‘Nederland loopt voorop met de meeste innovaties op de TS’

‘Nederland loopt voorop met de meeste innovaties op de TS’

Visser, J.

In iedere regio is de TS net weer even anders. Waar de ene regio kiest voor een TS met hoge druk en lage druk, kiest een andere regio voor middel druk of drukluchtschuim. Uit een belronde blijkt dat ook de bediening van de pomp, de zwaarte van het chassis en de indeling kunnen compleet verschillend kunnen zijn. ‘Iedere nieuwe TS is maatwerk’, zijn Koen Langenkamp van Ziegler en Remco Niks van Rosenbauwer het eens. Juist door het maatwerk, zien beide bedrijven op de Nederlandse TS meer innovaties toegepast worden dan in de omliggende landen waar het voertuig min of meer is gestandaardiseerd.

BR20160708-TS1
Eén van de eerste brandweervoertuigen van Rosenbauer.Fotografie: Rosenbauer

De TS is in de basis nog steeds hetzelfde voertuig als ongeveer 25 jaar geleden. Het grootste verschil zit in de toegepaste elektronica, zo laat Langenkamp weten. ‘De laatste jaren zit het winstpunt met name in de betrouwbaarheid van elektronica van bijvoorbeeld automatische pompbediening en On Board Diagnose systemen (OBD).’ Maar, zo vertelt hij er bij ‘dat heeft ook te maken met de gebruiker. Brandweerlieden hebben zich in de loop der jaren ook verder ontwikkeld.’

Eisen

Uniek zo noemen Langenkamp en Niks de situatie in Nederland. Iedere regio stelt volgens hen andere eisen aan de TS, terwijl ze allemaal branden moeten kunnen blussen. Voorheen stelde volgens Niks zelfs iedere gemeente andere eisen. Het maatwerk is voortgekomen uit de geschiedenis. ‘Vroeger kochten gemeenten zelf een chassis en verzorgden wij de opbouw naar wens. Vrijwilligers hadden toen veel inspraak in hoe hun TS er precies uit kwam te zien.’ Met de vorming van de veiligheidsregio’s zijn de belangen groter geworden, de organisaties professioneler en volgens Langenkamp is de klant bovendien beter op de hoogte van de mogelijkheden. ‘Als de belangen groot worden, mag je als klant ook meer van de leverancier verwachten. De Nederlandse markt is nog lang niet toe aan standaardisatie, zoals ze dat in omliggende landen wel kennen.’ In de aanbestedingen komen beide leveranciers echter ook weleens vragen tegen die volgens de Europese normen niet mogen. Vaak wordt dat in een latere uitvraag gecorrigeerd. Zo waren bij de aanbesteding naar bosbrandbestrijdingsvoertuigen de dakluiken een heikel punt, licht Niks toe. ‘Volgens de veiligheidsnorm ECE r29 mogen er niet zomaar gaten in het dak van de cabine worden gemaakt, omdat dit de constructie van de gekeurde, originele cabine veranderd. Van dat soort eisen wordt ons hoofdkantoor in Oostenrijk niet vrolijk . Aan uitvragen die haaks staan op de geldende normen willen en kunnen wij niet voldoen.’

Innovaties

Juist de hoeveelheid eisen van veiligheidsregio’s leiden ertoe dat op de Nederlandse TS meer innovaties worden toegepast dan in andere landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk. ‘In Nederland ligt op het voertuig bijvoorbeeld altijd redgereedschap en eigenlijk iedere TS is uitgerust met een hoge druk blussysteem. Dat zie je in bijvoorbeeld Duitsland niet. Daarnaast ligt op enkele TS’en de Cobra Coldcutter en wordt tegenwoordig weleens plaatsgemaakt voor o-bundels. Het ladderrek is ook typisch Nederlands’, vertelt Niks. ‘In andere landen lopen ze met een trap het dak op om de ladder eraf te halen.’ Ook bij de nieuwste generatie voertuigen worden veranderingen doorgevoerd die voorheen ondenkbaar waren. Onlangs besteedde Veiligheidsregio Utrecht een serie TS’en aan waarbij afscheid is genomen van de hoge druk blussystemen. Het is een van de eerste regio’s die van dit blussysteem afstapt. Langenkamp: ‘Zij constateren dat branden veranderen en heter zijn, zich sneller ontwikkelen en onvoorspelbaarder zijn geworden. Dat constaterende vragen zij dus ook andere blussystemen die meer water geven. Om het water ook snel paraat te hebben, wordt gebruik gemaakt van nieuwe aflegtechnieken. Deze TS krijgt een snelle aanvalshaspel met een slangdiameter van 32 mm. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van o-bundels.’

Wat volgens Niks ook meespeelt in het voorop lopen ten opzichte van andere landen is dat de TS’en in Nederland al na vijftien jaar worden afgeschreven. ‘In andere landen is dat vaak na 25 jaar. Dat heeft denk ik ook te maken met hoe vaak de TS wordt gebruikt. In Oostenrijk zijn ongeveer driehonderd duizend vrijwilligers. Ieder klein dorp heeft een brandweerkazerne. Sommige rukken niet vaker dan twee keer per jaar uit. Je kunt je voorstellen dat een TS dan een stuk langer meegaat. Ook Duitsland heeft relatief gezien veel meer korpsen en voertuigen.’

Hoe de allernieuwste generatie TS’en eruit gaat zien, durft Niks nog niet te zeggen. ‘We zijn continu bezig met onderzoek en nieuwe ontwikkelingen. Er zijn prototypes die echt anders dan wat we tot nu toe gewend zijn. Voor de ontwikkeling kijken we breder naar de ontwikkelingen in de hele automatisering. Zo onderzoeken we onder andere de mogelijkheden om internet meer te integreren in het voertuig.’

Arbeidshygiëne

In de nieuwe generatie voertuigen is veel aandacht voor arbeidshygiëne. Stoffen worden uit de manschappencabines verbannen en de cabines worden zo vormgegeven dat ze goed reinigbaar zijn. Daarnaast zien zowel Ziegler als Rosenbauer dat de korpsen vervuilde kleding willen achterlaten of in een afgesloten ruimte willen meenemen. Hoewel de ruimte op het voertuig zeer beperkt is, is er in de nieuwe TS van Veiligheidsregio Utrecht een plaats voor gevonden. ‘We hebben een grote volledig afsluitbare lade gemaakt waar de vervuilde bluskleding in zou kunnen.’

Hybride

Waar steeds meer personenvoertuigen elektrisch of hybride worden uitgevoerd, is deze trend nog niet zichtbaar bij de nieuwste generatie TS’en. Langenkamp: ‘We wachten nog even af tot de techniek beter beproefd is. Zeker voor de brandweer moet het betrouwbaar zijn. Daardoor zie je ook vaak dat de brandweer in alle ontwikkelingen de trend in de automotive industrie volgt. Pas wanneer dergelijke technieken zijn uitontwikkeld, is het geschikt voor de brandweer.’

Om het wagenpark toch iets duurzamer te kunnen maken wil René Rieken uit Veiligheidsregio Gelderland-Zuid de mogelijk-heden onderzoeken de TS uit te rusten met een traditionele aandrijving en een accu voor de energielevering ter plaatse. Met dit idee is hij genomineerd voor de Jan van der Heydenprijs. ‘Ik kwam deze techniek tegen bij een betonmolen op een vrachtwagen en ben toen in contact gekomen met een bedrijf dat accu’s installeert op vrachtwagens voor de energielevering ter plaatse. Dat lijkt me voor de TS ook een goed idee. Voor het vervoer kun je dan de traditionele aandrijving gebruiken. Ter plaatse schakel je over op de accu om bijvoorbeeld de blus- en hydrauliekpomp te bedienen. Het grootste voordeel is dat het ter plaatse veel herrie scheelt, je verbruikt minder brandstof en veroorzaakt dus minder fijnstof’, aldus Rieken. Er hoeft volgens hem niet gevreesd te worden dat de pomp uitvalt zodra de accu leeg is. ‘De TS zou acht tot twaalf uren kunnen draaien als de accu’s vol is. Daarnaast kan de traditionele motor het overnemen op het moment dat de accu te weinig spanning heeft.’ Voordat de accu’s daadwerkelijk worden ingebouwd zijn er volgens Rieken nog wel wat stappen te zetten. ‘We willen een afstudeerproject opzetten waarin wordt onderzocht hoe groot het accupakket precies moet zijn, hoe we dat weg kunnen bouwen en wat de totale kosten zijn. Als alles volgens plan verloopt, kunnen we deze resultaten meenemen in de aanbesteding voor de nieuwe voertuigen. Die start in 2019.’

BR20160708-TS3
Eén van de nieuwste manschappencabines van Rosenbauer. Hierin zijn geen enkele stoffen meer toegepast. Fotografie: Rosenbauer
BR20160708-TS2
Een van de eerste tekeningen van de nieuwe TS voor Veiligheidsregio Utrecht. Fotografie: Ziegler

Andere artikelen in deze aflevering

Zonder materieel 
geen brandweer

Een brandweer zonder materieel is tegenwoordig niet meer in te denken, want hoe zou je zonder een TS met alle bijbehorende blusmiddelen een brand moeten blussen? En hoe moet je een slachtoffer van een...