Veertig jaar brandbestrijding: ‘We werken nu veel tactischer’

Veertig jaar brandbestrijding: ‘We werken nu veel tactischer’

In de veertig jaar dat Brand&Brandweer bestaat is in zowel de brandweerorganisatie als het werk veel veranderd. In dit jubileumjaar blikken we met een aantal jubilarissen terug op veertig jaar brandweer. Hoe zag het brandweervak er toen uit? En hoe verwacht de nieuwe generatie dat de brandweer er over veertig jaar uitziet? In dit eerste verhaal uit de rubriek 40 jaar vertelt oudgediende Wally Delissen uit Nieuwstadt in Veiligheidsregio Limburg-Noord over zijn geschiedenis bij de brandweer en blikt nieuwkomer Sander Gulikers vooruit.

BR20170102-93793P34-40JAAR
Wally Delissen nadat hij bij een brand in een varkensstal in 1980 enkele biggen heeft gered.

Wally Delissen, brandveilig leven bij post Susteren, Veiligheidsregio Limburg-Noord

Hoe zag het brandweerkorps in Nieuwstadt er veertig jaar geleden uit?

‘Zeer minimaal. We hadden niet eens een TS. We moesten het doen met een auto met aanhanger waarop de slangen en het gereedschap lagen. In het dorp woonden in 1977 ongeveer duizend tot vijftienhonderd gezinnen. Als ergens brand was ging het luchtalarm af, dat was onze alarmering. ‘s Nachts hoorde ik de sirene niet, dan maakte mijn vader me wakker. Het was een compleet andere tijd. Pas vanaf 1982 hadden we een pieper. Eens in de paar maanden was ergens brand en mochten we uitrukken. Meestal waren het schuurbrandjes, kleine stallen of woningen. Autobranden kenden we toen nog niet, pas een paar jaar later werden we gealarmeerd voor onze eerste autobrand. Dat aantal is later explosief gestegen.’

Kunt u zich uw eerste brandweeropleiding nog herinneren?

‘Dat kon je het nauwelijks een opleiding noemen. Het was simpel. We kregen geleerd hoe we zo snel mogelijk water naar het voertuig konden pompen en hoe we vervolgens zo snel mogelijk het water van het voertuig op de brand konden gooien. Van ademlucht was in die eerste jaren nog geen sprake. We stonden mee te snuffelen met de rook. Natuurlijk wisten we dat dat niet gezond was, maar je nam de risico’s voor lief. Er was ook geen andere optie, want de gemeente had geen geld voor apparatuur. Soms kregen we bij grotere branden bijstand van het korps uit Sittard of Susteren, zij hadden wel ademlucht. Dat konden we dan lenen.’

Wat is de grootste verandering die u bij de brandweer heeft meegemaakt?

‘Dat is de verhuizing van onze kazerne uit Nieuwstadt naar Susteren geweest. We gingen toen samen met de brandweer daar. Ineens moest je een auto hebben. Ik werkte bij de post, dus had een auto tot mijn beschikking, maar dat was niet voor iedereen het geval. Er zijn toen een aantal jongens afgehaakt. Tegelijkertijd was de brandweer daar veel verder. Er was meer geld, beter materieel en we konden opleidingen. Er was zelfs een TS en we kregen ademluchttoestellen. Toen we Susteren kwamen, kregen we daar ook een nieuwe post. We hebben zelf met de hele ploeg een gymzaal verbouwd tot kazerne. Het was een echte vereniging. We hadden hart voor alles wat met de brandweer te maken had. In die tijd kregen we ook een nieuw voertuig, een met een Volvo onderstel met eigen opbouw. We mochten zelf weten hoe we hem ingericht wilden hebben. Het was de duurste, hagelnieuw en supermodern. Daar hebben we in het land wel mee lopen pronken. Vier jaar later volgde een nieuwe reorganisatie. Toen gingen we samen met Echt. Wij gingen toen van Limburg-Zuid naar Noord-Limburg. Toch was de samengang met Susteren ingrijpender.’

BR20170102-93793P34-40JAAR2
Het korps in Susteren voor de nieuwe kazerne.

Wat is de meest bijzondere uitruk in al die jaren geweest?

‘Dat is een uitruk geweest naar een ongeval. Een personenauto met zes inzittenden was frontaal aangereden door een vrachtwagen. De ouders, schoonouders en een kind waren direct overleden. Een tweede kind hebben we er nog uit kunnen halen. Die inzet maakte wel indruk. In die tijd was er nog geen aandacht voor de psychische kant van het vak, we spraken er onderling even over en dan gingen we weer terug naar ons werk. Dat is nu een stuk beter geregeld. Wij hadden toen net de nieuwe Volvo met volledig nieuw redgereedschap. In die tijd gebruikten we de slijpschijf nog om auto’s open te maken. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. De tijd vliegt voorbij. Ik heb zoveel gezien en meegemaakt. Het mooiste vind ik wanneer je bedankjes krijgt van mensen die je geholpen hebt. Of wanneer je slachtoffers redt en die later op straat weer tegenkomt.’

In welk opzicht is het brandweervak het meeste veranderd?

‘Vroeger gooiden we water op het vuur. Dat doen we nu nog. Vroeger ging het erom dat we zoveel mogelijk water op het vuur gooiden. Nu gaan we er tactischer mee om. Er wordt beter nagedacht over hoe je een brand te lijf gaat en hoe je uitbreiding kunt voorkomen. Dat is een mooie ontwikeling. En het schoon werken is erg veranderd. Vroeger stonden we altijd vol in de rook, in het begin ook zonder ademlucht. Er was geen aandacht voor het effect van rook en roet. Tegenwoordig wisselen we zelfs van kleren. Brandweerman zijn is nog steeds een prachtig vak, maar je moet er nu veel meer voor leren. Als je vrijwilliger bent en een baan hebt, dan is dat pittig.’

Hoe lang blijft u nog bij de brandweer?

‘Ik ben nu 62 jaar en heb er veertig repressieve jaren opzitten. Vorig jaar ben ik daarmee gestopt. Ik kwam nog redelijk goed door de keuring, maar ik vind het mooi geweest. Het is ook scheef. Beroepsbrandweerlieden mogen op hun zestigste met pensioen, maar ik moet doorwerken tot ik 67 ben terwijl ik er naast mijn baan ook veertig brandweerjaren op heb zitten. Dat vind ik scheef, daarom ben ik uit de repressieve dienst gegaan. Ik doe nu nog activiteiten in het kader van Brandveilig Leven. Ik geef les op scholen en doen woningchecks bij senioren. Daarnaast help ik nog weleens met de oefeningen, ruk ik nog met de AED uit en begeleid ik de nieuwe chauffeurs.’

Sander Gulikers, manschap in opleiding bij post Susteren, Veiligheidsregio Limburg-Noord

Hoe ben je bij de brandweer terecht gekomen?

‘Ik zag een vacature op Facebook. Mijn leidinggevende bij het werk zit ook bij het korps en vertelde me dat het vooral een veelzijdig beroep is. Naast mijn baan miste ik wat uitdaging. Het leek me wel wat om mijn steentje bij te dragen aan de maatschappij. Ik zit nu in de tweede module van de opleiding. Het is leuk, maar als ik vooraf had geweten dat er zoveel tijd in zou gaan zitten dan weet ik niet of ik het nu had gedaan. Het valt me zwaarder dan verwacht.’

Wat kun je leren van de oude garde?

‘Veel. Zij lopen al lang mee en weten hoe ze adequaat moeten denken en handelen in stressvolle situaties. Iets wat ze ons ook echt proberen mee te geven is dat we onze rugzak niet voller moeten maken dan nodig. Bij dingen die je niet per se hoeft te zien, kun je maar beter wegblijven. Dat is goed. We willen dit vak allemaal nog lang blijven uitoefenen, dan is het belangrijk dat je het ook psychisch volhoudt. Daarnaast vind ik dat we hun ervaring in de repressieve dienst moeten koesteren. Daar kun je altijd wat van leren. Tegelijkertijd krijgen wij bij de opleiding de nieuwste technieken en tactieken aangeleerd. Wellicht dat zij die van ons kunnen leren.’

In hoeverre hoop je ook de veertig jaar vol te maken?

‘Ik ben nu 31 jaar, dus veertig jaar bij de brandweer zal wel lastig worden. Maar wie weet. Wellicht is het brandweervak dan wel volledig veranderd en worden branden automatisch of met andere middelen geblust waardoor het fysiek minder belastend is. Ik hoop dat ik het zo naar mijn zin blijf hebben als nu en dat ik lang fit blijf.’

BR20170102-93793P34-40JAAR3
Sander Gulikers, het nieuwste brandweerlid van Susteren.

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering