Inzet drones stap dichterbij

Inzet drones stap dichterbij

J. Haven

Na jaren voorbereiding lijkt het erop dat dit jaar de laatste grote stappen worden gezet voordat drones landelijk ingezet kunnen worden. Brandweerregio’s Midden- en West-Brabant en Twente konden de afgelopen jaren, met dank aan een uitzonderingspositie in de wet, in pilotvorm oefenen en experimenteren met drones. Daarnaast hebben ze het vertrouwen gewonnen van externe partijen en leveren ze dit jaar concrete producten op, zodat straks dit onbemande vliegtuig landelijk kan worden ingezet. Twente heeft tijdens repressieve inzetten ervaring opgedaan. Hoe is dit verlopen?

BR20170102-93790P14DRONES
Met het gebruik van een daglichtcamera en een warmtebeeldcamera kan de drone een meerwaarde leveren aan de beeldvorming en informatievoorziening tijdens de brandbestrijding.

Als alles volgens plan verloopt, krijgt Brandweer Nederland dit jaar de status Landelijke Luchtvaartorganisatie, wordt de laatste hand gelegd aan de landelijke beleidslijn, wordt een klap gegeven op het handboek waarin de inzet van drones wordt omschreven en moet het opleidingsplan klaar zijn. Het is wachten op de landelijke vergunning om drones overal in het land in te kunnen zetten. ‘Als de kogel eenmaal door de kerk is, kunnen we snel doorpakken. Er is veel voorwerk gedaan’, aldus landelijk deelprojectleider Drones, Wilbert Kleijer van Brandweer Midden- en West-Brabant. ‘Als de vergunning er is en het handboek definitief wordt vastgesteld kunnen we de inzet van drones landelijk uitrollen.’ Het meest unieke binnen dit project is dat de brandweer onder de vlag van Brandweer Nederland een eigen Landelijke Luchtvaartorganisatie krijgt. ‘Als de inzet van drones landelijk gemeengoed wordt, valt de inzet en coördinatie ervan niet onder de regio waar de drone op dat moment wordt ingezet, maar onder deze landelijke organisatie. Dat vraagt om een andere manier van kijken, denken en doen. Op dit moment wordt hard gewerkt aan de inrichting ervan’, aldus Kleijer.

Vertrouwen

Kleijer is een man met geduld. Dat moet ook als het op drones aankomt. ‘Het is een gevoelig dossier, omdat het gaat over vertrouwen krijgen van en geven aan de luchtvaartautoriteiten. Wij vallen met dit dossier onder een andere wetgever en daardoor een ander bevoegd gezag. Met 25 autonome regio’s zijn we een lastige partner. Vandaar dat zij het verzoek hebben gedaan om vanuit de brandweer met één stem te spreken en één landelijke vliegorganisatie in te richten. Het is aan ons om het vertrouwen te winnen van het bevoegd gezag en te laten zien dat wij een serieuze partner zijn. Dat vraagt om geduld. Ook uit het land. Het is een kwestie van veel praten en netwerken. Dan komen we steeds een stap dichterbij.’

Samen met Brandweer Twente draait Midden- en West-Brabant al een aantal jaar een pilot om ervoor te zorgen dat dit unieke hulpmiddel straks landelijk gemeengoed wordt. Brandweerlieden zijn tijdens de pilot bij erkende opleidingsinstituten opgeleid tot piloot. De regio’s hebben praktijk- en fabriekstrainingen met drones gevolgd en er is een operationeel handboek geschreven waarin staat hoe de operaties worden voorbereid en uitgevoerd, inclusief de procedures die gelden tijdens repressieve inzetten.

BR20170102-93790P14DRONES2
Martijn Zagwijn van Brandweer Twente heeft met zijn droneteam diverse operationele inzetten gedaan tijdens de pilot.

Project Drones Brandweer Nederland

De kennis en ervaring die Midden- en West-Brabant en Twente de afgelopen jaren tijdens de pilot hebben opgedaan, zijn als project Drones Brandweer Nederland ondergebracht bij het project Logistiek & Ondersteuning van het landelijke programma Samen werken aan grootschalig en specialistisch optreden Brandweer Nederland. De regio’s vormden het aanspreekpunt voor onder andere het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de inspectie voor Leefomgeving en Transport. Dat wordt nu vanuit het project geborgd. Er is een klankbordgroep gekoppeld aan de projectgroep, met daarin (districts)vertegenwoordigers uit de regio’s. De stuurgroep Samen werken aan grootschalig en specialistisch optreden Brandweer Nederland is, onder voorzitterschap van Anton Slofstra, verantwoordelijk.

Regio’s wordt met klem verzocht zelf geen activiteiten te ontplooien op dit gebied. Kleijer: ‘Daarmee kan het proces waarin we zitten worden gefrustreerd en dat willen we niet. We zijn landelijk bezig om het zo goed mogelijk voor iedere regio te kunnen organiseren. Laat ons het wiel uitvinden, zodat we aan het bevoegd gezag kunnen laten zien dat de brandweer een betrouwbare en integere partner is in het luchtruim.’

Legio mogelijkheden

De drone is volgens Kleijer voor de brandweer van onschatbare waarde. ‘De mogelijkheden zijn legio. The sky is letterlijk the limit. Het gaat niet om de drone zelf, maar om de sensoren die je eronder hangt. De ontwikkelingen op dit gebied gaan hard. In het project richten wij ons voornamelijk op het gebruik van optische - en daglichtcamera’s en warmtebeeldcamera’s. Met het gebruik van deze twee sensoren leveren wij een grote meerwaarde aan de beeldvorming en informatievoorziening tijdens brandbestrijding, hulpverlening, ongevallen gevaarlijke stoffen en SAR-activiteiten op land en water.’ Maar dat niet alleen. De drone kan volgens Kleijer ook bij brandonderzoek, de operationele voorbereiding en als ondersteuning bij het vakbekwaamheidsprogramma of bij risicobeheersing van meerwaarde zijn.

Operationele inzetten

‘Het afgelopen jaar hebben we onze drone, genaamd Argus, een aantal keer ingezet’, vertelt Zagwijn. ‘We zijn gestart met een waterongeval in januari vorig jaar. Er kwam een melding binnen dat een persoon te water was geraakt in het Twentekanaal, bij Almelo. Het primaire inzetdoel was om met behulp van de optische en warmtebeeldcamera te zoeken naar het slachtoffer. Met name de rietkragen die door duikers lastig te inspecteren zijn, zijn vanuit de lucht goed in kaart gebracht. We hebben vier vluchten uitgevoerd, maar niets gevonden.’ Ook is de drone bij twee grote industriebranden ingezet om een beeld te krijgen van de aanwezige hittebronnen. Op basis van deze informatie is een repressieve inzet gedaan. Eén van de branden woedt in een garagebedrijf waar ook gasflessen liggen opgeslagen. Het is te gevaarlijk om het pand te betreden. Op basis van de (warmte)beelden vanuit de lucht heeft de brandweer toch een goede indruk van de brandontwikkeling gekregen, waardoor doorslag naar het naastgelegen pand wordt voorkomen. Het laatste incident waarbij Argus is ingezet, is bij een grote (broei)brand bij een compostverwerkingsbedrijf. Zagwijn: ‘In een grote compost-opslag van veertig bij dertig meter en vijf meter hoog broeide het op verschillende plekken, waardoor brand ontstond. Het primaire inzetdoel van Argus was om de verschillende vuurhaarden met behulp van de warmtebeeldcamera in kaart te brengen. Met een drietal vluchten is dit vlot gedaan. Tijdens de inzet is vervolgens dankbaar gebruikgemaakt van de informatie om verdere verspreiding dan wel overslag te voorkomen.’

BR20170102-93790P14DRONES3
Wilbert Kleijer: ‘Het wachten is op de landelijke vergunning, maar die is in zicht. Dan kunnen we drones eindelijk landelijk wegzetten.’

Enorme efficiëntieslag

Iedere inzet wordt geëvalueerd. ‘Deze informatie is belangrijk voor de ontwikkeling van de procedures’, vervolgt Zagwijn. ‘Bij de eerste inzet kwamen we erachter dat veel tijd zit in de vluchtvoorbereiding nadat we ter plaatse zijn. Voordat we alles op orde hebben en dus de lucht in kunnen, zijn we bijna dertig minuten verder. De afgelopen maanden hebben we op dit vlak een enorme efficiëntieslag gemaakt. Op basis van ervaring hebben we de vluchtvoorbereiding na aankomst op locatie terug kunnen brengen naar vijf tot tien minuten.’

Essentieel bij deze slag is volgens Zagwijn ook de samenwerking in het Argusteam. ‘Hier zie je het belang van opleiden en oefenen en vastgestelde werkprocedures. De samenwerking tussen het Argusteam en de operationele lijn gaat goed en wordt steeds beter. Vooral in het begin was het wennen en zoeken omdat het allemaal nieuw was, maar je merkt dat we met elkaar goede afspraken hebben gemaakt over de inzet van onze drone. Deze zijn in procedures geborgd.’

Politiehelikopter versus drones

Hoe zit het dan met de inzet van een politiehelikopter? Die kan toch ook beelden maken uit de lucht? ‘Klopt, maar wij gaan niet over de inzet van een politiehelikopter’, vertelt Kleijer. ‘Je kunt altijd een aanvraag indienen, maar je hebt geen invloed op de beschikbaarheid. Hij kan in gebruik zijn of kan misschien niet opstijgen vanwege slechte weersomstandigheden op de locatie waar de helikopter op dat moment is gestationeerd. Een helikopter kan bovendien niet overal vliegen, zoals tussen objecten. En wanneer de brandstof opraakt moeten zij terug, wij kunnen snel de accu vervangen. Daarnaast kun je straks met drones bijvoorbeeld door rook- of gaswolken vliegen voor metingen. Dat doe je niet met een bemande helikopter. Bovendien is aan de inzet van een helikopter ook een flink kostenplaatje verbonden. Hoe sneller wij de drone in de lucht hebben, hoe eerder wij informatie hebben over de situatie waar we dan op kunnen anticiperen.’

Kosten versus baten

De pilotregio’s zijn ervan overtuigd dat de inzet van drones de effectiviteit en efficiëntie van de repressieve inzet bevordert. Ook draagt het bij aan het veilig inzetten van hulpverleners en wellicht het eerder vinden van slachtoffers. Maar wegen de kosten op tegen de baten? Kleijer: ‘Dat is een lastige discussie. Als je een drone alleen maar repressief inzet en je maar een paar drone waardige incidenten per jaar hebt, dan wegen de investeringen niet op tegen de baten. Als er echter een leven mee wordt gered, dan staat deze vraag in een ander perspectief. Ofwel, waar leg je als vraagsteller je stip op de horizon? De initiële kosten voor de aanschaf van een drone, de sensoren en opleidingen liggen naar schatting per droneteam op ruim een ton. Daarna zullen de kosten mogelijk terug lopen. De kosten voor regio’s die in de toekomst besluiten ook te gaan vliegen, zullen volgens Kleijer lager zijn dan de kosten die de pilotregio’s inmiddels hebben gemaakt. Het pad is gebaand, de taxi rijdt, je hoeft straks alleen maar in te stappen en de ritkosten te betalen.’

Uitzonderingspositie

Als op 1 juli 2013 de wet- en regelgeving met drones wordt aangepast en het luchtruim voor drones op slot gaat, weet de brandweer een uitzonderingspositie te bemachtigen. ‘Daar zijn we trots op’, aldus Kleijer. ‘Op basis van onze wettelijke repressieve taak hebben wij in oktober 2015 van de Inspectie Leefomgeving en Transport een wettelijke uitzonderingspositie gekregen om direct overal het luchtruim in te kunnen’, vult Martijn Zagwijn uit Twente aan. ‘Dit mag alleen als we daartoe opgeleid en getraind zijn. Deze voorwaarden zijn we vanuit het landelijk project aan het beschrijven en aan het uitwerken.’

Jolanda Haven

Andere artikelen in deze aflevering