De nieuwe norm voor grote brandcompartimenten

De nieuwe norm voor grote brandcompartimenten

C. Ferwerda

Na vier jaar sleutelen is hij eindelijk klaar: NEN 6060. Deze nieuwe norm voor de brandveiligheid van grote brandcompartimenten was hard nodig. De afgelopen twee decennia is vaak over het onderwerp gediscussieerd. Met NEN 6060 is een oude richtlijn geactualiseerd en zijn diverse knelpunten voor de brandweer en het bedrijfsleven weggenomen. Dit verliep niet zonder slag of stoot.

De nieuwe norm geeft een methode voor het bepalen van de toelaatbare grootte van een brandcompartiment en de bescherming tegen brand die daarbij nodig is. In het Bouwbesluit 2012 worden gebouwen ingedeeld in algemene brandcompartimenten kleiner dan 1.000 m2 en industriële brandcompartimenten die maximaal 2500 m2 meten. Met NEN 6060 kan bij een grotere onverdeelde ruimte worden voldaan aan de eisen voor vluchtveiligheid en beperking van branduitbreiding. Klaas Jan de Boer van Antea Group/Save trad op als rapporteur tijdens het totstandkomingsproces, samen met collega Coen Cieraad (Save) en Peter van de Leur van DGMR Bouw. De Boer: ‘Met NEN 6060 zijn veel verschillende belangen afgedekt.’

Pseudo-regelgeving

Normalisatie-instituut NEN krijgt in 2009 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), waar bouwregelgeving is ondergebracht, opdracht om met een norm te komen voor de brandveiligheid van grote brandcompartimenten. NEN vormt hiervoor een werkgroep van belanghebbende partijen. Die benoemt in 2011 een consortium van Antea Group, Oranjewoud en Save (Deventer) en DGMR Bouw (Den Haag) tot rapporteurs, die als voornaamste taak krijgen om tekstvoorstellen te doen en na vaststelling door de werkgroep de normtekst te redigeren. De Boer: ‘Het Bouwbesluit 1992 bood geen houvast voor compartimenten groter dan 1.000 m2. Daarom zijn andere partijen in de loop der jaren met aanvullende richtlijnen gekomen.’ De Boer doelt op het reken- en beslismodel Beheersbaarheid van brand, dat in 1995 verscheen en in 2007 werd herzien, Vluchten uit grote brandcompartimenten en de Handreiking Grote Brandcompartimenten. ‘Er was te veel pseudo-regelgeving ontstaan’, stelt De Boer. ‘Dit moest worden uitgebannen met een NEN-norm, die beter moest aansluiten bij Bouwbesluit 2012. NEN 6060 is de opvolger van de 2007-versie van Beheersbaarheid van Brand (BvB), die tot voor kort leidend was bij het ontwerpen en beoordelen van gebouwen met grote compartimenten. Maar hij is niet bedoeld voor grote brandcompartimenten waarin wordt geslapen, zoals woon- zorg- en logiesfuncties.’

Voor een zo breed mogelijk draagvlak wordt een zestienkoppige werkgroep opgezet met leden uit verschillende hoeken. Hierin nemen vertegenwoordigers zitting van onder meer de Vereniging FME-CWM, NVTB, VVBA, VNO-NCW, Efectis, VEBON, het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) en Brandweer Nederland. Ze voeren veranderingen door ten opzichte van BvB 2007. Zo is NEN 6060, in tegenstelling tot BvB 2007, ook van toepassing op bestaande bouw. ‘Dit is één van de belangrijkste wijzigingen’, zegt De Boer. ‘Voor bestaande bouw volstaat een lager veiligheidsniveau dan voor nieuwbouw. Daarom is een tweemaal zo hoge vuurlast toegestaan. Bij een industriefunctie bestaande bouw mag de toelaatbare met factor 2.5 worden verhoogd ten opzichte van BvB 2007.’

Te zwaar

Verder zijn de aan te houden afstanden tot andere compartimenten veel kleiner. Een punt waar Peter van de Leur erg blij mee is. ‘Met BvB 1995 waren de vereiste afstanden tussen gebouwen gigantisch. We hebben daarvoor geen ruimte in Nederland. De grote afstanden zijn voor de veiligheid ook niet nodig.’ De oude regelgeving omtrent brandwerende gevels, als de afstand er niet was, was volgens Van de Leur te streng. ‘Dan moest het gebouw voldoen aan de hoogste eisen. Het was allemaal te zwaar en een verspilling van geld.’

In NEN 6060 is de WBDBO-eis (Weerstand tegen BrandDoorslag en BrandOverslag) onveranderd. Je kunt eraan voldoen met een brandwerende gevel of met een afstand tot een ander gebouw, en de benodigde afstand is kleiner geworden. In sommige gevallen is ook de hoogte van de eis aangepast. Die wordt bepaald door de 1.000 m2 met de hoogste vuurbelasting. Van de Leur: ‘In elk geval moeten gevels dicht bij de concentratie van vuurlast aan de hoogste eisen voldoen. Bij grotere afstand is de gemiddelde vuurbelasting bepalend. Deze aanpassing is overigens niet normatief, en hoeft daarom niet zonder meer te worden geaccepteerd door het bevoegd gezag.’

Naast een aantal kleinere wijzigingen, bijvoorbeeld met betrekking tot slapen boven een NEN 6060-compartiment, is de toevoeging van vluchtveiligheid een derde grote aanpassing. NEN 6060 geeft een aantal maatregelpakketten waarmee de loopafstand binnen een groot brandcompartiment kan worden vergroot. Van de Leur: ‘Bij brand krijgen aanwezigen zo extra tijd om naar buiten te komen, bovenop de strenge 1 minuut die het Bouwbesluit voor kleinere compartimenten voorschrijft. Hierbij spelen de berging van rook, toepassen van installaties en voorkomende situaties een belangrijke rol. De maatregelen uit de Handreiking Grote Brandcompartimenten zijn ook meegenomen.’

Moeizaam proces

De Boer en Van de Leur hebben vier jaar aan NEN 6060 gewerkt. ‘De lange duur is niet uniek’, zegt De Boer. ‘Omdat een groot aantal mensen in de werkgroep zat, was het lastig om regelmatig bijeen te komen. We overlegden ongeveer eens per kwartaal.’ Van de Leur: ‘Doordat de belangen van de brandweer en het bedrijfsleven soms flink uit elkaar lagen, duurde het best lang voordat er overeenstemming was. En daar draait het om bij een norm: het is een compromis.’ Van de Leur schat dat de totstandkoming van NEN 6060 een extra jaar heeft geduurd doordat Brandweer Nederland niet akkoord wilde gaan met enkele punten die voornamelijk betrekking hadden op het repressieve optreden. ‘De brandweer was van mening dat hun repressieve inzet in het verleden gebruikt werd om tekortkomingen bij de voorzieningen te compenseren. Daar ben ik het niet mee eens. Een aantal punten is op verzoek van Brandweer Nederland verwijderd uit de conceptvorm van NEN 6060; met andere punten zijn ze wel akkoord gegaan.’

Welke plek krijgt NEN 6060? Het is een oplossing voor situaties waarin de aanvrager niet aan de directe voorschriften van het Bouwbesluit 2012 kan of wil voldoen. Het Bouwbesluit geeft daarvoor de ruimte via een beroep op gelijkwaardigheid (artikel 1.3). Een aanvrager geeft invulling aan de gelijkwaardigheid door de aanvraag te baseren op NEN 6060. Ook NEN 6060 is niet de enige toelaatbare manier om gelijkwaardigheid in te vullen, aldus Van de Leur. ‘De norm biedt maatregelpakketten die leiden tot de vereiste gelijkwaardigheid, die goed zijn onderbouwd en te herleiden zijn door de toetser en de aanvrager. Maar het is niet een in steen gehouwen voorschrift. Iedereen mag een goed onderbouwde andere methode voorstellen. Dat is ook belangrijk om nieuwe inzichten, technische innovatie en wetenschap ruimte te geven. We zijn daar zelf al mee bezig. Als het ministerie straks NEN 6060 in het Bouwbesluit aanwijst, verhoogt dat de status van de norm. Maar dat mag de vrijheid om gelijkwaardige alternatieven voor te stellen niet inperken.’

Mes tussen de tanden

Marcel Koene, lid van de Vakgroep Veilig Bouwen van Brandweer Nederland, zat met vakgroeplid Cees Knoester aan de vergadertafel. ‘Het verliep moeizaam. De belangen lagen ver uit elkaar. De marktpartijen aan tafel hadden allemaal hun belangen en bleven daarin volharden. Maar die hebben in feite voor ons geen enkele waarde. Voor ons telt dat de brandveiligheid goed geregeld moet zijn, ook voor onze mensen. Kortom, we zaten met het mes tussen de tanden aan tafel.’ De prestatieverplichting, daar draaide het onder meer om in het strijdperk. Knoester: ‘De gedachte is ontstaan dat de brandweer altijd komt blussen als iets in brand staat. Brandcompartimenten zijn met de jaren groter geworden, nu weer. Dat we komen blussen, is een eigen leven gaan leiden. Het stond ook zo in de concepttekst over grote brandcompartimenten opgenomen, dat wij wel in actie komen als er brand is. Maar wij hoeven niet op te lossen wat preventief niet in orde is. Dat moest er wat ons betreft uit. Het was een breekpunt.’

Brandveiligheid is uiteindelijk geen wet van Meden en Perzen, aldus Koene. ‘Het blijft maatwerk, dat je onmogelijk in regels volledig kunt afdekken. De repressieve dienst kan geen garanties geven, want je kunt niet alle risico’s voorzien. Het moet aan de voorkant goed geregeld zijn. Voor ons wilde dat zeggen: de brand moest binnen de grenzen van het compartiment blijven en niet overhevelen naar een naastgelegen pand. De grootte van een gebouw maakt in feite niets uit. Je moet goed naar de omgeving blijven kijken. Een nieuwe grote hal in midden in het centrum van de stad, de kans is groot dat dit geen positief advies krijgt. Kleinere afstanden tussen compartimenten vereisen onder andere duurdere gevels. Dat wilde de markt niet.’

Dat ongeveer tachtig procent van de flinke lijst verbeterpunten is ingewilligd, stemt Koene enigszins tevreden. ‘Natuurlijk viel er nog meer uit te halen, maar je moet tot een compromis komen.’ Vakgroepvoorzitter Arjan van de Watering is blij dat de totstandkoming van NEN 6060 niet over een dag ijs is gegaan. ‘Er is blijkbaar naar ons geluisterd. Het had misschien nog meer tijd in beslag kunnen nemen. Maar goed, wij zijn ook realistisch en sluiten ons niet af voor de werkelijkheid. De veiligheid, zeker van de collega’s van de repressie dienst, staat voorop. Maar we begrijpen ook de economische motieven van de andere kant. Belangrijk is dat je wel on speaking terms blijft en dat is gelukkig het geval geweest. We zijn blij dat we de gelegenheid hebben gekregen om mee te praten.’

Van de Watering was niet direct bij de totstandkoming van NEN 6060 betrokken. De Vakgroep Veilig Bouwen werd tijdens het maandelijks overleg op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen door Koene en Knoester. ‘Wij konden zo onze ideeën over de norm en de standpunten met elkaar bespreken, dat werd mee teruggenomen de onderhandelingen in.’ Van de Watering schetst dat NEN 6060 nu verder de brandweerorganisatie in gaat dalen. Om te beginnen bij repressie. ‘We hebben al een overleg gehad met het Landelijk Netwerk Repressie over hoe NEN 6060 nu verder op te pakken. Het moet een plek krijgen binnen Vakbekwaam worden Vakbekwaam blijven. Grote brandcompartimenten en de NEN 6060 moeten in de opleiding van repressieve collega’s worden meegenomen. Ik weet niet wat er op korte termijn gaat gebeuren, maar de eerste stappen zijn gezet.’

NEN 6079

Naast NEN 6060 zijn Peter van de Leur, Klaas Jan de Boer en Coen Cieraad de afgelopen drie jaar bezig geweest met het opstellen van een andere norm: NEN 6079. Dit is een alternatieve methode voor de beoordeling van brandbeheersing en de beperking van branduitbreiding, maar dan op basis van risicobeheersing en fysische brandmodellering. De Boer: ‘Het gaat om verwachte overschrijdingsfrequentie (aantal keer per jaar) van een bepaalde brandomvang, waarbij rekening wordt gehouden met alle aanwezige preventieve, bouwkundige installatietechnische en organisatorische beveiligingsvoorzieningen. Die frequentie wordt vergeleken met een toelaatbare normcurve, die een dalend verloop heeft bij toenemende omvang. Hoe groter de brand, hoe minder vaak hij mag voorkomen.’ Van de Leur stelt dat de totstandkoming een stuk soepeler verliep dan bij NEN 6060. ‘Ik denk omdat het voor iedereen, de markt en de brandweer, pionieren was. We hadden geen referentiekader. Het is een nieuwe methode.’ Van de Leur en De Boer denken dat NEN 6079 met enkele maanden klaar is.

27-29NENNormen1
27-29NENNormen2
De bloemenveiling in Aalsmeer is een goed voorbeeld van een groot brandcompartiment.Fotografie: Flora Holland

Andere artikelen in deze aflevering

En de winnaar van de Jan van der Heydenprijs is...

Drie genomineerden strijden om de Jan van der Heydenprijs 2015. De strijd gaat dit jaar tussen Risicobeoordeling 16.0 van Brandweer Hollands-Midden, Intervention Mapping: de nieuwe routeplanner voor B...

Focus brandpreventieweken op voorkomen van brand

De brandpreventieweken zijn weer gestart. Met het thema ‘Verklein de kans op brand’, wordt dit jaar ingezet op het voorkomen van brand. Andere jaren was het thema ‘Wat doe jij bij brand?’ ‘We willen s...