‘In overleg met elkaar 
bereik je meer’

‘In overleg met elkaar 
bereik je meer’

Visser, Jildou

Dat de impact van brand veel groter is dan alleen de materiële schade ondervinden bedrijven vaak pas op een moment dat het te laat is. Een langdurige sluiting of reputatieschade kan er in het ergste geval zelfs voor zorgen dat bedrijven als gevolg van brand failliet gaan. Het belang van brandveiligheid is dus groot. Maar hoe ervaren bedrijven dit zelf? Hoe gaan zij om met brandveiligheid? En in hoeverre heeft de brand het denken over brandveiligheid veranderd?

Intergamma: samen kijken naar excessen en hiaten in brandveiligheid

Intergamma, het moederbedrijf van de bouwmarkten Gamma en Karwei, kreeg in 2008 voor het laatst te maken met twee grote branden. De eerste was bij de Gamma in Doetinchem waar een boze klant tijdens openingstijd een brandbom liet afgaan in het schap met licht ontvlambare stoffen. De tweede was in Amsterdam-Noord. Hier sloeg de brand via de naastgelegen Leen Bakker over naar de bouwmarkt. Hoewel het concern al bezig was met het zoeken naar een brandveiligere oplossing voor de schappen met gevaarlijke stoffen, deed de brand in Doetinchem de ogen verder openen. ‘Toen ik in 1997 bij het bedrijf kwam werken viel me op dat de hoeveelheid licht ontvlambare stoffen die we in grote bouwmarkten hadden staan, soms 2,5 keer zo groot was als destijds wettelijk was toegestaan. Ze stonden op een lekbak, dus iedereen dacht dat het veilig was. We hebben een delegatie van Brandweer Nederland en het ministerie van Infrastructuur en Milieu uitgenodigd. Ik heb hen gevraagd wat ze vonden van de wijze waarop wij de licht ontvlambare stoffen in de winkel hadden staan. Ze vonden de hoeveelheid normaal en het stond netjes. Toen ik hen vertelde dat het 2,5 keer de wettelijk toegestane hoeveelheid was, werden ze stil’, zo begint Michiel van Zon, security manager bij Intergamma. Eind 2006 vormt hij een werkgroep met vertegenwoordigers van Brandweer Nederland, de ministeries van Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken en vertegenwoordigers van de doe-het-zelfbranche van Detailhandel Nederland. Daar komt het activiteitenbesluit uit voort waarin staat dat de maximale wettelijk toegestane hoeveelheid onder strikte voorwaarden mag worden overschreden.

Gevaarlijke stoffenkast

‘Intern zijn we gaan kijken hoe we volgens de nieuwe wetgeving het beste de grotere hoeveelheid stoffen in de winkel konden opslaan. De bestaande gevaarlijke stoffenkluizen waren geschikt voor maximaal 250 liter. Dat was te klein. Onze omloopsnelheid is groter. Dan zouden we met karretjes door de winkel moeten om de schappen te vullen. Dat levert gevaarlijke situaties op. We hadden op de verkoopvloer een brandwerende kast nodig met een inhoud van ongeveer duizend liter. In samenwerking met Brandweer Nederland hebben we een nieuw type gevaarlijke stoffenkast laten ontwerpen die een apart brandcompartiment vormt in de bouwmarkt. Deze is altijd geopend, zodat klanten ongehinderd hun materialen kunnen pakken. In geval van brand sluiten de rolluiken automatisch en worden de kieren dichtgeschuimd. Het compartiment is negentig minuten brandwerend.’

In de periode dat de gevaarlijke stoffenkast wordt ontwikkeld, doen de twee branden zich voor. Van Zon: ‘Het gelukkige toeval bij beide branden was dat op één ruimte na de panden volledig waren afgebrand. In die ruimte zat ons videosysteem. Alle beelden waren bewaard gebleven. Daarop konden we zien hoe de branden zich hadden ontwikkeld. En daar schrokken we van.’ De flessen met licht ontvlambare stoffen reageerden anders dan tot dan toe werd aangenomen. ‘We verwachtten dat de flessen door de hitte zouden smelten en de stoffen via de lekbak zouden worden afgevoerd. Dat bleek anders. Door de hitte bouwde de druk zich in de flessen op totdat de fles het begaf. De flessen werden een soort vlammenwerpers die in een mum van tijd de hele winkel in brand zetten.’ De videobeelden sterken Van Zon in het belang van de ontwikkeling van de gevaarlijke stoffenkast. ‘Brand bij de gevaarlijke stoffen was levensgevaarlijk. Als winkelketen wil je niet slecht in het nieuws komen. Slachtoffers als gevolg van brand kan je de formulenaam kosten. Wij willen dat onze klanten kunnen winkelen in een veilige omgeving en doen daar alles aan.’

De speciaal ontwikkelde kasten kosten achtduizend euro per stuk. Dit wordt betaald door de franchisenemers. Van Zon: ‘Als keten bepalen wij hoe onze bouwmarkten worden ingericht. De kasten hebben we geïntegreerd in de inrichting en zijn voor onze franchisenemers een voorgeschreven onderdeel van de formule. Zij zaten niet op de extra kosten zaten te wachten, totdat we ze de beelden van de branden in Doetinchem en Amsterdam lieten zien. Iedereen was direct overtuigd van de noodzaak van de investering.’

Gestelde normen

Voldoen aan de brandveiligheidseisen is voor Intergamma geen doel op zich. ‘Het gaat erom dat het veilig is. Ik kijk liever samen met de brandweer waar de hiaten in de regelgeving zitten en waar de excessen. De opslag van gevaarlijke stoffen in een bouwmarkt was zo’n hiaat. Maar er zijn ook excessen in de huidige brandpreventie’, aldus Van Zon. Als voorbeeld noemt hij de brandwerende scheidingen tussen de schappen met verfstoffen. ‘Die worden door preventisten geëist. Ze kosten tienduizend euro per stuk. Vreemd genoeg worden ze ook geëist bij onbrandbare watergedragen verf. Bij de schappen met bootlakken worden de scheidingen vaak vergeten. Dat vind ik gek en duidt mogelijk op een gebrek aan informatie. Overigens wordt steeds meer verf watergedragen en daarmee onbrandbaar.’ Een ander voorbeeld van een exces is volgens Van Zon dat in sommige gevallen bij de houtafdeling vanwege de grotere vuurbelasting een sprinkler wordt geëist. ‘Onzin als je het mij vraagt. De brand ontwikkelt zich bij deze compacte producten niet snel en tijdens openingstijd wordt het snel gedetecteerd. Hierdoor kun je het prima met kleine blusmiddelen blussen. Na openingstijd duurt de ontdekkingstijd langer. Dan heb ik liever dat het gebouw afbrandt. De rook zorgt voor veel schade aan producten. De uitverkoop die we dan moeten houden kost ons meer dan wanneer het pand afbrandt. Ook verzekeraars zijn het eens met de afbrandscenario’s. Het is veiliger voor de brandweer en goedkoper voor ons. Als je voor de hiaten extra maatregelen neemt en de excessen achterwege laat, krijg je een beter evenwicht tussen de kosten en echte veiligheid.’

Woonstad Rotterdam: ‘De impact was behoorlijk’

In één van de hallen van seniorenwooncomplex Nieuw Kellog van Woonstad Rotterdam ontstaat in de nacht van 24 op 25 juni vorig jaar brand in een scootmobiel. Het incident heeft een flinke impact op zowel de bewoners als de woningcorporatie laat projectleider Onderhoud & Renovatie Robert Francissen weten. ‘Het was een relatief kleine brand op één verdieping, maar door het ventilatiesysteem heeft de rook zich over alle verdiepingen verspreid. Ongeveer eenderde van alle woningen of ruimten in deze vleugel had rookschade.’ De brand heeft volgens Francissen aan het licht gebracht dat het gebouw door een wijziging in de gebruiksfunctie niet op alle punten voldeed aan het Bouw-besluit. Zo zijn onder andere de voordeuren niet voldoende brandwerend. ‘Die zijn vervangen. Onder de bewoners was bovendien onrust over de vluchtwegen. Samen met de brandweer hebben we hen tijdens bijeenkomsten geïnformeerd over brandveiligheid en de maatregelen die we gingen nemen. Ook hebben we met de brandweer goed gekeken naar de brandveiligheid.’ Een van de maatregelen die Woonstad Rotterdam neemt is het opstellen van beleid over het parkeren van scootmobielen in de gangen. ‘Dat is niet langer toegestaan. Omdat de woningen te klein zijn voor het parkeren van de scootmobiel, hebben we daar een apart brandcompartiment voor gemaakt. Dat betekende dat bewoners verder moeten lopen. Dat leidde tot enige frictie, maar met de brand hadden wij goede argumenten in handen. Bovendien is iedereen in staat om met een rollator bij de woning te komen. Meerdere gebouwen zijn al voorzien van een scootmobielruimte, maar we willen dit breder uitrollen en de brandveiligheid van de al bestaande scootmobielruimten waarborgen’, vertelt Francissen. Een andere maatregel die de woningcorporatie neemt is het plaatsen van brandkleppen met rookdetectie op de ventilatiekanalen. ‘Volgens de wetgeving is dit niet verplicht, maar het gemak waarmee de rook zich vorig jaar verspreidde vinden wij te gevaarlijk. Daarom zetten we op alle roosters kleppen die bij brand automatisch sluiten’, aldus de projectleider.

Toegevoegde waarde

Francissen is erg te spreken over de samenwerking met de brandweer. ‘Ze waren de onafhankelijke autoriteit bij de bewonersbijeenkomst en ze hielpen om te komen tot een hoger brandveiligheidsniveau.’ Hij legt uit dat er volgens de letter van de wet maatregelen zouden moeten worden getroffen die branddoorslag van de portiek naar de woning kan voorkomen. ‘De brandweer achtte dit risico zo klein dat ze het niet nodig vonden. Daarentegen kwamen ze met andere punten die zij belangrijker vonden, zoals het vervangen van het draadglas in de puien in de gang door brandwerend glas. Volgens de wet hoefde dat niet. Al sparrend zijn we gekomen tot een pakket aan maatregelen waarmee we het budget echt kunnen steken in het verhogen van praktische brandveiligheid. Het advies van de brandweer heeft er bovendien mede voor gezorgd dat we bij de directie vrij makkelijk budget kregen.’ De maatregelen worden nu eerst in woongebouw Nieuw Kellogg doorgevoerd, maar daar blijft het als het aan Francissen ligt niet bij. ‘In de komende periode willen we ook met de brandveiligheid in andere gebouwen aan de slag. Deze brand heeft onze ogen geopend. Uiteindelijk is er iets moois uit voortgekomen.’

Stadswonen Rotterdam: ‘brand is kostbaar’

Stadswonen Rotterdam, een onderdeel van Woonstad Rotterdam, huisvest vooral studenten en jongeren. ‘In onze woningen is weleens brand. Meestal zijn het kleine keukenbrandjes zonder letsel’, zo begint beleidsmedewerker Marvin Siemersma. ‘Het bezorgt ons veel werk. De schade moet worden hersteld, maar je hebt ook veel afstemming met de huurder. We hebben nooit berekend wat een brand kost, maar ik weet zeker dat het ontzettend kostbaar is. Bovendien is het erg vervelend voor de huurder. Daarom proberen we te sturen op het voorkomen van brand. Zo heeft praktisch iedere woning een rookmelder die is geschakeld op het lichtnet.’

Een van de momenten die Stadswonen Rotterdam gebruikt om de bewoners te wijzen op brandveiligheid is de periodieke inspectie. De studenten- en jongerenhuisvester heeft zesduizend woningen en ongeveer tweeduizend verhuizingen per jaar. ‘Daardoor komen we in ieder gebouw meerdere keren per jaar en bezoeken wij elke woning gemiddeld genomen eens in de twee tot drie jaar. Daarbij letten we op of het schoon is, maar kijken ook of alles heel en veilig is en of niets de vluchtweg barricadeert. Zodra we het idee hebben dat het urgent is worden huurders gesommeerd het probleem op te lossen. Gebeurt dat niet, dan zorgen wij voor een aannemer en worden de kosten doorberekend’, legt Siemersma uit. Daarnaast is ook in de bewonerscommissies aandacht voor brandveiligheid. De bewonerscommissie bestaat uit gemiddeld acht huurders per complex van ongeveer 150 woningen. Zij controleren de gebouwen periodiek op de hygiëne en veiligheid en krijgen één keer per jaar een training aangeboden. ‘Daarin behandelen we onder andere de facetten van brand en leren ze bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met een CO2-brandblusser, een schuimblusser en een blusdeken.’ Samen met bewonerscommissies wordt ook gekeken naar de behoefte. Zo heeft Stadswonen Rotterdam in samenwerking met de commissies communicatiemiddelen laten ontwikkelen, waaronder een groot bord met instructies over brandveilig wonen in zowel het Nederlands als Engels. ‘Wij hebben de helft betaald en de commissies de andere helft. Door het samen te doen delen ze in het verantwoordelijkheidsgevoel. Ze zorgen er dan zelf voor dat de borden worden opgehangen en dat ze blijven hangen.’

Stadswonen Rotterdam probeert tot slot actiematig prikkels af te geven. Zo kreeg iedere nieuwe huurder vorig jaar aan het einde van het jaar een veiligheidspakket. ‘Daarnaast hebben we tien pakketten via de nieuwsbrief weggegeven. Daar zijn veel reacties op gekomen. En we houden schouwacties in samenwerking met de brandweer. Hierover hebben we onlangs een convenant gesloten.’

BR052016-ONDERNEMERS1
De gevaarlijke stoffen staan bij de Gamma en Karwei bouwmarkten in een apart ontworpen brandcompartiment. Bij brand sluiten de rolluiken en schuimen de kieren dicht, zodat de brand snel wordt afgeschermd.Fotografie: Michiel van Zon
BR052016-ONDERNEMERS2
Een brandklep met rookdetectie. Om te voorkomen dat rook zich door het gebouw verspreidt, plaatst Woonstad Rotterdam deze op de ventilatiekanalen.Fotografie: Woonstad Rotterdam
BR052016-ONDERNEMERS3
Leden van de bewonerscommissies van Stadswonen Rotterdam leren in een training hoe zij moeten handelen bij een vlam in de pan.Fotografie: Woonstad Rotterdam

Andere artikelen in deze aflevering