Brandende brokstukken op grote afstand bij brand Zwaag

Brandende brokstukken op grote afstand bij brand Zwaag

Jildou Visser

Een zeer grote brand in het Noord-Hollandse Zwaag bezorgt de ingezette eenheden op 21 februari de nodige spannende momenten. Lange tijd is het de vraag of de brand overslaat naar drie bedrijfsverzamelgebouwen aan de noordkant van het brandende bedrijfspand. Bovendien ontstaat veel vliegvuur. Brandende brokstukken belanden op ruim anderhalve kilometer afstand. In dat gebied staan zeventien boerderijen met een rieten kap die moeten worden afgeschermd.

BR202003-2023BRANDVANDEMAAND1

Ron Zuiderwijk wordt die avond om 19.45 uur als eerste Officier van Dienst (OvD) gealarmeerd voor een brand aan de Adam Smithweg in Zwaag. ‘Dat is een relatief nieuw bedrijventerrein. Ik had daardoor niet direct een beeld bij de locatie. Gelukkig kon de centralist me de nodige informatie meegeven en in de MDT zag ik een luchtfoto. Daarop zag ik dat er geen sprake was van belendende objecten, maar in de kladblokregels las ik over aangrenzende panden. Een van beide klopte dus niet. Niet veel later meldde de centralist dat de brand uitslaand was en was opgeschaald naar grote brand. De snelheid waarmee dat bericht kwam verraste me. Dan weet je dat er serieus iets aan de hand is.’

Ongeveer een kwartier nadat hij is gealarmeerd komt Zuiderwijk ter plaatse. ‘Ik was verrast door wat ik zag. De brand zat al volledig in het pand, van voor tot achter. Aan de achterkant was deze zelfs al uitslaand.’ In zijn verkenningsronde ziet hij dat rechts naast het brandende pand een dakdekkersbedrijf zit. ‘Daar was al sprake van direct vlamcontact. Ik schatte in dat we overslag daar niet meer tegen konden houden.’ Aan de noordkant ziet de OvD uitslaande vlammen in de richting van drie bedrijfsverzamelgebouwen en een hoogspanningsstation. ‘De kans op overslag was groot. Bovendien zag ik veel vliegvuur en rook wegtrekken naar het effectgebied. Ook daar lag dus een aandachtspunt.’ Op basis van de verkenning besluit Zuiderwijk een tweede peloton te laten alarmeren en geeft GRIP1. Het eerste peloton met extra hoogwerkers zet hij in aan de noordzijde van het gebouw. De eerste moet doorslag naar de kantoren aan de linker voorkant van het gebouw voorkomen. ‘Het dakdekkersbedrijf aan de oostkant heb ik direct als verloren beschouwd. Ik schatte in dat als we daarop in zouden zetten, we die alsnog moesten opgeven en we achter de feiten aan zouden blijven lopen. Het zou erg lastig worden, maar aan de noordkant hadden we een kans om overslag te voorkomen.’ Daarnaast schaalt de OvD verder op en laat een extra peloton ter plaatse komen.

BR202003-2023BRANDVANDEMAAND2
Hoewel overslag lange tijd dreigt, kunnen de kantoren aan de voorkant van het bedrijf worden behouden. Fotografie: Regio WF, Kevin Heide

Waterwinning

Al in het begin van de inzet vraagt de eerste bevelvoerder een Groot Watertransport. Zodra Zuiderwijk na enige tijd constateert dat het waterpeil in de sloot begint te zakken, alarmeert hij ook een tweede en derde WTS. ‘De bereikbaarheid van de waterwinning op het terrein was een probleem. Doordat het terrein nog in aanbouw was, stonden overal bouwhekken langs het water. Die moesten eerst worden verwijderd. Bovendien moesten we op zoek naar meerdere waterwinpunten nadat het water in de sloot begon te zakken.’ De eenheden proberen ondertussen met man en macht de stoplijn te houden, maar hebben daar alle moeite mee. ‘De ramen van een van de bedrijfsverzamelgebouwen waren al gebarsten. De kans op overslag was groot en dus ben ik een planplus gaan maken. Zodra we de stoplijn niet meer konden houden, wilde ik deze opschuiven naar de weg achter de bedrijfsverzamelgebouwen.’

BR202003-2023BRANDVANDEMAAND3
Door een goede inzet en een draaiende windrichting is overslag naar de bedrijfsverzamelgebouwen (rechts) voorkomen.

Vliegvuur

OvD Koen Janse de Jonge is samen met het tweede peloton gealarmeerd voor het voorkomen van uitbreiding naar het dakdekkersbedrijf, maar als daar geen redden meer aan is wordt hij ingezet op het effectgebied. ‘Aanrijdend waren al twee eenheden uit mijn peloton opgeroepen om in het benedenwinds gebied op te treden. Daar zou veel vliegvuur neerkomen en er stonden boerderijen met een rieten kap. Na kort overleg hebben we besloten het hele peloton in het effectgebied in te zetten.’ Janse de Jonge heeft dan nog geen goed beeld van de situatie in het effectgebied. Ter plaatse ziet hij dat het gaat om een dijk van ongeveer anderhalve kilometer waar verspreid zeventien boerderijen met een rieten kap staan. Bij een van de eerste boerderijen treft hij de eerste TS uit zijn peloton. ‘Er hing lichte rook en er kwamen brandende brokstukken van pur en piepschuim met vonken naar beneden. Qua formaat leek het op een soort zwarte, verkoolde paardenkeutels. Het waren aardige hoeveelheden en grote klonten, er was dus een reëel gevaar dat de rieten kappen van de boerderijen in brand zouden kunnen vliegen.’

Nadat Janse de Jonge de eerste bevelvoerder heeft gesproken, ziet hij al snel dat er binnen honderd meter om het perceel nog vier boerderijen met een rieten kap staan. ‘Daar heb ik de eerste eenheid op gewezen. Daarnaast heb ik de resterende eenheden uit mijn peloton de opdracht gegeven het gebied te verkennen. Zelf ben ik verder gereden naar het laatste woonadres. Daar stond de tweede TS uit mijn peloton paarden te evacueren naar een andere stal.’

Binnen een kwartier heeft Janse de Jonge de situatie over de dijk van ongeveer anderhalve kilometer in kaart gebracht. Er zijn grofweg vier clusters van boerderijen, die heeft hij over de eenheden verdeeld. Vervolgens heeft hij de dijk afgezet en een TS met dompelpomp de watervoorziening voor alle clusters gereed laten maken. ‘Als er brand uit zou breken op een van de rieten kappen, wilden we binnen een minuut water erop zodat we de brand aan de buitenkant van het riet zouden kunnen houden. Gelukkig was dat niet nodig.’

Draaiende windrichting

Na verloop van tijd draait de windrichting van zuidwest naar west. Een geluk voor het peloton van Janse de Jonge. ‘De wind draaide meer richting de weilanden, zodat er minder brandende stukken bij de boerderijen terechtkwamen.’ De draaiende windrichting is ook een geluk voor Zuiderwijk en zijn eenheden. ‘De bedrijfsverzamelgebouwen werden vanaf dat moment minder hard aangestraald. Dat heeft ontzettend geholpen bij het houden van de stoplijn.’ Vanaf dat moment zakt het pand ook steeds verder in elkaar en neemt de brand langzaam in heftigheid af. ‘Maar dat bood juist bij het nablussen een grote uitdaging. De geveldelen vielen over de brand heen, waardoor we er met onze stralen lastig bij konden.’, vertelt Zuiderwijk. ‘Uiteindelijk zijn vier kranen besteld waarmee we steeds delen konden weghalen om af te blussen. Een flinke klus.’ Zuiderwijk wordt die nacht om half drie afgelost door zijn collega en staat zaterdagmiddag weer bij het brandadres om de derde OvD af te lossen. Zaterdagavond is de brand volledig geblust, maar zondagmiddag laaien toch weer enkele vuurhaarden op. Als die zijn afgeblust, is de brand volledig uit.

Door Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering