Samenwerking

Samenwerking

Redactie

Halverwege augustus verscheen het klimaatrapport van de Verenigde Naties (IPCC) waarin niet alleen de verwachte verandering van het klimaat staat beschreven, maar ook de impact van die klimaatverandering op de maatschappij. In het rapport staan voorbeelden over extreme buien, langdurige hitte, droogte en noodweer. Los van al dat papier hebben we deze zomer ook gezien en ervaren hoe groot de krachten van de natuur zijn: extreme waterstanden in juli voor in Nederland, maar ook in België en Duitsland. Grote natuurbranden in Griekenland en Turkije. Extreme hitte in Italië, Spanje en Portugal. En nog net iets voor de zomer een tornado die over Tsjechië raasde. De zomer van 2021 is voor de brandweercollega’s in Nederland en Europa één die niet snel wordt vergeten.

In al deze gevallen hebben we de beelden gezien van brandweercollega’s die met alles wat ze aan energie en middelen hebben bezig zijn om mensen te redden, te helpen in hun evacuatie of het bijdragen aan herstel. Wat deze klussen zo anders maakt dan het andere werk is het langdurige aspect hiervan. Dit gaat over inzet van vele dagen achter elkaar, waarbij aflossing niet altijd direct mogelijk is. Je hoeft op dit moment ook niet lang te zoeken in de media om een (gelukkig buitenlands) beeld te vinden van brandweercollega’s die op straat slapen, met soms hun uitrukpak als hoofdkussen. Waarin ze een kort moment pakken om te herstellen. Om daarna weer snel aan de gang te kunnen met het werk.

Dat we in Nederland bij de brandweer veel handen hebben die helpen en kunnen aflossen, bleek tijdens het hoogwater in Limburg. Veel pelotons zijn afgereisd naar Limburg om te ondersteunen en te helpen. Om een helpende hand te bieden bij het versterken van de waterkering, om mensen te evacueren en om hulp te bieden waar het nodig was met het verpompen van water uit woningen.

Het was ook bij deze klussen dat we de inzet van onze landelijke reddingsvloot nodig hadden. De Nationale Reddingsvloot (NRV) bestaat sinds 2018 uit eenheden van de reddingsbrigade en de brandweer, die samen optreden. Deze vloot bestaat in totaal uit 88 vaartuigen. De Landelijke Voorziening Reddingsvloot (LVR) zorgt voor de noodzakelijke coördinatie. Die is belegd bij de Reddingsbrigade Nederland, die vanuit het kantoor in IJmuiden de ingezette eenheden ondersteunde. Het was mooi om te zien hoe die combinatie van brandweer en reddingsbrigade samen aan het werk is gegaan. Bijzonder en ook onverwacht hierbij was de inzet van deze eenheden in België. Dat de collega’s in staat zijn geweest om te schakelen en vooral, heel zelfredzaam, aan deze klus te beginnen, toont het improvisatievermogen en de kracht van onze collega’s.

Tijdens zo’n crisis blijkt ook het belang van een landelijk actiecentrum brandweer. Net als bij de reddingsvloot moet er een centrale plek zijn waarin we de bovenregionale inzet van de brandweereenheden afstemmen. Een plek waar de continue logistieke vragen rondom de inzet, aflossing en taakstelling van de bijstand leverende brandweereenheden worden geregeld. Maar dus ook bij deze inzet de overnachting van diverse eenheden. Vorig jaar in de zomer zagen we een gelijk vraagstuk bij de twee grote natuurbranden. Op basis van de ervaringen van vorig jaar is ook nu een landelijk brandweer actiecentrum ingericht. Maar nog steeds is dit een ad-hoc constructie. Door inzet en bijdragen van collega’s uit diverse regio’s is dit team aan het werk gegaan om te zorgen dat de vragende regio’s zo goed mogelijk konden worden bediend. En met succes. Ik hoop dat de geleerde lessen van beide jaren leiden tot een beter inzicht van het nut, de opdracht en de aansturing van een landelijk actiecentrum brandweer. Om in die gevallen waarin het nodig is ondersteunend te kunnen zijn aan de inzet van alle brandweereenheden bij bovenregionale bijstand.

05_BB09_van de redactie.html-image1
Albert-Jan van Maren

Andere artikelen in deze aflevering

Van bewustwording naar gedragsverandering

Welke aspecten zorgen ervoor dat een burger niet alleen wéét dat een rookmelder nuttig is, maar er ook daadwerkelijk een ophangt? Gedragswetenschappers houden zich onder andere met deze vraag bezig.