Meer inzicht in effectieve brandbestrijding in wegtunnels

Meer inzicht in effectieve brandbestrijding in wegtunnels

Jildou Visser

Welke strategie en tactiek kun je toepassen bij brandbestrijding in een wegtunnel? Welke factoren spelen daarbij een rol? En wat is de meest effectieve aanpak? Tot op heden waren er nog geen landelijke richtlijnen voor een effectieve, efficiënte en veilige tunnelbrandbestrijding. De Brandweeracademie heeft hier onderzoek naar gedaan en komt nog voor de zomer met een handelingsperspectief gebaseerd op de onderzoeksresultaten.

BR201905-69TUNNELBRAND

De aanleiding voor het onderzoek was volgens Nils Rosmuller, lector Transportveiligheid, tweeledig. ‘We zien in het land variaties in de technieken en tactieken bij de brandweer als het gaat om brandbestrijding in wegtunnels. Dat leidde bij ons tot de vraag of er één beste manier is om tunnelbranden te bestrijden. En waar zijn de huidige inzetmethodes op gebaseerd? Met de bevindingen uit dit onderzoek willen we straks een eenduidige inzetmethodiek ontwikkelen, zodat alle regio’s op een zoveel mogelijk uniforme wijze kunnen handelen volgens een tactiek die zo efficiënt en veilig mogelijk is.’

Veiligheidsvoorzieningen

Rosmuller noemt het een goede zaak dat Nederlandse wegtunnels vaak zijn uitgerust met veel veiligheidsvoorzieningen. ‘De eisen en het bijbehorende voorzieningenniveau bij ons zijn over het algemeen hoger dan in andere landen. Zo is het in Nederland ondenkbaar dat je twee rijrichtingen in één tunnelbuis hebt’, vertelt Rosmuller. ‘Doordat je altijd twee tunnelbuizen hebt, heb je ook altijd een ondersteunende tunnelbuis om in aan te rijden. Daarnaast kennen de Nederlandse tunnels goede ventilatiesystemen, vluchtwegen, contourverlichting, spraaksturing en goede informatiesystemen. Dat helpt aanzienlijk bij de incidentbestrijding.’

Belemmerende factoren

Hoewel de veiligheidssystemen in Nederlandse tunnels in de meeste gevallen van hoog niveau zijn, blijken uit het literatuuronderzoek van de Brandweeracademie ook een aantal factoren die de incidentbestrijding kunnen belemmeren. Eén van die belemmerende factoren kan het voortbewegen in de rook zijn. ‘Het zicht en de dichtheid van de rook zijn van invloed op de snelheid waarmee je voortbeweegt’, aldus Rosmuller. Daarnaast spelen volgens het literatuuronderzoek ook fysieke beperkingen een rol. Om de brand met een straalpijp te kunnen bereiken, dienen brandweerlieden de brand te naderen tot een afstand van circa twintig meter. Rosmuller: ‘De optimale worpafstand hangt ook erg af van de grootte van de brand, de hoogte van de tunnel en de hittestraling. Wat bij welke brand optimaal is kunnen we op basis van de literatuur niet zeggen, daar is aanvullend onderzoek voor nodig.’

Voor een effectieve en veilige inzet is volgens het literatuuronderzoek ook de plaatselijke bekendheid van brandweerlieden met de veiligheidssystemen, de constructie en het ontwerp in de tunnel belangrijk. ‘Maar ook de ventilatiesystemen en de tunnelbeheerder spelen een cruciale rol in de mogelijkheden van de inzet’, aldus Rosmuller. ‘In de Nederlandse tunnels is een inzet bovenwinds vrij goed te doen, doordat de meeste tunnels beschikken over goede ventilatie.’

Zakkaart

De inzichten die in het literatuuronderzoek zijn opgedaan, gaat de Brandweeracademie verwerken in een handelingsperspectief. ‘We willen een hele concrete zakkaart maken voor bevelvoerders waarop ze aan de hand van een soort schemaatje kunnen zien hoe ze het beste kunnen inzetten. Dat betekent nog wel dat we de kennis uit het literatuuronderzoek en de Nederlandse praktijk moeten omzetten naar praktische en concrete inzetmogelijkheden. Daar zijn we nu met een aantal bevelvoerders en Officieren van Dienst mee bezig. We willen het zo simpel mogelijk houden, zodat het direct toegepast kan worden.’

Alternatief aangedreven voertuigen

Voertuigen op nieuwe brandstoffen (zoals waterstof, elektrisch, LNG) of met een alternatieve aandrijving zijn niet specifiek meegenomen in het literatuuronderzoek. ‘Dat is nogal nieuw, daar zijn in combinatie met tunnelbrandbestrijdingsmogelijkheden nog geen goede wetenschappelijke onderzoeken naar gedaan en is dus nog geen literatuur over. We weten dat alternatief aangedreven voertuigen zich bij brand anders kunnen gedragen dan voertuigen met traditionele brandstoffen. Het brandvermogen kan vergelijkbaar zijn, maar het brandgedrag en de rookontwikkeling kunnen wezenlijk verschillen en daarmee van invloed zijn op brandbestrijding in wegtunnels’, vertelt de lector Transportveiligheid. ‘Wat de precieze effecten zijn, weten we niet. Daar moet nog verder onderzoek naar worden gedaan. Die kunnen we dus ook nog niet meenemen in het handelingsperspectief. Voor alle branden, zowel in wegtunnels als daarbuiten, geldt dat brandweerlieden erop bedacht moeten zijn dat het kan gaan om een voertuig met een alternatieve brandstof.’

Door: Jildou Visser, Fotografie Rijkswaterstaat

Andere artikelen in deze aflevering