De verkiezingen: welke politieke partij wil wat?

De verkiezingen: welke politieke partij wil wat?

E. Schat

Op welke partij kun je als brandweerman of vrouw het beste stemmen? Wie de diverse verkiezingsprogramma’s erop naslaat, wordt niet veel wijzer. Bij veel politieke partijen komt de brandweer niet in het verkiezingsprogramma voor. Om toch te achterhalen wat de plannen van de partijen voor de brandweer zijn, hebben we de elf grootste partijen die nu ook vertegenwoordigd zijn in de vaste kamercommissie van Veiligheid & Justitie vier stellingen voorgelegd. De PVV en de Partij voor de Dieren hebben ondanks herhaalde verzoeken niet op de stellingen gereageerd en zijn dus niet in dit overzicht opgenomen.

BR20170102-93799P18-VERKIEZINGEN
De invulling van de repressieve brandweerzorg is een regionale aangelegenheid.

Stelling 1: De repressieve brandweerzorg in Nederland moet gebouwd blijven op vrijwilligers, ook als dat resulteert in overschrijdingen van de wettelijk bepaalde normtijden voor uitrukken en aanrijden.

50PLUS, Henk Krol, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Het is letterlijk van levensbelang dat wettelijk bepaalde normtijden vrijwel nooit worden overschreden. Wat 50PLUS betreft moet er doorlopend worden geïnvesteerd in een goed toegerust brandweerkorps met vrijwilligers en beroeps. Zeker nu het aantal thuiswonende, kwetsbare ouderen stijgt.’

CDA, Eugène van Mierlo, kandidaat Tweede Kamerlid, #34 op de kieslijst

‘Vrijwilligers zijn ongelooflijk belangrijk. Ze vormen het fundament van de brandweer en komen uit de lokale gemeenschap. Uiteraard wil ik hiermee de beroepskrachten niet tekortdoen. Op veel plekken in Nederland kan goede brandweerzorg worden geleverd, omdat er zo’n fijnmazig netwerk aan kazernes is, met veel actieve vrijwilligers. Opkomsttijden zijn uiteraard belangrijk, maar het CDA vindt het ook belangrijk dat er aandacht is voor het voorkomen van brand. Als een brand pas laat wordt ontdekt en gemeld, moet de brandweer niet het verwijt krijgen te laat te zijn en dat daardoor het pand verloren is gegaan. De brandweer kan het late ontdekken nooit compenseren met nog sneller rijden. En ook erg belangrijk: heeft de eigenaar of bewoner voldoende aan preventie gedaan? Ik werk inmiddels vijftien jaar bij de brandweer en ken de klappen van de zweep. Eén van de belangrijkste redenen waarom het CDA mij op hun kandidatenlijst heeft geplaatst.’

ChristenUnie, Gert-Jan Segers, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Eens. Vrijwilligers zijn onmisbaar voor de veiligheid van Nederland. Een brandweer zonder vrijwilligers zou mankracht missen. De wettelijke normtijden moeten gehaald worden. Wanneer dat in de problemen komt, is de politiek aan zet om meer mankracht beschikbaar te maken. Vrijwilligers verdienen meer ruimte en waardering voor het belangrijke werk dat ze doen.’

D66, Judith Swinkels, Tweede Kamerlid

‘We moeten zuinig zijn op onze vrijwillige brandweer. Het is een onmisbare groep die zeer professioneel werk verricht. D66 wil kijken hoe we de vrijwillige brandweer zo goed mogelijk op peil kunnen houden. Wij vinden niet dat de kwaliteit hieronder mag lijden. Wettelijk bepaalde normtijden moeten behaald worden.’

GroenLinks, Liesbeth van Tongeren, Tweede Kamerlid, #6 op de kieslijst

‘Hier is GroenLinks het gedeeltelijk mee eens. Vrijwillige brandweerkorpsen hebben hun nut bewezen. De lokale verbondenheid, efficiëntie en effectiviteit zijn in belangrijke mate de verdienste van vrijwilligers. Maar snelheid bij calamiteiten blijft geboden. Het blijft zaak er op tijd bij te zijn. Als dat niet is gegarandeerd, moet worden gekeken naar alle mogelijke oplossingen om de inzetbaarheid te garanderen. Daar moet het brandweerkorps een zware stem in hebben. Mogelijke oplossingen zijn stevig inzetten op preventie, de risico-industrie zoals chemische bedrijven verplichten om te voorzien in een effectieve bedrijfsbrandweer en het aanpassen van onveilige wegen samen met de wegbeheerders.’

Partij van de Arbeid, Harm Brouwer, Tweede Kamerlid, #31 op de kieslijst

‘De wettelijke normtijden dienen als maatstaf gehanteerd te worden. Dat hoeft niet tegenstrijdig te zijn met een brandweerzorg die op vrijwilligers is gebouwd, zo blijft de brandweerzorg betaalbaar. Vrijwilligers zijn onmisbaar. De normtijden zijn niet in beton gegoten. De regio mag ervan afwijken als dat vanwege de specifieke regionale infrastructuur of het risicoprofiel nodig is. Binnen die marges is een op vrijwilligers gebaseerde brandweerzorg mogelijk.’

SGP, Kees van der Staaij, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Vrijwilligers zijn erg betrokken bij de lokale samenleving en willen zich graag inzetten voor hun dorp of stad. De SGP vindt het niet terecht om vrijwilligers tegenover het halen van de wettelijke normtijden te zetten. Als er te weinig vrijwilligers zijn, is het zaak nieuwe vrijwilligers te zoeken en ook jongeren te interesseren voor de brandweer. Als brandweervrijwilligers niet in de regio werken, dan zijn er wellicht anderen die daar juist wel werken. Kortom: de SGP is voor een professionele brandweer, door vrijwilligers of door beroeps. De kwaliteit moet behouden blijven.’

SP, Ronald van Raak, Tweede Kamerlid, #4 op de kieslijst

‘Het overschrijden van de wettelijke normtijden voor uitrukken en aanrijden zou volgens de SP niet nodig moeten zijn. Het sluiten van posten en bezuinigingen op de brandweerzorg zijn een grote oorzaak. Vrijwilligers zijn onmisbaar om de brandweerzorg op peil te houden. De overheid heeft volgens de SP een belangrijke rol om ervoor te zorgen dat de vrijwilligers zo goed mogelijk hun werk kunnen doen. De SP wil stoppen met de uitholling van de brandweer en dat geen brandweerposten meer worden gesloten als dit ten koste gaat van de kwaliteit van de brandweerzorg.’

VVD, Ockje Tellegen, Tweede Kamerlid, #21 op de kieslijst

‘De brandweer is onmisbaar voor de veiligheid van ons land. De brandweer bestaat voor het grootste deel uit vrijwilligers. Mannen en vrouwen die zich naast hun normale baan inzetten voor de brandveiligheid in hun dorp of stad. Zij helpen ons letterlijk uit de brand en beschikken net als de beroepsbrandweer over veel kennis en inzet. De vrijwillige brandweer bestaat uit mensen die liefde hebben voor het vak. Zonder hen kan de brandweer niet functioneren. Het is zaak dat de veiligheidsregio’s bij de keuzes die ze maken, meer rekening houden met de vrijwilligers.’

Stelling 2: Het is geen probleem dat de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) er niet voor heeft gezorgd dat hulpverlening op uniforme wijze is georganiseerd.

50PLUS, Henk Krol, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘50PLUS vindt het belangrijk dat voor behoeften die voor iedereen gelden, uniforme afspraken bestaan. Natuurlijk verschilt de brandweerzorg in de stad en op het platteland. Maar de overheid moet duidelijke kaders stellen en zorgen dat de randvoorwaarden gelijk en op orde zijn.’

CDA, Eugène van Mierlo, kandidaat Tweede Kamerlid, #34 op de kieslijst

‘De Wvr geeft kaders aan en is geen blauwdruk voor de opbouw van elke individuele veiligheidsregio. Er is in het land veel uniform georganiseerd, juist omdat risico’s waar verschillende regio’s mee te maken hebben grotendeels gelijk zijn. Maar het totale risicoprofiel is niet in elke regio gelijk, dat veroorzaakt dat er toch verschillen zijn tussen regio’s. Dat is niet erg. Het CDA vindt het belangrijk dat de kwalificatiestandaarden gelijk zijn. Iedere brandweerman of -vrouw moet in elke regio de taken kunnen uitvoeren waarvoor hij is opgeleid en getraind.’

ChristenUnie, Gert-Jan Segers, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Oneens. De Wvr leidt ook tot problemen, bijvoorbeeld bij de opkomsttijden. Regio’s kunnen de normen zelf interpreteren, in sommige regio’s leidt dit ertoe dat opkomsttijden worden opgerekt om kazernes te sluiten. De ChristenUnie is hier geen voorstander van. De opkomsttijden moeten zoveel mogelijk gehaald worden, of je nu in de stad of in de polder woont. Daarom is een nationaal dekkingsplan een beter idee, daarmee kunnen we kazernes open houden en dunbevolkte gebieden voldoende veiligheid blijven bieden. Natuurlijk moet de brandweer in zo’n dekkingsplan zelf kunnen bepalen welke locaties extra risicovol zijn.’

D66, Judith Swinkels, Tweede Kamerlid

‘Veiligheidsbeleid is bij uitstek een lokale aangelegenheid. De aanleiding om tot veiligheidsregio’s te komen was dat gemeenten te klein zijn om zich goed voor te bereiden op allerlei typen rampen en crises. Schaalvergroting was nodig. Door het centraliseren naar nationaal niveau verlies je de ruimte om lokaal maatwerk te leveren. Dat de hulpverlening dus niet geheel uniform is, is een logisch gevolg. Veiligheidsbeleid blijft een lokale aangelegenheid, dus de aanpak daarvan ook. Maatwerk binnen de wet is noodzakelijk.’

GroenLinks, Liesbeth van Tongeren, Tweede Kamerlid, #6 op de kieslijst

‘Veiligheidszorg is geen vast stramien, maar vergt maatwerk. Dat betekent het herkennen van veiligheidsrisico’s. Deze verschillen voor elke regio. Brandweerkorpsen beschikken over de expertise om daarop in te spelen.’

Partij van de Arbeid, Harm Brouwer, Tweede Kamerlid, #31 op de kieslijst

‘Nee, dat is geen probleem. Voor de inrichting van de repressieve brandweerzorg zijn de veiligheidsregio’s zelf verantwoordelijk. De regio kan zich richten op de wensen van de gemeenschap en zelf financiële en beleidsmatige prioriteiten stellen. Dat hoeft geen probleem op te leveren zolang de korpsen onderling goed kunnen communiceren zodat zij elkaar makkelijk kunnen helpen.’

SGP, Kees van der Staaij, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘De SGP vindt het belangrijk dat er sprake is van goede samenwerking en afstemming binnen de veiligheidsregio. Of dat precies op dezelfde manier moet, is van minder belang. Elke regio heeft zijn eigen kenmerken en samenwerkingsvormen. Als dat goed werkt en het werk kwalitatief goed gebeurt, dan is het doel bereikt.’

SP, Ronald van Raak, Tweede Kamerlid, #4 op de kieslijst

‘De SP ziet grote onderlinge verschillen tussen regio’s en hoe zij met de brandweerzorg omgaan. Hoewel er wettelijke normen zijn, bijvoorbeeld als het gaat om voertuigbezetting, zien we dat sommige regio’s dit ondermijnen door op variabele voertuigbezetting over te gaan. De SP vindt dit gevaarlijk, voor het brandweerpersoneel en de inwoners. Het is voor gemeenteraadsleden en de Tweede Kamer nu te moeilijk om voldoende democratische controle uit te oefenen. De SP wil stoppen met minder mensen op de brandweerwagens en we starten een campagne om meer vrijwilligers te werven.’

VVD, Ockje Tellegen, Tweede Kamerlid, #21 op de kieslijst

‘De Wvr heeft als doel om de kwaliteit en de effectiviteit van de rampenbestrijding in Nederland te optimaliseren. Geen enkele veiligheidsregio is hetzelfde en dus moet er binnen het landelijk gegeven kader ruimte zijn voor maatwerk.’

Stelling 3: De invulling van de repressieve brandweerzorg is een regionale (uitvoerings)aangelegenheid en geen landelijk politieke kwestie. Variatie op regionaal en lokaal niveau is dus mogelijk.

50PLUS, Henk Krol, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Brandweerzorg in dichtbevolkt en dunbevolkt gebied verschilt van elkaar. Dat moet per regio adequaat worden ingevuld. Daarbij moet de landelijke overheid zorgen voor voldoende middelen, voor wet- en regelgeving en andere noodzakelijke randvoorwaarden. 50PLUS zal hier vanuit de Tweede Kamer op blijven toezien.’

CDA, Eugène van Mierlo, kandidaat Tweede Kamerlid, #34 op de kieslijst

‘Variatie moet mogelijk zijn, maar wel binnen heldere landelijke kaders waar de regio’s zich aan dienen te houden. Binnen die kaders hebben ze ruimte voor maatwerk bij de uitvoering. Bijvoorbeeld welk voertuig en hoeveel brandweerpersoneel er naar kleine incidenten kunnen worden gestuurd, zoals een containerbrand of een kat in de boom. Maar de kwaliteit van de brandweerzorg en de veiligheid van het personeel moeten altijd gegarandeerd zijn.’

ChristenUnie, Gert-Jan Segers, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Oneens. De landelijke politiek moet zorgen voor voldoende manschappen en materieel, zodat de brandweer het werk goed kan uitvoeren. Daarom stemde de ChristenUnie in de Tweede Kamer tegen het terugbrengen van de standaardbezetting van zes naar vier man. Voor ons blijft veiligheid voorop staan, daarvoor moet voldoende personeel en materieel beschikbaar zijn.’

D66, Judith Swinkels, Tweede Kamerlid

‘Variatie moet mogelijk zijn, maar dan moet er vanuit het Rijk wel de ruimte zijn om die variatie mogelijk te maken. Op landelijk niveau de invulling bepalen is niet wenselijk, maar je zult wel richtlijnen moeten hebben waar de brandweer zich aan moet houden. Op lokaal niveau moeten keuzes gemaakt kunnen worden hoe op welk incident wordt gereageerd. Oftewel: met hoeveel mensen uitrukken per voertuig en met welk type voertuig. Het is aan de politiek om ervoor te zorgen dat voldoende maatwerk geleverd kan worden. Invulling mag lokaal en variatie is mogelijk.’

GroenLinks, Liesbeth van Tongeren, Tweede Kamerlid, #6 op de kieslijst

‘Eens. Brandweerlieden zijn professionals en beschikken over de expertise om maatwerk te leveren. We vinden daarbij de mogelijkheden om op te schalen wanneer dat nodig is, wel van belang. GroenLinks vindt dat adequate brandweerzorg onder alle omstandigheden verzekerd moet zijn.’

Partij van de Arbeid, Harm Brouwer, Tweede Kamerlid, #31 op de kieslijst

‘Ja, daar ben ik het mee eens. De landelijke regels dienen als kader waarbinnen regionale variatie mogelijk is en moet blijven. Naast de lokale democratische controle, houdt de Inspectie voor Veiligheid en Justitie toezicht op de veiligheid in de regio.’

SGP, Kees van der Staaij, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘De brandweer hoeft niet overal op precies dezelfde manier te functioneren. De hoofdregels moeten op landelijk niveau worden vastgesteld, de precieze invulling lokaal. Wij vinden het van belang dat de veiligheid van de medewerkers is gewaarborgd. Als dat met minder mensen kan en er binnen de wettelijke tijden voldoende mensen op locatie beschikbaar zijn, dan hoeft de kwaliteit van het werk en de veiligheid er niet onder te lijden.’

SP, Ronald van Raak, Tweede Kamerlid, #4 op de kieslijst

‘Bepaalde regionale variatie zou mogelijk moeten zijn. De ene regio heeft immers andere behoeften dan de andere. Maar er zijn minimale veiligheidsnormen die gehandhaafd moeten worden. De SP ziet dat dit niet altijd goed is gewaarborgd. De zeggenschap over deze besluiten moet beter en democratischer. Bij een maatgevend incident zou altijd uitgerukt moeten worden met zes mensen in een TS, maar we zien experimenten waar met minder mensen en kleinere voertuigen wordt gewerkt.’

VVD, Ockje Tellegen, Tweede Kamerlid, #21 op de kieslijst

‘Het is goed om landelijk afspraken te maken en standaarden op te stellen over de voorwaarden waaraan de basisbrandweerzorg moet voldoen. In sommige veiligheidsregio’s is echter behoefte aan maatwerk. Dat moet mogelijk zijn, mits er aan de basisvoorwaarden is voldaan. Ook hier geldt: maatwerk, variatie binnen de kaders moet mogelijk zijn.’

Stelling 4: De toename van thuiswonende ouderen moet leiden tot aanvullende, wettelijk verplichte eisen op het gebied van brandveiligheid, zoals woningsprinklers.

50PLUS, Henk Krol, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Hier is 50PLUS het mee eens. Wij hebben gepleit voor verplichte rookmelders in alle woningen en verzocht om een aanpassing van het Bouwbesluit voor seniorencomplexen en/of zorgwoningen. Bewoners van deze gebouwen voldoen niet meer aan de uitgangspunten van het reguliere Bouwbesluit, bijvoorbeeld wat betreft mobiliteit. Zij kunnen zich niet snel genoeg in veiligheid brengen als brand uitbreekt. Op dit punt valt een wereld te winnen.’

CDA, Eugène van Mierlo, kandidaat Tweede Kamerlid, #34 op de kieslijst

‘Thuiswonende ouderen zijn een kwetsbare doelgroep. Het CDA ziet dat ook terug in de cijfers van fatale woningbranden. Dat is zorgelijk. Er moet goed gekeken worden welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan meer brandveiligheid. Woningsprinklers zijn een mooie technologische en innovatieve oplossing. Maar of enkel het verplichten van zo’n installatie dé oplossing is, is nog niet duidelijk. Het CDA wil in ieder geval dat de brandveiligheid in heel Nederland aan de orde komt bij de keukentafelgesprekken over de WMO. Daar wordt de zorgvraag bepaald. Daar moet worden gekeken of bijvoorbeeld een doof iemand meer aan een trilkussen heeft. En of er voor die meneer of mevrouw een koppeling van de rookmelders moet komen naar de buren of de mantelzorger. Of dat een (mobiele) woningsprinkler uitkomst biedt.’

ChristenUnie, Gert-Jan Segers, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘Neutraal. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Onderdeel daarvan is dat woningen zo veilig mogelijk zijn en ouderen goed worden voorgelicht. Als blijkt dat hier meer maatregelen voor nodig zijn, wil de ChristenUnie dit overwegen.’

D66, Judith Swinkels, Tweede Kamerlid

‘Veiligheidseisen moeten op nieuwe ontwikkelingen worden aangepast. Verplichte brandmelders kunnen een oplossing zijn, net als woningsprinklers, maar niet altijd zal dit voor iemand die niet zelfredzaam is tot meer veiligheid leiden. Denk aan het verwisselen van de batterij of iemand die geholpen moet worden om de woning uit te komen. D66 wil ook inzetten op een beter brandveiligheidsbewustzijn bij mensen, zodat aanvullende voorzieningen getroffen worden om te kunnen anticiperen op onveilige situaties. Dit kan bijvoorbeeld in overleg met woningbouwcorporaties.’

GroenLinks, Liesbeth van Tongeren, Tweede Kamerlid, #6 op de kieslijst

‘Voorkomen is beter dan genezen. Zeker in het geval van mensen die zichzelf bij calamiteiten onvoldoende kunnen redden, moet steviger worden ingezet op preventieve maatregelen. Sowieso moet iedereen functionerende brandmelders in huis installeren.’

Partij van de Arbeid, Harm Brouwer, Tweede Kamerlid, #31 op de kieslijst

‘Het is bekend dat ouderen meer risico lopen. Dat moeten we zien te voorkomen, maar dat betekent niet dat er nieuwe wettelijke eisen nodig zijn. Woningsprinklers zijn duur en in bestaande woningen niet altijd eenvoudig aan te leggen. Daarmee zouden we ouderen op hoge kosten jagen. Het kan eenvoudiger. Wij zien vooralsnog meer in preventie en advies. Bijvoorbeeld door meer preventiemedewerkers in te zetten. Met bewustwording en het stimuleren om zelf relatief simpele maatregelen te nemen, bijvoorbeeld met (geschakelde) rookmelders, is veel winst te halen.’

SGP, Kees van der Staaij, fractievoorzitter Tweede Kamer

‘De SGP vindt het belangrijk dat ouderen veilig thuis kunnen wonen. Het is belangrijk dat hier bij nieuwbouw rekening mee wordt gehouden. Rekening houden met de veiligheid van ouderen moet worden gestimuleerd, na onderzoek wat het beste is voor de brandveiligheid, zonder dat hier extreem kosten tegenover staan.’

SP, Ronald van Raak, Tweede Kamerlid, #4 op de kieslijst

‘De SP ziet dat er gevaren ontstaan wanneer ouderen langer thuis blijven wonen, maar niet snel en fit genoeg zijn om bij een incident hun huis op tijd te kunnen verlaten. Brandmelders, sprinklers en goede voorlichting zijn belangrijk. De SP is een voorstander van betere wettelijke eisen voor het veilig maken van woningen. Dat leidt ook tot een extra belasting bij de brandweer, terwijl de brandweer steeds minder capaciteit en middelen heeft om dit te doen. Dat moet anders.’

VVD, Ockje Tellegen, Tweede Kamerlid, #21 op de kieslijst

‘Brandveiligheid in huis is belangrijk. De voorlichtingscampagnes van onder andere Brandweer Nederland hebben hierin een belangrijke rol. Het wettelijk verplicht stellen van woningsprinklers in privé woningen vindt de VVD te ver gaan. Maar het is een dilemma met als hoofdvraag wie er in zijn of haar eigen woning verantwoordelijk is voor de brandveiligheid.’

BR20170102-93799P18-VERKIEZINGEN2
De toename van thuiswonende ouderen moet leiden tot aanvullende, wettelijk verplichte eisen op het gebied van brandveiligheid, zoals woningsprinklers.

Ellen Schat

Andere artikelen in deze aflevering