Landelijk kader uitruk op maat bij brand vastgesteld

Landelijk kader uitruk op maat bij brand vastgesteld

Haven, J.

Na jarenlange discussie, diverse pilots en wetenschappelijk onderzoek is de kogel door de kerk. Er ligt een landelijk kader uitruk op maat bij brand dat is goedgekeurd door het Veiligheidsberaad. Veiligheidsregio’s krijgen de mogelijkheid om bij branden, die afwijken van het maatgevende incident binnenbrand woning, met minder mensen uit te rukken dan met de standaard TS6. Het mag ook met een TS4 of een Snel Interventie Voertuig (SIV)/TS2 zijn. De VBV is echter niet blij met het kader.

1617landelijkkaderuitrukopmaat
Bij een maatgevend incident moeten minimaal zes mensen inclusief bevelvoerder worden gealarmeerd. Naast de standaard TS6 kan dat ook een TS4 en SIV/TS2 zijn.Fotografie: Veiligheidsregio Limburg-Noord

Met de komst van het kader is er een landelijk uitgangspunt dat als basis dient om af te wijken van de standaard eenheid, de TS6. ‘Na zes jaar ligt er eindelijk een document waar de regio’s mee aan de slag kunnen’, aldus portefeuillehouder brandweer John Berends binnen het Veiligheidsberaad. Daarnaast is hij als burgemeester van Apeldoorn eveneens voorzitter van de Veiligheidsregio Noord-en Oost-Gelderland. ‘Bij het vaststellen van de Strategische Reis waren alternatieve uitrukmogelijkheden één van de beleidspunten’, vertelt Berends. ‘Vanuit het veld merkten we dat de behoefte hieraan groot was. Zeventig tot tachtig procent van de inzetten betreft een kleiner incident dan een woningbrand.’ Denk aan een containerbrand, verkenning of een kleine autobrand. Deze incidenten rechtvaardigen volgens Berends een inzet met een TS4 of SIV/TS2. ‘Door bij deze kleinere klussen minder slagkracht in te zetten, blijft brandweerpersoneel inzetbaar voor andere taken en wordt nodeloos alarmeren voorkomen.’

Naast de vraag uit het veld is ook onderzoek verricht. Het WODC heeft op landelijk niveau wetenschappelijk onderzoek gedaan naar variabele voertuigbezetting en de afgelopen jaren zijn in diverse regio’s pilots gedraaid. Berends: ‘De ervaringen en conclusies vormen belangrijke bouwstenen voor het landelijk kader. Het kader is niet achter de tekentafel ontwikkeld. Het is gestoeld op kennis en ervaring. Ook het veld is betrokken bij de totstandkoming.’ Dit kader vormt de basis, nu moeten landelijk protocollen voor de meldkamer worden opgesteld en het opleidingsstelsel moet worden aangepast. Het is aan de regio’s om binnen de wettelijke kaders eigen werkvormen te kiezen. Berends benadrukt dat de veiligheid van brandweerlieden voorop staat. ‘Daar mag geen enkele twijfel over bestaan.’

Het landelijk kader is volgens de portefeuillehouder een belangrijke stap. ‘Door deze flexibilisering van de slagkracht wordt bijgedragen aan vernieuwing van de incidentbestrijding en aan verantwoord organiseren.’ Andere varianten dan een TS4 of

SIV/TS2 zijn mogelijk, maar worden niet landelijk ondersteund. Indien een regio kiest voor een afwijkende variant, moet de regio zelf voor de vereiste aanvullende randvoorwaarden zorgdragen.

Marcel Dokter, VBV: ‘Twee plus vier is geen zes’

‘Wij zijn tegen de invoering van de richtlijn’, aldus Marcel Dokter van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV). ‘Met name omdat de richtlijn een modulaire opbouw mogelijk maakt. Bij een binnenbrand in een woning, een maatgevend incident, is en blijft de minimale slagkracht een TS6. Daar zijn we blij mee. In de richtlijn staat echter dat een TS6 ook mag worden opgebouwd uit een SIV/TS2 aangevuld met een TS4. In onze ogen is dat geen TS6. De slagkracht is bij een eerste inzet zeer bepalend voor het verloop van de brand. Dit wordt niet alleen door het aantal mensen bepaald, maar ook door de capaciteit en bepakking van het uitgerukte voertuig. De uitrusting en capaciteit van een standaard TS6 is hierop afgestemd, die van een SIV/TS2 en TS4 niet. Ook niet gezamenlijk. Het SIV/TS2 is vaak als eerste ter plaatse, een aantal minuten later volgt dan de TS4. Een TS6 opbouwen uit een TS4 en een SIV is volgens ons een onverantwoorde keuze die leidt tot gevaarlijke situaties. Dat er nu al regio’s zijn die aangegeven dat deze voertuigen zonder een bevelvoerder kunnen uitrukken, baart ons extra grote zorgen.’ Onderweg naar een incident gebeurt veel in de auto. Er is overleg en de inzet wordt besproken. Dat is van belang zodat iedereen hetzelfde beeld heeft. Een goed opgeleide bevelvoerder is hierbij onontbeerlijk. Nu kunnen de eenheden ter plaatse, na de komst van een bevelvoerder, pas overleggen. Je stapt dan in de meest chaotische fase van een incident.’ Wanneer de tweemansbezetting bij een maatgevend incident wordt geconfronteerd met een woningbrand met slachtoffers, moeten zij wachten tot de aanvulling ter plaatse is voordat met de eventuele redding kan worden gestart. Dokter: ‘Dat is een bijna onmenselijke vraag. Wij denken dat deze hulpverleners ervoor zullen kiezen om te starten met de redding en daarmee zichzelf en hun omgeving in gevaar brengen. De VBV staat voor variabel mits het veilig kan. Daarom vinden we dat bij het maatgevend incident woningbrand er nooit moet worden gekozen voor een variant waarbij een brandweerauto met twee man als eerste ter plaatse komt.’

De VBV heeft De Tweede Kamer, de Minister van Veiligheid & Justitie, het Veiligheidsberaad en Brandweer Nederland gevraagd om hen te betrekken bij het tot stand komen van dit landelijk kader. Dokter: ‘Ondanks toezeggingen van de minister en de oproep hiertoe vanuit de Tweede Kamer is dit niet gebeurd. Als belangenbehartiger van de vrijwillige brandweermensen zullen wij er alles aan doen om onveilige werksituaties te voorkomen. Volgens de VBV is een SIV of TS2 als eerste uitrukvoeruig bij een woningbrand volstrekt ongeschikt en onveilig. Daarom hebben wij op 3 december een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met het verzoek om in actie te komen tegen dit vastgestelde onveilige besluit.’

Stephan Wevers, Brandweer Nederland: ‘De regio’s zijn aan zet’

‘Wij zijn blij dat het Veiligheidsberaad het document heeft vastgesteld’, aldus de voorzitter van Brandweer Nederland Stephan Wevers. ‘Er wordt al lange tijd over gesproken. Op een gegeven moment moet je een stap verder komen. De uitgangspunten zijn nu helder en transparant voor het hele land. ‘Bij een maatgevend incident moeten minimaal zes mensen inclusief bevelvoerder worden gealarmeerd. Naast de standaard TS6 kan het ook met een samenstelling van een TS4 en een SIV/TS2. De opkomsttijden worden ‘geklokt’, net als nu, als de volledige slagkracht ter plaatse is. En er moet altijd een bevelvoerder op het eerst aankomende voertuig zitten. Ik ken de zorgen van de bonden over draagvlak en modulair samenstellen. Maar laat ik hier helder in zijn, de veiligheid van de brandweermensen én burgers staat ook bij mij voorop en er moet in het korps een goed proces worden doorlopen met de OR en de eigen brandweermensen. Veilig en samen invoeren staat voorop. Alle 25 commandanten in Nederland staan achter dit kader en gaan dit ook als uitgangspunt hanteren. Het is nu aan de korpsen om ermee aan de slag te gaan. We hebben geen nationale brandweer dus we kunnen en gaan het niet top-down invoeren. Elk korps moet met de OR, het bestuur en haar mensen om tafel om dit regionaal te implementeren, de spelregels vast te stellen en na te leven. Sommigen regio’s zullen het been bij moeten trekken. Maar we moeten ze daar wel de kans voor geven.’

Brandweer Nederland gaat de komende tijd de uitrukken actief monitoren om data te verzamelen zodat ze kunnen zien wat het rendement is. Wevers: ‘Wat is het effect van uitrukken op maat? Zo kunnen we nog beter onze procedures afstemmen.’ Uiteindelijk moet landelijk uitrukken op maat in de les- en leerstof terechtkomen en moet er volgens het nieuwe uitrukken geëxamineerd kunnen worden. ‘Ook worden landelijke uitrukvoorstellen gemaakt’, besluit Wevers. ‘We hebben straks tien meldkamers. Het is van belang dat, net als met overige procedures, dat die landelijk worden gelijkgetrokken.’ ■

Andere artikelen in deze aflevering

Leerzame start landelijke 
inkooppilot

Het startschot voor de pilot Faciliteit Landelijke Inkoop Brandweer Nederland (FLIB) klonk halverwege 2014. Gedurende twee jaar wordt gekeken naar de voordelen die gezamenlijke inkoop, bijvoorbeeld va...

Meer mogelijkheden met het GWT+

Kazerne Monster van de Veiligheidsregio Haaglanden heeft enkele aanpassingen gemaakt aan het groot watertransport (GWT) zodat deze breder inzetbaar is. Het GWT wordt momenteel vooral als waterwinnings...