Gezondheidsmonitoring, integreer PPMO en PAGO

Gezondheidsmonitoring, integreer PPMO en PAGO

Jildou Visser

Kan de individuele gezondheidsmonitoring bij de brandweer worden verbeterd? Die vraag stond centraal in het project Gezondheidsmonitoring bij de brandweer. Een projectgroep van medewerkers uit verschillende veiligheidsregio’s, het IFV en PreventPartner hebben die vraag uitgebreid onderzocht. Het advies? Integreer het verplichte Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) met het vrijwillige Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek (PAGO), meet en registreer blootstelling aan rook en roet en verzamel op structurele wijze data, zodat er ook onderzoek mee kan worden gedaan.

Het rapport is opgesteld in het kader van het traject Samen gezond oud worden. ‘Een aantal jaar geleden zagen we in het buitenland berichten over dat brandweerlieden eerder dood gaan en vaker kanker krijgen. In Nederland hadden we geen idee. Dat was toen aan­leiding om verschillende onderzoeken te doen naar de effecten van rook en roet op het lichaam en te starten met schoon werken’, vertelt Ellen Buskens, voorzitter van de vakgroep arbeidsveiligheid. ‘Daarbij ontstond ook de vraag hoe we de gezondheid van onze medewerkers in beeld gaan brengen. Gezondheidsmonitoring gaat verder dan alleen de blootstelling aan rook en roet, de wisselende diensten en daardoor verstoorde nachtrust, blootstelling aan hitte en de mentale gezondheid vallen hier ook onder.’

PPMO en PAGO

Voor het opzetten van de gezondheidsmonitoring heeft de ­projectgroep advies ingewonnen bij verschillende gezondheidskundigen en andere branches. Met hen is gekeken naar de huidige systematiek binnen de brandweer. ‘Het PPMO is verplicht en wordt binnen de brandweer gezien als functie-eisentest terwijl er ook vragen worden gesteld die meer ingaan op of je gezond genoeg bent om je werk uit te kunnen voeren. Daarnaast bestaat het PAGO dat meer ingaat op gezondheidskundige vragen. Het PAGO is vrijwillig en is bedoeld voor de vroege opsporing van arbeidsgerelateerde klachten en ziekten waarvoor een behandeling mogelijk is. Binnen PPMO meten we veel dingen die in het PAGO thuishoren, denk bijvoorbeeld aan de buikomvang in relatie tot het gewicht en de mentale vragenlijst’, aldus Buskens. ‘Beide onderzoeken samen geven een goed beeld van de gezondheid van een medewerker. Ons advies is daarom ook om beide onderzoeken te integreren en daarbij een onderscheid te maken tussen de verplichte vragen die betrekking hebben op de functie-eisen en de vrijwillige vragen die meer gaan over preventieve gezondheid.’

BR201902-69PPMO1

Borging kwaliteit

Een tweede advies van de projectgroep is dat het PPMO in het hele land op dezelfde manier moet worden vormgegeven en ­uitgevoerd. ‘We willen kijken of we het centraal kunnen gaan organiseren, zodat we de data ook centraal anoniem ­kunnen opslaan. Op die manier krijgen we veel beter inzicht in de gezondheid van onze medewerkers en kunnen we eerder signaleren dat dingen niet goed gaan’, aldus Buskens. ‘Op dit moment kan dat niet. Alle regio’s voeren PPMO op hun eigen manier uit. Je krijgt dan een situatie waarin je appels met peren gaat vergelijken. Als dit advies wordt opgevolgd, betekent dat wel een grote organisatorische verandering. Daarnaast willen we kijken of we de frequentie van het PPMO en het PAGO aan kunnen passen naar één keer in de twee jaar voor alle medewerkers, ongeacht leeftijd. Het vroegtijdig opsporen van arbeidsgerelateerde ziektes is immers voor alle leeftijden van belang. Ik ben ervan overtuigd dat dat haalbaar is. Als we echt samen gezond oud willen worden, moeten we beter op dit soort interventies gaan inzetten.’

BR201902-69PPMO2

Registreren blootstelling

Binnen het project gezondheidsmonitoring is het volgens Buskens van belang om niet alleen te kijken naar de gezondheid van de medewerkers, maar ook om de blootstelling aan rook en roet te registreren. ‘Op die manier kunnen we in de toekomst veel beter onderzoeken of er verbanden te vinden zijn tussen de blootstelling en bepaalde ziektes. Op dit moment hebben we geen idee hoe vaak en waaraan we onze medewerkers bloot­stellen en wat daar eventueel de risico’s van zijn. Om dat inzichtelijk te krijgen en er echt wetenschappelijk onderzoek naar te kunnen doen, is het van belang dat alle regio’s het op dezelfde manier gaan registreren.’ Ingewikkeld is dat volgens Buskens niet. ‘We weten immers al wie naar welke melding uitrukt en hoe lang die inzet duurt. Op basis daarvan kun je al iets zeggen over de blootstelling en de duur ervan aan rook en roet. Dit zouden we ook per functie vorm kunnen geven, zodat we hierin ook instructeurs, medewerkers van de ademluchtwerkplaats en officieren mee kunnen nemen.’

Vervolg

Of de adviezen daadwerkelijk worden opgevolgd, weet de voorzitter van de vakgroep arbeidsveiligheid niet. ‘We hebben te maken met 25 werkgevers. Zij moeten hierover een besluit nemen. Wij gaan daarom nu met dit rapport het land in om uit te leggen wat het advies betekent en wat ermee organisatorisch gaat veranderen. Vervolgens is het aan de regio’s als werkgever om te beslissen of ze de adviezen willen opvolgen. Wij hopen uiteraard van wel, omdat we hiermee echt een slag kunnen slaan in het samen gezond oud worden.’

Door Jildou Visser; Fotografie Jeffrey Koper

Andere artikelen in deze aflevering