STH bewijst bij eerste inzetten meerwaarde specialisme

STH bewijst bij eerste inzetten meerwaarde specialisme

J. Visser

De teams Specialisme Technische Hulpverlening (STH) zijn al ruim een half jaar operationeel. Op 9 december is in het IFV in Arnhem officieel de landelijke aftrap gegeven. Toen hadden de teams de eerste inzetten er al opzitten. Hoe is de eerste periode gegaan? In hoeverre hebben de teams meerwaarde?

BR20170102-92528P39STH
De presentatie van het materieel tijdens de landelijke aftrap van het Specialisme Technische Hulpverlening. Fotograaf John Voermans

Urk: gasexplosie

Twee dagen nadat de STH-teams operationeel zijn, is op Urk een gasexplosie waarbij een huizenblok met zes woningen wordt ontwricht. Ongeveer twee uur na de explosie worden twee STH-teams gealarmeerd, team Noord en team Oost. ‘Toen we operationeel werden, had ik niet verwacht dat we zo snel ingezet zouden worden. We waren gereed, maar zo’n eerste keer is toch extra spannend. Hoe word je ontvangen? Werken alle procedures zoals bedacht?’, aldus Dennis de Vlieg, teamleider STH van het team Noord. Dat de inzet van het STH voor iedereen nog even wennen is, blijkt snel. ‘We moeten contact zoeken met de meldkamer in Hollands-Midden, de coördinerende regio, maar ik zocht contact met de Meldkamer Noord-Nederland. Zij gaven me direct de inzetgroep, waardoor ik met de meldkamer Flevoland verder contact kon opnemen.’ Ook bij Jenne Mul, teamleider team Oost, is het even wennen. ‘Ik belde Meldkamer Oost-Nederland, maar kreeg te horen dat zij niet wisten dat wij waren gealarmeerd. De meldkamer Hollands-Midden liet me weten dat ik eerst naar het steunpunt in Zwolle moest om te verzamelen, maar dat geldt niet voor de teamleider. Ik wilde rechtstreeks naar het CoPI, maar ben op aanwijzing van meldkamer Hollands-Midden over Zwolle gereden. Daar werd me alsnog verteld dat ik direct door kon.’

De teamleiders STH hebben een opkomsttijd van 75 min. De teams moeten in anderhalf uur ter plaatse zijn. ‘Een gekke gewaarwording, zo’n lange aanrijtijd’, vindt De Vlieg. ‘Normaal ben ik als Officier van Dienst (OvD) binnen twintig minuten ter plaatse. Bovendien weet je dat je naar een onbekend verzorgingsgebied gaat. Het voelde als een avontuur, omdat je juist de eerste keer de meerwaarde van het specialisme wilt laten zien.’ Aanrijdend zoeken beide teamleiders contact met hun plaatsvervangend teamleider, het eigen team en met elkaar. Mul zoekt daarbij ook contact met het CoPI, omdat hij de eerste teamleider ter plaatse is.

BR20170102-92528P39STH2
In Rotterdam onderzoekt de teamleider STH een melding van scheuren in de vloeren en plafonds.Fotografie: Edo Groenendijk

Op Urk meldt Mul zich bij de Leider CoPI en wordt hij gekoppeld aan de OvD-B. ‘Toevallig kende ik hem. Dat is zeker bij zo’n eerste inzet fijn, want je weet dan beter wat je aan elkaar hebt.’ De OvD-B vertelt hem dat bij de eerste explosie twee woningen zijn ingestort en bij de tweede explosie nog een derde woning. De andere drie woningen van het blok staan nog, maar van de vierde is de gevel naar buiten gedrukt. Doel is te verkennen of in de drie woningen nog personen aanwezig zijn. ‘De lokale eenheden hadden scheuren in de panden gezien en het gebied afgezet. Ze durfden niet dichtbij te komen vanwege hun eigen veiligheid en dus de woningen niet te doorzoeken.’ Als De Vlieg ter plaatse komt, deelt Mul de informatie en maken ze samen de verkenning verder af. Afgesproken wordt dat team Oost de voorkant van de woningen verkent en team Noord de achterkant. Mul: ‘Je kon niet makkelijk om het huizenblok heen lopen. We hebben beide een eigen container met materieel, dus dit was de meest effectieve verdeling.’ ‘Bij de briefing van mijn team zag je de gespannen koppen. Iedereen was gebrand op een goede en veilige inzet’, vertelt De Vlieg.

De teams starten de verkenning bij de zesde woning. Deze is nog volledig intact. Er blijkt niemand binnen. Dat geldt ook voor de vijfde woning. Woning vier levert door de instabiele constructie meer uitdaging op. ‘We durfden niet bij de voorgevel te komen, omdat deze ontzet was’, aldus Mul. ‘Met de camerahengel hebben we van afstand naar binnen gekeken. Voor de begane grond bleek dit onvoldoende te werken, want door de explosie in de kruipruimte was de vloer gedeeltelijk weggevaagd. In het CoPI is besproken dat we vanaf een kleine hoogwerker op een aanhanger naar binnen wilden kijken. Van buitenaf konden we niet goed zien of een persoon tussen het puin lag. We hebben nog gekeken of we een gat konden maken in de tussenmuur van de vijfde naar de vierde woning, zodat we daar met de camera naar binnen konden. Zover is het niet gekomen, want de politie had toen achterhaald dat de mogelijk aanwezige persoon elders in het land was en er dus niemand in het huis was. Een grote opluchting. Het is een wonder dat bij deze explosie niemand gewond is geraakt.’

Met het bericht van de politie, komt ook een einde aan de inzet van het STH. Beide teams gaan naar de kazerne op Urk om daar samen met de OvD-B te evalueren. ‘We kijken positief terug. We hebben een duidelijke meerwaarde kunnen leveren’, concluderen beide teamleiders. Leerpunten zijn er ook. Mul: ‘Aanrijdend heb ik meerdere keren moeten schakelen tussen gespreksgroepen. Je rijdt met prio1. Als ik een volgende keer opnieuw via een steunpunt moet rijden, wil ik proberen om een chauffeur mee te krijgen. Je hebt dan meer tijd en aandacht voor de gesprekken. Een ander kan zich dan concentreren op de weg. Een tweede leerpunt is het instellen van een veiligheidsfunctionaris. Dat staat niet landelijk in de protocollen, maar dat hebben we wel gedaan. In mijn team is een teamlid aangewezen die niets anders heeft gedaan dan letten op de veiligheid. Dat is goed bevallen en zou ik een volgende keer weer doen.’ Ook De Vlieg heeft een leerpunt opgedaan. ‘Het veldhandboek dat we hebben, werkt niet handig. Er staat te veel tekst in. Na deze inzet heb ik voor mezelf een checklist gemaakt met alle aandachtspunten.’

BR20170102-92528P39STH3
Op Urk onderzoekt het STH-team of na een zware gasexplosie nog slachtoffers in de zwaar getroffen woning zijn.Fotografie: Jenne Mul

Rotterdam: trillingen in portiekflat

De tweede alarmering voor het STH volgt op 24 november. In een portiekflat in Rotterdam zijn trillingen waargenomen en bewoners spreken over scheuren in muren, plafonds en klemmende deuren. De lokale eenheden hebben alle bewoners uit de flat geëvacueerd en het gebied afgezet. Wat volgt is een status quo. Er is behoefte aan bouwkundige expertise. Via de meldkamer van de coördinerende regio Hollands-Midden komt de vraag om bijstand bij de Commandant van Dienst van STH terecht. Hij weegt en gaat akkoord. In plaats van een volledig STH-team, wordt alleen teamleider Edo Groenendijk gealarmeerd. ‘Een echte inzet van het team leek niet nodig. De lokale eenheden wilden vooral advies. Ik was op dat moment toevallig in Rotterdam en dus snel ter plaatse. De OvD was blij dat ik er was, een fijn startmoment. Hij vertelde dat er sprake was van klemmende deuren, scheuren in de muren en plafonds en dat de vloer in enkele woningen omhoog stond.’ De teamleider STH start met een schouw van de buitenmuren en constateert geen afwijkingen. Met dat nieuws gaat hij terug naar de OvD. ‘Toen ik hem liet weten dat ik naar binnen wilde om daar de situatie te bekijken, hebben we daar eerst goede afspraken over gemaakt. Ze hadden afgesproken dat niemand binnen het afgezette gebied mocht komen. Een goede afspraak natuurlijk, maar je mag van het STH verwachten dat we weten wat we doen en hoe we het veilig moeten doen. Ik heb hem uitgelegd hoe ik te werk zou gaan, daarmee is hij uiteindelijk akkoord gegaan.’ Met een stage OvD schouwt Groenendijk de portiekflat van binnen. Ze starten in de kelder en werken via de trappenhuizen naar boven. ‘Het enige dat ik aantrof waren kleine krimpscheurtjes en in een woning stond de laminaatvloer een klein beetje bol. Trillingen heb ik niet gevoeld. Je vraagt je af of je wel in de goede portiek staat en of je het schadebeeld goed begrepen hebt.’ Groenendijk bespreekt zijn bevindingen in het CoPI en besluit nogmaals alle verdiepingen in de portiekflat af te gaan. ‘Deze keer hebben we extra aandacht gegeven aan de vloeren en gekeken of we soms zelf trillingen in de woningen konden veroorzaken. Door de vloeren op verschillende manieren te belasten, merkte ik dat er een duidelijk verschil waarneembaar was op de bovenste etage. Daar klonk en voelde de constructie anders. Met de informatie die op dat moment voor handen was, bleek dat de bovenste etage later erop was gebouwd. Dit verklaarde de waarneembare verschillen ten opzichte van de onderliggende woningen, legt de teamleider uit. ‘Tijdens de rondomverkenning die ik toen nog heb gedaan, vertelde een buurtbewoner dat hij in een vergelijkbare portiekflat op de bovenste verdieping altijd al last heeft gehad van trillingen. Deze waren de laatste tijd erger door de wegwerkzaamheden die in die periode plaatvonden. Ik kon dan ook niet anders dan concluderen dat die werkzaamheden ook in deze portiek voor trillingen hadden gezorgd en zover ik kon inschatten er dus verder geen gevaar was.’ Daarmee komt voor Groenendijk een einde aan de inzet. ‘Ik vind het goed dat de betreffende OvD het besluit heeft genomen dat hij advies van het STH nodig had. Met de expertise van STH heb ik in ieder geval een bijdrage kunnen leveren aan operationele vraagstukken vanuit het CoPI.’

BR20170102-92528P39STH4
De camerahengel waarmee op Urk de zwaarst getroffen woning is doorzocht, wordt tijdens de landelijke aftrap van STH gepresenteerd.Fotografie: John Voermans

Mijdrecht: instabiliteit na plofkraak

Als gevolg van een plofkraak raakt op Eerste Kerstdag een gevel van een gebouw in Mijdrecht instabiel. De OvD vraagt in verband met de situatie om de inzet van STH. Er zijn geen slachtoffers of vermisten. Toch besluit de Commandant van Dienst (CvD) contact op te nemen met teamleider Adrie van der Plas van het STH-team uit Hollands-Midden. ‘Er was behoefte aan expertise en ondersteuning. Normaal vraag je daarvoor een aannemer, maar op Eerste Kerstdag om 6.15 uur was niemand bereikbaar.’ Besloten wordt om een STH-team te alarmeren. Aanrijdend bespreekt Van der Plas onder andere de gevaarsaspecten met de OvD. ‘Waren er achtergebleven explosieven? Dat is voor onze inzet natuurlijk wel van belang. Ter plaatse hebben we de situatie verder besproken en ben ik met de plaatsvervangend teamleider een verkenning gaan doen.’ Vanaf een veilige afstand zien ze waar de scheuren in de muren zitten, welk deel weggeslagen is en welk deel gestut moet worden. Pas als de politie aangeeft dat er geen gevaar van explosieven is, wordt een diepere verkenning uitgevoerd. ‘Wat ga je precies doen en met welke middelen? Het voordeel bij deze inzet was dat we niet te maken hadden met tijdsdruk. De politie moest eerst het sporenonderzoek afronden, waardoor wij meer tijd hadden voor ons inzetplan.’

Tijdens de inzet ervaart Van der Plas enkele leermomenten. Eén ervan is de communicatie. ‘Je kunt het schema aan de voorkant nog zo goed bedacht hebben, maar de vraag is of het in de praktijk werkt. In dit geval duurde het even voordat we op één gespreksgroep zaten. Dat werkt lastig.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering