‘Ik zag de vlam en voelde de gasprikkel in mijn neus’

‘Ik zag de vlam en voelde de gasprikkel in mijn neus’

J. Visser

‘We gaan even meten en dan zijn we snel weer klaar’, denkt Maikel van der Hulst van Brandweer Flevoland als hij in de kerstnacht van 2003 wordt gealarmeerd voor een gasmelding in Lelystad. Dat het één van de heftigste inzetten van zijn carrière wordt, weet hij op dat moment nog niet. Samen met twee collega’s is hij in de woning als het gas explodeert.

Tijdens het aanrijden is de sfeer in de TS goed. Het is gezellig, er worden grapjes gemaakt en het kerstgevoel overheerst. Toch bekruipt Van der Hulst een vreemd onderbuikgevoel. Ter plaatse is de politie bezig met de ontruiming. Van der Hulst krijgt de opdracht om samen met twee collega’s een meting uit te voeren. ‘Ik had in mijn hoofd dat we zouden meten, de gaskraan dicht zouden draaien, ventileren en klaar. Onbewust neem je de gezellige sfeer uit de TS misschien mee het incident in’, blikt hij terug.

Explosie

Als Van der Hulst samen met zijn collega’s de voordeur van de woning opent, gaat het alarm van de explosiegevaarmeter af. ‘Dat versterkte mijn onderbuikgevoel. Toch zijn we naar binnen gegaan.’ Terwijl nummer drie de ramen opent om te ventileren, zien Van der Hulst en zijn collega in de hal twee deuren. Achter een van de deuren zit de meterkast. Ze openen de linkerdeur en zien een cv-ketel met een open verbranding. ‘Ik zag de vlam en voelde de gasprikkel in mijn neus. Alle onderbuikgevoelens stapelden zich op. Die vlam moet uit, was het enige dat ik op dat moment kon denken. Terwijl ik de kast in dook om de gaskraan dicht te draaien, ontvlamde alles. Ik hoorde het geluid van het aanslaan van een oude badgeiser en voelde de vlammen om me heen slaan. Ik draaide me om naar mijn collega en voelde een drukgolf in mijn rug. Op dat moment werden we door de muur heen geslagen.’ Van der Hulst landt op zijn collega en beschermt zijn gezicht in het bluspak. ‘Dit is het einde. Het is over en uit, dacht ik. Mijn collega lag doodstil onder me. Ik voelde de temperatuur in de ruimte oplopen. Voorzichtig heb ik mijn arm opgetild om de situatie in de ruimte te bekijken en ben even blijven liggen.’ Zodra hij voelt dat zijn collega onder hem beweegt, beseft hij dat ze een overlevingskans hebben. Het tweetal klimt over de omgevallen muur heen naar buiten. ‘Op de galerij keek ik mijn collega aan. Zijn gezicht was totaal verbrand, de vellen hingen erbij. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Ik voelde dat ook ik was verbrand. Even was ik in paniek, omdat de tweede collega nog binnen was. Op dat moment kwam ook hij naar buiten. Het moment dat ik hem zag overheerste een geweldig gevoel. We leefden alle drie nog.’

BR20170102-92525P31GASPRIKKEL
Maikel van der Hulst

Brandwonden

Beneden legt Van der Hulst de explosiegevaarmeter op een container en geeft een trap tegen zijn helm. ‘Ik was zo boos, vooral op mezelf. Hoe had dit mij kunnen gebeuren? Mijn hele leven is aan me voorbij geflitst. Tegelijkertijd was ik bang. Ik had gezien hoe mijn collega eruit zag en wist dat ik ook brandwonden had. Hoe moest ik verder leven? Pas toen de chauffeur een grapje maakte over mijn neus, werd ik rustiger en ben ik gaan koelen. De Burnshield kompressen zijn magisch, wat een genot geeft dat spul.’

Met de ambulance worden de drie brandweerlieden en een medewerker van de woningbouw die eveneens binnen was, naar het ziekenhuis gebracht. Daar worden ze afzonderlijk van elkaar behandeld. ‘Die nacht duurde een eeuwigheid. Je ligt alleen. Alles was onzeker. Ik wist niet hoe het met mijn collega’s was, ik wist niet eens hoe ik er zelf aan toe was.’

In de loop van de volgende ochtend hoort Van der Hulst dat hij naar huis mag. Hij heeft eerstegraads brandwonden in zijn gezicht en tweedegraads brandwonden op zijn pols. Zijn collega’s zijn er erger aan toe en worden overgebracht naar het brandwondencentrum. ‘Een dubbel gevoel. Ik was blij dat we alle drie nog leefden, maar de situatie was ernstig. Hoe moesten we verder? De eerste dagen thuis, is er zoveel door me heengegaan. Je hebt een traumatische ervaring opgedaan die je een plek moet zien te geven. Veel aandacht ging uit naar mijn collega’s, zij hadden zichtbare verwondingen. Na een tijd was mijn verwonding vooral nog psychisch. Dat zie je niet, het zal wel goed gaan denken mensen dan. Ik heb het een plek kunnen geven, maar het blijft een steen die ik in mijn rugzak meedraag. Het ene moment is hij zwaarder dan een ander moment.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering