Inspectie JenV: drie belangrijke ontwikkelopgaven voor veiligheidsregio’s

Inspectie JenV: drie belangrijke ontwikkelopgaven voor veiligheidsregio’s

Visser, J.

Alle 25 veiligheidsregio’s zijn beter voorbereid op crises en rampen dan vier jaar geleden, maar moeten blijven werken aan hun taakuitvoering. Dat is één van de conclusies uit het Periodiek Beeld Rampenbestrijding en Crisisbeheersing dat de Inspectie Justitie en Veiligheid (JenV) heeft opgesteld. In dit onderzoek heeft de inspectie in kaart gebracht wat veiligheidsregio’s hebben gedaan met de aanbevelingen die vier jaar eerder in de Staat van de rampenbestrijding zijn gedaan.

Het beeld is opgebouwd uit vier deelonderzoeken naar de borging van de vakbekwaamheid, de kwaliteitszorg, de samenwerking en de operationele prestaties. Op tal van punten constateert de inspectie dat sinds 2016 stappen zijn gezet. Zo tonen ze voortgang op het gebied van de vakbekwaamheid doordat alle regio’s inmiddels beschikken over een visie op de vakbekwaamheid van hun crisisfunctionarissen. Er moet alleen nog wel het nodige werk worden verricht om dit ook te borgen. Daarnaast is ook de kwaliteitszorg verbeterd, maar de inspectie concludeert dat dat wel een punt van aandacht moet blijven.

image1.jpeg
Fotografie: Ginopress

Als het gaat om de operationele prestaties hebben de veiligheidsregio’s nog stappen te zetten, zo concludeert de Inspectie JenV. Ruim de helft van de veiligheidsregio’s heeft de operationele prestaties, van de melding van een incident tot de overdracht in de nafase, nagenoeg op orde. In de overige veiligheidsregio’s is een aantal processen nog voor verbetering vatbaar. Ook het zicht op het eigen presteren moet en kan beter, zo concludeert de inspectie.

Tot slot zijn er ook nog stappen te zetten in de samenwerking tussen regio’s. De inspectie concludeert dat regio’s meer zijn gaan samenwerken, maar het kan volgens de Inspectie JenV intensiever. Dit geldt voor de onderlinge samenwerking in de eigen regio, maar met name voor de samenwerking met andere regio’s.

Ontwikkelopgaven

De eerste ontwikkelopgave die de inspectie de veiligheidsregio’s meegeeft, is dat ze meer en beter zicht moeten krijgen op de prestaties. Zo moeten de veiligheidsregio’s zelf kunnen laten zien dat zij aan de gestelde normen en eisen voldoen. Om zelf te kunnen aantonen welke resultaten of effecten tot stand zijn gebracht, moeten de veiligheidsregio’s eerst zicht krijgen op de eigen prestaties.

De tweede ontwikkelopgave heeft betrekking op de versterking van de kwaliteitszorg. De Inspectie JenV vindt dat er te weinig effect zichtbaar is van de inspanning sinds 2015 om te komen tot meer uniformiteit in de kwaliteitszorg. De regio’s moeten volgens de inspectie de verantwoordelijkheid nemen om hier gezamenlijk voor te zorgen.

In de derde ontwikkelopgave gaat de inspectie in op de noodzaak tot intensievere samenwerking. De inspectie signaleert weliswaar dat veiligheidsregio’s elkaar en hun partners steeds beter weten te vinden, maar de geleverde prestaties en de effecten ervan moeten in de praktijk beter inzichtelijk worden gemaakt.

‘De bevindingen van de inspectie op basis van onderzoek in de praktijk van het werk in de veiligheidsregio’s zijn helder en de aanbevelingen laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Ik heb veel waardering voor hetgeen door de veiligheidsregio’s al is gerealiseerd, maar we weten dat er stevige vervolgstappen gezet moeten worden. Het Periodiek Beeld bevestigt de eerder onderkende noodzakelijke veranderslag die ook een andere insteek van veiligheidsregio’s vergt’, schrijft minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in zijn reactie op het rapport naar de kamer. ‘Veiligheidsregio’s moeten, zo geeft ook de inspectie aan, nu echt een verdere stap zetten in hun ontwikkeling: diepgaander inzicht in het eigen presterend vermogen, aantonen dat zij “in control” zijn en verdieping van de onderlinge samenwerking. Daarbij zijn naar mijn mening vergelijkbaarheid, uniformiteit en transparantie essentieel.’

Andere artikelen in deze aflevering