Fatale woningbrand is relatief vaak een kleine brand

Fatale woningbrand is relatief vaak een kleine brand

Jildou Visser, Jildou

Roken, koken, kortsluiting en defecte apparaten zijn vorig jaar, net als in eerdere jaren, de belangrijkste oorzaken geweest van fatale woningbranden. Opvallend is volgens Margrethe Kobes, onderzoeker bij de Brandweeracademie van het IFV, dat ieder jaar net iets meer dan de helft van de dodelijke slachtoffers minder zelfredzame personen zijn. Daarnaast valt op dat fatale woningbranden vaak relatief kleine branden zijn die beperkt blijven tot de ontstaansruimte. In 2015 zijn in totaal bij 27 branden 31 dodelijke slachtoffers gevallen.

In het Jaaroverzicht fatale woningbranden 2015 zijn alleen de woningbranden meegenomen die niet met opzet veroorzaakt zijn. Ook zijn alleen de slachtoffers erin meegenomen die als gevolg van de brand zijn overleden. Net als voorgaande jaren is iets meer dan de helft van de dodelijke slachtoffers verminderd zelfredzaam. ‘Dat betekent ook dat een grote groep wel zelfredzaam was. Bij deze groep valt op dat zij vaak in de brandruimte liggen te slapen en door de brand worden overvallen’, aldus Kobes. ‘Een deel van hen beschikte over een werkende rookmelder, maar deze hing vaak in de hal. Op het moment dat je in de brandruimte ligt te slapen, duurt het te lang voordat de rook de rookmelder in een andere ruimte bereikt. Voorgaande jaren zagen we met name dat de verminderde zelfredzaamheid de meest bepalende factor was bij fatale woningbranden. Dit jaar zien we dat ook slapen en hevige rookontwikkeling als belangrijke factoren worden genoemd.’

Een andere opvallende conclusie van het jaaroverzicht is volgens Kobes dat roken volgens de cijfers van het CBS niet vaak de oorzaak is van woningbranden. ‘Maar roken is samen met onvoorzichtigheid bij het koken ieder jaar de meest voorkomende oorzaak bij fatale woningbranden. Daaruit kunnen we concluderen dat gezien over alle woningbranden roken niet vaak de brandoorzaak is maar als het de brandoorzaak is, heeft de brand relatief vaak een dodelijke afloop.’

Brandomvang

Fatale woningbranden zijn vaak relatief kleine branden, zo kunnen we concluderen uit de cijfers in het jaaroverzicht. Meer dan de helft (52%) van de branden is bij aankomst van de brandweer beperkt tot de ruimte waarin de brand is ontstaan. Bij 15% was de brand zelfs beperkt tot het voorwerp waarin de brand is ontstaan. ‘We zien dus dat de omvang van de brand minder bepalend is voor de fataliteit. De enorme rookontwikkeling en -verspreiding vormt een groter probleem’, aldus Kobes. ‘Daarom gaan we vanaf dit jaar de vraag toevoegen of de binnendeuren open of dicht zijn’, vult Tamo Vogel, trainee bij het IFV, aan. ‘Zo kunnen we onderzoeken of het geopend of gesloten zijn van deuren effect heeft.’

Naast de brandomvang is ook gekeken naar het moment van overlijden. Daaruit blijkt dat ongeveer twee derde van de slachtoffers ter plaatse overlijdt, ongeveer een kwart in het ziekenhuis en een tiende op weg naar het ziekenhuis. Bijna de helft (45%) van de slachtoffers is vermoedelijk al voor de aankomst van de brandweer overleden, waarvan 29% al voor de melding van de brand. ‘In hoeverre heeft het openen of sluiten van binnendeuren effect op deze categorieën? Dat willen we de komende jaren nader onderzoeken’, vertelt Kobes.

ontdekkingstijd

‘Bij 82% van alle fatale branden is de brandweer binnen acht minuten ter plaatse. Bij ruim een vijfde van deze branden was dat zelfs binnen vijf minuten. Als je dit vergelijkt met de ontdekkingstijd, dan zie je met name dat in de laatste nog een wereld te winnen is. Vaak zijn het omstanders die voorbij lopen of de buren die de brand melden. In 49% van de fatale branden heeft het langer dan een kwartier geduurd voordat de brand is gemeld. Als slachtoffer heb je dan weinig overlevingskansen meer.’ Daarin speelt naast de aanwezigheid van werkende rookmelders volgens Kobes ook de woonsituatie een rol. Bij 63% van de fatale branden waren de slachtoffers alleenstaand en bij ruim driekwart waren de slachtoffers ten tijde van de brand alleen thuis. ‘Als er meerdere personen thuis zijn, wordt een brand vaak sneller ontdekt en gemeld.’

Gebouwkenmerken

In 2015 zijn er voor het eerst meer fatale branden in galerijflats geweest dan in andere gebouwtypen. Vorig jaar waren de meeste dodelijke branden in rijtjeswoningen. ‘In deze cijfers zie je duidelijk dat de brand bij De Notenhout in Nijmegen effect heeft op het totaaloverzicht. Bij die brand zijn meerdere dodelijke slachtoffers gevallen. Dit laat goed zien dat we voorzichtig moeten zijn met het trekken van conclusies op basis van deze cijfers’, legt Kobes uit. ‘Ieder jaar zijn er ongeveer dertig dodelijke slachtoffers als gevolg van brand. Ieder slachtoffer is er natuurlijk één te veel, maar we spreken over kleine aantallen. Grote branden met meerdere slachtoffers hebben daardoor effect op het jaaroverzicht. Als je conclusies wilt trekken waarop je beleid kunt maken, dan moet je kijken naar meerdere jaren. Dan zijn de aantallen groter en kun je dus betrouwbaardere conclusies trekken over welke factoren echt van belang zijn.’

Kijkend naar de cijfers van vorig jaar, concludeert Kobes dat de gebouwkenmerken slechts in beperkte mate invloed hebben gehad op het overlijden van het slachtoffer. Bij vier fatale woninbranden zijn de bouwmaterialen van invloed geweest op het overlijden van het slachtoffer, maar in alle gevallen was sprake van een combinatie van typen bouwmaterialen die van invloed zijn geweest. Zo staat in het rapport dat bij drie branden de beglazing een rol heeft gespeeld, waarbij in twee gevallen sprake was van dubbel glas en in één geval van enkel glas. Bij één van de branden waarbij de dubbele beglazing van invloed is geweest, heeft ook de betonvloer een rol gespeeld. De combinatie van materialen zorgde ervoor dat de brand door zuurstofgebrek is gesmoord. ‘Doordat die aantallen zo laag zijn en er sprake is van verschillende bouwmaterialen en combinaties van bouwmaterialen is daar eigenlijk niets over te zeggen.’

Actuele gegevens

Het IFV publiceert slechts eenmaal per jaar een jaaroverzicht van fatale woningbranden en eens per vijf jaar een trendanalyse. Dat gaat veranderen, laat Tamo Vogel weten. ‘We zien dat er veel belangstelling is voor de gegevens. Daarom gaan we dit jaar beginnen met het publiceren van meer actuele gegevens over fatale woningbranden. Vanaf eind mei gaan we de data van iedere fatale brand plaatsen op www.ifv.nl/fatalewoningbranden’, vertelt hij.

‘Daarnaast gaan we vanaf volgend jaar de vragenlijsten van fatale woningbranden en de reddingen koppelen. Nu zijn het nog twee losse onderzoeken, maar die voegen we samen.’ Brandweerlieden die zijn ingezet bij een woningbrand met dodelijke slachtoffers kunnen deze brand melden via woningbrand@ifv.nl.

BR052016-FATALEWONINGBRAND
Bij een woningbrand in Gorinchem is vorig jaar een persoon omgekomen.Fotograaf