De toekomst van de vrijwilliger, een verschil in taken

De toekomst van de vrijwilliger, een verschil in taken

Visser, J.

Uit eerder onderzoek naar de rechtspositie van brandweervrijwilligers is gebleken dat het huidige stelsel niet kan worden behouden, omdat vrijwilligers dezelfde werkzaamheden uitvoeren als beroeps. Volgens de Europese richtlijn voor deeltijdwerk moeten brandweervrijwilligers daarom worden gezien als deeltijdwerkers. Hoe kan vrijwilligheid toch worden behouden? Een denktank onder leiding van Wouter Kolff, portefeuillehouder Brandweer binnen het Veiligheidsberaad, heeft zich over die vraag gebogen. De oplossing: zorg voor een fundamenteel onderscheid tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers.

BR202001-1416VRIJWILLIGHEID1
Mogen vrijwilligers straks nog uitrukken voor grote industriebranden?

Dat de denktank zich zou richten op de vraag hoe met een onderscheid in taken vrijwilligheid kan worden behouden, was direct vanaf de oprichting in juni vorig jaar al duidelijk. De twee andere mogelijke oplossingen voor de onhoudbare situatie waren niet gewenst en onmogelijk. Kolff: ‘Eén van die twee was het afschaffen van vrijwilligheid. Dat is voor ons geen optie, want vrijwilligheid binnen de brandweer is ontzettend waardevol. Tachtig procent van alle brandweerlieden is vrijwilliger en hecht ook waarde aan de vrijwilligheid. De andere oplossing was dat de minister binnen Europa moet onderzoeken of een uitzonderingspositie voor de brandweer haalbaar is. Dat heeft de minister toegezegd, maar dat is een onzeker traject. Andere landen hebben hun brandweerkorpsen dusdanig anders ingericht dat ze niet tegen dit probleem aanlopen.’

Het afgelopen half jaar heeft de denktank samen met Leonard Verburg, hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit onderzocht wat een toekomstbestendige oplossingsrichting is waarbij vrijwilligheid binnen de brandweer kan worden behouden. ‘We zijn uitgekomen op een mix van verschillen. Als er verschillen komen tussen vrijwilligers en beroeps in de beschikbaarheid, werkinhoud en opleiding, dan moet vrijwilligheid behouden kunnen blijven’, aldus Kolff.

Beschikbaarheid

Eén van de verschillen die de denktank aandraagt om onderscheid te creëren tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers is de beschikbaarheid. ‘Eén van de uitgangspunten is dat de vrijwilliger taken uitvoert op basis van vrijwilligheid. Ze moeten dus ook ‘nee’ kunnen zeggen. Dat betekent dat een vrijwilliger nooit verplicht mag worden op te komen. Bij beroepsmedewerkers kunnen we die verplichting wel vragen’, vertelt Kolff. ‘In de huidige situatie zien we weleens dat vrijwilligers kazerneringsdiensten draaien of werken met een verplichte opkomst. Als het advies van de denktank wordt overgenomen, mag dat in de nieuwe situatie niet meer. Dan kan bij vrijwilligers alleen nog worden gewerkt met vrije opkomst.’

Werkinhoud

Het tweede advies dat de denktank aandraagt is om een onderscheid te maken tussen de taken die vrijwilligers en beroepsmedewerkers uitvoeren. ‘Dit punt is al een stuk ingewikkelder’, erkent Kolff. ‘Hier raken we de kern van het werk.’ De denktank heeft een eerste opzet gemaakt waarin de taken van de brandweer worden onderverdeeld in: basis, specialistisch, specialistisch-plus en aanvullend. Onder de basistaken vallen bijvoorbeeld brandbestrijding bij buitenbranden, woningbranden en vergelijkbare binnenbranden, eenvoudige hulpverlening, stabilisatie bij incidenten met gevaarlijke stoffen in uitrukkleding of het vuilwerkpak en grijpreddingen bij waterongevallen. Onder de specialistische taken vallen onder andere brandbestrijding in complexe objecten en omgevingen, zoals hoogbouw, tunnels en industrie, complexe en zware hulpverlening bij ongevallen, stabilisatie bij incidenten met gevaarlijke stoffen in het chemiepak en oppervlakteredding bij waterongevallen. De specialistisch-plus taken gaan nog een stap verder. Hieronder vallen brandbestrijding bij zeer complexe en specifieke objecten en omgevingen, zoals vliegtuigbranden, scheepsbranden en de zwaardere industrie, technische hulpverlening bij instortingen, stabilisatie in gaspakken en ontsmetten bij incidenten met gevaarlijke stoffen en duiken bij waterongevallen. Aanvullende taken zijn bijvoorbeeld inzetten met een AED, het grootwatertransport en tilassistentie.

In de opzet is vastgelegd dat zowel beroeps als vrijwilligers de basistaken uitvoeren. Beroepsmedewerkers voeren daarnaast ook de specialistische taken uit. Vrijwilligers mogen de basistaken aanvullen met één specialistische taak. Zowel beroeps als vrijwilligers mogen de aanvullende taken uitvoeren, voor de vrijwilligers geldt daarbij wel dat de aanvullende opleidingseisen daarbij zeer gering zijn en er geen extra risico’s bij mogen komen. ‘De verdeling in taken is een eerste opzet. Het exacte onderscheid tussen de basistaken en de specialistische taken moeten we nog verder uitwerken, daarin hebben we nog wat huiswerk te doen’, erkent Kolff. ‘Belangrijk is in ieder geval dat de verdeling van de taken juridisch houdbaar is, dat betekent dat we wezenlijke verschillen moeten creëren. Daarnaast moeten we er ook voor zorgen dat in de nieuwe opzet de veiligheid op orde blijft. De komende periode is het daarom aan de veiligheidsregio’s om de consequenties van de nieuwe opzet in kaart te brengen. Op basis daarvan kunnen we het verder uitkristalliseren.’

Opleidingen

Een derde verschil dat de denktank adviseert is een onderscheid in opleidingen. Kolff: ‘Die vloeit eigenlijk logisch voort uit het verschil in werkinhoud. Op het moment dat vrijwilligers alleen basistaken gaan uitvoeren, hoeven ze ook alleen een opleiding voor die taken te volgen. Voor beroepsmedewerkers wordt dat verder uitgebreid met modules voor de specialistische taken. De opleiding voor vrijwilligers wordt dus automatisch korter en lichter dan voor beroeps.’

Verdere uitwerking

De eerste opbrengst van de denktank wordt het komende half jaar verder uitgewerkt. In die tijd wordt dit ook getoetst in alle regio’s. ‘Alle regio’s moeten de komende maanden in beeld brengen wat dit voorstel betekent voor hun regio. Dan gaat het zowel om de praktische als de emotionele en de financiële gevolgen. Hoe worden de specialistische taken verdeeld? Waar zitten eventuele knelpunten in het uitvoeren van de specialistische en specialistisch-plus taken? Heeft de opzet gevolgen voor de opkomsttijden? In hoeverre moeten op enkele locaties vrijwilligers worden aangesteld als parttimers? Het zijn zomaar enkele vragen die de komende maanden worden bestudeerd. Daarnaast vinden we het ook erg belangrijk om te horen hoe de vrijwilligers er zelf over denken. In alle regio’s worden daarom ook gesprekken met hen georganiseerd’, vertelt Kolff. Alle uitkomsten worden op 22 juni meegenomen in een terugkoppeling aan het Veiligheidsberaad. ‘Ik verwacht dat mensen hier en daar best kritisch zullen zijn, maar we ontkomen er niet aan dat er iets moet veranderen. We hebben ons nou eenmaal te houden aan de wet- en regelgeving. Met deze opzet proberen we het stelsel van vrijwilligheid binnen de brandweer zoveel mogelijk overeind te houden. Nu zijn we benieuwd wat de regio’s en vrijwilligers daar zelf van vinden.’

RBC: Tevreden met de uitkomsten

‘De denktank is er goed in geslaagd een dusdanig onderscheid te creëren waarbij vrijwilligheid binnen de brandweer kan worden behouden en er bij de meeste vrijwillige korpsen weinig hoeft te veranderen. Wij zijn dan ook tevreden met deze uitkomsten’, aldus Fred Heerink, portefeuillehouder vrijwilligheid binnen de Raad van Brandweercommandanten (RBC). Hij beseft ook dat er vrijwillige posten zijn waarvoor de gevolgen groter zijn, bijvoorbeeld omdat ze nu werken met gekazerneerde diensten of met een verplichte opkomst. ‘Daar moeten we goed naar kijken. Daarnaast moeten we ook goed kijken naar de verdeling van de specialistische taken en of dat overal haalbaar is. In Zeeland bijvoorbeeld zijn op dit moment geen beroepsbrandweerlieden, daar kan dit een knelpunt zijn. Ook in de drie noordelijke regio’s, Friesland, Groningen en Drenthe, zien we met name vrijwillige posten en weinig beroeps. Kunnen we alle specialistische taken daar onder de vrijwilligers verdelen of moeten we op enkele plekken vrijwilligers aanstellen als parttimers? Dat is een van de vragen die nu speelt. Het belangrijkste is dat voor het grootste deel van de vrijwilligers weinig verandert en we vrijwilligheid bij de brandweer in stand kunnen houden.’

De komende maanden worden in alle regio’s gesprekken gevoerd met de vrijwilligers. ‘We moeten goed uitleggen waar het precies over gaat. Ik merk dat er snel spookverhalen rondgaan en er veel emotie bij komt kijken. Dat begrijp ik ook. In gesprekken moeten we goed afpellen waar we het precies over hebben. In mijn eigen regio, Drenthe, bijvoorbeeld verandert voor posten met dertig tot vijftig uitrukken per jaar die werken met alleen vrije instroom, niets. Voor middelgrote posten met vrijwilligers die al snel zo’n driehonderd inzetten per jaar hebben, kunnen de gevolgen iets groter zijn. Maar laten we wel wezen, daar is de belasting en werkdruk veel hoger, daar wordt ook weleens over geklaagd. Tot slot moeten alle besturen beseffen dat het maatschappelijk moreel besef bij brandweerlieden groot is. Ze doen er vaak alles aan om uit te rukken, maar garanties en vrijwilligheid gaan niet samen. Om die garanties in te bouwen is bijvoorbeeld de verplichte opkomst of de kazerneringsdienst ingevoerd. Vrijwilligers moeten de mogelijkheid houden om ‘nee’ te kunnen zeggen. We moeten een no show en daardoor soms een langere opkomsttijd accepteren.’

VBV: Blij dat vrijwilligheid blijft bestaan, maar wel ingewikkeld en zorgen

‘Natuurlijk zijn wij blij dat de denktank veel waarde hecht aan het stelsel van vrijwilligheid binnen de brandweer en er een plan ligt om vrijwilligheid overeind te houden. Maar, we hebben wel onze zorgpunten’, begint Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV). ‘Het plan ligt er pas net en de denkrichting moet nog verder worden uitgewerkt, maar wij vragen ons af of vrijwilligers wel een volwaardige brandweerman of -vrouw blijven. Onze zorg zit erin dat met deze werkwijze een eerste en tweederangs brandweer ontstaat, waarbij de vrijwillige brandweer dusdanig is uitgekleed dat het geen volwaardige brandweer meer is. We hopen uiteraard dat dat niet zo is en worden de komende maanden bij de verdere uitwerking ook graag betrokken. Tot slot vinden we het jammer dat de denktank alleen bestaat uit bestuurders, vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie en Veiligheid, regionaal commandanten en directeuren veiligheidsregio’s. De vrijwilligers zelf denken niet mee. Zo ontstaat een plan over ons en niet met ons.’

BR202001-1416VRIJWILLIGHEID1WOUTERKOLFF
Wouter Kolff

FNV: omzeilen van de regelgeving

Frans Carbo van de FNV is kritisch op de uitkomsten van de denktank. ‘Vanuit de vakbond vinden we dat mensen die gelijk werk doen, ook gelijk moeten worden betaald. Zo schrijven de Europese regels dit ook voor. Dat betekent dat een groot deel van de vrijwilligers in Nederland recht heeft op een salaris inclusief de voorzieningen uit de sociale zekerheid. Wat ze met de taakdifferentiatie proberen is om het verschil tussen vrijwilligers en beroeps zo groot te maken, dat ze onder de Europese regels uit kunnen komen. Dat is in strijd met het beginsel van gelijkheid.’ Daarnaast constateert Carbo ook twee andere knelpunten. ‘Met deze taakdifferentiatie moet je je afvragen of vrijwilligers nog wel langer vrijwilliger willen blijven. Hun taken worden immers uitgekleed. Daarnaast wordt het vak van de beroeps verzwaard. Zij krijgen er meer specialismen bij die niet meer door vrijwilligers kunnen worden uitgevoerd. Vooral voor de beroeps vallend onder het Tweede Loopbaanbeleid kan dat consequenties hebben. We zijn benieuwd naar de verdere uitwerking.’

De denktank

De denktank die zich over de taakdifferentiatie buigt, bestaat uit:

Wouter Kolff, voorzitter van de denktank en portefeuillehouder Brandweer binnen het Veiligheidsberaad;

Paul Depla, voorzitter Brandweerkamer;

Paul Gelton, directeur Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing bij het ministerie van Justitie en Veiligheid;

Edwin Meekes, hoofd afdeling veiligheidsregio’s ministerie van Justitie en Veiligheid;

IJle Stelstra, directeur IFV;

Fred Heerink, regionaal commandant Veiligheidsregio Drenthe en portefeuillehouder vrijwilligheid binnen de Raad van Brandweercommandanten;

Anton Slofstra, regionaal commandant Veiligheidsregio Gelderland-Midden;

Hans Zuidijk, regionaal commandant Veiligheidsregio Hollands Midden;

Peter Bos, regionaal commandant Veiligheidsregio Utrecht;

Roderick Kouwenhoven, secretaris.

Andere artikelen in deze aflevering

Folder Brandveilige veestallen verschenen

Als onderdeel van het actieplan Brandveilige veestallen heeft Brandweer Nederland een folder uitgebracht met praktische tips om stallen brandveiliger te maken. Ook is informatie opgenomen over wat te ...

Geslaagde reddingsinzet na instorting Coevorden

Een explosie in een grillroom in Coevorden doet 7 december één pand instorten. Al snel is bekend dat een jongen onder het puin bekneld is geraakt. Lange tijd proberen de lokale eenheden de jongen onde...