‘Een dodelijke woningbrand onderzoeken we samen met FO’

‘Een dodelijke woningbrand onderzoeken we samen met FO’

Visser, J.

De brandonderzoekers van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek worden bij middelbrand automatisch gealarmeerd. ‘Voor ons is het zaak dan zo snel mogelijk ter plaatse te gaan. De beelden die we tijdens een inzet maken, kunnen enorm helpen bij het brandonderzoek’, vertelt Frans van der Veen, brandonderzoeker van Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Ter plaatse is al snel duidelijk dat bij de brand één dodelijk slachtoffer valt. De brandlocatie verandert daarom in een Plaats Delict. De Forensische Opsporing (FO) leidt het onderzoek. Dit wordt samen met het Team Brandonderzoek van de Veiligheidsregio uitgevoerd.

Fotografie TBO Gooi en Vechtstreek

Ter plaatse zoekt Van der Veen eerst contact met de buren om informatie in te winnen over de bewoner van de woning. ‘Die informatie geeft een goed beeld van de situatie. In dit geval vertelden ze me dat de vrouw op leeftijd was, wat moeilijk ter been en soms wat vergeetachtig was.’ Daarnaast zoekt Van der Veen contact met de eerste bevelvoerder. Hij vertelt dat de brand bij aankomst van de brandweer het hevigst woedde in de slaapkamer. ‘Een belangrijke indicatie voor het ontstaansgebied.’ Daarna is het wachten tot Marco van der Kruit, de onderzoeker van de FO, aanwezig is. ‘Bij dodelijke slachtoffers doen wij onderzoek om te kijken of er sprake is van een strafbaar feit. Voordat we starten, vragen wij eerst toestemming aan de Officier van Justitie of we in de woning onderzoek mogen doen. Zodra die toestemming er is, kunnen we starten.’

Brandoorzaak

Ter plaatse betreedt Van der Kruit als eerste de woning. ‘Wij leggen in eerste instantie alles op foto vast, een maagdelijk plaats delict noemen we dat. Brandonderzoek is destructief, je verplaatst altijd onderdelen. Op de foto’s kun je dan altijd terugkijken hoe de beginsituatie was. Zodra we dat hebben gedaan, starten we samen met de brandonderzoeker het onderzoek. Zij zijn dan verantwoordelijk voor het maken van de eigen foto’s.’

‘We werken altijd heel goed samen’, vertelt Van der Veen. ‘Het fijne daarvan is dat je onderling kunt overleggen wat je ziet en wat dat betekent.’ Aan de hand van het type verbranding, de roetkenmerken en de diepte van de inbranding weten de Van der Veen en Van der Kruit het ontstaansgebied te verkleinen tot de hoek van het bed. Van der Kruit: ‘Het is dan eerst nog veel met de handen in de zakken kijken en met elkaar discussiëren hoe de brand zich heeft ontwikkeld.’ ‘Onder het bed zagen we afdrukken van een stekkerblok. Daarnaast waren er resten van een hallogeenlamp bij het bed’, vult Van der Veen aan. ‘Dat waren de enige elektrische sporen die we bij het bed konden vinden en waar de brand mogelijk kan zijn ontstaan. Onze hypothese was dus dat de brand daar moet zijn ontstaan.’ Daarnaast voert Van der Kruit nog metingen uit in de slaapkamer. Voor de FO is het van belang te meten of er eventueel vluchtige stoffen in de ruimte aanwezig zijn. In dit geval zijn die metingen negatief.

image2.jpeg

Na het onderzoek in de vuile omgeving, wordt de hele slaapkamer schoongemaakt. Van der Veen: ‘Dat geeft de mogelijkheid om ook op de kale betonnen vloer te kijken naar de brandsporen. Die bevestigden ons beeld dat de brand bij de hoek van het bed moet zijn ontstaan.’ Zowel de onderzoeker van de FO als de brandonderzoeker maken ieder een eigen verslag. Van der Veen koppelt de bevindingen terug naar de repressieve eenheden die ter plaatse zijn geweest. Van der Kruit koppelt de bevindingen terug naar de Officier van Justitie. Zodra de Officier van Justitie ervan is overtuigd dat er geen sprake is van strafbare feiten en het slachtoffer is geïdentificeerd, wordt de woning weer vrijgegeven en is het onderzoek officieel afgerond.

image1.jpeg

Andere artikelen in deze aflevering