Dilemma’s bij voorbereiding op inzet na terroristische aanslag

Dilemma’s bij voorbereiding op inzet na terroristische aanslag

J. Visser

In steeds meer veiligheidsregio’s in Nederland wordt realistisch oefenen ingezet om brandweerlieden voor te bereiden op een inzet na een terroristische aanslag. Juist tijdens een realistische oefening komen de dilemma’s tijdens het optreden duidelijk aan het licht. Tegelijkertijd is het een kostbare manier, want er zijn veel LOTUSslachtoffers nodig en de oefening moet multi- disciplinair worden opgezet. Wat zijn de ervaringen met deze realistische oefeningen? En zijn er andere manieren om een brandweerploeg voor te bereiden op een inzet na een aanslag?

BR201805-P18-DILEMMA
Als de aanslag in Stockholm op 7 april vorig jaar wordt gepleegd, is de brandweer nog niet voorbereid op het handelen na een aanslag. Foto: ANP.

In Kopenhagen zijn ze al een flink aantal jaar bezig met het voorbereiden van brandweerploegen op terrorismegevolgbestrijding, laat Magnus Mattson van de Copenhagen Fire Brigade weten. ‘Je kunt nooit honderd procent voorbereid zijn op een terroristische aanslag, want iedere aanslag is weer anders. Maar twee factoren zijn altijd aanwezig, het is een soort oorlogssetting met veel zwaargewonde slachtoffers en er is sprake van veel chaos. Dat zijn ook de factoren die anders zijn dan bij onze dagelijkse inzetten. Probeer je, onafhankelijk van het scenario, voor te bereiden op de oorlogssetting en de chaos. Dat is volgens ons het belangrijkste.’

Een van de belangrijkste verschillen tussen de brandweer in

Denemarken en die in Nederland is dat de Deense brandweer- lieden ook ambulanceverpleegkundige zijn. ‘Onze mensen zijn het gewend om ernstige verwondingen te behandelen. We hoeven ze dus niet meer op te leiden in bijvoorbeeld het aanleggen van tourniquets.’

Gesprek

De Deense brandweer gebruikt drie methoden om de brandweerlieden voor te bereiden op een inzet na een terroristische aanslag. De eerste is het aangaan van gesprekken. Volgens Mattson is dit een laagdrempelige en goedkope manier. ‘Praat erover, open en eerlijk. Vertel je mensen dat er chaos is, dat ze dingen zullen zien die ze misschien liever niet hadden willen zien en maak ze duidelijk dat er geen garantie voor de eigen veiligheid is. Die garantie heb je trouwens nooit, ook niet bij grote, complexe branden. Tunnelbrandbestrijding heeft tot nu toe meer levens gekost dan de inzet na een aanslag. We werken altijd volgens het principe dat het veilig genoeg is, ook bij terrorismegevolgbestrijding’, vertelt Mattson. Bij deze gesprekken gebruikt de Deense brandweer ook vaak video’s van aanslagen die al eerder zijn gepleegd, bijvoorbeeld die op luchthaven Zaventem in Brussel of de aanslag in Stockholm vorig jaar. ‘Dat zijn gewoon video’s die op internet staan. Het belangrijkste aan het zien van deze video’s is de sfeer. Je ziet hoe mensen echt reageren bij een aanslag, de gezichtsuitdrukkingen en dat het bijvoorbeeld erg stil kan zijn terwijl je veel geschreeuw verwacht. Na het zien van zo’n video spreken we over wat iedereen is opgevallen, wat ze hebben gezien, welke risico’s ze zagen en hoe ze zelf op dat moment zouden handelen. Uit die gesprekken blijkt vaak dat ze het Manchester scenario zien als worst case scenario. Daarmee doel ik niet op de aard van de aanslag, maar op het feit dat de brandweer klaar was om te handelen, maar ze pas twee uur later in actie mochten komen. Zij wilden helpen, maar mochten dat lange tijd niet. Dat kan traumatiserend zijn.’

Realistische video

De tweede methode die de Deense brandweer gebruikt is het zelf maken van een realistische video van een aanslag. In 2006 is de eerste video gemaakt, waarbij de ontploffing van een bus in videobeelden is uitgewerkt. Daarvoor hebben ze op een oefenterrein daadwerkelijk een bus laten ontploffen en die versleept naar de straten van de hoofdstad. ‘We hebben nu een nieuwe video laten maken, want de technieken zijn tegenwoordig veel professioneler waardoor het er nog realistischer uitziet. Het scenario is gebaseerd op de aanslag in Parijs. We hebben acteurs ingehuurd en hebben zo echt mogelijk de verschillende aanslagen nagespeeld, waaronder een aanslag in het theater van Kopenhagen met meerdere schutters. In de video speelt ook de sfeer een belangrijke rol. Daarbij hebben we zoveel mogelijk verwerkt wat de brandweer-lieden uit bijvoorbeeld Brussel hebben beschreven’, aldus Mattson. ‘Het eindresultaat ziet er heftig uit. Ik heb de video nu meerdere keren gezien en het raakt je, meer dan een video van een andere aanslag. Juist doordat je ziet dat deze aanslag is op locaties die in je dagelijks leven zo bekend en normaal zijn, is de impact groter. Het maakt het makkelijk om voor te stellen hoe het is als er echt een aanslag in jouw stad is. Het maakt daardoor het gesprek dat je na het kijken ervan hebt, realistischer en intenser.’

BR201805-P18-DILEMMA2
De eindoefening van de brandweer in Stockholm is zo realistisch mogelijk.Fotografie: Jonas Nyström, Storstockholm Brandförsvar.

Realistisch oefenen

Naast de gesprekken die de Deense brandweer voert, wordt ook geprobeerd om zoveel mogelijk realistisch te oefenen. ‘Maar dit is duur en tijdsrovend. Het is daardoor helaas niet mogelijk iedere kazerne dit te laten doen.’ In mei wordt het wereldkampioenschap ijshockey in Denemarken georganiseerd. De grootste wedstrijden worden in de hoofdstad gespeeld. Voor Mattson reden om voorafgaand aan dit evenement een grote oefening op het gebied van terrorismegevolgbestrijding te organiseren. ‘Dit doen we zo realistisch mogelijk, dus met schutters en ongeveer tweehonderd LOTUSslachtoffers met ernstige verwondingen. Bij deze oefening trekken we zoveel mogelijk uit de kast om het zo realistisch mogelijk te laten zijn om de ervaring zo echt mogelijk te laten zijn. Wij geloven dat hoe realistischer oefensituaties zijn, hoe beter je je mensen voorbereid. Na aanslagen handelen wij trouwens altijd in tweetallen, vanwege de veiligheid maar ook voor de verwerking naderhand. Als je met z’n tweeën wordt ingezet kan de een het slachtoffer behandelen en de ander de omgeving in de gaten houden en blijven letten op gevaren. Daarnaast moet je ongetwijfeld lastige beslissingen nemen, bijvoorbeeld dat je besluit iemand niet te redden, omdat die persoon een kleine overlevingskans heeft. Als je samen die beslissing neemt, is die makkelijker te verwerken.’ Mattson vindt het jammer dat door de hoge kosten slechts een klein deel van de brandweerlieden een realistische training kan volgen. ‘Ik kijk uit naar de ontwikkelingen op het gebied van virtual reality. Ik geloof dat dat een manier is waarop we in de toekomst goedkoper en efficienter onze mensen kunnen trainen. Tot die tijd doen we het met het materiaal dat we beschikbaar hebben. Mijn advies is dan ook: ga in gesprek. Vertel de brandweerlieden niet wat ze moeten doen, maar spreek met ze over de dilemma’s, hun gedachten en hoe zij in een bepaalde situatie zouden handelen.’

Stockholm: ‘Het was een nachtmerrie’

Hoe belangrijk een goede voorbereiding is, ook mentaal, blijkt uit de ervaring van de brandweer in Stockholm. Op 7 april vorig jaar reed een vrachtwagen in op voetgangers in de drukste winkelstraat van de stad. Barry Levis van de Greater Stockholm Fire Brigade heeft officiersdienst die dag. ‘Ik werd gealarmeerd voor een verkeersongeval. Een vrachtwagen zou twee of drie mensen hebben aangereden. Achteraf hoorde ik in de stem van de centralist misschien al dat er meer aan de hand was en dit geen normale aanrijding was. Ter plaatse aangekomen was het alsof ik wakker was geworden in een nachtmerrie. Ik zag verschillende lichamen op straat liggen, zwaargewonden, veel bloed en twee doden waar al een kleed overheen was gelegd. Het was een chaos. Hoewel er zoveel mensen waren, was het ontzettend stil, heel surrealistisch’, blikt hij terug. Levis start dan ter plaatse de coördinatie van de drie ingezette brandweereenheden. ‘Ik zag in hun ogen dat ze in shock waren. Met z’n allen hebben we zo goed mogelijk iedereen geprobeerd te helpen. We hebben goed werk geleverd en veel mensen kunnen helpen. Dat geeft een tevreden gevoel. Ik weet ook dat als we vandaag eenzelfde incident mee zouden maken, we beter handelen, omdat we nu wel voorbereid zijn.’

BR201805-P18-DILEMMA3
Na overleg met de OvD staan de brandweerlieden hun ademlucht, helm en masker af aan de eenheden van DSI. Fotografie: Brandweer Twente. Fotografie: Jonas Nyström, Storstockholm Brandförsvar.

Twee dagen voordat de aanslag in de Zweedse hoofdstad plaatsvindt, zijn de eerste gesprekken tussen het politiekorps in de stad en de brandweer over een gezamenlijke voorbereiding op het handelen na terroristische aanslagen. Na de aanslag zijn deze gesprekken hervat en is een oefenprogramma opgesteld. ‘In de periode van september tot half december heeft iedere post van de Greater Stockholm Fire Brigade een realistische oefening gedraaid. Voor een aantal was dit een eendaagse oefening. Voor enkele posten met een groter risico was dit een twee- of driedaagse oefening’, vertelt Levis. ‘We hebben dit traject afgesloten met één grootschalige eindoefening met ongeveer drie honderd slachtoffers, zo realistisch mogelijk. Dat betekent ook dat we een speciaal team hebben ingeschakeld met LOTUSslachtoffers die al ledematen missen, waardoor je de trauma’s zo echt mogelijk kunt maken.’ Het scenario van de eindoefening gaat uit van enkele terroristen die in een huis bommen aan het maken zijn. Als zij opgepakt dreigen te worden, vluchten ze en gijzelen ze een aantal personen terwijl ze in het rond blijven schieten. ‘Voor onze brandweerlieden was dit een erg belangrijke oefening. Het is goed om te ervaren hoe het werken in hot, warm en cold zones werkt. Bij dit soort incidenten is het belangrijk om naar de politie te luisteren, dat is voor ons niet altijd een vanzelfsprekendheid. Wij kunnen niet zomaar naar slachtoffers toerennen om ze te helpen. Als we dat doen zonder te luisteren naar de politie, zijn we straks zelf ook slachtoffer. Dat kun je mensen vaak vertellen, maar het ervaren maakt een grotere indruk. De samenwerking met de politie is bij dit soort incidenten cruciaal. Ik zou andere korpsen dus ook willen aanraden om op regelmatige basis samen met de politie te oefenen. Ken elkaar en leer elkaar te vertrouwen.’

Haaglanden: ‘Kiezen wie je redt is het allermoeilijkst’

In Veiligheidsregio Haaglanden wordt een Quick Respons Team (QRT) bij de kazerne Laak al langere tijd opgeleid op het gebied van terrorismegevolgbestrijding. Daarnaast organiseert de regio ook realistische oefeningen voor andere kazernes. ‘In onze regio kan bijna iedere kazerne ermee te maken krijgen. Je kunt dus altijd de eerst aanrijdende eenheid zijn, dan moet je weten wat je wel en juist niet moet doen’, begint ploegchef en bevelvoerder Martijn Blok van kazerne Scheveningen. Eerder dit jaar kreeg hij tijdens een oefendag een scenario voor zijn kiezen dat nog niet in Brand&Brandweer beschreven kan worden, omdat nog meerdere kazernes met dit scenario moeten worden getraind. Wel kan Blok zijn ervaring van de oefening delen. ‘Je weet dat de oefendag in het teken staat van terrorismegevolgbestrijding en dat het incident daarmee te maken heeft. Aanrijdend kreeg ik bij het uitvragen te horen dat er meerdere slachtoffers waren. Ik heb mijn manschappen toen de opdracht gegeven zich voor te bereiden, de beentasjes met medische hulpmiddelen om te doen en de EHBO-tassen met tourniquets ter plaatse direct mee te nemen en ik heb een extra portocheck gedaan. Ik wilde zeker weten of de portofoons goed op elkaar afgestemd waren.’

Ter plaatse ziet hij dat het QRT al aanwezig is. Zij hebben het gebied ingedeeld in hot, warm en cold zones. De bevelvoerder van het QRT geeft Blok en zijn manschappen de opdracht om in de warm zone zich te bekommeren om de slachtoffers. Uiteindelijk komen de brandweerlieden in een ruimte waar meerdere slacht-offers liggen. ‘Op zo’n moment moet je keuzes maken in wie je wel en wie je niet gaat helpen’, vertelt Blok. Die keuzes maken, is het allermoeilijkst en dan was dit nog maar een oefening. In het echt zal dat nog veel heftiger zijn. Je wilt iedereen helpen, maar met vier man kun je niet alle slachtoffers redden. Dat is hard. Dit soort realistische oefeningen helpt om je mentaal op deze beslissingen voor te bereiden. Hoe het in het echt is? Ik hoop dat we dan terug kunnen vallen op hetgeen we hebben geleerd. De massaliteit en de indrukken die er zijn als het incident echt is, zijn onmogelijk te oefenen. Daar praten we ook over.’

Twente: ‘Met DSI afstemmen of met de OvD?’

Brandweer Twente is al twee jaar bezig met een traject op het gebied van terrorismegevolgbestrijding. ‘In 2016 zijn we gestart met een congres in de Grolsch Veste, daarbij waren toen enkele hulpverleners die na de aanslag op het vliegveld in Brussel zijn ingezet’, begint Max Krisman van Brandweer Twente. Vervolgens is een landelijke beleidslijn opgesteld. Vanaf dat moment is in de regio met de werkvloer bekeken wat die landelijke beleidslijn betekent. ‘Met OvD’en uit elke kolom zijn we multidisciplinair gaan kijken hoe en wat je doet bij een inzet na een aanslag. Dat heeft zich uiteindelijk vertaald in table-topoefeningen met alle OvD’en van de brandweer, maar ook van de multidisciplinaire partners. Samen zijn we in acht dagdelen scenario’s gaan doorlopen. Wat doe je? En hoe doe je dat? Door met elkaar te praten, word je bewust van elkaars proces. Na die oefeningen hebben we een paar aanpassingen in de inzetplannen gemaakt en zijn twee grote CoPI oefeningen georganiseerd.’

Die oefening is eind maart op de Twente Safety Campus samen met de Dienst Speciale Interventies (DSI) georganiseerd. Pim Krabbe van de kazerne in Oldenzaal is een van de bevelvoerders die meedoet aan de oefening. ‘In onze regio zijn vier kazernes die beschikken over speciale kits voor terrorismegevolgbestrijding met daarin bijvoorbeeld tourniquets en drukverbanden. Wij zijn daar een van.’

BR201805-P18-DILEMMA4
Omde eindoefening zo realistisch mogelijk te laten zijn, heeft de brandweer in Stockholm ook LOTUSslachtoffers ingezet die al ledematen missen. Fotografie: Jonas Nyström, Storstockholm Brandförsvar.

Op de oefendag wordt Krabbe gealarmeerd voor een gaslekkage in de Primark in Enschede. ‘Aanrijdend hoorde ik van de centralist dat ook brand in het pand was gemeld. Ter plaatse troffen we ongeveer vijftien gewonden aan die op straat lagen. Dat gaf mij de indruk dat de brand het gas had laten ontploffen’, blikt hij terug. Als Krabbe en zijn manschappen proberen de slachtoffers te helpen en de eerste twee net naar de ambulance zijn gebracht, wordt er vanaf het dak geschoten. ‘Ik heb mijn manschappen direct gesommeerd om dekking te zoeken. Je ziet de schutters niet en hebt geen idee wat je kunt verwachten. We hebben dekking gezocht achter de TS. Daar heb ik de koppen geteld en m’n manschappen eens goed in de ogen gekeken. Het enige dat je dan kunt doen is wachten.’ DSI komt dan ter plaatse en start direct een eerste actie. Al snel moeten de eenheden van DSI zich terugtrekken. In het pand woedt brand. ‘Hun bevelvoerder kwam naar me toe. Hij vroeg of ik twee of drie mensen kon leveren die de brand konden blussen. Mijn ploeg wilde wel, want niets doen is zo ontzettend lastig. Samen met mijn manschappen en de eenheden van DSI heb ik een plan gemaakt. De mannen van DSI weten waar ze het over hebben. Op het moment dat zij instemmen met het plan, vertrouw ik erop dat het veilig is.’ Dan ontstaat bij Krabbe het dilemma: geeft hij zelf toestemming aan zijn manschappen om met DSI naar binnen te gaan of stemt hij het toch nog kort met de OvD die tweehonderd meter verderop in een motorkapoverleg zit? Uiteindelijk besluit hij het plan aan de OvD voor te leggen. Die steekt er een stokje voor. ‘Ik wist op dat moment niet wat er verder in het incident speelde en twijfelde dus of ik voldoende informatie had om een goede keuze te maken, daarom wilde ik het toch met de OvD afstemmen. Hoewel DSI instemde met het plan, vond de OvD het niet veilig genoeg. Wij hebben geen kogelwerende kleding. Mijn manschappen waren wel teleurgesteld over die beslissing. Ze wilden graag iets doen. Het enige dat we nu mochten was onze ademlucht, helm en masker afstaan aan de mannen van DSI.’ Wanneer zij het pand schoon hebben geveegd, mogen de brandweerlieden de slachtoffers die buiten op straat liggen, helpen. Krabbe: ‘Toen we dat eindelijk mochten doen, ging het heel snel en was de oefening zo voorbij. Ze waren trouwens wel goed gegrimeerd, de verwondingen zagen er best echt uit. Maar je weet dat het een oefening is, daardoor maakt het niet veel indruk. In het echt zal dat wel anders zijn.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering

Een voorspelling die leed voorkomt

Het opnieuw doorbladeren van vorige edities van dit blad was deze keer een prima start voor het schrijven van de Van de redactie. Al bladerend stuitte ik in het aprilnummer op vier leerzame verslagen ...