Vier bouwstenen voor verschil tussen beroeps en vrijwilliger

Vier bouwstenen voor verschil tussen beroeps en vrijwilliger

Visser, J.

Hoe kan vrijwilligheid binnen de brandweer worden behouden zonder de volledige brandweerorganisatie op z’n kop te zetten? Dat is de vraag waar een denktank zich sinds juni vorig jaar over heeft gebogen. Het antwoord is gevonden in vier bouwstenen waarmee een zo klein mogelijk, maar juridisch verantwoord verschil ontstaat tussen beroepsbrandweerlieden en vrijwilligers. Wat de consequenties van deze denkrichting zijn en hoe de medewerkers erover denken, wordt nog geïnventariseerd.

image1.jpeg
Industriebranden vallen in de denkwijze taakdifferentiatie onder de specialistische inzetten.

Al in het begin van het jaar (zie ook De toekomst van de vrijwilliger, een verschil in taken in Brand&Brandweer 01-2020) spreekt Fred Heerink, als lid van de denktank taakdifferentiatie en portefeuillehouder vrijwilligheid binnen de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s, over de eerste voorlopige uitkomsten van de denktank. Het is dan nog de bedoeling dat de praktische, emotionele en financiële gevolgen voor juni in kaart zijn gebracht, zodat het Veiligheidsberaad op 22 juni had kunnen spreken over de uitkomsten van de inventarisatie. ‘Uit een eerste verkenning met enkele regio’s bleek dat de consequenties van de denkrichting vrij fors waren. Die hebben we wat bijgesteld. We zijn op zoek gegaan naar de kleinst mogelijke verschillen in taken tussen beroeps en vrijwilligers die ook juridisch houdbaar zijn. We willen niet het volledige brandweerstelsel op de kop zetten. Met de feedback die we kregen zijn we aan de slag gegaan. Corona heeft ons ook een paar maanden vertraagd’, legt Heerink uit. Nu de bouwstenen verder zijn uitgewerkt, worden de consequenties ervan in kaart gebracht. ‘Daarbij willen we wel benadrukken dat de bouwstenen nog steeds in grote lijnen zijn opgesteld. De details moeten nog worden ingevuld. We willen alleen eerst in kaart brengen of deze denkrichting op hoofdlijnen werkbaar is voor zowel de regio’s als voor de medewerkers waar het over gaat, zowel de beroeps als de vrijwilligers.’

Beschikbaarheid

De eerste bouwsteen van de denkrichting heeft betrekking op de beschikbaarheid van het repressieve personeel. Heerink legt uit dat vrijwilligers niet verplicht mogen worden op te komen, terwijl beroeps die verplichting wel hebben. ‘Vrijwilligers moeten altijd de mogelijkheid hebben om ‘nee’ te zeggen. Dat betekent dus dat consignatie- en kazerneringsdiensten niet meer mogen. Waar dit wel nodig is, moeten de medewerkers een parttime dienstverband krijgen. Deze bouwsteen zat ook al in het voorstel dat in januari op tafel lag.’ Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers (VBV) verwacht dat hier weleens een knelpunt kan ontstaan. ‘Als je als vrijwilliger geen kazerneringsdiensten meer mag draaien, hoe wordt dat opgevangen? Word je verplicht om parttimer te worden? Wij zijn benieuwd of dit uitvoerbaar is.’

Drie categorieën repressieve taken

De tweede bouwsteen heeft betrekking op een verschil in repressieve taken tussen vrijwilligers en beroeps. ‘Hier hebben we het afgelopen half jaar aanpassingen in gemaakt. Met name de contouren van de verschillen zijn aangescherpt’, aldus Heerink. In het huidige voorstel zijn alle repressieve werkzaamheden onderverdeeld in basis-, aanvullende en specialistische taken. Onder de basistaken vallen bijvoorbeeld brandbestrijding bij een woningbrand, het bevrijden van slachtoffers na een ongeval of een grijpredding. Deze taken worden door alle repressieve brandweerlieden uitgevoerd. Onder aanvullende taken vallen bijvoorbeeld de bediening van een redvoertuig en oppervlakteredding. Deze mogen eveneens door alle medewerkers worden uitgevoerd. Bij de specialistische taken ontstaat het verschil. Beroepsbrandweerlieden moeten drie specialistische taken uitvoeren, vrijwilligers één. Onder de specialistische taken vallen bijvoorbeeld brandbestrijding in ondergrondse parkeergarages, industriebranden, werken in een gaspak, technische hulpverlening bij complexe instortingen en duiken. Heerink: ‘Deze drie categorieën hebben we in de praktijk al bij technische hulpverlening, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen en waterongevallen. Met de taakdifferentiatie willen we dat dus ook uitrollen bij brandbestrijding. Dat is complex, er gaan veel gevoelens mee gepaard. De eerste primaire reactie dat bepaalde inzetten straks niet meer mogen, is dan ook volstrekt logisch. In de praktijk zal het straks zo zijn dat je nog wel uitrukt en ter plaatse veel werkzaamheden kunt doen, maar voor de te complexe onderdelen wordt een specialistische eenheid gealarmeerd.’ ‘Onder onze leden leven op dit punt veel zorgen’, vult Dokter aan. ‘Wanneer mag je taken nog wel uitvoeren en wanneer niet? Die grens is nu nog onduidelijk.’

Andere taken

Het verschil tussen beroepsmedewerkers en vrijwilligers wordt verder vergroot met de derde bouwsteen, het uitvoeren van niet-repressieve taken. ‘We gaan ervan uit dat beroepsmedewerkers ook bredere maatschappelijke taken kunnen uitvoeren. Denk daarbij aan het onderhoud van voertuigen, brandveiligheidscontroles en het geven van voorlichting in het kader van Brandveilig Leven’, aldus Heerink. ‘Hoe gaan we om met vrijwilligers die op dit moment koude taken uitvoeren? Kan een vrijwilliger bijvoorbeeld uitsluitend koude taken uitvoeren? Dat is nog niet duidelijk’, vult Dokter aan.

Opleidingen

Doordat een verschil ontstaat in de repressieve en niet-repressieve taken, ontstaat er ook een verschil in de opleidingen en de tijdsduur die daarvoor staat. ‘Je hoeft immers niet opgeleid te worden voor taken die je niet gaat uitvoeren. Met name de specialistische repressieve taken vragen een flinke tijdsinvestering in de vakbekwaamheid.’ Hoe de opleidingen in de nieuwe opzet precies worden ingericht, wordt nog door de Brandweeracademie onderzocht.

Consequenties

Of de denkrichting ook praktisch uitvoerbaar is, moet blijken uit de inventarisatie onder de veiligheidsregio’s die in september is uitgevoerd. Daarnaast wordt ook een opiniepeiling onder alle repressieve medewerkers gehouden. ‘De veiligheidsregio’s brengen met name de gevolgen in kaart. Op welke plekken ontstaan knelpunten? Zitten die knelpunten in de bezetting, de opkomsttijden of het uitvoeren van specialismen? En hoeveel vrijwilligers moeten een parttime dienstverband krijgen om de knelpunten op te lossen?’, vertelt Heerink. ‘Onze inschatting is dat in tachtig procent van de gevallen niets verandert. Maar de verschillen tussen de regio’s kunnen groot zijn. In een aantal regio’s zal wellicht niets hoeven te veranderen, terwijl andere regio’s grotere knelpunten constateren.’ Dokter: ‘Ik verwacht dat in Zeeland bijvoorbeeld wel problemen ontstaan. Daar werken ze uitsluitend met vrijwilligers, maar hebben ze ook grote complexe industrie en tunnels in het verzorgingsgebied. Het moet nog blijken of deze opzet voor hen uitvoerbaar is.’

De aanleiding

Sinds de jaren negentig is het verschil tussen vrijwillige en beroepsbrandweerlieden verdwenen. In paraatheid, vakbekwaamheid en werkzaamheden zijn ze gelijk, maar niet in aanstelling. Landsadvocaat Pels Rijcken heeft eind 2018 in een onderzoeksrapport geconcludeerd dat dit in strijd is met de normen uit Europese en internationale wet- en regelgeving. Zijn conclusie is dat er een wezenlijk risico bestaat dat vrijwilligers moeten worden aangemerkt als deeltijdwerkers. Ook hoogleraar arbeidsrecht Leonard Verburg ziet geen mogelijkheid om binnen het bestaande juridische kader vrijwilligheid bij de brandweer te behouden. In zijn onderzoeksrapport concludeert hij dat er twee oplossingsrichtingen zijn, namelijk het toepassen van een gelijkwaardigheid in beloning of differentiatie, het creëren van een verschil, tussen de beide groepen brandweerlieden. Omdat zowel het Veiligheidsberaad als de minister van Justitie en Veiligheid veel belang hechten aan vrijwilligheid binnen de brandweer, wordt de oplossing dus gezocht in het onderscheid tussen beroeps en vrijwilligers.

In de opiniepeiling onder de repressieve medewerkers verwacht Heerink wat weerstand. ‘Die zal deels ontstaan door onbegrip. Hoe komt het eruit te zien? Als nog onduidelijk is wat de gevolgen precies voor jou zijn, is het ook lastig je er een beeld bij te vormen.’ Dokter benadrukt dat de communicatie van groot belang is wanneer een en ander concreter wordt ingevuld. ‘Ook dan moeten we eerlijk en transparant blijven communiceren.’

Aan de hand van de resultaten van zowel de inventarisatie in de regio’s als de opiniepeiling onder de medewerkers, wordt de denkrichting verder vormgegeven. ‘Het kan zijn dat we een en ander wat bij moeten stellen. Ik verwacht niet dat het volledig van tafel gaat, maar op onderwerpen zullen we wellicht wat aan moeten passen. In dat geval moeten alternatieven worden onderzocht. Die moeten dan ook juridisch worden getoetst’, aldus Heerink. ‘Daarna kunnen we alles concreter maken en de details verder uitwerken.’

image2.jpeg
Fred Heerink

image3.jpeg
Marcel Dokter

Een van de uitkomsten van de consultatieronde in de regio’s kan zijn dat de plannen meer geld gaan kosten. Heerink: ‘Aan de hand van de uitvraag bij de regio’s kunnen we de verwachte kostenstijging een stuk concreter in beeld brengen. Daarvoor zal de systeemverantwoordelijke, het ministerie, met een oplossing moeten komen.’

Een andere uitkomst zou volgens Dokter kunnen zijn dat de Arbeidstijdenwet vaker wordt overtreden. ‘Daar zijn wij bang voor. Vrijwilligers hebben vaak een fulltime baan. Als je in plaats van vrijwilliger bij de brandweer een parttimer moet worden, kun je met de arbeidstijden in de knel komen. Hierbij moeten we ook de hoofdwerkgevers en de vrijwilligers betrekken. We moeten samen zaken naar oplossingen.’

De denktank

De denktank die zich over de taakdifferentiatie buigt, bestaat uit:

• Wouter Kolff, voorzitter van de denktank en portefeuillehouder Brandweer binnen het Veiligheidsberaad;

• Paul Depla, voorzitter Brandweerkamer;

• Paul Gelton, directeur Veiligheidsregio’s en Crisisbeheersing bij het ministerie van Justitie en Veiligheid;

• Edwin Meekes, hoofd afdeling veiligheidsregio’s ministerie van Justitie en Veiligheid;

• IJle Stelstra, directeur IFV;

• Fred Heerink, regionaal commandant Veiligheidsregio Drenthe en portefeuillehouder vrijwilligheid binnen de Raad van Brandweercommandanten;

• Anton Slofstra, regionaal commandant Veiligheidsregio Gelderland-Midden;

• Hans Zuidijk, regionaal commandant Veiligheidsregio Hollands Midden;

• Peter Bos, algemeen directeur Veiligheidsregio Utrecht;

• Marcel Dokter, voorzitter van de Vakvereniging voor Brandweer Vrijwilligers (VBV);

• Roderick Kouwenhoven, secretaris.

Andere artikelen in deze aflevering

Vooruitkijken tijdens COVID-19

Het zomernummer van Brand&Brandweer was helemaal gewijd aan COVID-19. Prachtig om te lezen hoe we in alle regio’s flexibel zijn omgegaan met de uitdagingen die dat (nog steeds)