Altijd voorbereid op het onbekende

Altijd voorbereid op het onbekende

Vanheerentals, M.

Brandweercommandant Bert Brugghemans van Antwerpen

Hij vindt Antwerpen ‘het meest interessante crisisgebied van Europa’. Maar de regio is óók een gebied dat steeds complexer wordt, onder meer door klimaatverandering en door de groei van de stad. Brandweercommandant Bert Brugghemans van Antwerpen: ‘Gebouwen worden hoger, parkeergarages en tunnels dieper. Goed om dus na te denken over de operationele rol die we willen vervullen.’

09_BB04_Interview.html-image1
Bert Brugghemans

Door Matthias Vanheerentals

U werd recent Overheidsmanager van het Jaar, best bijzonder voor een uitvoerende dienst als de brandweer. Wat zegt dat over de manier waarop u leidinggeeft aan de brandweer?

‘Als zonecommandant heb ik een heel bedrijf te runnen: van het operationele luik, het personeel, de logistieke component tot de risicobeheersing. Door de brandweer intern goed te organiseren, kan ik daarnaast tijd besteden aan het extern managen van de brandweer. Het is namelijk belangrijk dat je de brandweer kan neerzetten als relevante partner voor bestuurders, stadsdiensten en bedrijven. Ik denk mee over hoe onze regio zich ontwikkelt op het vlak van veiligheid en economie en wat we daarin als brandweer kunnen betekenen.’

U bent tegelijkertijd ook een hele jonge manager, is dat een voordeel of een nadeel? Is er iets wat uw generatie anders doet?

‘Ik ben op mijn achttiende gestart als vrijwilliger bij de brandweer, heb ondertussen dus al zo’n 22 jaar ervaring. Het voordeel is dat ik door mijn jonge leeftijd meer aansluiting vind bij ons jonge korps. Het nadeel is dat ik misschien soms de ervaring mis. Ik probeer dat te compenseren door me te omringen met goede mensen en heel erg open te staan voor andere geluiden. Meer dan leeftijd, vind ik vooral je persoonlijkheid als manager belangrijk.’

U noemde Antwerpen ooit een van de meest interessante crisisgebieden van Europa, waarom?

‘De combinatie van de industrie van de haven van Antwerpen en dichte bewoning maakt van ons gebied een boeiende omgeving. Het zorgt voor een combinatie van verschillende risico’s. We laten de voordelen van beide gebieden dan ook op elkaar inspelen. Het industrieel materiaal dat we in de haven inzetten, kan bijvoorbeeld ook in onze stedelijke context van pas komen.’

Is het gebied interessanter dan bijvoorbeeld Rotterdam, dat ook een haven heeft en vergelijkbare problemen? Waarom?

‘Ik wil geen regio’s met elkaar vergelijken. Rotterdam is eveneens een fantastisch gebied met vergelijkbare eigenschappen. We wisselen ook kennis met de Rotterdamse brandweer uit om risico’s te kunnen afdekken, zoals tankbranden. Ook in de grensgebieden werken we al zeer efficiënt en gestructureerd samen met Nederland. Ik wil graag deze samenwerking nog verder intensiveren, want we kunnen veel van elkaar leren en elkaars werking alleen nog maar versterken.’

Vorig jaar scoorde u het boek ‘Alles onder controle’ over crisisbeheersing. Een belangrijk principe is daarbij ‘organising with crises in mind’. Hoe past u dit principe zelf toe bij de brandweer van Antwerpen?

‘We zijn een organisatie die permanent onder crisisdruk en interventiestress staat. Je moet leren van crisissen en voorbereid zijn op het onbekende. Tijdig bijsturen en processen aanpassen, is dan ook fundamenteel. We moeten de connectie houden met de mensen op het terrein en ons blijven organiseren om die oplossingsgerichtheid erin te houden. We passen dit toe in de hele organisatie. Zo hebben we extra capaciteit, bereiden we de organisatie voor op schokken en kunnen we snel bijsturen. Ik denk dat we met deze materie ook zeker een voorbeeld kunnen zijn voor andere organisaties en bedrijven.’

U benadrukte eerder de menselijke kant van het brandweervak. Brandweermensen maken best heftige dingen mee. Hoe werkt het brandweerkorps in Antwerpen aan het mentale welzijn van medewerkers?

‘We hebben ons intern ondersteuningsteam heel low-profile en toegankelijk gemaakt. De psychologische ondersteuning wordt door de collega’s zelf gedaan. Het is namelijk het sterkste signaal dat brandweermensen bij andere brandweermensen terecht kunnen. Het is trouwens heel normaal dat je het in deze job af en toe moeilijk krijgt en dat je dat ook moet uiten. Naast ons intern ondersteuningsteam, dat opgeleid en begeleid wordt door professionals, kunnen collega’s bij meer ernstige problemen ook terecht bij externe psychologische diensten die nauw met ons samenwerken.’

Agressie en geweld tegen brandweermensen is bij jullie ook een issue, wat doen jullie hiertegen?

‘De laatste jaren zien we helaas meer en meer gerichte agressie met uitlokking, wat onze diensten en de hulpverlening echt ondermijnt. Dat vind ik beangstigend. We werken op dat vlak ook hard aan de preventieve kant, onder meer met de politie en de stad Antwerpen en haar stadsmariniers (In Nederland boa’s genoemd, red.). We voeren als brandweer de laatste jaren dan ook vaker een gezamenlijk commando met de politie, bijvoorbeeld tijdens oudjaar, om agressiegevallen maximaal te vermijden en om snel te kunnen ingrijpen wanneer het dreigt mis te lopen.

We merken dat door de aanwezigheid van politie op dergelijke interventies het aantal agressiegevallen daalt. Er wordt ook op voorhand informatie uitgewisseld en we organiseren gemeenschappelijke trainingen. De politie wordt op haar beurt weer geconfronteerd met elektrische fietsen en brommers die in brand worden gestoken en moeilijk te blussen zijn. Hier kunnen wij hen dan weer bijstaan en tips geven.’

09_BB04_Interview.html-image2
Foto: Brandweer Zone Antwerpen

Kunt u drie incidenten noemen die de afgelopen tien jaar grote indruk op u hebben gemaakt, en waarom?

‘We hebben de afgelopen jaren te maken gehad met grote gasexplosies en instortingen, zoals bijvoorbeeld op de Paardenmarkt en meer recent het schoolgebouw aan Nieuw-Zuid. Dit zijn heel complexe interventies waarbij we mensen veilig van onder het puin moeten halen. Wat me ook zeker heel erg getroffen heeft, samen met de volledige brandweergemeenschap, is het vrij recent dodelijk ongeval van twee brandweercollega’s in Beringen.

Een uitdaging van een andere aard zijn de klimaatproblemen en meer concreet de overstromingen in de Vesdervallei het afgelopen jaar. Die deden me inzien dat we de brandweer op een andere manier moeten laten samenwerken. We moeten de stap zetten naar een echt brandweernetwerk, waarin alle brandweerzones leren samenwerken. Dat betekent een gezamenlijke organisatie met een gezamenlijk commando. We moeten onze kracht en autoriteit gebruiken om dat te kunnen afdwingen op bestuurlijk en politiek vlak. Als we enkel vanuit onze lokale brandweerkazerne redeneren, gaan we er nooit komen.’

Hoe blijft de brandweer in Antwerpen wendbaar en klaar voor de volgende crisis?

‘We zijn vooral bezig met de vraag wat de volgende onbekende crisis kan zijn. We willen een organisatie zijn met hoge specialisatie en kennis die multi-inzetbaar is. We investeren in de juiste technieken en materiaal en zorgen ervoor dat we die investeringen ook mogen doen en dat we een relevante partij blijven waar onze bestuurders in willen blijven investeren. We blijven ook inzetten in het aantrekken van goede mensen, die in staat zijn om problemen op te lossen. We moeten ervoor zorgen dat we een organisatie blijven die dicht bij de gemeenschap staat en daarvoor iets betekent. De brandweer is een sterk merk en dat moeten we ook zo in de markt blijven zetten.’

Voor welke uitdagingen staat Antwerpen in de komende tien jaar?

‘Ons risicogebied wordt complexer, door onder meer de klimaatverandering. De stad groeit enorm daarnaast enorm met hogere gebouwen, diepere parkeergarages en tunnels. Mensen trekken meer en meer naar steden. Welke operationele rol willen we in de toekomst invullen? Hoe willen we betrokken worden in de ontwikkeling van ons gebied? Willen we daar actief in meepraten of volgen we eerder passief op? Welk overheidsbedrijf willen we zijn? Dat zijn vraagstukken waar we mee geconfronteerd worden op langere termijn en waar we zoeken naar het gepaste antwoord.’

U hamert steeds op het belang van innoveren. Kunt u een paar innovaties noemen die voor Nederland ook interessant zouden kunnen zijn?

‘Om eerlijk te zijn, kunnen we zelf veel leren van onze Nederlandse collega’s op dat vlak. Zij zijn vaak al enkele stappen voor op ons. Ik zie over het algemeen wel veel interessante evoluties op het vlak van data en informatiegestuurde brandweer. Eén van die evoluties is het combineren van databronnen. Als het gaat over beeldvorming dan zorgen we bij Brandweer Zone Antwerpen ervoor dat de beelden van zowel drones, dashcams, camera’s als eventuele robots bij een oproep beschikbaar zijn voor onze leidinggevenden en centrale. Zo worden bijvoorbeeld uit het volledig gamma aan beschikbaar beeldmateriaal de vier dichtstbijzijnde beelden van een interventie-adres meteen doorgestuurd. Zo heb je, zonder eigenlijk zelf te veel te investeren, duizenden camera’s ter beschikking die meteen zorgen voor betrouwbare beeldvorming. En dat is goud waard.’

Wat valt u op aan de brandweer in Nederland, ziet u hier interessante ontwikkelingen?

‘Je ziet in Nederland heel boeiende discussies die publiek gevoerd worden. Er wordt bijvoorbeeld actief nagedacht over de rol van de brandweer in de maatschappij en hoe belangrijk die is in de volledige veiligheidsregio. Ook over de scholing van de brandweer wordt gesproken. Bij ons worden die debatten, onder meer over crisisbeheer, vaak niet of heel erg achter de schermen gevoerd. Ik ben ook jaloers dat er in Nederland zo veel onderzoek gebeurt naar de basisprincipes van ons werk. Op het congres van de brandweer in Nederland leer ik altijd enorm veel bij. Op die manier ervaringen en kennis uitwisselen, is echt een grote meerwaarde binnen ons vakgebied.’ ■



Andere artikelen in deze aflevering

Dossier Wet Veiligheidsregio’s

Nadrukkelijkere rol voor de brandweerzorgTien jaar na de oprichting van de veiligheidsregio’s presenteert de commissie Muller eind 2020 haar onderzoeksrapport evaluatie Wet veiligheidsregio’s met daar...