Ademhaling belangrijkste opnameroute gevaarlijke stoffen

Ademhaling belangrijkste opnameroute gevaarlijke stoffen

Visser, J.

De meeste gevaarlijke stoffen uit rook en roet komen het lichaam binnen doordat ze worden ingeademd. Er is slechts een beperkt aantal stoffen die door de huid het lichaam binnenkomen. Blootstelling via het spijsverteringskanaal komt nauwelijks voor. Dat concludeert het Expertisecentrum Toxische Stoffen van PreventPartner uit onderzoek in opdracht van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Het is het resultaat van één van de drie onderzoeken op het gebied van arbeidshygiëne. De andere twee onderzoeken lopen nog.

BR201707-ADEMHALING
Het is belangrijk om na de inzet het ademluchtmasker nog even op te houden, om te voorkomen dat potentieel gevaarlijke stoffen worden ingeademd.Fotograaf

In het onderzoek zijn de belangrijkste gevaarlijke stoffen die voor kunnen komen in rook en roet in kaart gebracht. In totaal zijn dat er 32. Vervolgens hebben de onderzoekers deze stoffen ingedeeld in gevaarklassen en is met behulp van modellen in kaart gebracht hoe ze het lichaam kunnen binnendringen. Daarvan blijken bij herhaalde blootstelling door inademing 26 stoffen een middel, hoog of zeer hoog risico op gezondheidsklachten te geven. Bij herhaalde blootstelling aan de huid gaat het om acht stoffen. Zes stoffen geven bij herhaalde blootstelling een middel of hoog risico als ze via het spijsverteringskanaal binnenkomen. Geen enkele stof geeft een zeer hoog risico als deze via het spijsverteringskanaal binnenkomt. Bij herhaalde blootstelling door inademing zijn dit vier stoffen. ‘Dat de ademhalingsroute voor toxische stoffen de meest voorkomende route is om het lichaam binnen te dringen is voor mij een van de meest opvallende conclusies van het onderzoek’, vertelt Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde bij de Brandweeracademie van het IFV. ‘De laatste periode waren we naast opname door adem-haling toch ook gefocust op de huidopname, omdat we dat in buitenlandse onderzoeken naar voren zagen komen. Dat blijkt hier niet direct uit, maar we kunnen het ook niet helemaal wegvlakken, want er zijn wel een paar potentieel gevaarlijke stoffen die via de huid het lichaam in kunnen komen.’

Blootstelling aan huid

Projectleider Ronald Heus van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid van het IFV plaatst wel een kanttekening bij de conclusie over de stoffen die via de huid binnenkomen. ‘In het onderzoek zijn de onderzoekers uitgegaan van de huidkenmerken onder normale omstandigheden. Wij dragen beschermende kleding tijdens ons werk en worden blootgesteld aan hitte waardoor we gaan zweten. Wat de gevolgen daarvan zijn bij de opname van potentieel gevaarlijke stoffen door de huid, weten we nog niet.’

De Radboud Universiteit onderzoekt de komende periode de barrièrefunctie van de huid en hoe deze reageert op hitte bij twaalf tot twintig proefpersonen. ‘In het onderzoek laten ze mensen zweten, waarna ze met apparatuur door de huid kunnen kijken om te zien hoe deze reageert’, legt Heus uit. ‘Ik zou me kunnen voorstellen dat we daarna een tweede onderzoeksronde doen waarbij we specifiek kijken hoe de huid van brandweerlieden bij hitte reageert. Het zou zo kunnen zijn dat door veelvuldige blootstelling aan hitte de barrièrefunctie van de huid van brandweerlieden afwijkt van die van andere personen.’

Blootstelling aan stoffen

Daarnaast is het volgens Heus nog de vraag aan welke stoffen brandweerlieden daadwerkelijk worden blootgesteld. De stoffen die in het onderzoek van PreventPartner zijn gevonden, komen uit literatuurstudies. Om vast te stellen aan welke stoffen brandweerlieden precies worden blootgesteld, loopt nog een derde onderzoek. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Finnish Institute of Occupational Health. ‘In Finland worden enkele uitrukpakken onderzocht op de stoffen die uit de literatuurstudie zijn gekomen. Het zou zo kunnen zijn dat stoffen die uit de literatuurstudie komen, niet of nauwelijks op de uitrukpakken worden aangetroffen’, aldus Heus. ‘Pas als we aan het einde van het jaar de resultaten van alle drie de onderzoeken hebben, kunnen we ze samenbrengen en echte conclusies trekken.’

Schoon werken

Hoewel het nog te vroeg is om definitieve conclusies te trekken, geeft het onderzoek van PreventPartner volgens Ellen Buskens, voorzitter van de landelijke vakgroep Arbeidsveiligheid van Brandweer Nederland, al wel een goede richting aan waar de aandacht op moet worden gevestigd. ‘De meeste stoffen blijken ons lichaam binnen te komen door de ademhaling en dus moeten we daar in de praktijk aandacht voor hebben en houden. Dit onderzoek toont aan dat het belangrijk is dat we de adembescherming goed gebruiken. Dat betekent dat we in de rook (ook buiten) de ademscherming altijd moeten dragen, we moeten zorgen voor een goede afdichting van het masker en dat we het masker niet meteen afzetten nadat we een brandend pand uitlopen’, vertelt Buskens. ‘Hoe lang we onze adembescherming precies op moeten houden, weten we nog niet. Voor nu houden we drie minuten aan. Of dat langer moet of korter kan, moeten we verder uitzoeken.’

Buskens benadrukt dat het onderzoek het belang aantoont van het juist gebruik van het ademluchtmasker, zoals beschreven in de Handreiking Gebruik ademluchtmasker, en van de maatregelen uit de Handreiking Schoon werken bij brand. ‘We moeten onszelf zo weinig mogelijk blootstellen aan rook en roet, maar als we dat doen, moeten we daarbij zo goed mogelijk handelen.’

BR201707-ADEMHALING2

Zodra de resultaten van alle drie de onderzoeken binnen zijn, gaat de vakgroep kijken of en zo ja op welke punten de handreikingen moeten worden aangescherpt. Buskens: ‘Nu is dat nog te vroeg.’

Internationaal perspectief

De onderzoeken die in opdracht van het IFV en Brandweer Nederland worden uitgevoerd zijn volgens Weewer uniek in Europa. ‘Op dit thema wordt internationaal nog maar weinig onderzoek gedaan. Vooral de Verenigde Staten hebben er de nodige onderzoeken over gepubliceerd, maar de conclusies die zij trekken zijn niet één op één van toepassing op de Nederlandse situatie. Ik weet dat in Zweden en Finland ook wat onderzoeken lopen, maar nog niet veel. Bovendien worden lang niet alle onderzoeken internationaal gepubliceerd.’

Weewer hoopt dat door het organiseren van een exchange of experts in Nederland, meer kennis internationaal wordt gedeeld. ‘Ik denk dat er meer bekend is dan dat op schrift staat, daarom willen we volgend jaar buitenlandse brandweeracademies uitnodigen om over het thema te spreken.’

De literatuur- en modelstudie naar opnameroutes van toxische stoffen in rook door brand is te downloaden via www.brandweer.nl.

Andere artikelen in deze aflevering