Basisprincipe: Doe een buitenverkenning

Basisprincipe: Doe een buitenverkenning

Jildou Visser

De Brandweeracademie heeft vijf basisprincipes van brandbestrijding opgesteld, deze zijn vorig jaar door de Programmaraad Incidentbestrijding van Brandweer Nederland vastgesteld. Wat zijn deze principes? En hoe maken ze het werk veiliger en efficiënter? In de vorige editie van Brand&Brandweer heeft u kunnen lezen over het eerste basisprincipe Neem meer tijd (stop en denk na). In deze tweede editie van de rubriek gaan we in op het principe Doe een buitenverkenning, met als doel de brandruimte van buiten te vinden en de brand van buiten te blussen.

Het principe Doe een buitenverkenning, met als doel de brandruimte van buiten te vinden en de brand van buiten te blussen kent zijn oorsprong in de introductie van het kwadrantenmodel, zo laat Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde bij de Brandweeracademie, weten. ‘Na het dodelijk ongeval bij de brand in De Punt in 2008 hebben we het kwadrantenmodel ontwikkeld. In dat model hebben we de offensieve buiteninzet als nieuwe tactiek geïntroduceerd. Hoe je dat op een goede manier kan doen, wisten we toen nog niet. Dat bleek pas later uit onderzoek.’

Offensieve buiteninzet

In het onderzoek naar de offensieve buiteninzet ontdekt Rijk van den Dikkenberg van de Brandweeracademie dat de tactiek met name invloed heeft als deze in de brandruimte wordt ingezet. ‘We zagen dat het inbrengen van water in een ruimte die niet de brandruimte was, nauwelijks invloed had op de brand. Daarentegen zagen we ook dat het inbrengen van water in de brandruimte wel effect had op de brand. Als je de brandhaard van buitenaf kunt bereiken, kun je met de offensieve buiteninzet een knockdown bewerkstelligen. Ook als je niet rechtstreeks op de brand kunt spuiten, kun je de brand beïnvloeden en een knockdown creëren door water in de brandruimte in te brengen.

Zodra je de knockdown hebt gerealiseerd, kun je via de kortste aanvalsweg naar binnen om de brand volledig te blussen. Je hebt vanaf het moment dat je de deur opent en naar binnen gaat, ongeveer twee tot twee en een halve minuut tot de brand weer op vol vermogen is’, legt Van den Dikkenberg uit. ‘Om offensief buiten in te kunnen zetten, moet je dus een goede buitenverkenning doen en ontdekken in welke ruimte de brand woedt.’

Voor de offensieve buiteninzet maakt het volgens Van den Dikkenberg niet uit welk blusmiddel en welke techniek worden gebruikt. ‘Of je nou met een Cobra Coldcutter, een straal lage druk of met drukluchtschuim inzet, maakt niet veel uit. Het belangrijkste is dat je het in de brandruimte inbrengt. Alleen met drukluchtschuim of een straal lage druk zagen we in enkele gevallen dat je in de naastgelegen ruimte iets aan de brand kunt doen, maar een groot effect op de brandhaard in de brandruimte had het niet.’

Zoeken brandhaard

Bij het doen van de buitenverkenning benadrukt Weewer dat het van belang is om het pand zoveel mogelijk gesloten te houden. ‘Voorheen kwamen we bij een brand aan de voorkant van het gebouw aan en gingen we meestal direct door de voordeur naar binnen om de inzet te doen. Ons advies is nu om de deur eerst dicht te laten en met een volledige buitenverkenning op zoek te gaan naar de locatie van de brandhaard. Zolang de deur dicht blijft, voeg je geen zuurstof toe aan de brand en houd je de situatie op pauze.’

De volledige buitenverkenning is met name voor de veiligheid van de ingezette eenheden van belang, legt Weewer uit. ‘Ook bij woningbranden kunnen we onszelf in gevaar brengen door zonder een buitenverkenning te doen, naar binnen te gaan. Regelmatig hebben we woningbranden die aan de achterkant uitslaand zijn. Als daar dan ook de wind op staat, ontstaat een gevaarlijke situatie. De wind kan zorgen voor een soort afsluiting, waardoor de hitte in de woning opbouwt en het veel heter wordt dan normaal. Een volledige buitenverkenning met aansluitend een offensieve buiteninzet op de brandruimte is effectiever en veiliger. Overigens heeft iedereen in de opleiding geleerd om een kubusverkenning te doen, alleen deden we dat in de praktijk bijna nooit meer, omdat het meestal niet nodig bleek te zijn. Eigenlijk kun je dus stellen dat dit basisprincipe een herintroductie is van wat we al leerden.’

BR202003-2931BASISPRINCIPESBRANDBESTRIJDING2
Aan de achterkant van de kippenschuur zien de brandweerlieden binnen overal vuur

Warmtebeeldcamera

Bij het doen van de buitenverkenning en het zoeken naar de brandhaard kan in een aantal gevallen de warmtebeeldcamera uitkomst bieden. ‘Maar niet altijd. Als we snel ter plaatse zijn, kunnen we met de warmtebeeldcamera verschillen in temperatuur zien. Na enige tijd is het gebouw dusdanig opgewarmd, dat je de verschillen niet meer kunt waarnemen. Ook bij goed geïsoleerde gebouwen biedt de warmtebeeldcamera niet altijd uitkomst’, aldus Weewer. Om toch van buitenaf de brandhaard makkelijker te kunnen vinden, wil de lector op zoek naar alternatieve methodes. ‘Zo’n tien jaar geleden hebben we samen met TNO een prototype van een looking through the wall radar ontwikkeld. Die functioneerde nog niet zoals het moest en was ingewikkeld, die technologie is verder doorontwikkeld. We willen nu onderzoek gaan doen naar innovatieve technieken waarmee je door de muur kunt kijken en naar de inzet van kleine robots die je bijvoorbeeld door de brievenbus kunt gooien en die zelfstandig op verkenning kunnen gaan. Dit soort innovaties kan in de toekomst wellicht uitkomst bieden bij de buitenverkenning en het vinden van de brandhaard.’

Bij het doen van de buitenverkenning moeten drie vragen worden beantwoord. Deze vormen samen het derde basisprincipe van brandbestrijding. Deze vragen komen in de volgende editie uitgebreid aan bod.

Praktijk: afbrandscenario voorkomen

Dat het doen van een goede buitenverkenning bepalend kan zijn voor de veiligheid van de inzet en de afloop van het incident, bewijst een brand in een kippenschuur in Scherpenzeel. Als eerste bevelvoerder Herko van Veen bij die brand ter plaatse komt, ziet hij dat over de hele breedte aan één kant van de kippenschuur lichtgrijze rook komt. ‘Daardoor had ik in eerste instantie het beeld dat het in de hele schuur binnen brandde, maar dat wilde ik zeker weten.’ Op dat moment is ook de tweede TS ter plaatse.

BR202003-2931BASISPRINCIPESBRANDBESTRIJDING1
Pas als de waterwinning gereed is wordt de inzet gestart.

Van Veen sluit met zijn collega bevelvoerder kort dat de tweede TS linksom het pand richting de achterkant verkent. Hijzelf doet dat aan de rechterzijde naar de achterkant. ‘Langs de hele rechter zijkant zaten geen ingangen of ramen. Dat maakte dat ik niet kon zien wat er binnen aan de hand was. Aan de achterzijde constateerde ik samen met de tweede bevelvoerder dat de wind op die zijde stond. Het waaide stevig. We hebben toen besloten kort de achterdeur te openen, om naar binnen te kijken. We zagen overal vuur, links, rechts, boven en beneden. Dat paste bij ons beeld dat het in de hele schuur brandde. Daarop hebben we de deur snel dichtgedaan en een inzetplan gemaakt.’ Van Veen besluit samen met zijn collega de achterdeur gesloten te houden tot de waterwinning volledig is opgebouwd. ‘Doordat de wind op de achterzijde stond, betwijfelde ik of we zodra we de deur zouden openen, de brand aan de voorzijde zouden kunnen houden.’

Terwijl de eenheden de waterwinning opbouwen, blijft de situatie stabiel. Als de waterwinning is opgebouwd wordt besloten aan de zijkant van de schuur een deur te openen, om de situatie binnen te bekijken. ‘Zij troffen geen brand aan. Dat was een interessant moment, want op dat moment bleek ons eerdere beeld niet te kloppen. We hadden ineens het idee dat we de brand konden houden.’ Samen met de tweede OvD maakt Van Veen een plan. Ze besluiten de achterzijde dicht te houden, omdat daar de wind op staat en kiezen ervoor om vanaf de voorkant een inzet met lage druk te doen. ‘We wilden de wind geen vrij spel geven. Op deze manier hebben we vrij simpel de brand kunnen blussen en beperkt weten te houden tot de achterzijde van de schuur.’

Door deze en andere inzetten weet Van Veen dat het belangrijk is de ploeg goed mee te nemen in de verkenning en het daaropvolgende inzetplan. ‘We zijn soms zonder grondige buitenverkenning te snel geneigd naar binnen te gaan. Daarnaast is het belangrijk om deuren gesloten te houden, dat geeft je tijd om de waterwinning op te bouwen. Zo weet je zeker dat je voldoende water hebt om de brand tegen te houden op het moment dat je de inzet start.’

Door Jildou Visser Fotografie William Harthoorn

Andere artikelen in deze aflevering