‘Vroeger hadden we plastic brandweerpakken’

‘Vroeger hadden we plastic brandweerpakken’

M. van der Leest

Brand&Brandweer bestaat dit jaar veertig jaar en dat vieren we met een reeks verhalen. Daarin blikken we met een aantal jubilarissen terug op vier decennia brandweer. En we kijken vooruit. Hoe verwacht de nieuwe generatie dat de brandweer er over veertig jaar uitziet? Deze keer is het de beurt aan oudgediende Jan Slakhorst uit Renkum en nieuweling Astrid van Elk uit Dieren.

Jan Slakhorst, oud-plaatsvervangend commandant Brandweer Gelderland-Midden:

Hoe zag het brandweerkorps in Renkum er veertig jaar geleden uit?

‘Anders. Het was in die tijd veel kleinschaliger. We hadden nog een gemeentelijke meldkamer. De centralisten, maar ook de vrij- willigers op de auto kenden alles uit hun hoofd: procedures, locaties van brandkranen en rijroutes. Het was ook de laatste periode van de ordonnance, die in opdracht van de bevelvoerder berichten vanuit de telefooncel doorgaf aan de meldkamer. En we stonden aan het begin van de regionalisering. Het materieel veranderde ook. Destijds droegen de vrijwilligers een soort plastic pakken om niet nat te worden. Ook waren er korpsen met wollen overalls en leren jassen tegen de hitte. Pas veel later kwam bluskleding die vergelijkbaar is met de huidige uitrusting.’

BR201705-99346P34-PLASTIC
Jan Slakhorst: ‘Als projectleider van het landelijke project Natuurbrand-beheersing kan ik me nog steeds bezighouden met de inhoud van het vak.’

Kunt u zich uw eerste brandweeropleiding nog herinneren?

‘Jazeker! In het voorjaar van 1976 ben ik begonnen. Ik was toen al in het bezit van een groot rijbewijs en na een interne opleiding tot brandweerchauffeur, wat vooral pompbediende betekende, kon ik aan de slag. Geweldig! Ik vond de brandweer zo aantrekkelijk dat ik later besloot beroeps te worden. Zo kwam ik, na de opleiding tot brandweerofficier op de Rijks Brandweer Academie, bij de regionale brandweer in Groningen. Later ben ik teruggegaan naar Gelderland. Ik woonde toen weer dichterbij mijn familie, vrienden en de mooie omgeving natuurlijk. Na verschillende opleidingen en functies ben ik plaatsvervangend directeur/commandant van Veiligheidsregio Gelderland-Midden geworden. Daar ben ik vorig jaar mee gestopt. Dat kon door de levensloopregeling en gedeel-telijk pensioen.’

BR201705-99346P34-PLASTIC2

Wat is de grootste verandering die u bij de brandweer heeft meegemaakt?

‘De regionalisering en automatisering. Vroeger hadden we op iedere wagen een boek met alle informatie. Dat werd nauwelijks gebruikt, omdat alle mannen in de buurt woonden en iedere locatie makkelijk wisten te vinden. Ergens in de jaren tachtig kregen we het allereerste computermodel, de Automatisering Regionale Brandweer Alarmcentrale (ARBAC). Daarna kwamen er steeds grotere en later ook de multidisciplinaire meldkamers. Daarnaast is de opleiding sterk veranderd. Vroeger ging het meer over feiten en theorie. Tegenwoordig is meer aandacht voor begrip en praktijkvaardigheden.’

Wat is de meest bijzondere inzet in al die jaren geweest?

‘De hoogwaterperiode in 1995 met de evacuatie van een deel van de Betuwe. Tegenwoordig zouden we dat GRIP5 of landelijk noemen. Ik was inmiddels plaatsvervangend operationeel leider en nauw betrokken bij de besluitvorming. Er zijn 250.000 bewoners geëvacueerd. Uiteindelijk hebben de dijken het toch gehouden. Verder vind ik de grote branden niet zozeer bijzonder, maar de branden in de oude binnenstad en natuurbranden. Dat is vaak een uitdaging op het gebied van leiding en coördinatie.’

In welk opzicht is het brandweervak het meeste veranderd?

‘Het is zakelijker geworden. De begroting werd veertig jaar geleden ad hoc voorgelegd aan de gemeenteraad. Een lange-termijnbegroting was er niet, zelfs geen eigen administratie. Die werden veelal op het gemeentehuis uitgevoerd. Zo vreemd is dat overigens niet, want de brandweer was binnen de gemeente de kleinste dienst. Wij waren vooral bezig met brand blussen en soms een beetje preventie, dat was toen nog volop in ontwikkeling. Sommige gemeenten hadden die taak ondergebracht bij bouw- en woningtoezicht. Nu is alles regionaal georganiseerd.’

Hoe lang blijft u nog bij de brandweer?

‘Als plaatsvervangend commandant heb ik twee jaar geleden reeds afscheid genomen van Brandweer Gelderland-Midden. Vervolgens ben ik gevraagd als projectleider voor het landelijke project Natuurbrandbeheersing. Erg leuk, want nu kan ik me drie dagen per week voor honderd procent bezighouden met de inhoud van het vak. Het project loopt tot 2020. Daarna heb ik honderd procent vrije tijd.’

Astrid van Elk, doet de opleiding tot Manschap A en de opleiding tot operationeel woordvoerder, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden.

Hoe ben je bij de brandweer terechtgekomen?

‘De interesse was er altijd al. In 2011 is een nieuwe brandweerkazerne schuin tegenover ons huis gebouwd. “Meld je toch aan”, hoorden mijn man en ik toen van verschillende kanten. Uiteindelijk kwamen we via de Ondernemersvereniging van Dieren echt met de brandweer in contact. Vervolgens heb ik me tijdens de open dag opgegeven, mijn man een half jaar later.’

Wat kun je leren van de oude garde?

‘Veel! De opleiding legt de basis, maar het echte werk leer je on the job. Met het materiaal en de mensen in de praktijk werken bijvoorbeeld. Dat krijg je alleen onder de knie door meters te maken. Dat lukt overigens prima. Gemiddeld ga ik zo’n anderhalf keer per week mee met een uitruk. Maar ik heb ook weleens drie uitrukken in een week gehad. Grote branden maken op mij de meeste indruk. Een grote stalbrand bijvoorbeeld, waar de paarden gered moesten worden. Wat een organisatie en wat een inzet van materieel vergt dat.’

In hoeverre hoop je ook de veertig jaar vol te maken?

‘Haha, ik ben 41 en 1,5 jaar vrijwilliger, dus die veertig brandweerjaren gaan niet meer lukken. Wel zou ik me graag verder ontwikkelen binnen de manschappen. Er valt namelijk genoeg te leren. Verder doe ik momenteel een opleiding tot operationeel woordvoerder/communicatieadviseur CoPI, Regio Oost. Dat gaat over de communicatie met de pers bij incidenten. Deze twee functies zijn uitstekend te combineren. Wie weet neem ik op termijn wel afscheid van mijn speelgoedwinkel en ligt mijn toekomst helemaal bij de brandweer. Dat sluit ik niet uit.’

BR201705-99346P34-PLASTIC3
Astrid van Elk: ‘Wie weet ligt mijn toekomst wel helemaal bij de brandweer.’

Marco van der Leest

Andere artikelen in deze aflevering

Van zenden naar dialoog

Van zenden naar dialoog. Dat is de boodschap die steeds meer terug te vinden is onze samenleving. Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in de wijze waarop wet- en regelgeving met betrekking tot veiligheid wo...