Dossier Wet Veiligheidsregio’s

Dossier Wet Veiligheidsregio’s

Redactie

Nadrukkelijkere rol voor de brandweerzorg

Tien jaar na de oprichting van de veiligheidsregio’s presenteert de commissie Muller eind 2020 haar onderzoeksrapport evaluatie Wet veiligheidsregio’s met daarin een aantal belangrijke aanbevelingen. In het rapport concludeert de commissie dat het vernieuwen van de Wet veiligheidsregio’s noodzakelijk is. De veiligheidsregio’s functioneren goed bij regionale branden, incidenten en crises. Maar omdat crises ingewikkelder worden en regionale grenzen overschrijden, is meer samenwerking nodig. Tussen veiligheidsregio’s, met crisispartners en met het Rijk.

23_BB04_Veiligheidsregio's.html-image1

Want hoe nu verder? Voor het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Nederlandse Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV) is het rapport aanleiding om de wet (deels) aan te passen. Hiervoor organiseert zij een aantal werkconferenties met het veld. Werkgroepen zullen zich buigen over de thema’s die op tafel liggen. De commissie vindt dat bij het herschrijven van de wet de brandweerzorg een nadrukkelijke rol moet krijgen. Zorg van het brandweerveld is dat de focus te veel op het thema crisisbeheersing ligt en minder op brandweerzorg. Daarnaast wordt de stem van brandweervrijwilligers volgens sommigen te weinig gehoord, en zitten niet alle experts en belanghebbenden aan tafel.

In dit dossier een verslag van de eerste werkconferentie, een interview met DG Politie en Veiligheidsregio’s Monique Vogelzang en een opiniestuk van adviseur en voormalig brandweercommandant Paul Verlaan.

‘De kunst is om te blijven leren’

Hoe kunnen we grote, onbekende crises in de toekomst beter beheersen? Hoe werken we beter samen? Niet alleen regionaal, maar ook landelijk en internationaal? En wie heeft dan de regie? Deze vragen stonden centraal tijdens de online werkconferentie Programma Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg op 16 februari, georganiseerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Nederlandse Instituut Publieke Veiligheid (NIPV).

DOOR KARLIJN BROEKHUIZEN

De kersverse minister van Justitie en Veiligheid Dilan Yesilgöz-Zegerius trapte de conferentie af met een dankwoord voor alle deelnemers. ‘Ik heb grote waardering voor u als hulpverlener. Nederland kan rustig slapen omdat u wakker bent. Er ligt een stevige basis als het gaat om crisisbeheersing. Maar bij de bestrijding van elke crisis kunnen ook dingen beter, zoals de informatievoorziening, de communicatie. De kunst is om te blijven leren. We moeten intelligenter samenwerken, en dat is tegelijkertijd het moeilijkste dat er bestaat. Soms kan het schuren of ligt de focus net iets anders. En investeren in een samenwerking kost tijd.’ De minister nodigde de deelnemers uit om hier vandaag al een begin mee te maken. ‘Zoek vooral de mensen, regio’s, en organisaties op die je nog niet kent.’

Panelgesprek

Een van de adviezen van de onderzoekscommissie is om de samenwerking vorm te geven in een netwerk. Maar wat is ‘netwerksamenwerken’ precies? Die vraag werd voorgelegd een panel, bestaande uit Paul Frissen, decaan en bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) en hoogleraar Bestuurskunde aan Tilburg University. Peter Bos, algemeen directeur-secretaris van de Veiligheidsregio Utrecht en kwartiermaker Onderzoek en Onderwijs (IFV), Lieke Sievers, burgemeester Edam-Volendam en Anja de Vos-Biemans, regiodirecteur KPN.

23_BB04_Veiligheidsregio's.html-image2

Niet vrijblijvend

Bos: ‘We zien tijdens een crisis een ingewikkelde kluwen van spelers. Om die bij elkaar te brengen, is netwerksamenwerking van groot belang. Je moet nadrukkelijk kijken wat je wilt bereiken met elkaar. We zien vaak dat als partijen een win-winsituatie zien, ze willen meedoen. Maar het is niet enkel een vrije keuze om samen te werken. Vrijblijvendheid is hier niet voldoende.’ Frissen is kritisch op de vorm van een netwerksamenwerking, vooral in dit verband. Frissen: ‘Past het wel in een crisiscultuur? Netwerken werken op basis van informaliteit, maar zijn niet democratisch en horizontaal. Dat overheden zich ook als netwerk moeten opstellen, berust op een misverstand. De overheid is geen gelijkwaardige partij in een netwerk.’

Wat vindt de commissie?

De evaluatiecommissie is uitgegaan van het idee dat veiligheidsregio’s moeten kunnen omgaan met allerhande soorten crises. Niet alleen met de bekende crises zoals rampen en ongevallen, maar vooral ook met ongekende crises zoals digitale verstoringen, langdurige energie-uitval, grootschalige pandemieën en andere typen crises waar Nederland minder ervaring mee heeft. Dat betekent dat de veiligheidsregio’s in staat moeten zijn verschillende crises te beheersen met allerlei crisispartners. Tegelijkertijd moeten de veiligheidsregio’s de brandweerzorg op hoogwaardig inhoudelijk niveau weten te realiseren. De dagelijkse inzet van de veiligheidsregio richt zich immers vooral op brandweerzorg en hulpverlening in de regio. Zowel voor de crisisbeheersing als voor de brandweerzorg leidt dit tot nieuwe uitdagingen. De wet moet daarbij behulpzaam zijn, maar is dat in de huidige vorm onvoldoende. De wet is eenzijdig gericht op de regio, neemt regiogrenzen als uitgangspunt en biedt geen stimulans voor interregionale, grensoverschrijdende crisisbeheersing. Ook ontbreekt in de wet de verbinding met de nationale crisisstructuur.

Regie en coördinatie

De commissie doet op basis hiervan de aanbeveling om te komen tot nieuwe wetgeving voor crisisbeheersing en brandweerzorg. Kern van deze nieuwe wetgeving is het realiseren van grenzeloze samenwerking. De veiligheidsregio’s, maar ook andere organisaties die een rol spelen in de crisisbeheersing en de brandweerzorg, moeten over geografische, organisatorische, wettelijke en institutionele grenzen heen met elkaar samenwerken. En niet alleen binnen de veiligheidsregio’s, maar ook met andere veiligheidsregio’s, andere crisispartners, het Rijk en zelfs internationaal. Dat vergt regie en coördinatie.

Brandweerzorg

Als het gaat om brandweerzorg adviseert de commissie om de brandweer wettelijk te positioneren als hét orgaan dat verantwoordelijk is voor het adviseren, stimuleren en regisseren van brandveiligheid, ook in verwante wetgeving. De commissie geeft daarnaast het advies om de gezamenlijke algemeen besturen van de veiligheidsregio’s wettelijk verantwoordelijk te maken voor het vaststellen en handhaven van de normen en standaarden voor de brandweerzorg. Ten slotte pleit zij ervoor in de nieuwe wetgeving vast te leggen dat de algemeen besturen van veiligheidsregio’s investeren in het lerend vermogen van de brandweer.

Bron: Rapport evaluatie Wet veiligheidsregio’s

Mensen kennen

Dat onderschrijft KPN-regiodirecteur Anja de Vos-Biemans: ‘De overheid is een vreemde eend in de bijt in een netwerksamenwerking. Als een crisis zich voordoet, komt het vooral aan op de flexibiliteit van mensen. Het is belangrijk om je partners te kennen in het netwerk. Pas dan kun je snel schakelen. Als private partij zitten we in alle geledingen van de crisisstructuur. Maar we merken ook dat een structuur niet afdoende werkt als een crisis zich aandient vanuit onverwachte hoek.’

Bos: ‘We weten nu al vrij goed welke spelers er betrokken zijn bij een crisis. In een zogeheten netwerkkaart is vastgelegd bij welke crisis, welk type scenario past en welke partijen een rol spelen.’ Maar je kunt je volgens hem afvragen of iedereen die kaarten goed kent. En iets kan wel goed beschreven staan op papier, maar werkt in praktijk anders. ‘Bijvoorbeeld omdat spelers zich anders gaan gedragen.’

Werkt een netwerk?

Commissielid Beatrice de Graaf benadrukt dat het van belang is niet alleen regionaal – waar al veel goed gaat –, maar ook transregionaal een netwerk op te bouwen. ‘Een grote crisis beperkt zich niet tot één regio. In het nieuwe netwerk zorg je al in de koude of lauwe fase voor een structuur van crisisbeheersing.’ Hoe daarmee om te gaan en om elkaar te leren kennen, moet je volgens haar voortdurend oefenen. Sievers vult aan: ‘Zo’n netwerkstructuur kan werken. Maar wel op de voorwaarde dat je bereid bent om te kijken wat de bijdrage van de ánder kan zijn. Niet vanuit de gedachte wat je zelf nodig denkt te hebben. Alleen dan werkt het.’

Regie

In het rapport wordt niet alleen het belang van een netwerksamenwerking benadrukt. Er is ook regie nodig bij een samenwerking. Wie moet wanneer de regie nemen? Het lijkt volgens de panelleden evident: de regie moet liggen bij het bevoegd gezag, de hoogste in rang. Maar er is vaak sprake van spraakverwarring, vindt Frissen. ‘Wat is regie eigenlijk? Bedoelen we niet gewoon ‘wie is de baas?’ Bos: ‘Je moet bovendien verschil maken wie de regie heeft in de voorbereidende fase en tijdens de acute situatie.’ De Graaf: ‘En we moeten onderscheid maken tussen klassieke rampen en onvoorspelbare rampen. Je weet in de voorfase vaak niet of het een kleine of grote crisis is en hoe snel je moet opschalen. Een veiligheidsregio functioneert prima bij een regionale crisis. Maar waar ligt het beheer als we moeten opschalen? Dat is nu vaak niet duidelijk.’

Vrienden maken

Wat moet er dan anders? Sievers: ‘Maak vrienden voordat je ze nodig hebt. Investeer in je netwerk.’ De Vos-Biemans vult aan: ‘Het vraagt ook om een andere cultuur en houding, andere competenties. En hoe je die competenties met elkaar verbindt. Je moet gezag kunnen toekennen aan de ander én gezag accepteren.’ De Graaf beaamt dat: ‘Weet dat samenwerken niet vanzelf gaat. Daarvoor moet je mensen opleiden en trainen. Ons advies is dan ook om het IFV te versterken en te investeren in het lerend vermogen van de brandweerorganisatie.’ Dat sluit volgens Bos goed aan bij de nieuwe koers van het IFV, dat vanaf maart Nederlands Instituut Publieke Veiligheid heet.

Hoe verder?

De deelnemers gaan vervolgens in werkgroepen uiteen, die zich buigen over enkele subthema’s. Wat levert een paar uur brainstormen op? Marie-Louise van Schaijk, directeur Veiligheidsregio en commandant Brandweer Brabant-Noord blikt terug op de middag: ‘We zullen prioriteiten moeten aanbrengen. Daarna kunnen de werkgroepen aan de slag.’ Paul Gelton, directeur Veiligheidsregio’s Crisisbeheersing en Meldkamer: ‘De werkgroepen zullen een aantal handvatten en adviezen formuleren, die naar het ministerie van Justitie en Veiligheid en de regio’s gaan. Er zal gewogen moeten worden wat in de wet aangepast moet worden, en wat niet.’ Uiteindelijk zal het kabinet een nieuw wettelijk kader scheppen voor crisisbeheersing en brandweerzorg.

Negen tips

Wat waren volgens de panelleden de belangrijkste adviezen vanuit de deelsessies? En wat nemen zij zelf mee naar morgen?

Weet waarvoor en voor wie je het doet; durf vanuit de opgave te denken.

Neem niet aan dat partijen zich uit zichzelf opzoeken, dat moet je organiseren, bijvoorbeeld als overheid.

Betrek unusual suspects. Zoals burgers: hoe krijgen we die aan tafel? Hoe gaan we om met burgerinitiatieven, ook op het vlak van veiligheid.

Laat de klassieke structuur los in hoe we denken dat een crisis verloopt. Niet alleen praten, maar dingen doen. Werk aan flexibiliteit en veerkracht, met allerlei partners. Train mensen in scenario-denken. Je moet nu al zaken voorbereiden, zodat de paraatheid op orde is.

Ga niet uit van een Excell-werkelijkheid. Bedenk hoe je tijdens de crisis het scenario-denken een plek kunt geven.

Krijg het vraagstuk over de regie scherp.

Beschrijf de gewenste attitude in een crisis: hebben Rijk en veiligheidsregio hetzelfde beeld?

Geef het brandweeronderwijs een herkenbare positie in de wet.

Zoek elkaar al in de koude en lauwe fase op. We zien dat de lauwe fase steeds belangrijker wordt.

Interview

Monique Vogelzang, DG Politie en Veiligheidsregio’s:

‘Het op sterkte houden van de brandweer is absoluut noodzakelijk’

Sinds 2010 is de Wet veiligheidsregio’s van kracht. Deze wet gaat over de organisatie en bekostiging van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening (GHOR). Deze is eind 2020 geëvalueerd. Nu er een nieuw kabinet is aangetreden kan met de uitwerking van de evaluatie aan de slag worden gegaan. Monique Vogelzang, directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s, geeft een eerste reactie op deze uitwerking van de evaluatie en de gevolgen voor de brandweer.

DOOR ROBIN OUWERKERK

Waarom moest de Wet veiligheidsregio’s eigenlijk worden geëvalueerd?

‘Als er een nieuwe wet wordt gemaakt, dan worden er ook afspraken gemaakt over periodieke evaluaties. Doet de wet wat is beoogd? Moet de wet worden aangepast omdat de samenleving is veranderd? Dat moet gebeuren met een onafhankelijke blik, dus is er een aparte commissie voor ingericht.’

Wat valt u op in de evaluatie?

‘De Wet veiligheidsregio’s was enerzijds bedoeld om de rampenbestrijding en crisisbeheersing te verbeteren en helderheid te geven op de vraag ‘wie doet wat?’. Anderzijds gaat het om verbetering van de samenwerking. De conclusie is dat de wet in de basis goed werkt. Hij heeft bijgedragen aan professionalisering van crisisbeheersing en brandweerzorg. Voor de incidenten en crises met lokaal en regionaal effect functioneert het huidige stelsel goed. Ik zie daarin geen heel grote verrassingen in de evaluatie.’

Wat kan beter?

‘Lokaal en regionaal is de basis op orde, maar voor interregionale en grensoverschrijdende crisisbeheersing moet de samenwerking nog beter. Ook de verbinding met de nationale crisisbeheersing moet beter worden geregeld. Dat hebben we de afgelopen twee jaar gezien bij de coronapandemie. We zagen het ook bij de watersnood in Limburg, in 2021 en bij de grote brand in Moerdijk. Voor grootschalige incidenten is betere samenwerking belangrijk, net als betere coördinatie tussen veiligheidsregio’s en een geïntegreerde informatievoorziening om 24/7 alle relevantie informatie beschikbaar te hebben.’

23_BB04_Veiligheidsregio's.html-image3
Foto Shutterstock

Een veel grotere crisis dan de coronapandemie zullen waarschijnlijk niet snel krijgen. Wat heeft u daarvan geleerd?

‘Dat we het gat moeten dichten tussen de nationale crisisaanpak en lokale crisisaanpak. En dat we de sturing daarop beter moeten organiseren. Daarnaast is het belangrijk om een duidelijk kwaliteitskader vast te leggen. Dat moet leiden tot eenduidiger voorbereiding, uniforme kwaliteit van professionalisering en het beter kunnen inspelen op de veranderende vraag. Een voordeel van deze langdurige crisis is dat we de onderlinge samenwerking beter in beeld hebben gekregen en beter weten wat wel en wat niet werkt. Mensen kennen elkaar nu nog beter en weten elkaar te vinden als het erop aankomt. Het continu elkaar daarop scherp houden is belangrijk.’

Wat betekent de evaluatie voor de brandweerzorg?

‘Ook hier geldt: veel is al goed geregeld, maar er valt te winnen in aanpak en methodiek. En ook de brandweer heeft te maken met veranderingen in samenleving en leefomgeving. Denk aan de energietransitie en de komst van de elektrische auto. Ook zullen we door klimaatverandering te maken krijgen met meer stormen en meer wateroverlast. Daar zullen materieel en personeel voor toegerust moeten zijn. Opleiden, kennisdelen en oefenen zijn daarbij essentieel. Het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) speelt daarin een belangrijke rol.’

Bij veel brandweermensen bestaat het gevoel dat binnen de veiligheidsregio crisisaanpak en rampenbestrijding de boventoon voeren en dat de brandweerzorg daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. Ook bijvoorbeeld door de financiering, waarbij voor crisisaanpak geld komt van het rijk en voor brandweerzorg afhankelijk zijn van gemeenten. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?

‘Ik herken deze geluiden wel. Bij de vorming van de Wet veiligheidsregio’s is juist bewust voor een geïntegreerde aanpak gekozen. Het klopt dat er sprake is van ‘verlengd lokaal bestuur’ en verschillende financiële verantwoordelijkheden. Het op sterkte houden van de brandweer is absoluut noodzakelijk, en is een verantwoordelijkheid van de gemeente. In de wet leggen we vast aan welke basiseisen zaken moeten voldoen, zoals bijvoorbeeld aanrijtijd en beschikbaar materieel. Dat is bij de uitwerking van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s zeker een onderwerp dat onze aandacht heeft.

Overigens zijn een aantal van deze basiseisen nu al in de wet vastgelegd. De Inspectie van JenV houdt toezicht op het naleven daarvan.’

Ziet u nieuwe taken bij brandweerzorg?

‘De adviesfunctie van de brandweer zal belangrijker worden. De klimaattransitie stelt nieuwe eisen aan de brandveiligheid van huizen en auto’s. Het werk van de brandweer zal ook veranderen. Maar dergelijke veranderingen zijn van alle tijden.’

De evaluatie Wet veiligheidsregio’s ligt er nu. Wat zijn de vervolgstappen?

‘Het programma Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg is ingericht om de uitwerking van de evaluatie en de visie van het kabinet verder uit te werken. Samen met alle partijen werken we tot de zomer voorstellen uit. En we toetsen of de voorstellen ook uitvoerbaar zijn. In het najaar zullen die voorstellen dan richting de Tweede Kamer gaan. Als er aanpassingen nodig zijn binnen de huidige wettelijke kaders, dan kiezen we daarvoor. Moet op onderdelen de wet worden aangepast, dan zullen we dat doen. Maar de grootste slag zit niet in het aanpassen van de wet, die zit in betere samenwerking, betere coördinatie en een goede informatievoorziening.’

23_BB04_Veiligheidsregio's.html-image4
Monique Vogelzang is op 1 april 2020 begonnen als directeur-generaal Politie en Veiligheidsregio’s bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Opinie

Bestaat de brandweer nog?

Adviseur Paul Verlaan was eerder directeur van de Veiligheidsregio Brabant-Noord, regionaal Commandant Brandweer en lid van de commissie evaluatie Wet veiligheidsregio’s. Hij ziet dat deze wet grote gevolgen heeft voor de brandweer. Wat nu?

Met de introductie van de nieuwe Brandweerwet en de Wet Rampen en Zware Ongevallen in 1985 kreeg de brandweer er een aanzienlijke taak bij: die van rampenbestrijding. Los hiervan moest de brandweer de brandweertaak professionaliseren en al het brandweerpersoneel opleiden volgens de door de wet gestelde nieuwe eisen. Geen sinecure. Het gevolg was wel dat de kwaliteit van het brandweerwerk in deze periode enorm is verbeterd en in elke brandweerregio een solide rampenbestrijdingsorganisatie met bijbehorende opschalings- en commandostructuur is neergezet.

Crisis

Gelijktijdig ontstond er een nieuw fenomeen, los van rampen en grote incidenten, dat zich liet karakteriseren door het begrip crisis. Een crisis heeft kenmerken van maatschappelijke ontwrichting, het overstijgen van de regiogrenzen, van pluriformiteit en van (landelijke) aandacht. Een ramp kan daarmee een crisis zijn of worden, maar niet omgekeerd. Belangrijke oorzaken voor het ontstaan van crises zijn de toegenomen complexiteit van de samenleving, de afnemende veerkracht ervan en het ontstaan van sociale media.

Als gevolg van bovengenoemde ontwikkelingen trad in 2010 de nieuwe Wet veiligheidsregio’s (WVR) in werking. De veiligheidsregio functioneert enerzijds als platform om samen met de crisispartners de crisisbeheersing vorm en gestalte te geven in een netwerk- en regieorganisatie. Anderzijds functioneert de veiligheidsregio als regeling en organisatie voor de brandweer die daarmee ook bestuurlijk aangestuurd en beheerd wordt.

Grote gevolgen

Met de introductie van de wet ging de bestuurlijk aandacht steeds meer uit naar de definiëring van het begrip crisis, de wijze waarop een crisis effectief beheerst kan worden en wie daarin welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft.

Intussen was de brandweer druk bezig met de regionalisatie. Een intensief proces dat rechtsreeks uit de nieuwe wet voortvloeide en op weinig draagvlak bij vrijwilligers kon rekenen. Gelijktijdig moest de brandweer stevig bezuinigen omdat niet alleen de gemeentelijke financiën onder druk stonden, maar ook de nieuwe crisisbeheersingsorganisatie gefinancierd moest worden. De materiele kant en de hierop afgestemde personele organisatie van de zorgvuldig door de brandweer opgebouwde rampenbestrijdingsorganisatie verdampte langzaam. Van de 62 brandweercompagnieën waarover de Brandweer begin van deze eeuw beschikte, bleven slechts een onbestemd aantal pelotons over. De landelijke slagkracht en de ervaring verdween. Ook de beroepsofficiersopleiding hield op te bestaan. Een gevolg was een groeiend tekort aan brandweerofficieren. Preventie- en opleidings- en oefencapaciteit in de regio’s daalden tot onder een onverantwoord minimum en prestaties bleven achter.

Grote verschillen

De veiligheidsregio’s krijgen van het ministerie een doelfinanciering voor crisisbeheersing gebaseerd op een risicosleutel, specifiek voor elke regio. Hiermee wordt ongeveer 10% van het budget van de veiligheidsregio gedekt. Het overgrote deel van het budget is afkomstig van de aangesloten gemeenten die hiervoor vanuit het gemeentefonds gecompenseerd worden. Gemeenten bepalen zelf, verenigd in het bestuur van de veiligheidsregio, hoe groot dit budget is. Hierdoor kunnen de budgetten van de veiligheidsregio’s — als we die in kosten per inwoner uitdrukken — enorm in omvang verschillen. Het onderscheid in budgetten voor brandweerzorg en crisisbeheersing in de veiligheidsregio’s is daarmee behoorlijk diffuus.

Directeur veiligheidsregio

In het overgrote deel van de regio’s kwam de leiding in handen van een nieuw soort functionaris: de directeur veiligheidsregio. Bestuurders hadden behoefte aan één aanspreekpunt binnen de regio’s die hun taal sprak en die bestuurlijk comfort kon bieden. De verwachting was dat een directeur veiligheidsregio in die behoeften kon voorzien. Veel van deze nieuwe directeuren werden ook aangesteld als brandweercommandant. Dit was mogelijk omdat in de wet aan de functie van brandweercommandant, in tegenstelling tot alle andere brandweerfuncties, geen enkele brandweeropleidingseis gesteld werd. De inhoudelijke en leidinggevende functie van brandweercommandant verdween daarmee naar de achtergrond.

23_BB04_Veiligheidsregio's.html-image5
Foto Shutterstock

Volwaardig crisispartner

De gevolgen zijn dat de brandweer haar identiteit verliest en in toenemende mate onzichtbaar wordt. Daarnaast zit de brandweer in veel regio’s niet meer aan de bestuurlijke tafel en wordt door de overige partners niet als volwaardige crisispartner gezien. Mijn advies? Laat de brandweer zich binnen de gemeenschappelijke regeling verder ontwikkelen tot professionele hulpverleningsorganisatie en essentiële crisispartner met een eigen identiteit en herkenbaarheid. Aan het hoofd van de brandweer is behoefte aan een gekwalificeerde brandweercommandant. Opgeleid, competent en met de taken en verantwoordelijkheden die je van de leider van een crisispartner mag verwachten.

De directeur veiligheidsregio of beter: de directeur crisisbeheersing kan zich dan volledig toeleggen op het verder opzetten, uitwerken en leiden van zijn netwerkorganisatie.

Brandweeridentiteit

Bestaat de brandweer nog? Ja. Nog wel. Maar er moet wel gewerkt worden aan de verdere doorontwikkeling van de brandweeridentiteit met een eigen landelijke Raad van Brandweercommandanten. Daar hoort ook een eigen en herkenbare landelijke kennis- en opleidingsorganisatie bij. Die had de brandweer: de Rijksbrandweeracademie (later NIBRA). Bij de instituten die vervolgens hieruit voortkwamen, verdween geleidelijk de brandweeridentiteit waardoor de brandweer nu niet meer de beschikking heeft over een eigen discipline-instituut. Zo’n kennis en opleidingsinstituut moet er dus (weer) komen met eigen lectoren.

Parallel hieraan kan een landelijk instituut voor crisisbeheersing opgericht worden met daarin opgenomen de huidige departementale Nationale Academie voor Crisisbeheersing.

23_BB04_Veiligheidsregio's.html-image6
Paul Verlaan

Andere artikelen in deze aflevering

Je lot omarmen

Beroepsbrandweerman en ondernemer datagebruik Bart van Leeuwen geeft het stokje voor deze rubriek door aan Arthur Haasbroek, informatiespecialist bij brandweer Hollands Midden en informatiemanager in ...

Op bezoek in ... Kamperland

In Kamperland op het eiland Noord-Beveland – volgens ploegchef Sebastiaan van Goudswaard het mooiste dorp van Zeeland – vind je een brandweerpost met dertien vrijwilligers. ‘Ik wil niet zeggen dat we ...