‘Met vier man in de TS terug naar de kazerne, een vreselijk moment’

‘Met vier man in de TS terug naar de kazerne, een vreselijk moment’

J. Visser

De inzet bij een zeer grote brand in een bedrijfsverzamelgebouw in juni vorig jaar vergeet eerste bevelvoerder Ruben van der Lans nooit. Tijdens de inzet aan de Ringersstraat in Schiedam doet zich onverwacht een enorme rookgasexplosie voor. Twee manschappen uit zijn team raken gewond door de muren die uit het gebouw worden geblazen. ‘Het moment dat twee collega’s met de ambulance moeten worden afgevoerd en je met vier man terug moet naar de kazerne is een erg slecht moment. Dat voelt vreselijk.’

BR20170102-93802P30-VIERMAN
Bevelvoerder Ruben van der Lans en de twee gewonde manschappen voor de explosie.

Van der Lans wordt in de nacht van 18 op 19 juni gealarmeerd voor een buitenbrand tegen een gevel van een bedrijf. Ter plaatse ziet hij dat de roldeur van de loods van het bedrijf open is en binnen brand woedt. Hij schaalt op naar grote brand en zet in op een stoplijn tussen de loods en de kantoren. ‘In de loods brandde het volop. Buiten lag nog wat materiaal bij de gevel te branden. Tijdens de verkenning zag ik dat uit de twee naastgelegen loodsen ook rook kwam. Deze loodsen beschouwde ik als verloren. Op basis van afbeeldingen op Google Maps, schatte ik in dat er tussen de loodsen en de kantoren een brandwerende scheiding zat. Het leken van bovenaf twee aparte bouwdelen.’ De Officier van Dienst (OvD) schaalt op naar zeer grote brand en de inzet van alle eenheden is gericht op het voorkomen van verdere branduitbreiding, een defensieve buiteninzet. ‘Tot zover was het een inzet zoals we die vaker hadden. We lieten de loodsen gecontroleerd afbranden. Er was helemaal niets aan de hand. Het was alles behalve een spannende inzet.’

Explosie

Na ongeveer een uur ziet de hoogwerker die is ingezet op de stoplijn naar de aangrenzende loods, dat de brand toch doorslaat. Hij draait zijn korf weg van de brand. Van der Lans zit op dat moment met twee collega’s van het Team Brandonderzoek (TBO) voor een naastgelegen gebouw. ‘De inzet liep, dus ik deelde met hen alvast de informatie die ik had. Ineens hoorden we een gigantische klap. Samen met een collega van het TBO kon ik nog net wegduiken voor het rondvliegende puin en de glasscherven. Ik schrok enorm. Tegelijkertijd ga je automatisch handelen. Wat heb ik gemist? Die vraag schoot als eerste door mijn hoofd. Direct erna heb ik iedereen bij elkaar geroepen. Gelukkig waren we er allemaal, maar ik zag dat twee collega’s gewond waren. De een had een deel van een muur tegen zijn voet gekregen, de ander tegen zijn kuit. Hij had verschrikkelijk veel pijn.’ Van der Lans roept de OvD en HovD op en er worden twee ambulances gealarmeerd. ‘De OvD stond buiten bij het trappenhuis naast het gebouwdeel met de kantoren. De manschappen van de tweede TS waren ten tijde van de explosie binnen voor een snelle verkenning in het aangrenzende kantoorgedeelte. Door de drukgolf zijn zij omgevallen, maar ze kwamen gelukkig ongedeerd naar buiten. Daarna is de OvD bij ons gekomen. Ik heb direct aangegeven dat wij ertussenuit wilden.’ In overleg met de HovD wordt de bemanning van de eerste TS vervangen en wordt besloten dat een andere OvD naar het ziekenhuis rijdt om de gewonde brandweerlieden op te vangen. Zodra de ambulances ter plaatse zijn worden ze afgevoerd. Van der Lans: ‘Dat is zo’n slecht moment. Je ziet dat je jongens de ambulance ingaan en moet met vier man terug naar de kazerne. We wisten niets van de aard van de verwondingen.’

Op de kazerne wordt de ploeg opgevangen door een andere OvD. Daar rijst de vraag wie de naasten zijn van de gewonde brandweerlieden. ‘De beide gewonden kwamen niet uit onze ploeg. Een van hen had geruild en kwam uit een andere ploeg van onze kazerne. De andere was een invaller uit Spijkenisse. Wij wisten weinig van hen. Waar wonen ze? Hebben ze een gezin? We hebben hun telefoon gepakt, maar kregen deze niet van de vergrendeling af. Hoe kom je dan snel achter iemand zijn persoonsgegevens? Daarna zijn we naar het ziekenhuis gegaan.’ Daar aangekomen blijkt een van de twee gewonde brandweerlieden al onderweg terug naar de kazerne. Hij had een gekneusde voet. De andere collega is vanuit de ambulance direct naar de operatiekamer gebracht. Daar waren ze nog met hem bezig. Hij had een blast trauma. Door de klap van de muur tegen zijn kuit waren de spieren zo opgezwollen dat de bloedtoevoer was afgekneld. Het is zijn redding geweest dat de artsen zo snel hebben gehandeld. Als ze dat niet hadden gedaan, was hij zijn onderbeen kwijt geweest. In het ziekenhuis konden wij niets meer doen, dus zijn we teruggegaan naar de kazerne voor een gesprek met het Team Collegiale Opvang (TCO).’

Beelden

Een dag later bekijkt Van der Lans beelden van het incident op internet. ‘Pas toen realiseerde ik dat we allemaal gruwelijk veel geluk hadden gehad. In een soort trance heb ik de beelden bekeken en alles op me in laten werken. De brandweerman in de hoogwerker heeft op tijd zijn korf weggedraaid, anders had hij midden in een vuurbal gezeten. Ik zat met de twee TBO’ers op een goede afstand en de manschappen hebben geluk gehad dat niets hun hoofd heeft geraakt. Langzaam kwam het besef dat het allemaal veel erger had kunnen aflopen. De explosie heeft met een geweldige kracht alle muren en ramen uit het kantoorgebouw geblazen en het dak er volledig afgetild. De ramen waren van een soort veiligheidsglas. Die zijn er in hun geheel uitgesprongen. Een enorme vuurbal schoot de lucht in. Ter plaatse heb ik die niet eens gezien.’

In de dienst na het incident heeft de ploeg opnieuw een gesprek met TCO. ‘We zijn toen ook teruggeweest naar de plek waar het is gebeurd. Je merkt dat je het dan herbeleeft, een vreemde gewaarwording. Bij de kantoren kon je zo naar binnen kijken, alles stond nog op z’n plek. Het pand leek ook kleiner dan toen we er met de brand waren.’ Tijdens de verschillende nabesprekingen en uit het brandonderzoek blijkt dat er een brandwerende scheiding zat tussen de loodsen en het kantoorgedeelte. Dampen en rookgassen afkomstig van de materialen in het dak hebben zich kunnen verspreiden door de cannelures in de dakconstructie. De hitte heeft zich kunnen verspreiden door de cannelures in het dak. ‘Die liepen door, over de brandwerende scheiding heen’, vertelt Van der Lans. ‘Achteraf blijkt dat de manschappen eerder in het incident wat lichte witte rook op de eerste etage hebben gezien, maar dat is ook weer weggetrokken. Echte signalen dat een damp- of rookgasexplosie zich voor zou doen, hadden we niet.’

BR20170102-93802P30-VIERMAN2
De explosie heeft alle ramen en muren uit het pand geblazen.

Arbeidsinspectie

Na het ongeval vraagt Van der Lans zich meerdere keren af of hij signalen heeft gemist en of hij de inzet goed heeft gedaan. ‘De Arbeidsinspectie heeft onderzocht of we alle regels hebben nageleefd. Voor mezelf wist ik dat ik goed had gehandeld, ik had geen grote blunders gemaakt. Mijn manschappen stonden op een afstand tot de gevel van anderhalf keer de hoogte van het gebouw. Toch spookt de twijfel weleens door je hoofd. De Arbeidsinspectie gaat grondig te werk en dat is op sommige momenten best confronterend. Toen de brief kwam met de conclusie dat we goed hadden gehandeld, was dat zeker een geruststelling.’

Revalidatie

In de week na het ongeval heeft Van der Lans regelmatig contact met zijn gewonde collega’s. ‘Degene in het ziekenhuis voelde zich naar omstandigheden goed en mocht na een week alweer naar huis. Daar ben ik bij hem op bezoek geweest. Hij was voor het ongeval ook een fanatiek sporter en heeft ontzettend hard geoefend. Dat heeft geholpen. De artsen hadden gezegd dat hij zeker een half jaar bezig zou zijn met revalideren, maar na een paar maanden was hij alweer op het werk. Hij heeft nog veel last van zijn been. Duiken mag hij niet meer, maar hij gaat wel weer mee op de uitruk.’

Brandstichting

De brand bij de loods aan de Ringersstraat in Schiedam blijkt aangestoken te zijn. Bij het begin van de inzet heeft Van der Lans de brandsporen gezien en zijn foto’s gemaakt. Op basis van die beelden en DNA-sporen heeft de politie de dader aan kunnen houden. ‘Hij had brandwonden aan zijn handen. Wrok koester ik niet. Ik denk dat hij niet geweten heeft dat brand in een loods zich zo snel uit kan breiden. Ik ben wel blij dat ze hem hebben gepakt. Voor brand met gewonden staat een gevangenisstraf van twaalf jaar. Het is gebeurd en het was ontzettend klote. Het voordeel van onze post is wel dat het een drukke post is. De volgende dienst ben je weer druk bezig met allerlei inzetten. Dat is ook goed om het een plek te geven. Dit incident was een super slechte ervaring. Dit hoop ik nooit weer mee te maken.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering