Teams Brandonderzoek leveren veel nieuwe kennis op

Teams Brandonderzoek leveren veel nieuwe kennis op

Ferwerda, C.

Vrijwel elke veiligheidsregio beschikt over een Team Brandonderzoek (TBO). Doordat deze teams al in een vroeg stadium onderzoek doen, ontstaan waardevolle inzichten. Het resulteert in betere brandbestrijding en effectievere preventie. Sinds 2011 zijn de TBO’s officieel actief. Wat zijn de ervaringen tot nu toe? En wat wordt geleerd van brandonderzoek? Brand&Brandweer spreekt met de landelijke TBO-coördinator en drie onderzoekteams van het eerste uur.

BR201704-96400P27-TEAMBRANDONDERZOEK
‘De brandonderzoeken hebben de afgelopen jaren al behoorlijk wat waardevolle kennis opgeleverd.’ Fotografie: Ginopress

‘De onderzoeken hebben de afgelopen jaren al behoorlijk wat waardevolle kennis opgeleverd’, zegt Jacquelien van ‘t Zand, coördinator brandonderzoek, kennisregie en innovatie bij Brandweer Nederland. ‘Onder andere over de oorzaken van brand, brandontwikkeling, de effectiviteit van brandpreventie, de kwaliteit en veiligheid van brandbestrijding en het gedrag van mensen. Dankzij de verzamelde data en casuïstiek is er meer bewustwording gekomen. We weten nu veel meer over brand en handelen steeds minder vanuit onderbuikgevoelens en aannames.’

Eerste stappen

Voorheen werd na een incident wel onderzoek verricht, maar door andere partijen. Verzekeraars keken naar de schuldvraag, de politie naar strafrechtelijke vervolging. ‘Totdat een regionaal commandant van de Brandweer Apeldoorn in 2006 de vraag stelde waarom de brandweer niet zelf onderzoek deed’, vertelt Van ‘t Zand. ‘Als proef voegde Apeldoorn brandonderzoek toe aan hun activiteiten.’ Mede door de brand in De Punt in 2008 begonnen twee jaar later zes veiligheidsregio’s aan een landelijke pilot met een TBO: Amsterdam-Amstelland, Haaglanden, Midden- en West-Brabant, Noord- en Oost-Gelderland, Rotterdam-Rijnmond en Twente. Er werd daarbij goed gekeken naar de aanpak in Zweden en vooral Groot-Brittannië, waar de brandweer al vertrouwd was met brandonderzoek. Een belangrijk aspect was de kennisdeling tussen de TBO’s in de regio, wat leidde tot de aanstelling van Van ‘t Zand als landelijk coördinator brandonderzoek. ‘Ik zorg er voor dat de TBO’s op dezelfde manier werken. Ik ondersteun hen ook, bijvoorbeeld bij het leggen van contact met onderzoekers van de politie en verzekeraars, waarmee steeds meer wordt samengewerkt.’

Niet alle branden

Een TBO bestaat uit minimaal vijf man, vier onderzoekers en een coördinator. Het kan gaan om brandweerlieden die daarnaast werkzaam zijn in de repressie of preventie. ‘Het is onmogelijk voor de TBO’s om alle branden te onderzoeken’, zegt Van ‘t Zand. ‘Dat is ook niet nodig. Van een groot aantal branden is de oorzaak en het brandverloop gauw bekend. Gemiddeld onderzoekt een TBO één op de vijf woningbranden. Daarbij gaat het om allerlei type woningen, van portiekflats in de stad tot een boerderij met rieten dak.’ In veel regio’s wordt vanaf een middelbrand ook het TBO gealarmeerd. ‘Naast woningbranden wordt sowieso onderzoek verricht bij incidenten met een vreemd brandverloop, wanneer er slachtoffers onder collega’s of burgers zijn gevallen en bij branden die meer dan één compartiment betreffen.’

Alle brandonderzoekers hebben een speciale opleiding gevolgd bij de Brandweeracademie. Meestal gaat één teamlid ter plaatse bij een incident. soms twee. Van ‘t Zand: ‘Er worden sporenonderzoeken gedaan en veel foto’s gemaakt. Er vinden ook interviews plaats met betrokken collega’s van de repressieve dienst en – als het kan – de bewoners of eigenaren van een pand.’

BR201704-96400P27-TEAMBRANDONDERZOEK2
Jacquelien van ‘t Zand Fotografie: Brandweer Nederland

Kennisdeling

De resultaten worden op diverse manieren gedeeld. Naast het vastleggen van de gegevens van het onderzoek in een landelijke database krijgen collega’s die betrokken waren bij een incident een presentatie van het TBO, op initiatief van het onderzoeksteam of op eigen verzoek. De rapportages worden daarnaast onder andere gebruikt voor onder andere het bepalen van opkomsttijden en brandrisicoprofielen, bij het opstellen van voorlichting naar burgers en voor overleg met zorginstellingen, woningstichtingen en andere organisaties.

TBO’s werken ook interregionaal en landelijk samen. Dat kan verder gaan dan kennisdeling. Onderzoekers uit meerdere regio’s vormen ook met elkaar een TBO. Zo tekenden Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid in 2013 een convenant en vormen Friesland, Groningen en Drenthe sinds dit jaar TBO Noord-Nederland. ‘Verder komt er veel aan bod tijdens onze jaarlijkse netwerkdag en bij de Incidentonderzoeksdag’, aldus Van ‘t Zand. ‘Casuïstiek uit brandonderzoek wordt gebruikt bij onderzoeken van de Brandweeracademie en kan leiden tot herziene opleidingen en oefenprogramma’s Er zijn inmiddels twee casuïstiek uit brandonderzoek met authentieke verhalen, foto’s en tips verschenen: over de oorzaken van brand en over repressie. Het derde deel, met casussen waarin preventie in relatie tot incidentbestrijding een hoofdrol speelt, komt voor de zomer uit.’

Amsterdam-Amstelland: ‘Steeds vaker gevraagd om terugkoppeling’

Het TBO van Amsterdam-Amstelland is sinds 2011 actief en bestaat uit zes personen, onder andere medewerkers van repressie, een AGS en een Fire Safety Engineer. ‘We onderzoeken branden in alle type gebouwen, maar woningbranden komen het meest voor. We onderzoeken bij zo’n 180 tot 200 woningbranden de oorzaak en het brandverloop. Daarnaast proberen we de effectiviteit van rookmelders in beeld te krijgen.’

TBO Amsterdam-Amstelland werkt met een 24/7-piketdienst. ‘We krijgen vanaf middelbrand een melding en als er slachtoffers zijn gevallen. We onderzoeken niet alle meldingen, maar bellen altijd met de bevelvoerder of hij of zij bijzonderheden heeft waargenomen. Bevelvoerders laten ons ook alarmeren bij kleinere bijzondere branden. Zo hadden we onlangs in korte tijd vier branden met hoverboards, die tijdens het opladen vlam hadden gevat.’

De resultaten worden gedeeld met diverse afdelingen. Steeds vaker vragen betrokken repressieve collega’s hier ook om. Tot tevredenheid van Meijer. ‘Steeds vaker worden de resultaten opgenomen in lesprogramma’s. Van een aantal grote incidenten zijn voor lesdoeleinden ook (animatie)films gemaakt. Bijvoorbeeld die in de Marnixstraat (2015) en op het Hoofdorpplein (2016). Bij beide inzetten raakten collega’s gewond. Ons team deelt verder kennis en ervaringen via korte lijnen met TBO’s in andere regio’s. Na de hoverboardbranden hebben we bovendien contact opgenomen met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en brandveilig leven op de hoogte gesteld.’

BR201704-96400P27-TEAMBRANDONDERZOEK3
Robert van den Ende Fotografie: Veiligheidsregio Haaglanden

Haaglanden: ‘We kunnen verbanden leggen tussen branden’

‘We hadden eerst wat successen nodig voor we goed in beeld waren bij de andere afdelingen’, zegt Robert van den Ende, teamcoördinator van TBO Haaglanden. ‘Mede dankzij uitgebreid onderzoek naar de brand in een bedrijvencomplex aan de Westvlietweg in Den Haag werd onze plek binnen de organisatie duidelijker. We krijgen steeds meer vragen naar onderzoeken, zowel van preventie als repressie. Het is ook mooi om te zien dat collega’s bij een nieuwe brand verbanden gaan leggen met vergelijkbare branden die door ons onderzocht zijn. Ze komen vervolgens met heel gerichte vragen. Je bent op die manier echt met je vak bezig.’

TBO Haagladen gaat naar één op de vijf woningbranden. Meestal brengt één van de onderzoekers het incident in kaart en maakt daarbij een tijdslijn; wanneer is wat gebeurd? TBO Haaglanden kwam op 8 maart in actie bij een grote brand in het Kurhaus. ‘De oorzaak was vrij snel duidelijk’, aldus Van den Ende. ‘Een frituurpan had vlam gevat. Maar de snelle rookontwikkeling was interessant om te onderzoeken. We konden daarbij verbanden leggen met een eerdere brand in een monumentaal pand.’ Van den Ende merkt op dat het belangrijk is dat alle geledingen weten hoe een TBO werkt. ‘Cruciale sporen moeten bij een inzet absoluut niet vernietigd worden. De manschappen hebben hierover een training gehad’ Ook de preventiecollega’s weten de weg naar het TBO inmiddels te vinden -– en andersom. Net als de politie, verzekeraars en het Openbaar Ministerie. ‘Ook met de TBO’s in andere regio’s onderhouden we goed contact. Zo heeft hij onlangs aan de brandweer in Leiden ter bewustwording een presentatie gegeven over de grote brand in de historische binnenstad van Leeuwarden in 2013.’

BR201704-96400P27-TEAMBRANDONDERZOEK4
Kenneth van Veen Fotografie: Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Rotterdam-Rijnmond: ‘Dankzij ons onderzoek werd er actie ondernomen’

Kenneth van Veen is teamcoördinator van een TBO met tien man, acht van Rotterdam-Rijnmond en twee van Zuid-Holland Zuid. Beide regio’s besloten in 2013 om samen op te trekken en hebben een piketdienst. ‘Rotterdam-Rijnmond zette in 2008 de eerste onderzoekstappen’, aldus Van Veen. ‘Het was voor de repressieve collega’s eerst wat wennen en aftasten wat we kwamen doen. Dat was snel verdwenen na onze eerste onderzoeken.’ Vorig jaar voerde het TBO maar liefst 230 onderzoeken uit. ‘We gaan gemiddeld naar één op de vijf woningbranden. Bij elke woningbrand worden wij geïnformeerd en vanaf grote brand gealarmeerd. We onderzoeken alle branden met slachtoffers en branden in gevangenissen en ziekenhuizen. Bevelvoerders kunnen ons inschakelen, maar we kiezen zelf ook opvallende incidenten uit.’ De resultaten zijn tot nu toe waardevol gebleken. ‘In maart is het rapport verschenen van de brand aan de Ringersstraat in Schiedam. Hierbij raakten drie brandweercollega’s gewond. Dit incident stond niet op zichzelf. Voor het onderzoek hebben we dan ook gebruik gemaakt van eerdere casussen, zoals de branden bij Vodafone in Rotterdam, Bombeke in Capelle aan den IJssel en aan de Flevodwarsweg in Leiden. De symptomen en effecten waren bij deze branden hetzelfde. We gaan steeds vaker symptomen van branden herkennen. Dit mede dankzij de interne presentaties die wij over de onderzoeken geven.’ Van Veen is blij dat de resultaten ook regionaal en landelijk worden gedeeld. ‘Onder andere tijdens de bijeenkomsten met coördinatoren van TBO’s, via de landelijke TBO-database en in overleg met andere partijen. In het laatste geval gaat het bijvoorbeeld om woningcorporaties. Bij een recente brand met een scootmobiel bleken de deuren van woningen niet voldoende brandwerend te zijn. Daarnaast waren er enkele voorzieningen uit het pand gehaald die de brandweer hadden kunnen helpen. Dankzij ons onderzoek en de samenwerking met Brandveilig Leven, Risicobeheersing en de woningstichting is toen actie ondernomen en het pand rigoureus aangepast.’

Andere artikelen in deze aflevering