Les- en leerstof in beeld en competitieverband: leuk en leerzaam

Les- en leerstof in beeld en competitieverband: leuk en leerzaam

J. Haven

Activerende werkvormen zijn populair. Dat blijkt uit het aantal inzendingen die de redactie kreeg na de oproep in het decembernummer vorig jaar en het artikel in het januari/februarinummer. In diverse regio’s wordt er volop gebruik van gemaakt. We lichten er nog een aantal uit.

Kwadrantenmodel kaartjes

BR20170102-93814P27-LEERSTOF

Benodigdheden: PowerPoint presentatie, kaartjes van het kwadrantenmodel.

Groepsgrootte: maximaal twaalf personen.

Tijdsduur: naar wens in te vullen.

Veiligheidsregio Utrecht brengt op een actieve, speelse maar ook leerzame manier het kwadrantenmodel en het kenmerkenschema onder de aandacht. Instructeur Veilig Repressief Optreden Sjaak Haasnoot heeft dit samen met zijn collega Roel de Graaf ontwikkeld. Deze werkvorm is individueel, maar kan ook in groepsverband worden gebruikt. ‘We maken gebruik van een PowerPoint presentatie. De eerste dia is het uitrukbericht op de pager. Op basis daarvan vragen we de cursisten wat ze al kunnen benoemen. Dan horen we informatie over de gebouw-, omgevings- en menskenmerken.’

Dan vragen de instructeurs de cursisten een inschatting te maken welk kwadrant ze gebruiken bij de inzet. ‘Iedereen heeft vier kaartjes en legt de kaart voor zich op tafel. Iedere kaart heeft een kleur, zodat in één oogopslag goed te zien is wie welk kwadrant heeft gekozen. Dan gaan we met elkaar in discussie en proberen ze elkaar te overtuigen waarom ze denken dat dat kwadrant het best is’, vervolgt Haasnoot.

De volgende dia is een foto van de situatie bij aankomst. De cursisten mogen van kaart wisselen en dus een ander kwadrant kiezen. Dit zorgt er volgens de instructeur voor dat mensen alert blijven, nadenken over de keuze en actief met elkaar aan de gang zijn. Tijdens de les worden uiteenlopende incidenten behandeld. Van een woningbrand tot een gebouwbrand, een flatbrand en een brand in een loods.

RSTV Bord

BR20170102-93814P27-LEERSTOF2

Benodigdheden: PowerPoint presentatie, flipover of whiteboard en kaartjes.

Groepsgrootte: maximaal twaalf personen.

Tijdsduur: naar wens in te vullen.

Naast de kwadrantenmodel kaartjes maken ze in Veiligheidsregio Utrecht ook gebruik van het RSTV Bord. Dit werkt volgens Haasnoot in principe hetzelfde. ‘Op een flipover of whiteboard staat de RSTV driehoek. Op het scherm worden beelden of foto’s getoond van een brand. We vragen de cursisten, in een groep of zelfstandig, wat ze zien als ze het RSTV model gaan toepassen. Voor R(ook), de S(troming) en de T(emperatuur) zijn er vier kaartjes met een omschrijving van een mogelijke indicatie. Bijvoorbeeld: staat er een deur open naar de brand. Dan heb je te maken met toetreding van zuurstof tot de brand en pak je het kaartje opening gebouw en leg je deze op de S van stroming. Zo gaan we alle letters van RSTV af en kijken we of we alle kaartjes kunnen plaatsen op het bord. De reacties zijn enthousiast. Het activeert en motiveert mensen. Iedereen heeft een rol en moet dus meedoen.’

Na wat komt wat?

BR20170102-93814P27-LEERSTOF3

Benodigdheden: kartonnen of geplastificeerde kaartjes.

Groepsgrootte: acht tot twaalf personen.

Tijdsduur: afhankelijk van hoeveel onderwerpen je bespreekt. Per onderwerp vijf tot tien minuten.

Na wat komt wat is een van de activerende werkvormen uit het document Never stop learning van Ad Rood, kwaliteitsbewaker Instructeurs van veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Hij houdt zich binnen de afdeling Vakbekwaamheid bezig met de kwaliteit van lesgeven in de regio.

De activerende werkvorm Na wat komt wat kan goed bij een beginnersklas worden gebruikt, maar kan ook worden toegepast bij gevorderde brandweerlieden, afhankelijk van het onderwerp. De werkvorm kan worden ingezet bij de introductie van een nieuw onderwerp of voor het toetsen van een behandeld onderwerp. De deelnemers krijgen een set kaarten over een onderwerp. Een procedure of een handelingsvolgorde bijvoorbeeld. Dit kan het aanrijden zijn naar een incident. Dan volgt een aantal stappen die je doorloopt. De cursisten moeten de kaarten op de juiste volgorde leggen.

De Quiz

Benodigdheden: quizmaster jasje, een prijs, veel meerkeuzevragen en een prijs.

Groepsgrootte: ongeveer twaalf personen.

Tijdsduur: dertig minuten.

‘Als een ware quizmaster in felgekleurd jasje staat de instructeur voor de klas’, vertelt Rood. De Quiz is een van de tachtig activerende werkvormen uit het document Never stop learning. Hollandse spellen zoals Hints, Rad van Fortuin, Domino, Wie of wat ben ik? vertaalde hij tot een vakinhoudelijke brandweerles. Een van de werkvormen die daarin aan bod komt is de quiz. Zelf vindt hij dit een van de meest interessante werkvormen.

De groep wordt in vier teams verdeeld. Ieder team geeft zichzelf een naam. In een PowerPoint presentatie staan diverse meerkeuzevragen. Als de tijd is verstreken, steken ze tegelijk de bordjes met daarop A, B of C in de lucht. Per goed antwoord ontvangen de teams een punt. Er wordt volgens Rood altijd fanatiek gestreden. ‘De cursisten kunnen ook iets winnen. Een fles wijn bijvoorbeeld. Er een prijs aan verbinden, doet het altijd goed.’ De quiz biedt ruimte om de antwoorden te bespreken en met elkaar in discussie te gaan. ‘Aan de instructeur is het de taak om de discussie op gang te helpen, waarom een team voor dat antwoord heeft gekozen en dus niet alleen door de vragen heen te lopen’, benadrukt Rood. ‘In korte tijd kun je veel stof op informele en actieve manier behandelen. Het kan dienen als opwarmer in aanloop naar het examen of tussendoor om te kijken waar de cursisten staan. De reacties zijn altijd enthousiast. We horen vaak dat cursisten uitkijken naar de quiz en dan nog maar eens de boeken induiken. Dan heb je je doel als instructeur gehaald.’

Memory

Benodigdheden: Veertig tot vijftig kartonnen of geplastificeerde kaartjes.

groepsgrootte: acht tot twaalf personen.

Tijdsduur: vijftien minuten.

De naam van het spel zegt het al, de deelnemers moeten twee gelijke kaartjes bij elkaar zoeken. Rood: ‘De kaartjes kunnen bestaan uit twee gelijke foto’s, twee gelijke teksten, maar ook kan op het ene kaartje een symbool of voorwerp zijn afgebeeld en op het bijbehorende kaartje een omschrijving van het symbool. Of een foto van een hogedruk straalpijp die hoort bij een foto van een hogedruk slang. Gevaar etiketten en hun benaming lenen zich ook goed voor memory. Daarmee maak je het spel interessanter en leerzamer.’

Domino

Benodigdheden: veertig tot vijftig kartonnen of geplastificeerde rechthoekige kaartjes.

groepsgrootte: acht tot twaalf personen.

Tijdsduur: vijftien minuten.

Op de linker en rechterkant van het kaartje staan twee verschillende afbeeldingen, symbolen, een vraag /antwoord, een handeling etc. Net zoals bij Memory. ‘Door de juiste kaartjes naast elkaar neer te leggen maak je eenvoudig het domino spel na. Zoals voor veel spellen en werkvormen geldt, geldt ook hier dat je de cursisten uit moet dagen om zelf met ideeën te komen’, aldus Rood.

Vet Fout

Benodigdheden: lijst met meerkeuzevragen, vier antwoord- opties.

Groepsgrootte: acht tot twaalf personen, verdeeld over twee teams.

Tijdsduur: dertig minuten.

‘Bij dit spel gaat het erom dat de cursisten niet het goede, maar juist het foute antwoord geven’, vertelt Rood. De groep wordt in twee teams verdeeld. Team één kiest het in hun ogen meest onwaarschijnlijke antwoord. Als dat goed is, krijgen ze een punt. Team twee maakt vervolgens een keuze uit de drie overgebleven antwoorden en kiest ook het meest onwaarschijnlijke. Als ze dat ook goed hebben gedaan, krijgen ook zij een punt. Team één kiest vervolgens uit de overgebleven twee antwoorden wederom het meest onwaarschijnlijke van deze twee overige antwoorden. Dit levert ook weer een punt op als ze het verkeerde antwoord geven. Wie het goede antwoord noemt, verliest een punt. Volgens Rood staat de waaromvraag hier centraal. ‘Waarom denken de cursisten dat dat het foute antwoord is? Dat geeft een andere kijk op het beantwoorden van vragen. Je moet bovendien uitleggen waarom het fout is en dat valt niet altijd mee.’

Zeeslag in het echt

Benodigdheden: twee tafels, twee vlaggen, touwen en het spel op papier uitgetekend.

Groepsgrootte: zes personen, verdeeld over twee teams.

Tijdsduur: circa dertig minuten. Ook afhankelijk van hoe snel een team het andere verovert.

De film Michiel de Ruyter inspireerde Krijn Morfovasilis, instructeur voor de Off Shore bij Falck Safety Services, om het spel zeeslag in het echt uit voeren tijdens een les over het leggen van knopen. Om te overleven op zee moesten Michiel de Ruyter en zijn bemanning goed kunnen knopen. ‘Ook bij de brandweer heb ik in het verleden vaak te maken gehad met het leggen van knopen’, vertelt de brandweerman. ‘Dat valt nog niet mee. In spelvorm en onder tijdsdruk is dat natuurlijk veel leuker. Ik zet het lokaal letterlijk op zijn kop. Alle stoelen en tafels worden aan de kant gezet. Je hebt slechts twee tafels nodig die met het tafelblad tegen over elkaar worden gezet.’ Om er echt een spel van te maken heeft Morfovasilis een Nederlandse en Engelse vlag aan de tafel bevestigd. Zo wordt het een heuse competitiestrijd. Er worden twee teams gevormd van in totaal zes mensen. Morfovasilis: ‘Iedereen had de taak om de genoemde knoop op een van de tafelpoten uit te voeren.’ Het doel is te toetsen of de leerdoelen zijn gehaald die aan het begin van de les zijn genoemd. De cursisten moesten tijdens het spel en aan de hand van de opdrachten van de instructeur op commando diverse knopen leggen die in de les waren aangeleerd. De combinatie tussen het spel zeeslag en het leggen van de knopen is bij iedereen goed en positief ontvangen.

Rad van Fortuin

BR20170102-93814P27-LEERSTOF4

Benodigdheden: ronddraaiend rad, vragen.

Groepsgrootte: acht tot twaalf personen.

Tijdsduur: zestig minuten.

Maak een ronddraaiend bord met verschillende kleuren met een pijl. De kleuren staan voor: een brandvraag, een OGS-vraag, een HV-vraag, een waterongevallenvraag, een algemene vraag en een bonusvraag. Maak kaartjes per kleur en zet daar een vraag en het antwoord van die bepaalde categorie uit de les- en leerstof op. De kaartjes liggen blind op tafel. Als je met teams werkt, draait de instructeur aan het rad en leest de vraag voor aan het team dat aan de beurt is. De instructeur houdt de score bij. De vragen kunnen bestaan uit goed of fout, open vragen of meerkeuze vragen, maar ook een tekenopdracht bijvoorbeeld: teken het symbool of gevarenbord van een vaste brandbare stof.

Door: Jolanda Haven

Andere artikelen in deze aflevering

Mythburners onderzoeken twee gasvragen Haaglanden

Brandweer Haaglanden rukt gemiddeld tien keer per maand uit voor incidenten met gas en liep daarbij tegen twee vragen aan. Ontsteekt bij gaslekkages in de woning de gaswolk door aanbellen, het gebruik...