Steunpunt Brandweer biedt hulp bij psychosociale klachten

Steunpunt Brandweer biedt hulp bij psychosociale klachten

Jildou Visser

In navolging van de Nationale Politie en Defensie heeft Brandweer Nederland voor de zomer het Steunpunt Brandweer opgericht. Na de zomer wordt het officieel geopend. Maar wat is het steunpunt precies? Voor wie is het bedoeld? Wat zijn de ervaringen ermee bij de politie?

BR201609-P15STEUNPUNT-BRANDWEER
Het Steunpunt Brandweer is een verlengstuk van de collegiale opvang.Fotografie: Jeffrey Koper

‘Het Steunpunt Brandweer is een loket waar brandweerlieden of hun omgeving naartoe kunnen bellen of mailen als zij psychosociale hulp nodig hebben. Het is een aanvulling op de collegiale opvang’, zo begint een van de maatschappelijk werkers van het steunpunt. Vanwege haar werk wil ze graag anoniem blijven. Telefonisch wordt een aanmeldgesprek gedaan, waarna een afspraak wordt gemaakt voor een intakegesprek op locatie. ‘In principe doen we dat bij de cliënt thuis, maar het kan ook op een spreekuurlocatie of de kazerne.’

De programmaraad Mens & Bedrijfsvoering van Brandweer Nederland is al lange tijd bezig om psychosociale hulp op de agenda te krijgen. ‘Wij wilden een landelijke voorziening waar collega’s ondersteuning kunnen krijgen bij psychosociale klachten. Stichting De Basis verzorgde dit al voor de Nationale Politie en Defensie. Wij hebben het Brandweer Opvang Team (BOT), de collegiale hulp, maar dat is niet bij alle problemen voldoende. Soms maak je dingen mee die heftig zijn en waarbij hulp nodig is van een professional. Dat kan zowel in de uitoefening van het vak gebeuren als in je privéleven. Voorheen hoorde ik weleens schrijnende verhalen van collega’s die hulp nodig hadden en nergens terecht konden. Wij willen dat onze collega’s lichamelijk en geestelijk gezond zijn. Er moet niet alleen aandacht zijn voor de brandweermens en het vak, maar ook voor het mens zijn. Daarom hebben we nu bij stichting de Basis ons eigen steunpunt ingericht’, vertelt Lieke Sievers, voorzitter van de programmaraad en commandant in Veiligheidsregio IJsselland. ‘Brandweerlieden die behoefte hebben aan een gesprek, kunnen daar zeventien uur per dag naartoe bellen.’ Het Steunpunt Brandweer is in eerste instantie een pilot voor drie jaar. ‘Tot nu toe zagen we op het gebied van psychosociale problemen alleen het topje van de ijsberg. We willen de komende jaren de hele ijsberg in kaart brengen, zodat we het zorgkader daarop in kunnen richten.’

Dirk de Vries van het BOT in Veiligheidsregio Fryslân vindt het een goede zaak dat het Steunpunt Brandweer is opgericht. ‘In de afgelopen jaren hebben wij een aantal keer gezien dat een algemeen gesprek niet voldoende is. We kunnen dan nog eens een tweede of derde gesprek doen, maar de mogelijkheden van de collegiale opvang zijn beperkt.’ Vanuit die ervaring zijn in Friesland afspraken gemaakt met het Instituut voor Psychotrauma (IVP). ‘Daar hebben wij goede ervaringen mee, maar ik kan me voorstellen dat niet iedere regio dit soort afspraken heeft. Een landelijk steunpunt is dan een goede zaak. Bovendien is het fijn dat de hulpverleners gespecialiseerd zijn in hulpverlening aan geüniformeerden en de cultuur en organisatie van de brandweer. Het praat toch een stuk makkelijker als iemand op de hoogte is van de organisatie, het werk en de terminologie.’

Eigen aanpak

De maatschappelijk werkers van de Basis zijn bekend met de problemen die de brandweer als gevolg van uitoefening van het vak tegen kan komen. ‘Wij zijn gespecialiseerd in trauma’s en weten hoe de brandweer werkt. Als onderdeel van onze training heb ik meegedraaid in een 24-uursdienst’, vertelt de medewerker van de Basis. Een ander groot verschil met gangbare maatschappelijk werkers is dat de medewerkers van het steunpunt bij mensen thuis komen. ‘Na het eerste telefoontje naar het steunpunt, nemen we contact op om een afspraak te maken. De cliënt mag bepalen waar we afspreken. Als het even kan, zouden we tijdens de intake en de afspraken die volgen ook graag bij mensen thuis willen kijken en de partner of een andere naaste in het traject willen betrekken. Dat is belangrijk. Het geeft ons extra informatie. We zien hoe iemand woont, maar ook hoe de persoon bijvoorbeeld reageert op zijn partner of kinderen en andersom. Daarnaast is het thuisfront ook altijd aanwezig, wij niet. Het is belangrijk dat dit vangnet goed wordt opgebouwd.’

Ervaring

Dat problemen niet altijd worden veroorzaakt door ingrijpende incidenten tijdens het werk, bewijst een politiemedewerker die een jaar geleden hulp heeft gezocht bij het 24/7 loket, het steunpunt van de Nationale Politie. ‘Tijdens mijn dienst ben ik een paar keer buiten bewustzijn geraakt. De laatste keer bij een trainingscentrum. De docent vertelde me dat hij een soortgelijke ervaring had gehad en drukte me een kaartje in de hand van het steunpunt. Ik moest hem beloven dat ik zou bellen. Mijn omgeving wees me er weleens op dat het niet goed ging. Onzin, vond ik, maar ik had een belofte gemaakt en ben een man van mijn woord. Ik zag er ontzettend tegenop. Ik ben niet zo van de zielenknijpers en maatschappelijk werk. Ik gebruikte hen om mensen naartoe te verwijzen die flink in de war waren. Dat ik zelf volledig de weg kwijt was, had ik niet in de gaten. Het gesprek viel mee. Binnen tien minuten was het voorbij. Ze vragen wat ze voor je kunnen doen, horen je antwoord aan, noteren je gegevens en nemen daarna contact met je op’, blikt de agent terug.

‘Vrij snel daarna belde Bart, mijn maatschappelijk werker van Stichting de Basis. De eerste afspraak wilde ik op het politiebureau. Ik heb drie kinderen en wilde hen niet belasten met mijn problemen. Bovendien deel ik alles met mijn collega’s. Het gesprek begon bij het begin. Wie ben je? Wat doe je? Wat was volgens mij het probleem? Ik draaide eromheen. Het was een zware periode. Mijn vader was net overleden, ik was bezig met de verbouwing van een woning voor mijn schoonouders en ging zelf verhuizen. Ik dacht dat ik het vol kon houden en als alles achter de rug was, weer op kon laden. Ik moest zorgen dat ik niet thuis kwam te zitten. Het gesprek was preventief, dacht ik. Bart zag direct dat ik de schijn ophield, maar liet niets merken. Het was een fijn gesprek. Tijdens het werk in de dienstauto zat ik naar het plafond te staren en op de binnenplaats bij het bureau zat ik te huilen. Niemand durfde me naar huis te sturen, tot een van de chefs een afspraak maakte met de bedrijfsarts. Hij vertelde me dat ik naar huis moest, minimaal vier weken. Ik ontplofte. Ik was nog net genoeg bij positieven om hem geen kopstoot te geven. Ik heb mijn baas in minder vriendelijke bewoordingen verteld dat het een rotstreek was en dat ik over drie dagen weer op het werk zou zijn.’

Thuis op de bank stort de agent volledig in. ‘Ik kon alleen maar huilen en kreeg lichamelijke klachten, waaronder verlammingsverschijnselen. Ik moest kruipend naar de wc, want mijn benen deden het niet meer. Op sommige momenten had ik zoveel pijn dat ik dacht dat ik dood zou gaan.’ Een paar dagen later komt Bart bij hem thuis. ‘Hij wilde mijn partner erbij, zij moest begrijpen wat er aan de hand was. Dat is een groot deel van het genezingsproces. Het was een heftig gesprek. Bart noemde het beestje bij zijn naam, overspannenheid. Volledige rust schreef hij voor, want de accu moest opladen. Door alle stress had ik letterlijk kortsluiting in mijn hoofd. Vanaf dat moment heeft hij me alles uit handen genomen. Hij had contact met de bedrijfsarts, de verzuimcoach en deed alle communicatie met het werk. Heerlijk. Ik hoefde niks.’

Langzaamaan gaat het beter. Hij wil weer aan het werk, maar dat zit er dan nog niet in. ‘Bart benadrukte continu dat echt beter worden mijn prioriteit was, terwijl ik het werk zag als prioriteit. Hij verwees me door naar een psycholoog. Dat was schrikken, een zielenknijper. Ook dat viel mee. Het was praktijkgericht. Ik kreeg tools en huiswerk waarmee ik aan mijn probleem kon werken.’ Na ongeveer een half jaar kan worden begonnen aan het reïntegratietraject. Drie maanden later is de agent weer volledig in dienst. ‘Ik had niet zonder het steunpunt gekund. Het is laagdrempelig en geeft rust. Zij nemen alles uit handen en zorgen ervoor dat de thuissituatie begrip krijgt. Ik ben de docent die me het kaartje gaf dankbaar. Het was het woordje “dat moet je me beloven”.’

Het Steunpunt Brandweer is een onderdeel van de Stichting

Waardering en Erkenning Brandweer. Naast het steunpunt gaat deze stichting ook andere zaken oppakken, vertelt Sievers. ‘De Stichting Waardering en Erkenning Brandweer gaat naast het Steunpunt Brandweer nog andere initiatieven nemen op het gebied van waardering en erkenning van brandweermensen. Dit is nog in ontwikkeling.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering