om te zorgen voor een brandveilige samenleving. Dat lijkt raar, want in onze ogen is het helemaal niet vernieuwend om te werken met vrijwilligers, maar het past precies binnen de trends.’ Een andere ontwikkeling die in het onderzoek wordt beschreven is dat mensen steeds minder tijd beschikbaar hebben en tijd efficiënt moet worden besteed. ‘Juist daarom is het goed dat vrijwilligers meer zelf kunnen bepalen wanneer zij tijd kunnen besteden aan de brandweer’, aldus Heerink. ‘Dan gaat het niet alleen om de beschikbaarheid voor uitrukken, maar ook om de tijd die volgens de Leidraad Oefenen moet worden besteed aan het vakbekwaam blijven. Voor vrijwilligers zou het goed zijn als zij in overleg met de postchef zelf hun geoefendheid kunnen organiseren.’

Visie op vrijwilligheid 2
Vrijwilligers aan het trainen in Zweden. Volgens Fred Heerink moet op een andere manier gekeken worden naar de traditionele oefenavond. In overleg met vrijwilligers kan het zo ingericht worden dat je in plaats van de oefenavond een paar dagen per jaar intensief gaat oefenen. Fotografie: Wij van PS

Speerpunten

In de gesprekken met de vrijwilligers, ontdekt de stuurgroep Visie op vrijwilligheid een aantal speerpunten voor het realiseren van de toekomst van vrijwilligers. ‘De visie beschrijft de punten die belangrijk zijn en geeft ruimte aan vrijwilligers, leidinggevenden en regio’s om daar verdere invulling aan te geven. Maar daarin is niet één juiste manier’, vertelt Heerink. ‘Het is de taak aan iedereen om te zorgen dat vrijwilligers zich thuis voelen in de organisatie en daarbinnen autonoom kunnen optreden.’

Leiderschap en het organiseren ervan, is volgens Heerink belangrijk om vrijwilligers in de organisatie te behouden. ‘Wij ontdekten in de gesprekken die we voerden dat vrijwilligers en het management niet altijd dezelfde taal spreken en dat dit botst. Dat zorgt voor frustratie. Het is belangrijk dat leidinggevenden proberen de taal van vrijwilligers te spreken. Ga daarom in gesprek met elkaar over alles wat speelt. Dat is de belangrijkste voorwaarde om vrijwilligheid verder te kunnen ontwikkelen.’ Ook aan het gevoel van saamhorigheid op de post wordt veel waarde gehecht. ‘Daar komt bij dat zelfstandigheid van de post een belangrijke factor is. Zelfstandigheid als woord leverde wat spanning op bij burgemeesters en commandanten. Wij bedoelen daarmee niet dat we de posten na de regionalisering weer zelfstandig moeten maken, maar meer dat het zelfsturende karakter wordt bevorderd. Goed leiderschap moet dat mogelijk maken.’ Heerink legt uit dat de postchef verantwoordelijk is voor de post en dat hij samen met de vrijwilligers ervoor moet zorgen dat zij doen wat ze willen doen en waar ze goed in zijn. ‘Het moet niet zo zijn dat dit van bovenaf opgelegd wordt. Een ander voorbeeld is dat centrale inkoop in veel gevallen goedkoper is, maar als de postchef iets ziet dat in de winkel op de hoek voordeliger is, moet het niet zo zijn dat hij zes bonnetjes moet invullen om die aankoop te kunnen verantwoorden. We moeten waken voor bureaucratie en zorgen dat het aantrekkelijk blijft om vrijwilliger bij de brandweer te zijn en blijven.’

Een ander speerpunt die in de visie beschreven wordt is de flexibiliteit en mengvormen van repressieve en niet-repressieve vrijwilligers. ‘In de regelgeving was tot nu toe nooit ruimte voor de niet-repressieve vrijwilligers. Daar komen steeds meer vormen van, bijvoorbeeld op het gebied van brandpreventie, voorlichting op scholen en catering. En daar zullen nog meer van komen’, aldus Heerink. ‘Hoog tijd dus om ook naar die rechtspositie te kijken. Daar moeten we dit jaar direct mee aan de slag. En er moet aandacht komen voor het organiseren van de eigen geoefendheid. Het zelf aan kunnen geven wanneer je beschikbaar bent, maakt het lastig om dingen te plannen. We moeten toe naar een andere manier van denken en kijken naar de traditionele oefenavond. Het kan ook zo zijn dat je het als korps in overleg met je vrijwilligers zo inricht dat je in plaats van de oefenavond een paar dagen per jaar intensief gaat oefenen.’

Visie op vrijwilligheid 3
Fred Heerink

Best practices

Nu de visie er ligt, is de stuurgroep voor de visie opgeheven. Volgens Heerink is het nu zaak dat de regio’s, lokale posten en de vrijwilligers zelf met de visie aan de slag gaan. Het netwerk vrijwilligheid is er voor het delen van de best practices en het leren en stimuleren van elkaar. ‘We zien in het land een aantal mooie ontwikkelingen. Bijvoorbeeld in Kennemerland. Daar zijn ze bezig met een pilot waarbij brandweerposten meer zelfstandigheid krijgen. Dit soort initiatieven willen we via het netwerk zoveel mogelijk delen, zodat we van elkaar blijven leren en regio’s het naar eigen wens in kunnen richten’, aldus Heerink. ‘Het maken van de visie heeft de positie van onze vrijwilligers op de agenda gezet. Er wordt over gesproken en nu is het tijd om de woorden uit de visie om te zetten in daden. Eén ding is zeker, wij gaan met vrijwilligers de toekomst in.’

Andere artikelen in deze aflevering

Zicht op de kazerne

Voor zowel vader Geert als zoon Wietse was de kazerne tegenover hun huis een grote trigger om bij de brandweer te gaan. Bij Geert kwam het daardoor in een stroomversnelling, terwijl Wietse nog even mo...

Zorginstelling werkt met brandweer aan veiligheid

De West-Friese zorginstelling Wilgaerden heeft de samenwerking gezocht met Brandweer Noord-Holland Noord. Wilgaerden loopt daarmee in deze regio voorop. Brandweer Noord-Holland Noord is blij dat Wilga...