Uitdaging bij brand gerenoveerde portiekwoning Vlaardingen

Uitdaging bij brand gerenoveerde portiekwoning Vlaardingen

Jildou Visser

Een dakbrand in een portiekwoning in Vlaardingen stelt de ingezette brandweerlieden in de nieuwjaarsnacht voor grote uitdagingen. De brand breidt zich tegen de windrichting in bijzonder snel uit en er komt veel vieze rook vrij. Waar het op het eerste oog gaat om een dakbrand bij nieuwbouwwoningen, komen de brandweerlieden pas later in het incident tot de ontdekking dat het gaat om oude gerenoveerde en volledig geïsoleerde woningen. Zowel het dak als de muren zijn voorzien van een achttien centimeter dikke laag EPS isolatie.

BR201902-2729BRANDONDERZOEKVLAARDINGEN1
De dakbrand breidt zich tegen de windrichting in snel uit.Fotografie: Ginopress

De eerste TS wordt rond 1.12 uur gealarmeerd voor een brand aan de Insulindesingel in Vlaardingen. Bij aankomst is de brand uitslaand op het dak en zijn alle bewoners het huis uit. Om 1.30 uur wordt opgeschaald naar grote brand. ‘De eerste eenheden zijn direct na aankomst naar binnen gegaan om de brand op de zolder van binnenuit te blussen, maar dat lukte niet. Er was binnen nog geen brand zichtbaar. Doordat de brand zich zo snel ontwikkelde, hebben ze zich al snel moeten terugtrekken’, vertelt Officier van Dienst (OvD) Bryan Visser. ‘Op het eerste oog leken de woningen net nieuw gebouwd te zijn, dan ga je ervan uit dat je te maken hebt met een betonnen constructie en dat alles goed is gecompartimenteerd. De brand ontwikkelde zich ontzettend snel en breidde zich op het dak snel van rechts naar links uit, tegen de windrichting in. Het was een race tegen de klok. Er kwam ook veel dikke, zwarte rook vrij die op straatniveau bleef hangen. Dat maakte het een zware inzet, binnen drie kwartier waren we door een ademluchtfles heen. De Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) liet me weten dat hij buiten behoorlijke waarden NOx had gemeten, dat duidde op veel bij de brand betrokken isolatiemateriaal. Het strookte niet met het beeld dat ik in eerste instantie had. Ik zat met veel vraagtekens.’

BR201902-2729BRANDONDERZOEKVLAARDINGEN2

Isolatie met piepschuim

Visser schaalt dan op naar zeer grote brand en GRIP1. Als even later stukken gevel naar beneden lijken te zakken, ziet hij dat het niet om de daadwerkelijke gevel gaat, maar om stukken geperste bitumen steenstrips die tegen de buitenmuur aan zijn gezet. Tussen de steenstrips en de gevel zit ongeveer twintig centimeter piepschuim. ‘Ik had dus helemaal niet te maken met nieuwbouwwoningen, maar met oudbouw dat met een dikke laag EPS aan de buitenzijde was geïsoleerd. Dat verklaarde ook de snelle brandontwikkeling en de dikke vieze zwarte rook die vrijkwam. Dat veranderde het beeld volledig.’

Inmiddels zijn ook Hoofdofficier van Dienst (HOvD) Henk Steens en de piketfunctionaris preventie ter plaatse. De piketfunctionaris wijst Steens dat op de overkant van de straat, waar de renovatie van de oude portiekwoningen nog gaande is. ‘Daar konden we in de verschillende fases van de renovatie goed zien hoe dit was uitgevoerd en met welke materialen dat is gedaan. Dat bevestigde het vermoeden dat we op dat moment hadden. De volume van het isolatiemateriaal verraste ons, er was een enorme hoeveelheid brandstof aanwezig’, aldus Steens.

Visser geeft de manschappen de opdracht om twee woningen verder een stoplijn in het dak te maken. ‘Ze hebben de dakpannen weggehaald en sleuven in de isolatie en de houten beplating aan de binnenkant gezaagd. Ook dat ging gepaard met uitdagingen, want de dakpannen zaten om de zoveel meter vastgeschroefd. Die kon je er dus niet zomaar even afhalen. Het maken van de stoplijn heeft daardoor de nodige tijd gekost, maar het was de enige manier waarop we de brand konden tegenhouden. Uiteindelijk is dat ook gelukt.’

Zonnepanelen

Aan de achterkant ligt het dak van de portiekwoningen vol met zonnepanelen. ‘Dat was een uitdaging’, erkent Visser. ‘Het ­probleem was met name dat de brand onder de zonnepanelen en de dakpannen zat. We konden er met geen mogelijkheid bij en konden dus niet anders dan de boel uit laten branden. Van binnenuit blussen was te gevaarlijk, want het dak met de panelen erop kon instorten.’

Een bijkomend aandachtspunt, waar volgens de OvD veel tijd in is gaan zitten is het uitschakelen van de stroom op het ­zonnepanelensysteem. De omvormers blijken bij alle woningen te zijn weggewerkt in het plafond boven het toilet. ‘Die zaten dus volledig weggestopt. We hebben in iedere woning moeten zoeken en het plafond moeten slopen. Het was veel makkelijker geweest als er één noodknop ergens aan de buitenkant van het pand had gezeten. Bij deze brand hadden we geluk dat het nacht was en de panelen tijdens de inzet geen stroom opwekten.’ Als de brand is geblust, wordt de installateur gealarmeerd. ‘Alle kabels waren doorgebrand, je weet dan dat zodra het licht wordt er een gevaarlijke situatie kan ontstaan, omdat ze dan weer energie gaan opwekken. Die panelen moesten dus zo snel mogelijk van het dak worden gehaald. Vanwege een eerdere ervaring met de zorgen rondom het veiligstellen van zonnepanelen hebben wij er bij de afhandeling en overdracht van het incident richting de eigenaar. extra aandacht aan besteed.’

Verrast

Zowel Visser als Steens zijn het eens dat ze door deze brand, de constructie en de toegepaste materialen zijn verrast. ‘Wat je ziet is blijkbaar niet altijd wat het is’, vertelt Visser. ‘Ik werd gealarmeerd voor een dakbrand, dat is meestal niet zo spannend en redelijk goed te bestrijden. De woningen zagen er nieuw uit. Dan verwacht je dit niet. Als ik vooraf had geweten hoe dit in elkaar zat, had ik eerder ingezet op het maken van de stoplijn. Je kunt de eenheden dan eerder op het dak inzetten, proberen de brand te blussen heeft geen zin.’ In totaal zijn vijftien van de 24 woningen uit het blok onbewoonbaar verklaard. De brand heeft het dak over een lengte van 43 meter verwoest. ‘We merken dat dit soort branden de laatste jaren vaker voorkomen. Dat we van buiten niet meer altijd even goed kunnen zien hoe de constructie in elkaar zit en dat we voor woningbranden moeten opschalen naar zeer grote brand en een logistiek peloton ter plaatse moeten laten komen.’

Regelgeving

Een groot knelpunt zit volgens Visser en Steens in de wet- en regelgeving. ‘Deze wijze van renoveren is helaas toegestaan. Het is toch bizar dat een woning vele malen onveiliger kan worden na een renovatie? Dit gaat ons, denken wij, vaker overkomen. We moeten snel meer invloed krijgen op de wet- en regelgeving, zodat ook brandpreventie in dit soort renovatietrajecten wordt meegewogen op basis van de huidige wet- en regelgeving, in plaats van het van rechtswege verkregen brandveiligheidsniveau’, aldus Steens. ‘We moeten ons ook realiseren dat deze brand heel anders had kunnen aflopen. Doordat de brand vlak na middernacht op 1 januari uitbrak, stonden veel bewoners buiten te kijken naar het vuurwerk of waren in huis in ieder geval wakker. De grote hoeveelheid en soort rook die vrijkomt door het brandende EPS is in korte tijd dodelijk. Als hier mensen hadden geslapen, weet ik niet of ze tijd hadden gehad om te vluchten via het gezamenlijke trappenhuis, de enige vluchtweg van deze jaren vijftig portiekflat.’

De brandweer is bij dit soort renovaties geen gesprekspartner, omdat dit binnen de verleende vergunning niet hoeft. Steens: ‘De toegevoegde waarde van de collega’s brandpreventie wordt hierbij niet benut, terwijl zij van grote waarde kunnen zijn in het gesprek van de gemeente met de eigenaar. Juist de kennis die zij hebben van brandpreventieve constructies, de consequenties van renovatie en de verbinding die zij hebben met repressie en daardoor inzicht in incidentbestrijding, moet mijns inziens optimaler benut kunnen worden. Dat kan anders.’

BR201902-2729BRANDONDERZOEKVLAARDINGEN4

Brandonderzoeker Kenneth van Veen vraagt zich bovendien af waarom piepschuim op deze wijze wordt gebruikt bij de renovatie van woningen. ‘We zijn al een paar jaar het gedrag van EPS bij brand aan het onderzoeken, onder andere bij rookgasexplosies. Bovendien brandt het razendsnel. De aannemer is ook ontzettend geschrokken van dit incident. Hij had niet in de gaten dat piepschuim zich bij brand zo zou gedragen’, aldus Van Veen. ‘Dat hij dat niet weet, is ook niet gek. De rook die vrijkomt bij brandend piepschuim, is brandbaar. Dat wordt niet meegenomen in de brandproeven die de basis zijn voor de huidige bouwregelgeving. Bovendien wordt de brandweer niet altijd meegenomen in dit soort renovatie­trajecten. Piepschuim is een prima bouwmateriaal, maar je kunt vraagtekens zetten bij de wijze waarop het soms wordt toegepast. Er wordt enkel gekeken naar lage kosten en isolatiewaarde en niet naar de veiligheid van de bewoner in geval van brand. Dat moet anders.’

In het brandonderzoek dat Van Veen heeft gedaan, concludeert hij ook dat de brandscheiding die horizontaal door de woningen loopt niet in orde is, waardoor de bovenste bouwlaag en de zolderverdieping één compartiment zijn. Daarnaast is de compartimentering tussen de woningen in de zolderverdieping niet in orde, waardoor de zolder van alle woningen ook één compartiment is. Van Veen: ‘Als het gaat om de compartimentering, kun je er dus niet altijd van uitgaan dat dit in orde is.’

BR201902-2729BRANDONDERZOEKVLAARDINGEN3

Door Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering