Voldoende water cruciaal bij inzet brand glasfabriek Maastricht

Voldoende water cruciaal bij inzet brand glasfabriek Maastricht

J. Visser

Een kapotte oven zorgt er op 30 december voor dat in de glasfabriek in Maastricht driehonderd ton vloeibaar glas de werkvloer op stroomt. Het glas heeft een gemiddelde temperatuur van 950 °C. Dat zorgt ervoor dat onder andere elektriciteitskabels vlam vatten terwijl de elektriciteit niet kan worden afgeschakeld. De enige manier om de stroom vloeibaar glas te stoppen, is volgens de ingezette brandweerlieden om het glas te koelen en te laten stollen. Maar daar is veel water voor nodig. Het duurt lang voordat dat ter plaatse is.

BR20180102-P12-BRANDVANDEMAAND
Vanuit de ruimte waar de oven staat breidt het vloeibare glas zich verder uit door de fabriek.

Eerste bevelvoerder René Biermans wordt die middag om 13.19 uur gealarmeerd voor een binnenbrand bij de glasfabriek. ‘Wij hebben nog een omroepinstallatie in de kazerne. Daarop hoorde ik dat het ging om een ovendoorbraak in de fabriek. Toen wist ik al wat er aan de hand was en dat het waarschijnlijk een langdurige inzet zou worden. Precies veertien jaar geleden hebben we een vergelijkbare inzet meegemaakt.’

Echt tijd om aanrijdend zijn manschappen voor te bereiden op de inzet, heeft Biermans niet. Binnen twee minuten zijn ze al ter plaatse. Daar gaat hij samen met de nummers één en twee naar binnen. Bij de fabriek treffen ze werknemers aan die licht in paniek zijn. Uit de oven stroomt veel vloeibaar glas vanaf de eerste verdieping naar beneden. ‘De ovens zijn zo groot dat er meerdere verdiepingen omheen zijn gebouwd’, legt Biermans uit. ‘Beneden stonden vier werknemers met een straal lage druk het glas te koelen. Op de eerste verdieping waren dat er tien. Toen het vloeibare glas andere zaken ontbrandde ontstond wat rook. Mijn aanvalsploeg heeft het werk toen van hen overgenomen, want de fabrieksmedewerkers hadden geen ademlucht. Daarmee was ik direct ook alle eenheden kwijt, want we rukken hier uit met een TS4.’

BR20180102-P12-BRANDVANDEMAAND2
De elektriciteitskabels en andere zaken die in aanraking komen met het vloeibare glas vatten vlam.

Biermans gaat zelf met een werknemer van de fabriek verder

verkennen en ziet dat de straal uitstromend glas een doorsnee heeft van ongeveer dertig centimeter. Waar het lek precies zit, kan hij niet zien. Zodra hij zijn verkenning heeft afgerond en buiten komt, zijn ook Officier van Dienst (OvD) Kees van Raak en de tweede bevelvoerder al ter plaatse. Met hen maakt hij een inzetplan. Er is dan al opgeschaald naar zeer grote brand en het groot watertransport is gealarmeerd. ‘Na de vorige grote ovendoorbraak, veertien jaar geleden, zijn onder de ovens opvangbakken gemaakt, bedoeld om bij een ovendoorbraak het glas op te vangen. Slechts een klein deel van het materiaal kwam daarin terecht. Het meeste belandde op de werkvloer. Je weet dat je veel water nodig hebt om het vloeibare glas, dat zich als een soort lavastroom in de fabriek uitbreidt, te koelen en het te laten stollen zodat verdere uitbreiding kan worden voorkomen’, aldus Van Raak. Vanwege het afleggen van het groot watertransport schaalt hij op naar GRIP1. ‘De slangen moesten over één van de drukste wegen van de stad. Precies op dat moment was ook het evenement Magisch Maastricht, dus het was sowieso al druk op alle wegen. Dit zorgde voor een verkeerschaos.’

Elektriciteit

Een ander groot aandachtspunt zijn de elektriciteits- en gas- leidingen in de fabriek. De bedrijfsdeskundige, die tevens vrij-willig brandweerman is in de regio, laat Van Raak weten dat het afsluiten van de elektriciteit en het gas geen optie is. ‘Dan zou de hele fabriek in de problemen komen. Het is fijn dat de bedrijfs-deskundige precies wist wat voor ons de belangrijkste punten waren. Doordat hij ook brandweerman is, spreek je dezelfde taal. Omdat het afsluiten van de stroom geen optie was en de elektriciteitskabels door de hitte wel ontbrandden, hebben we de manschappen teruggetrokken.’ Biermans: ‘Het was binnen niet veilig meer. De elektriciteitskabels begonnen te knetteren en kwamen naar beneden. Dat terwijl ik dacht dat de stroom al was afgeschakeld. Dat bleek dus niet zo te zijn.’

Het enige dat op dat moment nog kan worden gedaan, is zorgen dat de waterwinning wordt opgebouwd en wachten tot het groot watertransport ter plaatse komt. ‘Dat duurde lang. Tot die tijd kun je niet veel. We hadden twee waterkanonnen geplaatst en daarmee moesten we het doen, meer water was er niet voor handen’, aldus Biermans. Als de electriciteitskabels beginnen te branden trekken zwarte rookwolken over het spoor naar een woonwijk. Vanwege dit effectgebied schaalt Hoofdofficier van Dienst (HOvD) Iwan Custers op naar GRIP2.

Constructie

Een ander groot aandachtspunt is de constructie. De fabriek steunt op betonnen steunpilaren die kunnen bezwijken als ze heter worden dan 600 °C. ‘Het glas kwam met een temperatuur van 950 °C uit de oven. Je kunt je voorstellen dat het dan heter is dan de 600 °C op het moment dat het tegen de pilaren stroomt. In de beginfase hebben de manschappen zoveel mogelijk geprobeerd om het glas dat tegen de pilaren kwam, direct te koelen zodat het stolt. Zodra dat het geval is, kan het werken als een soort van isolator’, vertelt Custers. ‘Dat was één van de lessen uit 2003 die we nu in de praktijk hebben gebracht. Toch hebben we er wel een constructeur bijgehaald om dit te kunnen bevestigen. Je wilt achteraf niet voor verrassingen komen te staan.’

BR20180102-P12-BRANDVANDEMAAND3
Medewerkers van de glasfabriek proberen het vloeibare glas met water te koelen en zo de stroom te stoppen.

Zodra na ruim een uur het groot watertransport ter plaatse is en functioneert, kan de inzet worden hervat. ‘Precies op tijd’, volgens Custers. ‘Het compressorstation op het terrein werd inmiddels bedreigd door het hete glas. Als dat bij het incident zou worden betrokken, hadden we een groot probleem gehad. Gelukkig hadden we net op tijd voldoende water om het glas ervoor te kunnen stoppen. Vanaf dat moment is het vooral een kwestie van met veel water de boel goed koelen, net zolang tot de oven is leeggestroomd. Meer kun je niet doen.’ Rond 17.30 uur weten de eenheden dat ze het vloeibare glas overal voldoende tegen kunnen houden en wordt het sein brand meester gegeven. Dan duurt het nog twee uren voordat de oven is leeggestroomd en de eenheden terug kunnen keren naar de kazerne.

Leerpunten

De drie ingezette brandweerlieden concluderen dat het een groot voordeel is geweest dat ze veertien jaar geleden een vergelijkbare, maar kleinere, inzet hebben meegemaakt. Hoewel de inzet goed is verlopen zijn ze het er ook over eens dat in de regio goed moet worden gekeken naar de verdeling van de eenheden groot watertransport in het verzorgingsgebied. ‘Het duurde erg lang voordat we dit ter plaatse hadden’, vertelt Van Raak. Custers benoemt daarnaast de afstemming met het bedrijf. ‘Het is ontzettend fijn dat de bedrijfsdeskundige ook een brandweercollega is. Je spreekt dezelfde taal en weet precies wat je van elkaar wilt. De afstemming met de andere medewerkers van het bedrijf had wel beter gekund. Voor mij was niet altijd duidelijk wat zij wel en wat ze niet deden.’

Door: Jildou Visser; Fotografie: Raoul Lamberiks, Veiligheidsregio Zuid-limburg

Andere artikelen in deze aflevering

Vrouwen bij de brandweer, leren van andere landen

Zes procent van de Nederlandse repressieve brandweerlieden is vrouw. Internationaal gezien is dat best een goede score, al kan het cijfer nog wat omhoog. ‘Met tien procent moeten we uiteindelijk denk ...