USAR.NL biedt hoop, troost en perspectief na explosie in Beiroet

USAR.NL biedt hoop, troost en perspectief na explosie in Beiroet

Visser, J.

Beiroet wordt dinsdag 4 augustus rond 18.00 uur opgeschrikt door een enorme ontploffing. In het havengebied van de Libanese hoofdstad ontploft bijna 3.000 ton ammoniumnitraat. In één klap is het volledige havengebied weggevaagd. Tot kilometers afstand worden ruiten en geveldelen van gebouwen weggeblazen. Nog geen 24 uur later verzamelen de hulpverleners van USAR.NL zich op Vliegbasis Eindhoven om hulp te bieden in het getroffen gebied.

Teamleider Camille Michel van USAR.NL is die avond bij vrienden aan het eten als zijn telefoon blijft trillen. Al snel ontstaat er overleg tussen USAR.NL teamleiders. ‘Kunnen we iets betekenen? Dat was onze voornaamste vraag’, aldus Michel. ‘Toen ik de beelden van de ravage op televisie zag, dacht ik direct dat dit weleens een inzet voor ons zou kunnen zijn. Toen we via Twitter zagen dat het ministerie van Buitenlandse Zaken haar medeleven uitsprak en de mogelijkheden tot hulp aan het bekijken was, werd ons gevoel versterkt’, vult teamleider Arjan Stam aan. Er wordt besloten om de status van USAR.NL op monitoring te zetten. Daarmee geven ze aan dat als er een hulpvraag vanuit Libanon komt, ze beschikbaar zijn.

In de loop van de nacht volgt het bericht dat het getroffen land een hulpaanvraag heeft gedaan en er vanuit Brussel toestemming is gegeven voor een Europese missie. ‘In Europa zijn veel USAR-teams beschikbaar. Afgezien van het team uit Qatar, dat ook inzetbaar was, zijn de teams uit Europa het dichtstbij. Het is dan ook logisch dat de coördinatie onder de vlag van de Europese Unie wordt uitgevoerd’, legt Michel uit. Met een aantal leidinggevenden vertrekt hij die nacht naar Zoetermeer, waar het hoofdkwartier van USAR.NL is gevestigd. ‘Daar zijn we de operatie gaan voorbereiden. Wat hebben we nodig? Wat nemen we mee? Hoe snel kunnen we het transport regelen? We hebben alles voorbereid en in werking gesteld, zodat we even voor zeven uur woensdagochtend op de alarmknop konden drukken. De enige vraag was toen nog of we in vakantie- en coronatijd voldoende mensen bij elkaar konden krijgen. Met ieder afzonderlijk lid hebben we in de daarop volgende uren telefonisch contact gehad. We hebben hen er specifiek op gewezen dat Libanon vanwege de coronauitbraak in het land een oranje gebied was. We wilden iedereen in de gelegenheid stellen om zelf de afweging te maken of ze dat zagen zitten. Rond tien uur hadden we het team compleet.’

Oranje en blauwe overall

Oranje overalls worden binnen USAR.NL gebruikt bij het optreden in het veld dat mogelijk vervuild of besmet is. Binnen het basiskamp en tijdens de heen- en terugreis worden normaal gesproken de blauwe overalls gedragen. Hygiëne is van cruciaal belang bij het werk in een rampgebied. Door het kleurverschil is het visueel zichtbaar wanneer iemand hiervan afwijkt.

image1.jpeg
Bij deze missie werd gewerkt in vaste groepen.

Extra dimensie

Juist de situatie rondom corona zorgt voor een extra dimensie in zowel de voorbereiding van de missie als tijdens de missie zelf. ‘Werkgevers stellen de USAR.NL-leden voor een periode van maximaal tien dagen beschikbaar. Je wilt voorkomen dat ze daarna nog twee weken in quarantaine moeten, ook omdat je al zit met aangepaste roosters in de vakantietijd. Dat zou een enorme druk op alle collega’s geven’, aldus Stam. In samenwerking met Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost richt hij die woensdagochtend bij de kazerne in Best een coronatestlocatie in. Alle 65 USAR.NL leden worden daar voor vertrek getest. ‘Daarnaast hebben we er bij deze missie, vanwege corona, bewust voor gekozen te werken met vaste groepen om kruisbesmetting te voorkomen. Bij aankomst in Best hebben we iedereen ingedeeld in zijn of haar groep. Daar zijn we tot na de terugkeer in Nederland bij gebleven. Het was de eerste keer dat we tijdens een missie op deze manier werkten, dat maakt dat je er scherp op moet blijven dat iedereen continu in zijn of haar eigen groep blijft.’

Na de testprocedure krijgen alle USAR.NL-leden een briefing op Vliegbasis Eindhoven. Daar krijgen ze ook de uitslag van de coronatest met de bijbehorende papieren. ‘We dachten dat dat handig zou zijn, zodat we die bij aankomst in Libanon konden tonen. Uiteindelijk bleek dat niets uit te maken’, vertelt Stam. Bij aankomst in Libanon blijkt dat de Libanese overheid eist dat iedereen nogmaals getest wordt. ‘Eerder mochten we niet het veld in. Dat is frustrerend. Je weet al dat de test negatief gaat zijn, dus eigenlijk zorgt het alleen maar voor onnodige vertraging in de inzet. Toch heb je je ook te schikken naar de procedures in het land.’

Coördinatie

De volgende ochtend worden Michel en Stam opgeroepen om aan te sluiten bij de vergadering van internationale teamleiders en de crisisstaf van het leger. Die vergadering dient voor de Libanese overheid met name om in beeld te krijgen wat de capaciteit van alle teams is en wat ze kunnen betekenen. ‘Alles werd opgeschreven en dat terwijl we zelf alles op schrift hebben. Ook dat is dan zonde van de tijd. Toen ze alles hadden genoteerd, hebben wij voorgesteld om de USAR Coordination Cell (UCC) op te zetten. Dat wezen ze direct van de hand. Het woord coördinatie gaf ze het idee dat we alles kwamen overnemen, terwijl we er juist zijn om hen te ondersteunen. Toen dat niet lukte, zijn we een andere weg ingeslagen en hebben we een Information Cell voorgesteld. Je zag dat ze daar anders op reageerden, maar nog wel huiverig waren. Met behulp van het USAR-team uit Qatar, dat onze bedoeling in het Arabisch kon uitleggen, is dat gelukt’, vertelt Stam, die de coördinatie van alle internationale eenheden voor zijn rekening neemt. In de Information Cell worden de eenheden vanaf dat moment, in samenwerking met de lokale verantwoordelijken, ingedeeld in sectoren. ‘In overleg met de lokale verantwoordelijken heb ik geprobeerd dat zo goed mogelijk te coördineren. Je bent een soort makelaar, je probeert de vraag van het land samen te brengen met het aanbod van wat alle USAR-teams kunnen betekenen. Dan ontdek je de cultuurverschillen. Bij iedere missie zie je dat er een plafond is in hoe ver je kunt gaan en hoever je hun werkwijze kunt ombuigen. Voorzichtig probeer je daar eens doorheen te prikken, zonder over de grens te gaan. Dat is een spanningsveld, je wilt het vertrouwen niet beschadigen. Gaandeweg zie je dat het vertrouwen groeit en je steeds iets verder kunt gaan.’ USAR.NL heeft, zo laat Michel weten, in het verleden, onder meer na de aardbeving in Nepal en na orkaan Irma op Sint Maarten, laten zien dat ze deze coördinerende rol goed kan vervullen. ‘Daarnaast vormt Nederland op het internationale podium meestal geen bedreiging voor andere landen. Wanneer landen als de Verenigde Staten, Rusland of China deze rol oppakken, krijgt dat direct een andere lading.’

image2.jpeg
In het havengebied treffen de USAR-teamleden een totaal verwoest gebied aan.

Het havengebied

Die donderdagmiddag krijgt Dennis Koehoorn samen met zijn collega’s de opdracht om een deel van het havengebied te doorzoeken op overlevenden. Hij is een van de twee bouwkundigen van USAR.NL in Libanon. In tegenstelling tot wat het team gewend is, mogen de honden van de lokale autoriteiten niet direct mee het gebied in. ‘Onze honden zijn juist opgeleid om slachtoffers onder het puin te kunnen vinden. Honden worden in Libanon niet gezien als huisdier. Je krijgt zelfs een bekeuring als je een hond bij je hebt, daar konden ze voor ons geen uitzondering in maken. Ieder team krijgt een soldaat mee en die wilde de verantwoordelijkheid ervoor niet nemen.’

In de haven treffen de hulpverleners een totaal verwoest gebied aan. ‘Eigenlijk het beeld dat je verwacht, maar dat ik na aankomst op het vliegveld niet meer helemaal had’, vertelt Koehoorn. ‘Toen we die nacht ervoor over de stad heen waren gevlogen, zag je overal licht branden en het vliegveld was vrijwel onbeschadigd. In de haven werd dat beeld direct omgedraaid, alles was weggevaagd. Vanuit de haven konden we ook goed de stad in kijken, daar zagen we veel schade. Pas op dat moment kreeg ik een gevoel bij de omvang.’

Het team voert in de haven een visuele verkenning uit. Voor zover er nog loodsen staan, worden deze grondig geïnspecteerd. Slachtoffers worden niet gevonden. Koehoorn: ‘Visueel konden we niemand ontdekken, maar we hebben ook niks geroken. Het klinkt misschien gek, maar als iemand al een paar dagen onder het puin ligt ruik je dat ook.’ En dus keert het team terug naar de basis waar ’s avonds een briefing wordt gegeven. Tijdens de briefing neemt het complete team de activiteiten van de afgelopen dag door, en wordt vooruitgeblikt naar de volgende dag. ‘Het Libanese leger bepaalde wat we mochten doen. In eerste instantie was er nog niet direct een klus voor mij en mijn collega-bouwkundige. Wij zijn er echt voor het stutten van bouwvallen en het beoordelen van bouwkundige constructies.’

Ambassade

De volgende ochtend blijkt dat Koehoorn en zijn collega meegaan naar de Nederlandse ambassade. Hoewel het gebouw ongeveer een kilometer van het havengebied is verwijderd, is het behoorlijk beschadigd. ‘De ambassade is, net als een groot deel van Beiroet, redelijk nieuw en modern. De schade zat voornamelijk in de puiconstructie, ramen en kozijnen waren naar binnen geblazen. We zijn daar begonnen met het opruimen van de brokstukken en het verzamelen van usb-sticks en andere eigendommen van de ambassade. Zeker in een crisis als deze is het belangrijk dat de ambassade snel weer kan functioneren’, aldus Koehoorn.

In de loop van de dag wordt hij samen met zijn collega’s naar het huis van de ambassademedewerkers gebracht om hen te helpen met de verhuizing. Het huis is dusdanig beschadigd dat een ander onderkomen is geregeld. Onderweg ernaartoe valt Michel met name de zelfredzaamheid van de bevolking op. ‘Je zag overal bulldozers door de straten en vrachtwagens rijden met puin. Alle mensen waren bezig om te proberen hun huis weer zo goed mogelijk bewoonbaar te maken.’

image3.jpeg
De beschadigde Nederlandse ambassade in Beiroet moest zo snel mogelijk weer kunnen functioneren.

De woonwijk in

Waar de reddingsploeg op zaterdag opnieuw naar de ambassade gaat om op te ruimen, worden Koehoorn en zijn collega-bouwkundige ingezet bij het schouwen van gebouwen in een woonwijk. ‘We hebben ons die ochtend gemeld bij de afdeling bouw- en woningtoezicht in Beiroet. De Engelsen hadden daar een Damage Assesment Coordination Center ingericht van waaruit ze de bouwkundige hulp coördineerden.’ Koehoorn en zijn collega worden gekoppeld aan een lokale inspecteur. Ze zijn nog niet lang bezig met de inspectie als ze uit voorzorg worden teruggetrokken. ‘De bevolking kwam in opstand. In het gebied waar wij de inspecties zouden uitvoeren, lag ook het verzamelpunt voor de demonstratie. Men vond het niet veilig genoeg. Erg jammer, want deze klus paste perfect bij onze functie. Het was bovendien erg dankbaar werk. In de woonwijk kregen we alleen maar positieve reacties, mensen wilden zelfs met ons op de foto. We werden door de lokale bevolking alleen wel gewaarschuwd voor de oranje kleur van ons overall. Dat schijnt in Libanon nogal een politieke kleur te zijn.’

Terug op de basis wordt op televisie gevolgd wat er in de stad gebeurt. ‘We konden live meekijken met de demonstraties. Dat gaat er heftig aan toe. Toch hebben we ons geen moment onveilig gevoeld. De demonstraties waren alleen gericht op de overheid.’

De volgende dag wordt opnieuw een poging gedaan om de gebouwen in een andere woonwijk te schouwen. Ditmaal is de inzet een stuk succesvoller. In totaal schouwt Koehoorn 38 gebouwen, waarvan hij dertien als onherstelbaar markeert. De overige gebouwen zijn onbewoonbaar, maar na opruim- en herstelwerkzaamheden weer veilig te bewonen. ‘In dat gebied waren we de eerste hulpverleners. Sinds de explosie hadden de bewoners er nog niemand gezien. Ze waren ontzettend dankbaar. Voor de beeldvorming hadden we die dag ons blauwe overall aangetrokken in plaats van de oranje.’

Rond een uur of één die middag houdt de lokale bouwinspecteur het voor gezien. ‘Dat was balen. Zonder lokale inspecteur mochten we niet verder. Na enig aandringen hebben ze gelukkig nog een andere klus voor ons weten te verzinnen. Onder begeleiding van militairen zijn we naar de energiecentrale gebracht om de constructie van dat gebouw te schouwen. Dat was flink beschadigd. Het dak was kapot, daar moesten ze iets mee doen voordat ze de rest van het gebouw op konden knappen. Je kon duidelijk zien dat door de kracht van de explosie het dak was opgetild. De kanaalplaten waren gescheurd bij de oplegging.’ Rond kwart over drie zijn de bouwkundigen klaar met hun inspectie en moeten ze weer terug naar de basis, omdat een nieuwe demonstratie gepland staat.

image4.jpeg
In de Information Cell wordt de inzet van alle USAR-teams gecoördineerd.

Verklaring

Terwijl de eenheden bezig zijn met humanitaire hulpverlening, bouwt Stam het informatiecentrum af. Ook dat gaat in Libanon op een bijzondere manier. ‘Normaal gesproken verklaart het hulpontvangende land dat de Search and Rescue missie klaar is, maar in dit geval wilde de kolonel dat niet verklaren. Hij wilde van ons een verklaring, op schrift. Dat doen we nooit. Uiteindelijk zijn we erop uitgekomen dat de teamleiders stuk voor stuk tegenover de kapitein en de kolonel mondeling verklaarden dat ze klaar waren. Ik was daarbij, zodat ik uiteindelijk een notitie kon schrijven waar ik m’n handtekening onder kon zetten.’

Naar huis

Omdat de reddingsmissie erop zit, wordt besloten USAR.NL op maandag huiswaarts te laten keren. ‘Even hebben we overwogen om de bouwkundigen langer in Libanon hun werk te laten doen. Er konden nog genoeg inspecties worden uitgevoerd. Vanwege de aanhoudende onrust hebben we uiteindelijk besloten dat niet te doen’, vertelt Michel. ‘Alleen twee medewerkers logistiek zijn achtergebleven om te kunnen zorgen dat de uitrusting later die week weer naar Nederland kon worden getransporteerd. Daarnaast hebben ze geassisteerd bij de donatie van een flink deel van de uitrusting aan de civiele bescherming van Beiroet.’

image5.jpeg
Het USAR-team voor Beiroet.

Terug op Nederlandse bodem worden de hulpverleners normaal gesproken ontvangen door familieleden. Vanwege corona is dat bij deze missie niet het geval. Michel: ‘Je merkt dat dat voor enkelen een teleurstelling is. Toch is het zoals het is. Wij zijn eerst naar een hotel gegaan om daar nog een dag te debriefen en een coronatest te doen. Gelukkig was iedereen negatief. Diezelfde coronatest hebben we een week later nogmaals moeten doen, om daadwerkelijk vast te kunnen stellen dat we niet besmet waren. Omdat we allemaal hulpverleners zijn, mochten we in de tussentijd gewoon ons werk doen, een gecalculeerd risico dat tot het minimum is beperkt. Al met al was het een bijzondere missie. We hebben niet zozeer echt reddingswerk kunnen verrichten, maar zijn wel degelijk van toegevoegde waarde geweest. Wat mij betreft kunnen we vaker kleinschalig worden uitgezonden voor dit type missies.’

image6.jpeg
Onder begeleiding van militairen mogen de hulpverleners het veld in.

Andere artikelen in deze aflevering

Natuurbranden Australië, een jaar later

Een jaar geleden braken in Australië de eerste van een hele serie natuurbranden uit. Dat deze branden tot en met maart zouden duren, durfde op dat moment nog niemand te bevroeden. In totaal is twaalf ...