De do’s en dont’s van het gebruik van camerabeelden

De do’s en dont’s van het gebruik van camerabeelden

Jildou Visser

Brandweerlieden in verschillende veiligheidsregio’s gebruiken steeds vaker een bodycam om daarmee het eigen optreden op te nemen en van de beelden te leren. Waar dit bij de ene regio regionaal is geregeld, is het bij andere regio’s het initiatief van individuen in de organisatie. Ook de droneteams uit het programma Grootschalig en Specialistisch Optreden Brandweer Nederland (GBO-SO) maken gebruik van camerabeelden. Hoe zit het met eventuele privacy-gevoelige informatie op de beelden? Wat mag wel en wat mag niet? En waar moet je rekening mee houden?

BR201807-2223PRIVACYCAMERAS2
Brandweer Amsterdam-Amstelland gebruikt de beelden van een bodycam achteraf om van te leren.Fotografie: Jeffrey Koper

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland is in 2010 gestart met het maken van opnames met bodycams. Dat was toen in het kader van een promotieonderzoek van Jelle Groenendaal van de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Hij wilde onderzoeken hoe beslissingen onder tijdsdruk bij de brandweer worden genomen. Het was eigenlijk de voorloper van het onderzoek van het IFV naar situationele commandovoering. We hebben toen een aantal OvD’s uitgerust met een bodycam. De beelden werden alleen gebruikt voor het onderzoek en om van te leren’, vertelt Paul Jetten van Brandweer Amsterdam-Amstelland. ‘Dat was acht jaar geleden. Sinds die tijd is veel gebeurd. Tegenwoordig heeft bij wijze van spreken iedereen een YouTube-account, dat was toen nog niet het geval. Je moet tegenwoordig dus ook beter en meer vastleggen wat je ermee gaat doen.’

Een aantal jaar geleden werden in de regio nog dikke rapporten geschreven om van incidenten te leren. ‘Inmiddels zijn we tot de conclusie gekomen dat brandweerlieden efficiënter leren wanneer we met beelden werken. Dat sluit beter aan bij de beleving waardoor het lerend vermogen groter wordt’, aldus Ben Miedema. Samen met Jetten is hij bezig een pilot op te zetten waarbij met ingang van volgend jaar de bemanning van een proeftuinkazerne in Amsterdam wordt voorzien van bodycams. Die beelden kunnen bij relevante inzetten worden gebruikt voor de nabespreking en eventueel het maken van een leervideo. ‘We zijn nu bezig om alles aan de voorkant te regelen. Daarbij gaat het onder andere om het vastleggen van werkwijzen, de omgang met privacygevoelige gegevens op het beeldmateriaal, het doel en de bewaartermijn van de beelden. Wij hebben het zo geregeld dat er één master is die toegang heeft tot de beelden. De ploeg beslist uiteindelijk of ze er gebruik van willen maken. Zo niet, dan worden ze na vier weken verwijderd. Indien de beelden worden gebruikt, worden eerst alle omstanders en eventuele slachtoffers onherkenbaar gemaakt.’ Belangrijk is volgens Jetten ook dat het lerende karakter waarvoor de beelden zijn bedoeld, goed in de organisatie is geborgd. ‘Iedereen moet voldoende vertrouwen hebben dat de beelden alleen worden gebruikt om van te leren, zodat we met elkaar kunnen zorgen voor een nog beter brandweerkorps. Dit soort projecten kun je alleen opzetten als er een vertrouwensbasis is, anders staat niemand ervoor open. Het afrekenen van individuen aan de hand van videobeelden is nadrukkelijk niet aan de orde.’

Naast de pilot die de regio nu bij een proeftuinkazerne opzet, maakt de regio ook gebruik van dashcams in de OvD-voertuigen en in de nieuwe TS’en. ‘Die slaan alleen op als plotseling hard moet worden geremd of de TS hard over een hobbel rijdt. Met die beelden doen we in principe niets. Ze worden gebruikt als er bijvoorbeeld een ongeval gebeurt, zodat we helderheid hebben over de oorzaak’, vertelt Jetten. ‘Daarnaast kan de dashcam van de lesvoertuigen van oefencentrum BOCAS ook worden gebruikt bij oefenritten. Na afloop van de rit kan de chauffeur met de instructeur de beelden terugkijken en zien waar hij eventueel kan verbeteren.’ ‘Het is nuttig om dit soort zaken te filmen’, vult Miedema aan. ‘Doordat brandweerlieden veel herkennen, maken ze bij het zien en bespreken van de beelden een hoge leercurve door. Het is een prachtig middel, maar je moet wel zorgen dat je alles rondom het gebruik en beheer van de beelden goed hebt geregeld.’

Dronebeelden

Op de drones van de twee pilotregio’s, onderdeel van het landelijke programma GBO-SO, zit zowel een warmtebeeldcamera als een optische camera. Deze kunnen tijdens een inzet direct worden gebruikt voor het repressief optreden of achteraf om beelden te maken voor brandonderzoek. De twee verschillende doeleinden vragen ook een andere aanpak legt Martijn Zagwijn van droneteam Twente uit. ‘De optische beelden die tijdens een incident worden gemaakt voor het repressief optreden worden via een versleutelde verbinding doorgestuurd naar een videomanagementsysteem. Vanuit dat systeem kunnen ze worden doorgezet naar de OvD ter plaatse. De beelden voor brandonderzoek worden op de dronecamera zelf opgeslagen. De onderzoeker kan ze daarna direct zelf meenemen.’

Binnen de regio’s die met een drone mogen vliegen is volgens Zagwijn duidelijk vastgelegd wie toegang heeft tot de beelden. ‘Met name vanwege de privacygevoeligheid willen we geen wildgroei in de verspreiding van de beelden. We stellen de beelden daarom bewust alleen beschikbaar aan OvD’s. Zodra ze de beelden opvragen, wordt dat geregistreerd. We weten dus altijd wie welke beelden hoe lang heeft bekeken.’ De beelden worden voor een periode van 28 dagen bewaard en daarna automatisch verwijderd. ‘Het archiveren van beelden, om te gebruiken voor een evaluatie of een oefening, kan alleen na een schriftelijk verzoek bij de commandant.’

Om alle aspecten met betrekking tot de privacy goed geregeld te hebben heeft de projectgroep Vliegen met drones een gedragscode opgesteld voor de verwerking van persoonsgegevens. ‘Daarin hebben we bijvoorbeeld vastgelegd dat alle persoonsgevoelige informatie van omstanders en eventuele slachtoffers wordt geblurd of verwijderd. Daarnaast informeren we het publiek dat er opnames met een drone worden gemaakt via borden die we bij het incident plaatsen’, aldus Zagwijn.

‘Collega’s zijn ook op de hoogte. Op het moment dat zij niet herkenbaar op de beelden willen, kunnen ze dat aangeven. In dat geval kunnen we bij gebruik van de beelden achteraf ook hen onherkenbaar maken. In de gedragscode is tot slot ook vastgelegd dat de beelden alleen worden gebruikt voor de incidentbestrijding en evaluatiedoeleinden. Met behulp van de beelden willen we eenheden in staat stellen om te leren van een inzet. Ze zijn nadrukkelijk niet bedoeld om mensen af te straffen.’

BR201807-2223PRIVACYCAMERAS1
De beelden van de dronecamera kunnen realtime bij de incidentbestrijding worden gebruikt.Fotografie: Jeffrey Koper

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering

De gevolgen van de nieuwe privacywet

De nieuwe Europese wet die de privacy van burgers moet beschermen, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is op 25 mei in werking getreden. Wat houdt de wet precies in? En wat zijn de gevol...

De grens van de mens

Hoeveel informatie kan een mens verwerken en hoe verhoudt dat zich tot de informatieverwerking in situaties waarbij stress en druk een rol speelt? Docent neurowetenschappen Ger Post en Jolande van Bal...