‘Nog één zieke erbij, dan hadden we het niet meer rond gekregen’

‘Nog één zieke erbij, dan hadden we het niet meer rond gekregen’

Visser, J.

Een paar weken voordat in het hele land de lockdown wordt afgekondigd, is de situatie in Oost-Brabant al nijpend. Vanaf eind februari buigt teamleider Martijn Sonjé van de meldkamer Oost-Brabant zich met een denktank over de eigen bedrijfscontinuïteit. Van de groep van 24 centralisten is gedurende de crisis een aantal weken dertig procent niet inzetbaar. ‘De club werd steeds kleiner. We hebben regelmatig een moment gehad dat er niet nog een zieke bij moest komen, dan hadden we extra maatregelen moeten treffen.’

Sonjé ziet vanaf eind februari de crisis groeien en merkt hoe het coronavirus huishoudt in de provincie. ‘Ik woon zelf in Uden op een steenworp afstand van het ziekenhuis. Aan de hand van de ambulances die soms af en aan reden kreeg ik een goede indruk van de ernst van de situatie.’ Hij heeft op dat moment nog veel vragen. ‘Waar hebben we precies mee te maken? Hoe besmettelijk is het? Wat betekent dit voor ons werk? En hoe houden we de eigen bedrijfsvoering op peil? In Oost-Brabant liepen we een paar weken voor op de rest van het land. We moesten de situatie zelf ontdekken en antwoorden op de vragen vinden. Daarvoor hebben we in de regio Brabant-Noord begin maart een Operationeel Team en een denktank corona in het leven geroepen. Tot half juni is het Operationeel Team 33 keer bij elkaar gekomen. In de denktank spreken we nog steeds meerdere keren per week over de actuele ontwikkelingen en de gevolgen hiervan voor de continuïteit van de hulpverlening. Dat zegt wel iets over de impact die de crisis heeft gehad.’

Bezetting

Bij de meldkamer Oost-Brabant hebben continu drie brandweercentralisten dienst. Er wordt gewerkt met drie shifts per dag. Normaal gesproken zijn er daarnaast in de dagsituatie nog enkele medewerkers extra aanwezig die zijn belast met neventaken. Vanaf 6 maart is dat niet meer mogelijk. De meldkamer gaat op slot. Alleen centralisten die dienst hebben en volledig klachtenvrij zijn mogen nog aan het werk. Sonjé: ‘Toen begonnen ook de uitdagingen. Ik had twee medewerkers die vastzaten in het buitenland, landen gingen op slot en het vliegverkeer werd stilgelegd. Daarnaast had ik enkele medewerkers met klachten die niet op het werk mochten komen. Op de achtergrond hadden we al wel plannen klaarliggen. We hebben onder oud-medewerkers geïnventariseerd wie er in geval van nood wilde bijspringen, hadden een plan klaarliggen voor het tijdelijk draaien van 12-uursdiensten of diensten met een aangepaste bezetting en kregen daarnaast spontaan hulp aangeboden van medewerkers uit de regio die minder werk hadden als gevolg van de crisis. In het uiterste geval van nood hadden we met een aantal van onze taken kunnen uitwijken naar een andere brandweermeldkamer. Gelukkig hebben we het steeds net met onze eigen medewerkers weten te redden. Ik heb ontzettend veel waardering voor ons hele team. Iedereen heeft alles gegeven en dat was niet altijd even makkelijk. Mensen staan thuis namelijk vaak ook voor extra uitdagingen doordat scholen dichtgingen, opa en oma niet meer konden oppassen en velen in de eigen omgeving ook te maken hadden met zieken.’

Innerlijke strijd

De grootste uitdaging die Sonjé in de afgelopen maanden heeft gehad, zit in de menselijke kant van de crisis. ‘Aan de ene kant wil je het goede voorbeeld geven door zelf ook thuis te werken. Tegelijkertijd wil je er zijn voor je mensen. Dat is een lastig spanningsveld’, aldus de teamleider. ‘Het was een bijzonder onwerkelijke tijd. In onze regio kent iedereen wel iemand die is overleden of ernstig ziek is geweest. Ik heb medewerkers gehad die zelf doodziek zijn geweest. Ik ben naar uitvaarten van familieleden van collega’s geweest. En ik heb gesprekken gehad met collega’s die een naaste waren verloren en daarvan afscheid hebben moeten nemen via een videoscherm. Je breekt als je de verhalen hoort. In zo’n gesprek wil je iemand de arm om de schouder kunnen slaan, maar toch moet je anderhalve meter afstand houden en ze bovendien vragen wanneer ze weer kunnen werken. Dat is bijna onmenselijk. Als ik dan kijk naar hoe we ons met z’n allen erdoorheen hebben geslagen, dan kan ik alleen maar ontzettend trots zijn.’

8 coronaverhaal meldkamer_klein

Andere artikelen in deze aflevering

‘Ons werk is een stuk afstandelijker geworden’

Als half maart de lockdown wordt afgekondigd, wordt in eerste instantie in Veiligheidsregio Gelderland-Midden brandonderzoek stopgezet. ‘Vanaf dat moment hebben we alleen de primaire brandweertaken ui...