Terrorismegevolgbestrijding, voorbereiden op het onbekende

Terrorismegevolgbestrijding, voorbereiden op het onbekende

J. Visser

De kans dat in Nederland een terroristische aanslag wordt gepleegd, is volgens het dreigings-niveau van de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) reëel. De aanslagen in Parijs en Brussel hebben de Nederlandse hulpverleningsdiensten op scherp gezet. Op alle lagen bereidt de brandweer zich voor op het bestrijden van de gevolgen van een aanslag. Maar wat is een terroristische aanslag? Waarin verschilt het van normale grote incidenten? En hoe bereid je je erop voor?

BR201610-P27-TERRORISCMEGEVOLGBESTRIJDING
Na een afgeblazen terreuroefening worden de brandweerlieden van de kazernes Laak en Centrum uit Den Haag meegenomen naar een locatie in de wijk. Daar bespreken het TEV en de EOD de scenario’s met de bemanning van beide posten.Fotografie: Veiligheidsregio Haaglanden

Terrorisme is sinds de aanslagen in Parijs en Brussel een belangrijk agendapunt bij de programmaraad Crisisbeheersing & Rampenbestrijding van Brandweer Nederland. ‘We zijn in kaart gaan brengen waarin een aanslag verschilt van reguliere rampen’, begint programmaleider Paul Verlaan. ‘Allereerst is er vaak onduidelijkheid over de aard van de eerste melding, simpelweg omdat niet altijd duidelijk is of het om een terroristische aanslag gaat. Vervolgens is het delen van informatie lastig in verband met de vertrouwelijkheid ervan. Daarnaast heb je te maken met verschillende opschalingsstructuren. De politie schaalt op via de Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden (SGBO) en met de driehoek van politie, de burgemeester en een officier van justitie. Wij schalen op via de GRIP-structuur. Ook de inzet van speciale eenheden is een belangrijk verschil. Wij zijn niet altijd bekend met de inzet van de Dienst Speciale Interventies (DSI). Zij kunnen een belangrijke rol vervullen bij het uitschakelen van mogelijk nog aanwezige terroristen. Het is belangrijk te weten dat onze hot, warm en cold zone anders is dan die van de politie. Wanneer zij spreken van een hot zone, moeten wij maken dat we uit de voeten komen. Bij aanslagen kun je te maken krijgen met schietgevaar en mogelijk volgende aanslagen. Tot slot zijn wij ook niet bekend met de hoge aantallen slachtoffers met verwondingen vergelijkbaar met oorlogstrauma’s. Die verschillen zijn we nu aan het duiden.’

Denktank

Om de samenwerking tussen de verschillende kolommen te bevorderen, is een denktank opgericht. Hier zitten alle kolommen en het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) van de NCTV aan tafel. Verlaan: ‘Arjen Littooij, directeur van de regio Rotterdam-Rijnmond, schuift namens de Raad van Directeuren Veiligheidsregio bij het NCTV aan. Daar hebben we een nauwe samenwerking mee. Bij de aanslagen in Brussel is hij geïnformeerd. Zo weten we of wij extra rekening moeten houden met aanslagen.’

Daarnaast is de denktank nadrukkelijk bezig met het leren van de ervaring in België. ‘Situational awareness is belangrijk. We moeten letten op dingen die afwijken van het normale. Dat helpt om zo vroeg mogelijk te constateren dat het geen gewoon incident is. De Belgen gaan hiermee aan de slag. Ik ben benieuwd hoe ze dat vormgeven. Op dat gebied kunnen we in Nederland ook nog een slag slaan’, vertelt Verlaan. Een andere belangrijke les uit België is om na het ter plaatse komen even stil te staan en een extra moment te nemen voor de verkenning. ‘Ook multidisciplinair. Neem tijd voor het motorkapoverleg om alles wat je ziet te delen, wees scherp op dingen die niet kloppen. Het is belangrijk dat alle diensten hetzelfde beeld hebben, voordat tot actie wordt overgegaan’, aldus Verlaan. ‘Daarnaast komt het advies uit België om te werken met meerdere motorkapoverleggen en dit zo goed mogelijk te ondersteunen. Dit is bij vervolgaanslagen flexibeler dan een CoPI-bak’, vult programmacoördinator Wendy Kiel aan.

Spelregels

Bij terrorisme is alles mogelijk. Dat maakt het volgens Verlaan ook lastig om eenheden erop voor te bereiden. ‘We moeten oppassen dat we de aanslagen uit Parijs en Brussel niet gaan zien als standaardscenario. Terrorisme kent geen spelregels’, waarschuwt de programmaleider. ‘Zij bedenken continu nieuwe typen aanslagen. Dat maakt de voorbereiding met behulp van scenariodenken lastig. Eén ding staat vast: terroristen hebben als doel dat er zoveel mogelijk bloed moet vloeien, letterlijk.’ Bij de aanslagen in Brussel was het verwoestende karakter bij de slachtoffers duidelijk terug te zien. ‘Je krijgt te maken met zware a-typische verwondingen. De witte kolom is daarmee bezig, maar dit kan ook voor de brandweer gelden. Wij zijn opgeleid om levensreddend te handelen, maar niet voor dit type gewonden’, aldus Kiel. ‘In België onderzoeken ze in hoeverre de brandweer een rol kan spelen bij het verbinden van slachtoffers en het stelpen van heftige bloedingen. Hoe veiligheidsregio’s hiermee omgaan moeten zij zelf bepalen, maar zorg dat binnen de regio bekend is wie welke taak heeft. Kennen en gekend worden is een belangrijk uitgangspunt.’

Dat de inzet bij terrorismegevolgbestrijding ook bij hulpverleners zijn sporen nalaat mag duidelijk zijn. De casus in Brussel leert dat er ook aandacht moet zijn voor teams die op de kazerne achter de hand worden gehouden. ‘Zij ontwikkelden psychische klachten, omdat ze niet konden helpen. Daar moeten we aandacht voor hebben.’

Haaglanden: ‘Terreur is van alledag’

Veiligheidsregio Haaglanden is al lange tijd bezig met de voor-bereiding op het optreden bij terroristische aanslagen. ‘Twee jaar geleden is ons Team Brandweerzorg Centrum-Laak uitgenodigd voor een sessie over radicalisering en jihadisme. Dit werd georganiseerd door politie, gemeente en de NCTV. Zo konden ketenpartners meer kennis opdoen over radicalisering en uitreizigers’, zo begint Jeffrey Schamper van Brandweer Haaglanden. ‘De informatie was interessant en hebben we gedeeld met de bevelvoerders en motorrijders van de kazernes Centrum en Laak in Den Haag. Zo is tijdens de bijeenkomst de vergelijking getrokken met andere groeperingen met extreme ideologieën.’ Enkele maanden na de bijeenkomst volgt de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs. Schamper: ‘Toen ontstond discussie op een aantal kazernes. Wat doen wij als het bij ons gebeurt? De terreurdreiging is gevoelsmatig groter geworden naarmate meer aanslagen volgden. In een volgende bijeenkomst hebben we een overzicht gemaakt van aanslagen die in het verleden in het Haagse zijn gepleegd om zo meer gevoel te krijgen bij de bijzondere locaties, de risico-objecten en terreur. Zo heeft de Revolutionaire Anti Racistische Actie (RARA) in 1993 een bomaanslag gepleegd op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en is er ooit een raket afgeschoten op de ambtswoning van de Spaanse ambassadeur. Terreur is van alledag, alleen de ideologie en de uiting is steeds anders. Daar hebben we mee te maken. Voor ons is de vraag waar en wanneer het gebeurt. Naast de eerdere bijeenkomst hebben we voor een aantal bevelvoerders een gesprek georganiseerd met het Team Explosieven Verkenning (TEV) van de Politie Eenheid Den Haag en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD).’

BR201610-P27-TERRORISCMEGEVOLGBESTRIJDING-2
‘In gesprek gaan met andere diensten is belangrijk. Als je elkaar kent en van elkaar weet hoe je opereert, kun je daar rekening mee houden.’Fotografie: Veiligheidsregio Haaglanden

Aandachtskaart en oefeningen

Samen met Operationele Voorbereiding is er een concept aandachtskaart opgesteld voor incidenten waarbij moedwillig geweld wordt toegepast. Op die kaart wordt aandacht gevraagd voor een overbelast communicatienetwerk, het bedenken van een veilige vluchtroute zowel voor brandweerlieden als voor de TS, het eerder hanteren van meetapparatuur en het scherp zijn op afwijkingen in de omgeving. ‘Een aantal van die punten hanteren we bij inzetten tijdens oud en nieuw al. We proberen zo dicht mogelijk bij de bestaande procedures te blijven’, vertelt Schamper. Naast de aandachtskaart heeft Team Centrum-Laak in samenwerking met het TEV en de EOD ook vier oefenscenario’s uitgewerkt. ‘Eind vorig jaar hebben we die acht keer onaangekondigd als echte alarmering laten afdraaien op de kazernes Laak en Centrum. Via de MDT hebben we extra informatie ingeschoten. Dat moest brandweerlieden triggeren om te denken dat er meer aan de hand was. Op het moment dat ze de kazerne uit wilden rijden, hebben we de uitruk afgeblazen en de bemanning van beide kazernes meegenomen naar een locatie in de wijk. Daar hebben ze samen met het TEV en de EOD hun scenario doorgenomen. Welke risico’s zijn er? Wat kun je aantreffen? Je merkte dat de ploegen door de echte alarmering getriggerd waren’, aldus Schamper. ‘We hebben inmiddels goede contacten met het TEV, de EOD, DSI en het Hoogrisico Beveiligings Eskadron van de Marechaussee. Dat is waardevol. Als je elkaar kent en van elkaar weet hoe je opereert, kun je daar rekening mee houden. Nu zijn we bezig om van elke dienst waar we mee te maken kunnen krijgen, een infographic te maken.’

In Haaglanden is besloten om kazerne Laak in te richten als speciale eenheid die bij terreurdreiging kan optreden. ‘Zij hebben ook het specialisme IBGS en kunnen dus ingezet worden bij situaties waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. Maar ook alle andere kazernes moeten in de basis voorbereid zijn op een aanslag’, vertelt Schamper.

BR201610-P27-TERRORISCMEGEVOLGBESTRIJDING-3
Bij de bijeenkomst van brandweerlieden van de posten Laak en Centrum uit Den Haag met het TEV en de EOD is ook aandacht voor de menselijke kant. Fotografie: Veiligheidsregio Haaglanden

Rotterdam-Rijnmond: planningsstaf ingericht

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft eind vorig jaar een planningsstaf contraterrorisme ingericht. ‘In onze regio gebruiken we de planningsstaf voor de multidisciplinaire voorbereiding op bijvoorbeeld grote evenementen of andere grote multidisciplinaire inzetten. Het is een soort ROT, maar dan zonder dat een incident heeft plaatsgevonden. Hierin zitten politie, brandweer, GHOR, gemeente, communicatie en het Havenbedrijf, maar ook Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid en Defensie’, zo begint Maikel Lenssen van Rotterdam-Rijnmond. ‘In de planningsstaf kijken we naar wat ons kan overkomen, of we daarop zijn voorbereid en we hebben een incidentbestrijdingsplan terrorisme gemaakt. Als je alle werkwijzen tegen het licht houdt, ontdek je zaken die niet goed geborgd zijn. De kans is bijvoorbeeld groot dat er bij een aanslag problemen ontstaan met het verbindingsnetwerk. Dat weten we, maar er zijn geen afspraken over gemaakt. Ook is de kans groot dat we door grote aantallen slachtoffers te maken krijgen met een tekort aan ambulances. Dan moet je keuzes maken tussen welke slachtoffers je wel en niet helpt. Daar moet je over spreken. Je merkt dat het lastig is, want niet iedereen wil die discussie aan.’ Al snel na de inrichting van de planningsstaf valt Lenssen het niveauverschil tussen de diensten op. ‘Na de aanslagen in Madrid en Londen in 2004 en 2005 zijn al afspraken gemaakt, maar die zijn naar de achtergrond gezakt. We zijn dus eerst aan de slag gegaan met het delen van informatie, zodat iedereen op dezelfde vlieghoogte opereert. Ook het werken aan vertrouwen tussen de diensten staat centraal. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de liaison van beide veiligheidsregio’s. Zij zijn het aanspreekpunt voor de politie bij het delen van gevoelige informatie. Dit is een redelijk unieke constructie die is voortgekomen uit de voorbereiding op de Nuclear Security Summit (NSS) twee jaar geleden. Vertrouwelijke informatie kan en wil je niet met iedereen delen.’

Gesprekken

Vanuit de planningsstaf is ook aandacht voor gevoelens die leven bij hulpverleners. Lenssen: ‘Na Brussel merkten we sterk dat het gevoel ontstond dat het ons ook kan overkomen. Het is niet meer de vraag of, maar wanneer en waar in Nederland een aanslag wordt gepleegd. Dat roept vragen en gevoelens op. Je moet erover spreken. In het najaar organiseren we voor alle OvD’en en HovD’en informatiebijeenkomsten. Daarin gaat het onder andere over de operationele afspraken, het ringenmodel van de politie en overige diensten die we tegen kunnen komen. In het verlengde daarvan organiseren we bijeenkomsten waarin we AGS’en laten kennismaken met de teamleiders van het TEV en we hebben koffietafelgesprekken met de werkvloer georganiseerd. Je ziet dat iedereen praat vanuit zijn eigen beleving. Er zijn collega’s die het groots en meeslepend maken, maar ook die denken dat het niet gebeurt. De grootste fout die we kunnen maken is om net te doen alsof terrorisme niet bestaat.’ In de planningsstaf is ook aandacht voor de communicatie. Een aantal kernboodschappen wordt in alle rust voorbereid. ‘Als je haast maakt als je tijd hebt, heb je tijd als je haast hebt’, aldus Lenssen. ‘Daarbij moet nadrukkelijk aandacht zijn voor de interne communicatie.’

Amsterdam-Amstelland: bijscholingsprogramma

Bij Brandweer Amsterdam-Amstelland is Mark van Barreveld bezig met het uitrollen van een bijscholingsprogramma terrorismegevolgbestrijding. Het programma bestaat uit planvorming, casuïstiek, een stuk mentale weerbaarheid, het handelen bij schiet- en steekincidenten en het omgaan met specifieke middelen voor het levensreddend handelen, zoals een tourniquet. Hiermee kunnen ernstige bloedingen worden gestopt. ‘In ons bijscholingsprogramma hebben we gekeken naar de ervaring van de brandweer in Brussel. Onze bedrijfsmaatschappelijk werker heeft de Belgische collega’s op camera geïnterviewd over wat de aanslagen met hen hebben gedaan en over wat ze collega’s mee willen geven. Daaruit kwamen veel bewustwordingsaspecten’, vertelt Van Barreveld. ‘Om onze collega’s bewust te maken van het fenomeen aanslagen, hebben we in het bijscholingsprogramma groepsgesprekken georganiseerd. Veiligheid is daarin een belangrijk thema. Maar ook: hoe denk je dat je gaat reageren? Hoe ga je om met collega’s die niet op willen treden? Hoe ga je om met individueel optreden? Wij zijn gewend om in een team de klus te klaren, maar in Zaventem wees de praktijk uit dat ploegen door omstandigheden uit elkaar zijn getrokken en individuele hulpverleners leiding moesten geven aan helpende burgers.’

Een tweede leerpunt van de aanslagen in Parijs en Brussel is dat het scenario voor een terroristische aanslag zou lijken op een vlieg- of treinramp plus, niet langer klopt. Van Barreveld: ‘Aanslagen kennen een ander type verwondingen. Bloedverlies is het grootste probleem. Dat moet snel worden aangepakt, daarom leren we brandweerlieden om een tourniquet aan te leggen. We hebben samen met de ambulancedienst een speciale kit samengesteld die op iedere TS komt te liggen. Met die middelen kunnen in het eerste kwartier vier tot vijf slachtoffers worden geholpen. Met deze kit gaan wij geen medische handelingen verrichten, maar we kunnen de ambulancedienst nood wel ondersteunen.’ De bijscholing heeft volgens Van Barreveld ook te maken met de liquidatiegolf die vorig jaar in Amsterdam gaande was. ‘Onze eenheden werden gealarmeerd voor een reanimatie, maar geconfronteerd met slachtoffers met steek- en schotwonden. Met deze bijscholing zijn ze daar ook beter op voorbereid.’

Het belangrijkste is volgens Van Barreveld om vooraf goed over het onderwerp na te denken. ‘Sinds de aanslagen op 11 september 2001 weten we allemaal dat de kans erin zit dat er eens een aanslag plaatsvindt, maar niemand hield er rekening mee dat het kon gebeuren tijdens zijn of haar dienst. Brussel heeft dat veranderd. Het kwam dichterbij. Het is goed dat we er nu aandacht aan besteden, want er is een kans dat het gebeurt tijdens jouw dienst.’

Jildou Visser

Andere artikelen in deze aflevering