Vakbekwaam blijven, 
van kwantiteit naar kwaliteit

Vakbekwaam blijven, 
van kwantiteit naar kwaliteit

Visser, J.

In het project Versterking Brandweeronderwijs zijn branchestandaarden blijvende vakbekwaamheid opgesteld. Deze standaarden zijn landelijke afspraken over de minimale vereiste kennis en ervaring voor tien repressieve functies. Periodiek moeten brandweerlieden aantonen dat ze aan deze standaarden voldoen. Deze omschakeling stelt veel regio’s voor de vraag hoe zij blijvende vakbekwaamheid gaan vormgeven en toetsen. Waar veel regio’s nog met die vraag worstelen, zijn de veiligheidsregio’s Hollands-Midden en Drenthe bezig met het ontwikkelen van een concrete aanpak.

Hollands-Midden: Vakbekwaamheid 2.0 met medewerkers ontwikkelen

Brandweer Hollands Midden is na de publicatie van de branchestandaarden aan de slag gegaan met het ontwikkelen van een visie op vakbekwaamheid. De onderlegger van het oefenprogramma 2016 is al gebaseerd op de branchestandaarden. ‘Dit jaar verandert de opzet van het oefenen niet wezenlijk van de oefeningen uit de periode 2012-2015. Voor de ontwikkeling van een nieuw oefenprogramma, gebaseerd op het vakbekwaam blijven volgens de branchestandaarden, hebben we meer tijd nodig. Hier gaan we dit jaar samen met onze medewerkers mee aan de slag’, vertelt hoofd Vakbekwaamheid Marijn van Eijsden. ‘We hebben een visie ontwikkeld waarin de regie op vakbekwaamheid bij iedere individuele medewerker komt te liggen. Hij of zij moet periodiek aan de hand van profchecks, oefeningen en uitrukken kunnen aantonen dat aan de branchestandaarden wordt voldaan. Iedere medewerker heeft één keer per jaar een gesprek met zijn of haar leidinggevende, het zogenaamde goede gesprek, waarin we bespreken welke aspecten goed gaan en welke verder moeten worden ontwikkeld. We willen van kwantitatief oefenen naar kwalitatief oefenen. Het aantal uren dat je iets oefent zegt immers niks over of je iets goed kunt. Oefenen is een middel en geen doel op zich. Als je kunt aantonen dat je iets goed beheerst, hoef je het niet meer of minder vaak te oefenen. Ontwikkelpunten moeten vaker worden geoefend. Iedereen wordt verantwoordelijk voor zijn eigen vakbekwaamheidsdossier en dat vergt een omslag in denken. Je moet goed in de spiegel durven kijken en reflectie op je collega’s kunnen geven.’

Hoe Brandweer Hollands Midden de omslag gaat maken, weten ze zelf nog niet. ‘Onze visie is een soort van Rome. Het einddoel ligt vast, de reis er naartoe nog niet. We moeten samen met onze medewerkers en vrijwilligers bedenken hoe we daar komen’, aldus Van Eijsden. Een van de eerste punten waarmee de projectgroep aan de slag gaat, is het beschrijven van de processen. Wat moet je voor welke functie kennen en kunnen en hoe toets je dat? Wat is de definitie van onvoldoende en voldoende en wanneer is iets goed of uitstekend? ‘Daarvoor kijken we bijvoorbeeld naar de toetskaarten van de leergang manschap A, de jurystaten van het ABWC, de lesstof uit de opleidingen en beoordelingsformulieren van de examens. Die vergelijken we met elkaar en op basis daarvan voeren we de inhoudelijke discussie om zo te komen tot toetsingslijsten per functie, een complex traject. Je merkt dat discussies over oefenen de kern van het bestaan raken. Want wat voor sanctie stel je als iemand niet voldoet aan de branchestandaarden? Moet iemand tijdelijk uit dienst? In dit proces proberen we juist die lastige discussies aan te gaan. We hebben een risicovol beroep en daarvoor moet je aantoonbaar geschikt zijn. Tegelijkertijd geven vrijwilligers aan dat ze hechten aan de gezelligheid op oefenavonden. De oefenavond is daarmee een moment om aan je bekwaamheid te werken, maar ook een avond om als ploeg samen te zijn. Beide componenten zijn belangrijk, nu en in toekomst, maar concurreren soms met elkaar. Ook daarover spreken we met elkaar.’ Een ander belangrijk aspect waar de projectgroep over nadenkt is hoe de oefenprogramma’s worden ingericht en gepland. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de vraag welke oefeningen verplicht zijn voor iedereen en welke oefeningen naar eigen behoefte kunnen worden gedaan. Van Eijsden: ‘Uiteindelijk zal iedereen in theorie een individueel oefenprogramma krijgen. In de praktijk zullen er veel overeenkomst in te herkennen zijn. Hoe plannen we dat? Blijven we alles op de oefenavond doen en richten we het zo in dat korpsen bij elkaar kunnen shoppen of organiseren we bijvoorbeeld themadagen? En hoe kunnen wij onze mensen verder faciliteren zodat zij regie kunnen nemen op hun vakbekwaamheid? De ELO geeft medewerkers al meer regie over hun eigen kennis, maar is dat voldoende?’ Het hoofd Vakbekwaamheid beaamt dat de implementatie van de branchestandaarden op dit moment in veel regio’s een zoektocht is. ‘Ik nodig andere regio’s dan ook uit om samen op te trekken. Denk mee en leer van elkaar. Het zou mooi zijn als ons project Vakbekwaamheid 2.0 andere regio’s kan helpen of dat andere regio’s ons kunnen helpen met het maken van onze reis.

Drenthe: peilmomenten en logboek voor aantonen vakbekwaamheid

Veiligheidsregio Drenthe is halverwege 2014 begonnen met werkplaatsessies waarbij bezuinigingen en organisatieontwikkeling centraal stonden. Daarin kwam volgens Mariëtte Sieders van de afdeling vakbekwaamheid duidelijk naar voren dat de medewerkers zich op een andere, efficiëntere manier wilden voorbereiden. ‘Met werkgroepen van beroeps, vrijwilligers en backoffice medewerkers zijn we verder gaan kijken naar hoe we het huidige oefenen anders konden invullen. Ze wilden zelf kijken wat ze het beste konden oefenen in plaats van dat het voor hen werd bepaald. Vanuit die gedachte is ons programma Oefenen op Maat ontstaan. De branchestandaarden die vorig jaar landelijk zijn ontwikkeld, vormen de basis.’ Oefenen op Maat gaat ervan uit dat ieder individu weet wat hij of zij nodig heeft om voldoende voorbereid te zijn. De organisatie moet maatwerk leveren om aan die behoeftes te voldoen. Sieders: ‘Uit de werkplaatssessies kwam een aantal aanbevelingen. We hebben stilgestaan bij de ontwikkeling van een logboek en een ‘Waar sta ik moment’. Met het logoek kan iedereen zelf bijhouden en vastleggen hoe vaak een vaardigheid wordt geoefend. Dat kan tijdens een oefening, maar ook tijdens een uitruk of de vaardigheidstoetsen van het ABWC zijn. Daarnaast leggen ze vast hoe het ging en of ze iets willen verbeteren. De oefenbehoefte die uit het logboek voortvloeit, bespreken alle brandweerlieden met de post- of ploegchef. Daarin wordt besproken welke onderdelen ze vaker willen oefenen, wat ze willen onderhouden en op welke onderdelen ze erg goed scoren en anderen kunnen helpen. Samen met de oefencoördinator wordt de oefenbehoefte vertaald naar een concrete planning. Het doel is dat iedere post twee tot vier oefenleiders heeft die op maat kunnen ondersteunen.’ Om de posten te ondersteunen is er een catalogus ontwikkeld met het oefen- en bijscholingsaanbod en ook de ELO krijgt een belangrijke rol. De grote uitdaging voor Veiligheidsregio Drenthe ligt in het samenbrengen van alle individuele oefenbehoeftes. ‘De vaste oefenavond blijft, want dat is voor vrijwilligers een moment waarop ze samen zijn. Brandweerlieden kunnen zelf bepalen of ze willen oefenen wat die avond op de planning staat. Daarnaast kunnen we personen van verschillende posten die hetzelfde willen oefenen aan elkaar koppelen.’

Om te peilen of brandweerlieden daadwerkelijk voldoen aan de branchestandaarden organiseert de regio peilmomenten . ‘Bij het ‘waar sta ik moment’ brand peilen we bijvoorbeeld of brandweerlieden de vaardigheden die bij brandbestrijding nodig zijn, op voldoende niveau beheersen. Dit is een praktijkoefening met twee onafhankelijke waarnemers die ieder individu beoordelen. De resultaten worden verwerkt in het logboek’, aldus Sieders. ‘Voor ieder type incident en functie gaan we peilmomenten ontwikkelen.’ In februari is Veiligheidsregio Drenthe met enkele posten gestart met pilot sessies. De komende periode wordt gestart met het “waar sta ik moment” brand. ■

Andere artikelen in deze aflevering

Verdiepingsslag 
vaardigheidstoetsen

De inschrijving is gesloten, de locaties zijn bekend en de scenario’s zijn geschreven. Ruim zeshonderd teams maken zich op voor een nieuwe ronde vaardigheidstoetsen die worden georganiseerd door het A...