‘Honderd procent voorbereid zijn op terrorismegevolgbestrijding kan niet’

‘Honderd procent voorbereid zijn op terrorismegevolgbestrijding kan niet’

Visser, J.

Twee bommen gaan in de ochtend van 22 maart 2016 af op luchthaven Zaventem en bij metrostation Maalbeek in Brussel. Het brandweerkorps uit de stad heeft na de aanslagen in Parijs in november 2015 al veel geïnvesteerd in de voorbereiding op terrorismegevolgbestrijding. ‘Maar helemaal voorbereid zijn op dit type incidenten bestaat niet’, aldus Peter Roseleth van Brandweer Brussel. Wat heeft het Belgische korps van deze aanslagen geleerd? En hoe bereiden zij zich nu voor op terrorismegevolgbestrijding?

BR201704-96382P14-TERRORISMEGEVOLGBESTRIJDING
De brandweerlieden uit het Casualty Extraction Team zijn uitgerust met kogelvrije vesten en helmen.Fotografie: Brandweer Brussel

Een van de grootste aandachtspunten na de aanslagen is volgens Roseleth de psychische hulp die na het incident moet worden geboden. Niet alleen kort erna, maar ook een jaar later. Niet alleen voor de rechtstreeks betrokkenen, maar voor iedereen. ‘Direct na de inzet en in de weken erna hebben we de nabesprekingen in groepsverband gedaan. Later zijn we overgestapt op individuele hulptrajecten’, vertelt Roseleth. ‘Je moet waakzaam zijn en blijven voor de problemen die je personeel van zo’n incident kan ondervinden. Niet alleen vlak na het incident, maar ook maanden erna en nu nog steeds. Door een combinatie van factoren kunnen de problemen ook later de kop opsteken.’ Hoe de hulp het beste kan worden vormgegeven, is volgens de Brusselse brandweerman afhankelijk van de wens van de betrokkenen. ‘Wij hebben ervaren dat onze collega’s het ook fijn vinden om met elkaar te praten. Zij weten wat ze hebben gezien, wat er ter plaatse is gebeurd en begrijpen elkaar. Daar moet je tijd en ruimte voor maken. Het heeft de onderlinge banden in ons korps versterkt. We waren al een grote familie, maar het is nu nog meer een hechte familie.’

Casualty Extraction Team

Vorig jaar zomer is Brandweer Brussel aan de slag gegaan met het opzetten van een nieuwe brandweereenheid, het Casualty Extraction Team (CET). Dit team wordt opgeleid voor het redden bij schietincidenten en wordt daar ook voor uitgerust. Bij de aanslagen in Brussel was dit team nog in oprichting. Roseleth: ‘Bij de aanslagen bij Bataclan in Parijs zagen we dat brandweerlieden in de vuurlinie stonden. Zij waren terechtgekomen in een situatie waar ze niet voor opgeleid waren en waar ze ook niet de persoonlijke beschermingsmiddelen voor hadden. Brandweerlieden zijn opgeleid om te redden in gevaarlijke situaties, maar niet in schietgevaarlijke situaties. Toch kun je erin terechtkomen. Om onze mensen daar beter op voor te bereiden, hebben we het CET opgericht. Dit team is uitgerust met helmen en kogelvrije vesten. De brandweerlieden die dit specialisme uitoefenen worden opgeleid om slachtoffers in gevaarlijke omstandigheden sneller te kunnen redden. De opleiding hebben we samen met politie en Defensie opgezet. We zijn net gestart.’

Terror Awareness opleiding

Naast het oprichten van het CET is het brandweerkorps in Brussel ook aan de slag gegaan met het opzetten van een Terror Awareness opleiding. In deze drie uur durende training worden aandachtspunten behandeld van een terroristische aanslag. ‘Daarbij gaat het onder andere om het herkennen van verschillende wapens en boobytraps. We moeten alert zijn op extra risico’s. Denk aan vuile bommen, die niet alleen door de explosie maar ook door de stof die vrijkomt na de explosie veel slachtoffers kunnen maken’, legt Roseleth uit.

Naast de training wordt nog gewerkt aan een oefenprogramma. ‘Veel oefenen is noodzaak. Mensen keren in een noodsituatie terug naar de basis, wat ze geleerd hebben en waarin ze geoefend zijn.’

Richtlijnen

Een belangrijk punt in het leertraject is volgens de Brusselaar dat er richtlijnen moeten zijn waarbinnen flexibel optreden mogelijk blijft. Na heftige incidenten en aanslagen is het makkelijk om veel plannen te maken en zaken vast te leggen in procedures, zo laat hij weten. ‘Maar elke ramp is anders. Het opstellen van nieuwe strakkere procedures betekent niet dat we zaken beter hebben geregeld. Het is belangrijk dat we de richtlijnen en de structuren waarbinnen we handelen helder hebben en dat er goed wordt opgeleid en geoefend. Rampen en dus ook aanslagen blijven onvoorspelbaar. Daar moeten we flexibel op kunnen blijven acteren, zonder erop afgerekend te worden.’

Daarnaast benadrukt Roseleth dat de richtlijnen moeten voortborduren op de dagelijkse praktijk. ‘In heftige situaties val je terug op wat je gewend bent. Wijk daar niet te veel van af.’

Oefeningen

Roseleth adviseert om naast het investeren in opleidingen en middelen ook veel te oefenen. ‘Dat hoeft niet altijd in de praktijk, met een table-topoefening kun je ook goed in kaart brengen waar de knelpunten zitten. Oefen met veel verschillende cases. Als het dan eens in het echt gebeurt, kun je makkelijker probleemoplossend werken. Waak ervoor dat je na de table-topoefeningen niet probeert te veel richtlijnen en procedures te introduceren. Het is lastig om daar de perfecte balans in te vinden, maar onze ervaring leert dat te veel richtlijnen in de praktijk onwerkbaar zijn.’

BR201704-96382P14-TERRORISMEGEVOLGBESTRIJDING2
Na de aanslagen in Brussel is ieder voertuig voorzien van een medische kit waarmee ernstige bloedingen kunnen worden gestelpt en brandwonden kunnen worden verzorgd. Fotografie: Brandweer Brussel

Medische handelingen

In Brussel zijn alle brandweerlieden opgeleid voor alle brandweertaken en medische taken. Iedere brandweerman is daardoor ook hulpverlener op de ambulance. ‘Bij de aanslagen in Brussel was dat een groot voordeel’, erkent Roseleth. ‘Wij zijn flexibel in onze inzet en konden daardoor snel medisch opschalen. Brandweerlieden die dienst hadden, konden medische taken als de triage uitvoeren. Het voert te ver om alle Nederlandse brandweerlieden op te leiden tot medicus. Dat is te ingrijpend. Wellicht is het wel handig om in gebieden waar de kans op een aanslag groter is op te leiden voor enkele simpele taken, zoals het aanleggen van een tourniquet. Daarmee kun je levens redden en het verlicht de druk op de medische organisatie bij een aanslag. Wij hebben op ieder voertuig nu een kit liggen waarmee we simpele medische handelingen kunnen verrichten.’

Hoewel Roseleth goed weet dat niemand honderd procent voorbereid kan zijn op een aanslag besluit hij met het advies: ‘Wees zo goed mogelijk voorbereid. Investeer in opleidingen en oefen veel.’

Andere artikelen in deze aflevering