Brandweercongres 2015: 
op het juiste spoor

Brandweercongres 2015: 
op het juiste spoor

Casper Ferwerda
Jildou Visser

Zitten we op het juiste spoor? Met die centrale vraag kan het Brandweercongres maar op één plek plaatsvinden: de Rijtuigenloods in Amersfoort. Op donderdag 1 en vrijdag 2 oktober worden stevige discussies gevoerd en ervaringen uitgewisseld. Sprekers als filosoof Bas Haring, innovator Ferdinand Kiestra en mystery guest Wouter Bos zorgen voor inspiratie. In de middagen zijn er prikkelende masterclasses en workshops.

De eerste spreker op donderdag 1 oktober is Stephan Wevers, voorzitter van Brandweer Nederland. ‘Bewegen wij ons op het goede spoor? Zijn we met de goede dingen bezig?’, zijn vragen die hij stelt. ‘Het gaat goed met Brandweer Nederland. We doen meer dan ooit te voren. Het imago van de brandweer is nog steeds sky high positief. Wij zijn de basisverzekering voor de samenleving. We zijn er altijd om de klus te klaren als dat nodig is’, zo begint Wevers. Voor een volle congreszaal blikt hij ook terug op vijf jaar Brandweer over morgen. ‘Die visie staat nog steeds, maar de komende jaren gaan we een paar accentverschuivingen maken. Business Intelligence moet een grotere rol krijgen. We moeten data koppelen en onze kennis door onderzoek verrijken. We hebben vaak veel meningen en stellingen, maar weten maar weinig. Ook zoeken we meer samenwerkingen. In de laatste anderhalf jaar hebben we meer convenanten dan ooit getekend, want Nederland brandveiliger maken kunnen we niet alleen.’ Wevers kondigt ook de realisatie van een nationaal Brandweerhuis aan. Op pagina 31 leest u hier meer over.

De tweede spreker deze ochtend zou minister van Veiligheid en Justitie Ard van der Steur zijn, maar door een debat in de Tweede Kamer is hij verhinderd. In een videoboodschap laat hij weten ongelooflijk trots te zijn op de brandweer.

Transitiemaatschappij

Derk Loorbach, hoogleraar sociaal-economische transities neemt de zaal mee naar de wereld van grote maatschappelijke veranderingen. ‘Transities zijn grote systeemveranderingen. Het zijn wijzigingen in de cultuur, structuur en werkwijze. Vaak herken je ze pas achteraf. Ze gaan gepaard met verrassingen. Ze zijn grillig en onvoorspelbaar. Transities beginnen vaak door een enkele persoon die anders denkt, die gaat experimenteren. Als je ruimte schept voor deze innovators, begint het vanzelf te lopen’, aldus Loorbach. ‘Transities zijn lastig. Vaak zijn we bezig met het optimaliseren van het bestaande en komen we niet tot echte veranderingen.’ Wordt binnen de brandweer wel echt gezocht naar de brandweer over twintig jaar, vraagt de hoogleraar zich af. ‘Als je het mij vraagt gaat de brandweer richting proactief, maar is ze nog niet transformatief. Er is systematischer strategische innovatieruimte nodig van onderop. Je moet met elkaar durven benoemen waar je vanaf wilt. De brandweer zit op het goede spoor, maar ik vraag me af of het beeld waar de brandweer naartoe gaat, scherp genoeg is.’

Innovatie

Ferdinand Kiestra, innovator bij Waterschap Aa en Maas, borduurt op het verhaal van Loorbach voort. Kiestra heeft bij het waterschap het hele avontuur doorlopen om de organisatie opnieuw uit te vinden. ‘De waterschappen hebben al achthonderd jaar een maatschappelijke taak. Alle verbeteringen zijn in de loop der jaren wel doorgevoerd. Om echt meer resultaat te behalen, moet je je focus durven bevragen. Je moet loskomen uit regels, rollen en gebruiken’, vertelt Kiestra. Door anders te denken ontstaat bij het waterschap het idee dat ook energie opgewekt kan worden. ‘In drollen, ik zal het beestje maar gewoon bij de naam noemen, zitten veel waardevolle stoffen. Daar kun je energie uit opwekken, maar daar waren wij niet van. Sterker nog er is een wettekst die zegt wat we moeten doen. Juristen vinden dat je daar niet van af kunt wijken. Maar er staat niet dat het niet mag. Soms moet je lef hebben en het gewoon doen. Zo zijn we op zoek gegaan naar onze nieuwe rol.’ Een ander voorbeeld dat Kiestra noemt is dat uit toiletpapier in het riool cellulose teruggewonnen kan worden, een belangrijke grondstof voor papier. ‘Technisch kan het, maar de marketing van de papierindustrie vindt het lastig om te verkopen dat een servet is gemaakt van gebruikt toiletpapier. Het terugwinnen van grondstoffen uit het riool is ons transitieprogramma geworden. Het is van onderaf onstaan. Je hebt niet altijd managers nodig. Zwermen spreeuwen vinden ook zonder al te veel leiding samen de weg.’

Vijf jaar Brandweer over morgen

Districtscommandant Gert-Jan Stuivenberg van Veiligheidsregio Drenthe neemt als laatste spreker deze ochtend de aanwezigen mee in vijf jaar Brandweer over morgen. ‘Het nadeel van laatste spreker zijn is dat veel al is gezegd. Nu ben ik wel gewend om laatste te zijn. Ik werk namelijk in Drenthe. Sinds gisteren weet iedereen dat wij nou niet bepaald de snelste zijn’, zo begint Stuivenberg, doelend op de brandweerstatistieken van 2014 van het Centraal Bureau voor Statistiek die een dag eerder bekend zijn gemaakt. ‘De snel veranderende wereld vraagt veel aanpassingen, zowel vakinhoudelijk als organisatorisch. Het bedrijfsmodel van de brandweer heeft het einde van haar levenscyclus bereikt en vernieuwing is noodzakelijk’, leest hij voor uit de Brandweer over morgen. Om duidelijk te maken in welke fase van vernieuwing de brandweer zit, neemt Stuivenberg de zaal mee in de metafoor van Nietzsche. Aan de hand van een kameel, leeuw en een kind vertelt hij over de drie gedaanteverwisselingen van de geest. ‘Transities zou je ze ook kunnen noemen.’ De kameel draagt een steeds zwaardere last en staat symbool voor de brandweer van voor 2010. Als hij die last van zich af schudt, wordt hij in 2010 een leeuw. De leeuw wil af van de denkbeelden van zijn leider en werken aan een nieuwe wereld met de Strategische Reis en een visie op de levensvatbare brandweer van de toekomst. De metafoor van Nietzsche eindigt met het onbevangen kind dat symbool staat voor de nieuwe brandweer. Het kind gaat niet uit van de eigen referentie en geeft ruimte voor creativiteit. ‘Veranderen is vallen en opstaan en worstelen met vastgeroeste waarden. Daarin zijn drie belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. Met kennisontwikkeling doorbreken we mythes, kijk maar naar de praktijkexperimenten in Zutphen. De tweede ontwikkeling die we doormaken gaat over de transitie van systeemdenken naar contextbenadering. Met RemBrand trekken we de acht-minutennorm in twijfel en gaan we naar gebiedsgerichte opkomsttijden. En de derde en laatste ontwikkeling is de verbinding met de lokale samenleving. Zouhair is hier een prachtig voorbeeld van. Hij verbindt de moskee met de brandweer door jongens op te leiden en in te zetten als brandweervrijwilliger in de eigen wijk’, aldus Stuivenberg. ‘We moeten ruimte bieden aan initiatief, andere oplossingen en creativiteit en luisteren naar dwarsdenkers. We moeten altijd aandacht hebben voor de balans tussen hoofd, hart en handen. Die ruimte en balans heeft ieder kind nodig.’

Mystery guest

Na de lunch is het tijd voor de ingelaste mystery guest. ‘Een minister op donderdag uit Den Haag trekken is een stuk moeilijker dan een eenvoudige ziekenhuisdirecteur uit Amsterdam laten overkomen’, zo begint Wouter Bos, bestuursvoorzitter van het VU medisch centrum. Hij komt vertellen over de bijzondere ervaringen die hij heeft opgedaan bij de gesprongen waterleiding op 8 september. 330 patiënten moesten die dag worden geëvacueerd. ‘Het feit dat het allemaal goed is gegaan komt mede door de briljante inzichten die we hadden, maar minstens zozeer door de ongelooflijke kwaliteit en kwantiteit van de hulpverlening van alle hulpdiensten. Maar er is best nog wat te leren. Het eerste wat we ons moeten realiseren als we zeggen dat het goed is gegaan, is dat het ook heel goed fout had kunnen gaan’, weet Bos. ‘Een heleboel standaardlessen uit het handboek crisismanagement bleken te kloppen, zo kun je de ernst van een crisis in een vroeg stadium beter overschatten dan onderschatten. Dat deden we die dag ook. Je kunt ook beter ruimte creëren voor meevallers dan tegenvallers. Ik vond het onverstandig dat is gezegd dat alle patiënten voor de nacht verplaatst zouden zijn. Ik had liever diep in de nacht genoemd, dat geeft ruimte. Een derde belangrijke les is dat je beter te veel kunt communiceren dan te weinig. We hebben veel via sociale media gecommuniceerd en zijn transparant geweest bij persconferenties. Je moet dichtbij de feiten blijven. En misschien de allerbelangrijkste les is dat je de juiste personen aan tafel moet hebben en dat ze hun rol en verantwoordelijkheid kennen als ze te maken krijgen met een scenario dat in geen enkel bedrijfsnoodplan voorkomt. Daardoor is het goed gegaan. De verleiding is nu groot een enorm gedetailleerd plan te maken gericht op dit scenario, maar evalueren of de rollen en verantwoordelijkheden duidelijk waren is belangrijker. Als dat het geval is, kun je ook crises waar je je niet op voor kunt bereiden aan. Een laatste punt dat ik wil benoemen is dat we ook mazzel hebben gehad. De leiding sprong ’s ochtends vroeg. Er lag nog niemand op de operatietafel. Als het op een later tijdstip was gebeurd, was het lastiger om de stroom in het ziekenhuis af te sluiten. Het tweede punt waarmee we mazzel hebben gehad, is dat in ieder geval één lift het deed. Hiermee konden we patiënten van de intensive care verhuizen.’

Eén brandweer, één vak

Na de inspirerende lessen van Wouter Bos is het tijd voor de masterclasses. De eerste die we bezoeken is Eén brandweer, één vak. In deze masterclass nemen ondernemers en instellingen de aanwezigen mee in hun visie op het belang van brandveiligheid. Zo vertelt Michiel van Zon van Intergamma, de keten van de Gamma en Karwei bouwmarkten, dat zij op eigen initiatief maatregelen hebben genomen om brand te voorkomen. ‘De schade en imagoschade die je na een brand hebt, kan zo groot zijn dat je bedrijf failliet gaat. Dat willen we voorkomen. Daarbij zijn de wettelijke eisen lang niet altijd voldoende. Daarom hebben we bijvoorbeeld zelf brandwerende opslagvoorzieningen ontwikkeld waarin we gevaarlijke stoffen veilig kunnen neerzetten.’ Bart Dunsbergen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties licht de uitgangspunten van de bouwregelgeving toe. ‘We waarborgen de minimumkwaliteit. Daarbij gaan we ervan uit dat er geen slachtoffers mogen vallen en dat overslag naar de buren moet worden voorkomen.’ Richard Oets van het Verbond van Verzekeraars belicht het vanuit de schadeclaims die zij binnenkrijgen. Hanneke Nuijten voor de Rijksdienst voor het Cultuureel Erfgoed kijkt daar met een andere blik naar. ‘Monumenten zijn onvervangbaar. Het verlies van cultuurhistorische waarde bij brand in een monument is niet in geld uit te drukken.’ Zij ziet graag dat de brandweer alles doet om zoveel mogelijk te redden. Lucas de Lange van brandweer Haaglanden vertelt hoe de brandweer haar grenzen bij brand in grote gebouwen bereikt. ‘Aan de tekentafel kun je de discussie wat je als brandweer wel en niet kunt, al voeren. Maar hoe vertel je een ondernemer dat je bij een grote brand in zijn pand dat voldoet aan de minimale brandveiligheidseisen uit de wet, niet veel meer kunt doen dan het gecontroleerd uit te laten branden?’ Tot slot vertelt Alex Lam van de Nationale Politie hoe zij integraler zijn gaan denken om mensen bewust te laten worden van gevaren. ‘We zijn elkaars expertise gaan gebruiken. Een buurt heeft kennis van de wijk. Wij zijn afhankelijk van de meldingen van verdachte zaken die buurtbewoners doen.’

Lagerhuisdebat

De tweede masterclass die we deze middag bezoeken is het Lagerhuisdebat. Tijdens deze masterclass gaan brandweerlieden aan de hand van tien stellingen en onder leiding van Diemer Kransen met elkaar in debat over de voors en tegens. Eén van de stellingen komt van René Schage uit Twente en luidt: ‘Brandveiligheid hoort thuis bij de markt, die kunnen dat veel beter.’ Argumenten tegen deze stelling zijn onder andere dat de markt de informatie die je met preventie opdoet niet kan delen met repressie en dat je de slager zijn eigen vlees niet moet laten keuren. ‘Kijk hoe de autoindustrie daarmee om is gegaan.’ Argumenten voor de stelling zijn dat de markt innovatiever is en dat bedrijven winst willen maken en dus goed werk willen leveren.

Een andere stelling die tijdens het debat aan bod komt, is van Hans Hazebroek van de Brandweeracademie: ‘Levens red je met daadkracht, niet met coördinatie.’ Argumenten als ‘daadkracht zonder coördinatie leidt tot chaos en gevaar’ en ‘coördinatie is ook nodig om de gevaren te zien en daarmee de levens van je eigen mensen te redden’, vliegen over en weer door de zaal.

Het brandweerlied

Na de feestavond op donderdag, wordt de tweede congresdag energiek en muzikaal geopend. Speelman en Speelman zorgen er met een speciaal brandweerlied voor dat de zaal goed wakker wordt. Honderden brandweerlieden zingen uit volle borst het refrein mee. ‘We zijn op het juiste spoor. De brandweer is de brand graag voor. Door preventie en kennis door te geven, gaan wij voor een brandveilig leven!’ ‘Als jullie je werk goed blijven doen en er op den duur geen branden meer geblust hoeven te worden, kunnen jullie zo als shantykoor verder’, grapt het Speelman-duo. De zaal is door de samenzang weer volledig bij de les.

Durf je te verbazen

‘Ik heb niet de ambitie om het vanochtend overzichtelijker te maken’, zo begint filosoof Bas Haring. In zijn betoog stelt hij drie vragen centraal. Wie ben ik? Hoe wil ik contact maken met anderen? Waartoe ben ik hier eigenlijk? Haring komt bij zijn zoektocht naar antwoorden met allerhande illustraties. Dat Romeinse brandweerlieden ooit een businessmodel hadden rondom het opkopen van afgebrande huizen, dat wist de zaal nog niet. Haring tipt de aanwezige brandweerlieden om niet alle risico’s te willen indammen en om vooral ook onconventionele dingen te blijven doen. ‘Durf dingen in twijfel te trekken en je te verbazen. Stel je voor dat er geen brandweer zou zijn. Zou je dan willen dat die er was? En hoe zou die er dan uitzien. Het kan goed zijn dat je nu iets zinvols doet, maar dat wanneer je iets anders doet dat ook zinvol is. Probeer dwars te liggen en anders te denken. Daarmee kom je vaak verder dan je denkt.’

Aardbevingen

Na Harings aanspraak op het abstracte denkvermogen maakt Siske Klaasens van Brandweer Groningen het weer concreet met de problematiek rond de aardbevingen in zijn regio. Na hard gelach om een Lucky TV-filmpje over het imploderen van de provincie, zorgen de kille feiten voor een ijzige stilte. Klaasens legt het verschil uit tussen een beving bij gasboringen en een normale variant, met daarbij de schrijnende gevolgen. ‘Je kunt het vergelijken met een zaklamp onder een vel papier. Houd je die er dicht onder, dan is het effectgebied klein, maar de intensiteit hevig. Houd je de zaklamp verder van het papier, dan is de cirkel groter, maar het effect minder heftig. Bij bevingen in Groningen zit het dicht onder de grond en is de intensiteit groot. Huizen staan non-stop in de steigers en kinderen slapen uit veiligheid niet meer op zolder maar in de huiskamer.’ Klaasens noemt ook voorbeelden van hoe de brandweer met de problematiek omgaat. Zo komt in Bierum, boven Delfzijl, de eerste aardbevingsbestendige kazerne van Nederland en wordt Twitter continu gescand voor snelle alertering en beeldvorming.

Wat doe je met onderzoekers?

Vrijdagmiddag staat een reeks workshops op het programma. Er valt te kiezen uit 21 sessies. Eén van de workshops is Managen van een crisis door samenwerken met onderzoeksinstanties. Peter Verhallen, senior onderzoeker bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid, spreekt hierover met de deelnemers aan de hand van stellingen. Hij vertelt eerst over de rol van de Onderzoeksraad bij grote incidenten zoals de Schipholbrand, De Punt, Chemie-Pack in Moerdijk en de neergestorte MH17. De zaal blijkt verdeeld over de stellingen die volgen. Welke calamiteit moet je onderzoeken en welke niet? Op welk moment moet je starten met een onderzoek? Hoe lopen onderzoekers de hulpverleners niet in de weg? Zijn onderzoekers gewenst in de CoPI-bak? Bij de discussie komt de rol van het Ondersteuningsteam Brandweer (OTB) als ondersteunende en adviserende partij voor brandweerregio’s bij onderzoeken tijdens incidenten, duidelijk naar voren.

Oefenen

Een workshop die ook in de belangstelling staat, is Oefent de brandweer nog wel op de juiste manier? Marc Meijs van Brandweer Twente en Edwin Kadiks van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland bespreken met de deelnemers de effectiviteit van de huidige trainingswijzen. Aan de hand van onder meer een wervingsfilm van de Navy Seals wordt vastgesteld dat zaken als trots, ergens bij wil horen en de beste willen zijn, ook voor de brandweer een belangrijke rol spelen. De intrinsieke motivatie is cruciaal. De aanwezigen brainstormen na deze constatering in groepjes met elkaar hoe je de intrinsieke motivatie in de praktijk zou kunnen voeden. Medewerkers en vrijwilligers prikkelen met afwisselende oefeningen, het terugdringen van de afreken-cultuur en meer ruimte bieden voor passie, worden als voorbeeld genoemd.

Uitruk op Maat

Door bezuinigingen, bezettings- en paraatheidsproblemen wordt in verschillende regio’s gebruik gemaakt van uitruk op maat. In deze workshop benadrukken Diana Schutte en Erik Dangermond van Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland dat er geen goed of fout bestaat, maar dat het gaat om het delen van ervaringen. Aan de hand van verschillende scenario’s als een automatisch brandalarm, een containerbrand, een OGS klein, een ongeval met beknelling en een woningbrand en de terugkerende vraag met welke eenheid je daar naartoe uit wilt rukken, wordt de discussie op gang gebracht. In de workshop blijkt dat de regionale diversiteit in de toepassing van uitruk op maat groot is en ervaringen daardoor lastig met elkaar te vergelijken zijn.

Arbeidshygiëne

Samen gezond oud worden is de laatste workshop die we volgen op het congres. Clemens Kamp van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en Huib Fransen van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond nemen de aanwezigen mee in de gevaren van blootstelling aan rook en roet. Het risico om als gevolg daarvan ziek te worden, is groter dan gedacht. De zorgen onder de aanwezige brandweerlieden zijn groot. Om dit risico te verkleinen moet de blootstellingsduur zo kort mogelijk worden gehouden. Daarbij speelt bewustwording een belangrijke rol. Er moet een cultuuromslag komen waarbij de vieze, zwarte helm niet langer stoer is. In de workshop denken we in groepjes na over wat in verschillende situaties gedaan kan worden om besmetting te voorkomen. Er kan met de industrie worden gezocht naar oplossingen voor bijvoorbeeld handschoenen die nu niet makkelijk te reinigen zijn. En er kan nagedacht worden over vernieuwingen zoals het realistisch oefenen deels te vervangen door simulatie-oefeningen. Maar voorop staat: maak ongezond gedrag bespreekbaar.

16-19brandweercongres1
Ferdinand Kiestra: ‘Je moet loskomen uit regels, rollen en gebruiken.’Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres2
Gert-Jan Stuivenberg neemt de zaal mee in vijf jaar Brandweer over morgen.Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres3
Wouter Bos:’Bij een crises moet je de juiste personen aan tafel hebben.’Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres4
Bij het Lagerhuisdebat wordt stevig gedebatteerd over prikkelende stellingen.Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres6
Siske Klaassens vertelt over de aardbevingsproblematiek in Groningen.Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres5
Speelman en Speelman warmt de zaal op met het brandweerlied.Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres7
Workshop Managen van een crisis door samenwerken met onderzoeksinstanties.Fotografie: Ad Hupkes
16-19brandweercongres8
Oplossingen bedenken bij de workshop Samen gezond oud worden. Fotografie: Ad Hupkes

Andere artikelen in deze aflevering