Snelle eerste inzet voorkomt uitbreiding grote brand centrum Maastricht

Snelle eerste inzet voorkomt uitbreiding grote brand centrum Maastricht

Jildou Visser

Bij het uitbreken van een grote brand in het centrum van Maastricht zijn in de nacht van 14 juni vier bewoners aanwezig. Die informatie krijgt de eerste TS aanrijdend van de meldkamer te horen. ‘Dat was wel even slikken’, reageert eerste bevelvoerder Marcel Habets. Het is zijn eerste grote inzet als bevelvoerder. Door een snelle eerste inzet weet hij uiteindelijk de bewoners veilig te stellen en verdere branduitbreiding te voorkomen.

BR201807-3437BRANDVANDEMAAND1
BR201807-3437BRANDVANDEMAAND2
Aan de voorzijde is de brand doorgeslagen van nummer 49 naar nummer 47, de twee panden.

Het is 3.55 uur die nacht als Habets met de TS4 wordt gealarmeerd voor een brand aan de Grote Gracht in het centrum van Maastricht. ‘Dan weet je direct dat er echt wat aan de hand is. Iedereen ligt op dat tijdstip te slapen. Bovendien heb je te maken met een oude binnenstad, veel hout in de gebouwen, panden die in elkaar om zijn gebouwd en de locatie is aan de achterkant lastig bereikbaar.’ Aanrijdend vertelt de centralist dat nog vier bewoners in het pand aanwezig zijn. ‘Dat was even slikken. Die mensen moeten eruit’, vertelt Habets. Ter plaatse ziet hij aan de voorkant bij een naastliggend gebouw één van de bewoners op een steiger staan. De brand op de begane grond is uitslaand. ‘Ik heb mijn manschappen de opdracht gegeven om met twee hoge drukstralen de brand terug te duwen naar binnen. Het risico dat die uitslaande brand zou overslaan naar het net was groot. In dat geval zou de brand snel naar boven zijn geklommen. Gelukkig lukte die eerste inzet goed.’ Habets ziet dat ook in het naastliggende pand op nummer 47 veel rook hangt. ‘Ik vermoedde dat de brand was doorgeslagen, daarom ben ik twee deuren verder, bij nummer 45, naar binnen gegaan om de situatie aan de achterkant te verkennen. Vanuit een raam op de eerste verdieping zag ik twee personen op het plat dak aan de achterkant van het brandende pand staan. Zij waren redelijk in paniek.’ Het plat dak grenst aan de achterkant aan een oude walmuur, die ongeveer een halve meter breed en zes meter hoog is. Vanuit het raam geeft de bevelvoerder de bewoners de opdracht op die muur te klimmen en zichzelf zo in veiligheid te brengen. ‘Dat is het enige moment geweest waarop ik de twee man die je met een TS6 extra hebt ten opzichte van de TS4 waar we mee uitrukten, heb gemist. Met een TS6 hadden we ze met de ladder van de muur af kunnen halen. Nu moesten ze wachten tot de tweede TS ter plaatse was.’ Als hij hoort dat dan alle bewoners veilig zijn, is dat een grote opluchting. Verder ziet hij dat in het pand aan de achterkant ook brand woedt. ‘Toen heb ik opgeschaald. Ik wist dat we meer eenheden en een extra redvoertuig ter plaatse nodig hadden.’

Stoplijnen

Dan komt de tweede TS ter plaatse. Habets besluit in overleg met de tweede bevelvoerder deze aan de achterzijde in te zetten op de scheiding tussen nummer 49 en 51. ‘Daar was de kans op doorslag aan de achterkant het grootst, daar wilde ik de brand tegen- houden. Aan de voorkant heb ik de eerste TS ingezet op de scheiding tussen nummer 45 en 47. De brand was toen al door-geslagen naar nummer 47 en niet veel later ook uitslaand. Nummer 47 en 49 beschouwden we als verloren. Ik dacht dat we een goede kans hadden om de brand bij die twee scheidingen tegen te houden, omdat ik aan de buitenkant had gezien dat tussen 45 en 47 en tussen 47 en 49 een dubbel gemetselde muur stond. Tussen 47 en 49 was dat een enkel gemetselde muur.’ Dat inzetplan deelt hij ook met Officier van Dienst (OvD) Kees van Raak die dan ook ter plaatse is gekomen. ‘Een compliment voor de eerste bevelvoerder. Hij had de situatie goed ingeschat, die eerste inzet heeft echt geholpen.’ Niet veel later heeft Van Raak ineens vijf TS’en ter plaatse. ‘De meldkamer bleek verder te hebben opgeschaald, maar een extra redvoertuig kwam maar niet. Uiteindelijk bleek dat ze problemen hadden met het navigatiesysteem en moest ik ze naar het brandadres loodsen.’ De OvD gebruikt de derde TS om het redvoertuig aan de voorkant te voeden en de vierde TS voedt het redvoertuig aan de achterkant. De eenheden van de vijfde TS controleren omliggende woningen. ‘Op die manier hadden we de brand aan alle kanten goed ingepakt. Dan is het nog een kwestie van tijd totdat de brand is geblust.’ Om 6.36 uur is de brand onder controle en geeft Van Raak het sein brand meester. ‘Toen was het nog puur een kwestie van kleine vuurhaarden in het pand afblussen en we hebben een constructeur laten komen om de veiligheid van de constructie te beoordelen.’

BR201807-3437BRANDVANDEMAAND3
De achterzijde is door de walmuur lastig bereikbaar. De tweede TS en een hoogwerker proberen met een straal over de walmuur heen de brand te blussen.

Leerpunt

Terugkijkend op de inzet concludeert Van Raak vooral dat de inzet door de eerste bevelvoerder een erg goede is geweest. ‘Dat heeft het verdere verloop voor een groot deel bepaald.’ Daarnaast constateert hij dat het alarmeren van voertuigen in de opschaling beter had gekund. ‘Door de snelheid in de opschaling zijn een- heden met de TS gealarmeerd terwijl zij eigenlijk gealarmeerd hadden moeten worden voor het haakarmvoertuig met de CoPI-bak. Normaal komt die uit Meerssen, maar die waren al met de TS uitgerukt. De reserve CoPI-bak komt uit Hulsberg, maar ook zij waren al ingezet. Uiteindelijk heeft Theater aan het Vrijthof een ruimte ter beschikking gesteld waar we konden overleggen. Je hebt dan alleen niet al je voorzieningen bij de hand. Dat moet een volgende keer anders.’

BR201807-3437BRANDVANDEMAAND4

Jildou Visser Fotografie Raoul Lamberiks

Andere artikelen in deze aflevering

Stuur jouw brandweer vakantiefoto’s in

Waar je ook naartoe gaat, de brandweer is altijd dichtbij. Breng je deze zomer een bezoek aan een kazerne in het buitenland, zie je bijzondere brandweervoertuigen, beland je bij een oefening of zie je...