Mijn vuurdoop

Mijn vuurdoop

Udding, A.

En dan moet je wat je hebt getraind ineens in de praktijk brengen. Anna Udding schrijft over haar eerste ervaringen als brandweervrouw.

Het is ochtend en ik zit midden in mijn werk als 3D Game Artist. Ik was van plan vandaag een gecompliceerd, technisch probleem op te lossen, maar dit valt allemaal weg zodra ik de tekst op mijn gillende pager aflees:

‘Prio 1. Grote brand. Bijgebouw.’

Ik wist nooit hoe ik in een situatie als deze zou reageren. Drie minuten geleden zat ik achter mijn computer en nu race ik met blauw licht op mijn vuurdoop af. Tijdens de opleiding was dit een moment waar de stress voor mij hoog opliep. Maar nu mijn witte aspiranten-flap niet op mijn schouders zit, maar in mijn broekzak, voel ik mij zelfverzekerd. Ik ben omringd door mensen die ik, letterlijk, mijn leven toevertrouw. Daarnaast ben ik mijzelf ook vaak genoeg tegengekomen tijdens de opleiding. De dag ervoor hoorde ik het nog: ‘Anna is heel fanatiek, maar bewaart altijd de rust.’ En ook nu, voor het echie, is het niet anders.

Door de voorruit zien wij een grote, zwarte rookwolk opstijgen. Het aanvalskrat komt tevoorschijn. Onze tankautospuit heeft nog 52 mm lagedruk-slangen in plaats van de 32 mm die ik gewend ben. De laatste zijn licht van gewicht en flexibel; 52s zijn het tegenovergestelde. Ik heb ineens veel spijt van mijn keuze om gisteren extra te oefenen met het aanslingeren van een kettingzaag – zeker nu het mijn taak is om twee slangen door de bijkeuken van de buren te scheuren. De boel ligt flink in de knoop en de koppeling blijft steken achter elke stoeptegel. Ik doe mijn best, maar de laatste meters zit er nauwelijks schot in. Een manschap van een andere post springt bij en dan hoor ik het: ‘Daar heb je weer zo’n meisje dat brandweer komt spelen’. Natuurlijk wordt deze zin niet hardop gezegd, het is mijn eigen onzekerheid.

17_BB05_Column Anna Udding.html-image1
Anna Udding is naast haar baan als 3D-gameartist brandweervrouw in Hippolytushoef, Noord-Holland.

Als de boel eindelijk is doorgevoerd zoek ik mijn maatje op en als wij gesetteld zijn wil ik het toch zeggen: ‘Deze slangen zijn te zwaar voor mij.’ En mijn maatje, mijn superheld wie mij de afgelopen maanden al zoveel geleerd heeft, zegt: ‘Daarom doen we het samen.’ En dus tillen wij samen de ladder van de TS, hijsen wij samen onze straal naar het dak, koelen wij samen het aangrenzende woonhuis en klimmen wij samen weer naar beneden wanneer onze flessen leeg raken.

Onder het oog van omstanders en pers sta ik voorovergebogen terwijl ‘nummer 9’ mijn ademluchtfles wisselt. Stiekem voelt het erg stoer om daar zo te staan. ‘Vind je het leuk, Anna?’ Ik vind dat altijd een moeilijke vraag. Een deel van iemands huis is zojuist afgebrand. Ik heb net nog de restanten staan afblussen van een boot en andere objecten die niet eens meer te identificeren waren. Ook de buren staan niet zo ver van ons af – nog stijf van de angst of de brand niet zal uitbreiden en hun hetzelfde overkomt. ‘Jij hebt ‘m niet aangestoken, hè. Jij bent er om te helpen en dat mag je best leuk vinden.’

Ik draai mij richting het resultaat: Een rij woonhuizen die er nog steeds staat dankzij de samenwerking van vijf voertuigen. Dat hebben wij samen gedaan. En ik moet toegeven: dat is best wel leuk.

Andere artikelen in deze aflevering

Risicovolle inzet op Kaageiland

Op Kaageiland in Zuid-Holland woedt op 20 februari een brand in een restaurant met daarboven een appartementencomplex. Een van de bewoners komt daarbij helaas om het leven. De inzet op het kleine eila...

Wat we doen, doen we samen

Als ik op een feestje vertel hoe het is om bij de brandweer te werken, komt altijd weer de vraag: wat maakt het werken bij de brandweer zo leuk? Dan vertel ik bijvoorbeeld over de afwisseling in het w...