‘Gezamenlijk optrekken bij scheepsbrandbestrijding van groot belang’

‘Gezamenlijk optrekken bij scheepsbrandbestrijding van groot belang’

J. Visser

Scheepsbranden zijn complexe branden en vragen vaak om een langdurige inzet. Juist daarom is het volgens Twan Langenhuizen, commandant van het Korps Marinebrandweer, van belang om in dit specialisme samen te werken. De veiligheidsregio’s Rotterdam-Rijnmond, Amsterdam-Amstelland, Zeeland, Kennemerland, Noord-Holland Noord en Groningen hebben samen met het Havenbedrijf Rotterdam, de Koninklijke Marine, het Korps Marinebrandweer en de Gezamenlijke Brandweer hiervoor een Letter of Intent ondertekend.

BR201706-100817P34-SCHEEPSBRAND
De brand aan boord van het vissersschip Johanna Maria in Scheveningen is de aanleiding voor het opzetten van de interregionale samenwerking. Fotografie Dylan Tolhuisen

De brand aan boord van het vissersschip Johanna Maria in Scheveningen in 2014 triggert bij Langenhuizen de vraag: Op welke gespecialiseerde capaciteit kan de Marinebrandweer rekenen bij een meerdaags incident in het verzorgingsgebied. ‘Bij scheepsbranden van enige omvang heeft geen enkele regio voldoende gespecialiseerde mankracht om het incident te bestrijden. Dat heeft vooral te maken met de lange duur van dit type branden en het feit dat het een echt specialisme is. Wij trainen veel in Amerika, omdat we daar real life exercises kunnen doen. Dan ben je vaak al een paar uur bezig voordat je aan de daadwerkelijke inzet kunt beginnen. Niemand houdt dat dagen achter elkaar vol’, legt de commandant uit. ‘Toen onstond bij mij het idee om op dit dossier samen te werken en wellicht een estafetteteam op te zetten met brandweerlieden uit verschillende regio’s die elkaar kunnen aflossen.’ Langenhuizen nodigt datzelfde jaar alle kustregio’s uit voor een startbijeenkomst om te inventariseren hoe de regio’s tegen een samenwerking aan kijken. Tijdens die bijeenkomst wordt de noodzaak door iedereen gevoeld. ‘De conclusie was dat we er iets mee moesten. We wisten van elkaar niet wat we konden, welke middelen we beschikbaar hebben en met wat voor type schepen we te maken kunnen krijgen. Iedereen is dat in de eigen organisatie gaan inventariseren.’

Na de eerste aanzet heeft het lange tijd geduurd totdat de Letter of Intent is opgesteld en ondertekend. Mark van Barreveld van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland legt uit hoe dat kan. ‘Dit project is echt vanaf de werkvloer opgestart. We moesten dus allemaal in onze eigen regio tijd en ruimte vrij zien te maken om hieraan te werken. Daarnaast hebben we geprobeerd om landelijk aansluiting te vinden bij het programma Samen werken aan Grootschalig en specialistisch optreden Brandweer Nederland, maar dat is niet helemaal gelukt omdat dit onderwerp alleen speelt in de kustregio’s.’

Uitwisseling

Onder andere in Amsterdam-Amstelland ligt een grote vraag naar meer kennis en aanvullende capaciteit. Rotterdam-Rijnmond beschikt als grootste haven van het land al over een scheepsbrandbestrijdingsteam en het BroNS (Brandweer op de Noordzee pre SAR)-team en Veiligheidsregio Zeeland werkt internationaal in de MIRG’s (Maritime Incident Respons Groups). In Amsterdam, de tweede haven van Nederland, is daarentegen op dit moment veel minder kennis en capaciteit beschikbaar. ‘Wij zitten qua voorbereiding net iets boven het landelijke gemiddelde, dat zich vooral richt op de binnenvaartincidenten als maatgevend scenario. We beseffen dat we daarmee niet voldoende voorbereid zijn op complexere branden op zeeschepen’, aldus Van Barreveld. ‘Voor ons is deze samenwerking dus erg welkom. We kunnen nu met alle partijen verkennen wat er aan kennis en materieel voor handen is en daarop aansluiten.’

Ook in Veiligheidsregio Groningen is het specialisme nog niet zover ontwikkeld als in Rotterdam-Rijnmond. ‘In onze regio is niemand hier specialistisch voor opgeleid. We onderzoeken nu in hoeverre we onze mensen daarin gaan opleiden. Wel oefenen we al aan boord van schepen. Zodra wij zien dat er grote of bijzondere schepen in de haven liggen, zoeken we contact om er een bezoek te brengen en te oefenen. En we hebben afspraken gemaakt met de bedrijfsbrandweer van een bedrijf dat in de Eemshaven grote cruiseschepen maakt. Als daar brand uitbreekt, maken we koppels van één bedrijfsbrandweerman of -vrouw en twee manschappen van ons. Zo heb je per team de kennis van het schip geborgd’, vertelt Siske Klaassens van Veiligheidsregio Groningen. ‘Daarnaast investeren we veel in de contacten met Groningen Seaports.’

Wim van der Wal uit Rotterdam-Rijnmond erkent dat zijn regio een grote voorsprong heeft in kennis en ervaring op het gebied van scheepsbrandbestrijding. ‘Sinds 2008 hebben wij al een gespecialiseerd scheepsbrandbestrijdingsteam en sinds 2015 werken we ook op schepen die varen op de Noordzee. Als we worden ingezet is dat meestal op passagiersschepen op de Noordzee. De inzet is dan gericht op het voorkomen van grootschalige evacuaties. Hoewel een aantal onderdelen hetzelfde is, verschilt zo’n inzet in de inzettactiek ook wezenlijk van die aan boord van een brandend vrachtschip in de haven. We zijn nu aan het inventariseren wat iedere organisatie heeft op het gebied van beleid, materieel, procedures en vakbekwaamheid. Dat gaan we straks samenbrengen en er één lijn in aanbrengen.’

BR201706-100817P34-SCHEEPSBRAND2
De ondertekenaars van de Letter of Intent.

Expertise

Scheepsbrandbestrijding vraagt een specialistische aanpak, laat Langenhuizen weten. ‘Bij de Marinebrandweer hebben we die kennis, maar op het moment dat wij op de basis een grote brand in een schip hebben, kunnen we die niet alleen bestrijden. Inmiddels zijn de collega’s van de post Den Helder ook opgeleid en werken we steeds beter met hen samen. De ondersteuning die je krijgt moet gewend zijn op schepen te werken. Ze moeten erin getraind zijn en de kennis hebben. Juist daarom vinden wij het belangrijk aan dit project mee te doen.’

Eén van de aspecten die op een schip anders is dan in een gebouw aan land is het rookwarmteafvoerplan. Langenhuizen: ‘Daar moet je goed over nadenken. Je kunt niet overal zomaar een raam inslaan om de rookgassen af te voeren. Ook het kunnen maken van een stabiliteitsberekening is erg belangrijk. Als je namelijk met water in een schip gaat blussen kan de stabiliteit veranderen. Bij een verkeerde inzet kan een schip kantelen of breken, dan ben je nog verder van huis. Een Officier van Dienst moet dus ook goed kunnen herkennen of een schip nog stabiel in het water ligt en het voor zijn personeel veilig is aan boord te werken.’

Lange termijn

Het samenwerkingsproject tussen de partijen die de Letter of Intent hebben ondertekend, staat nog in de kinderschoenen. ‘Het is echt een meerjarenplan. Het doel is om uiteindelijk samen met het IFV één opleidingsprogramma samen te stellen en ook een gezamenlijk oefenprogramma op te stellen. We willen toe naar de situatie dat we elkaar naadloos kunnen aanvullen en aflossen’, vertelt Van der Wal. ‘Het hele traject doen we trouwens met veel respect naar elkaar toe. Het is logisch dat we niet allemaal even ver zijn op dit onderwerp.’ Langenhuizen vult aan: ‘De langzaamste bepaalt het tempo. Dat respecteren we.’ Van der Wal: ‘En we hopen dat andere regio’s nog aanhaken. In eerste instantie de regio’s die aan zee grenzen. Een vervolgstap is dat de regio’s met veel binnenvaart ook aansluiten.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering

‘Ik kijk nu met andere ogen naar brand’

Als vrijwillig brandweerman blust Evert-Jan Noordhoff uit Veiligheidsregio Groningen al 32 jaar branden. Dat een brand ooit zo dichtbij zou komen, had hij nooit verwacht. Eind december is zijn woning ...