Ongelukkig samenspel van factoren bij brand De Notenhout

Ongelukkig samenspel van factoren bij brand De Notenhout

J. Visser

Brandcompartimentering is geen rookcompartimentering. Dat is één van de belangrijkste conclusies uit het onderzoeksrapport naar de brand in wooncomplex De Notenhout in Nijmegen op 20 februari. Hoewel alle bewoners het pand die dag vaak met hulp van de brandweer levend hebben verlaten, overlijden in de weken erna alsnog vier bewoners aan de gevolgen van de brand. ‘In het onderzoek zien we dat de brand-, gebouw- en menskenmerken een ongelukkige invloed op elkaar hebben gehad. Dit samenspel heeft geleid tot een gevaarlijke situatie’, vertelt projectleider Clemon Tonnaer van de Brandweeracademie, onderdeel van het IFV.

‘Als brand wordt tegengehouden door brandcompartimentering zijn mensen in hun woning alsnog niet veilig voor rook. Dat vind ik de meest opvallende conclusie uit dit onderzoek’, zo begint Tonnaer. De brand ontstaat in de vroege ochtend van 20 februari in het cafetaria onder de flat en slaat over naar een schacht die door het flat-gebouw loopt. Die is uitgevoerd met sandwichpanelen gevuld met polyurethaanschuim (PUR). Als deze panelen vlam vatten, staan binnen enkele minuten de aangrenzende galerijen op alle vijf verdiepingen van het flatgebouw vol rook. Door kieren, mechanische ventilatie, het openen van deuren en de wind die aan de kant van de galerij op de gevel staat, verspreidt de rook zich snel naar de woningen en het centrale trappenhuis. Bewoners kunnen geen kant op. ‘Waarschijnlijk hebben enkele bewoners in een vluchtpoging de elektronische deuren naar het trappenhuis geopend. Die blijven een tijdje open staan, waardoor de rook zich ongehinderd kon verspreiden’, legt Tonnaer uit. ‘De woningen werden mechanisch geventileerd, waarbij de appartementen onder onderdruk stonden. Hierdoor is de rook de woningen als het ware ingezogen. Dit effect is versterkt door de winddruk op de gevel van de galerij. Door al deze factoren zie je dus duidelijk dat brandcompartimentering geen rook tegenhoudt. Tot nu toe gingen we daar altijd vanuit. Deze conclusie zagen we ook bij de brand bij wooncomplex Het Lichtpunt in Rotterdam op 15 april 2014 en bij De Kelders in Leeuwarden op 19 oktober 2013. Rook trekt zich nergens iets van aan. Daar moeten wij ons bewust van worden. Brandcompartimentering is geen rookcompartimentering.’

Vluchtwegen

In het gebouw zijn drie vluchtwegen: het centrale trappenhuis, een noodtrappenhuis aan de korte zijde van de flat en een noodtrappenhuis aan de lange zijde van de flat. Eén van deze noodtrappenhuizen stopt echter op de eerste verdieping en komt uit op een galerij die vol rook staat. De noodtrappenhuizen zijn smal en geen logische route naar de uitgang. Tonnaer: ‘Volgens de wet- en regelgeving kan dit, want er worden geen bijzondere eisen gesteld aan gebouwen waarin ouderen gehuisvest worden, tenzij er sprake is van wonen met zorg. Maar lang niet alle bewoners konden door verminderde mobiliteit via deze smalle, oncomfortabele trappen vluchten.’

Daarnaast wordt er in de regelgeving voor het vaststellen van vluchtwegen van uitgegaan dat bij brand dertig meter in dertig seconden kan worden afgelegd. ‘In deze flat woonden veel senioren. Sommige bewoners hebben een vluchtpoging gedaan en zijn op de galerij op nog niet eens tien meter van hun woning gestrand door de rook. Op basis van dit onderzoek kunnen we ons dus afvragen of de dertig-meteraanname wel haalbaar is voor ouderen’, aldus Tonnaer.

Brandweeroptreden

Over het brandweeroptreden is het onderzoeksrapport lovend. ‘De brandweerlieden stonden voor een immens dilemma, eerst blussen of eerst redden. Zij hebben snel opgeschaald en vrijwel iedereen ingezet op de redding van bewoners. Een terechte en goede keuze, want bij het ter plaatse komen, stond het pand al vol rook. Dan telt iedere seconde’, vertelt de projectleider. ‘De brandweerlieden hebben gedaan wat ze konden. Ze hebben hun grenzen opgezocht en zijn er soms zelfs overheen gegaan. Je kunt zeggen dat dankzij het brandweeroptreden er ‘slechts’ vier dodelijke slachtoffers zijn te betreuren. Als de brandweer niet of anders had opgetreden waren het er waarschijnlijk meer geweest.’

Het onderzoek was volgens Tonnaer vooral gericht op het reconstrueren van de feiten. ‘Wij doen geen uitspraken over schuld of verantwoordelijkheid. Die rol ligt bij het Openbaar Ministerie dat ook uitgebreid onderzoek gedaan heeft naar deze brand. Met het trekken van algemene conclusies naar aanleiding van een enkele casus zijn we voorzichtig. Deze trekken we pas op basis van meer casuïstiek. Daarom worden momenteel meer branden in seniorenhuisvesting onderzocht door de Brandweeracademie’, vertelt Tonnaer. ‘Wat we wel kunnen constateren naar aanleiding van de brand in De Notenhout is dat wanneer preventieve maatregelen niet functioneren of niet toereikend zijn, dit niet valt op te lossen met nog meer repressieve brandweerinzet. Bij De Notenhout zijn in korte tijd twee compagnieën ingezet. Ik zou niet weten wat de brandweer repressief nog meer had kunnen doen.’

Het rapport is te downloaden via www.ifv.nl.

3233DeNotenhout1
Vrijwel alle brandweerlieden worden op 20 februari ingezet op de redding van slachtoffers uit het wooncomplex. (Fotografie: Veiligheidregio Gelderland-Zuid
3233DeNotenhout3
Overzicht van de brand- en rookwerende scheidingen. Fotografie: Brandweeracademie
3233DeNotenhout2
De plattegrond van wooncomplex De Notenhout met daaronder het cafetaria waar de brand is ontstaan. Fotografie: Brandweeracademie

Andere artikelen in deze aflevering

Regio’s lanceren samen Woningcheck app

Alle 25 veiligheidsregio’s hebben samen de Woningcheck app gelanceerd. Met deze app kunnen burgers zelf hun woning controleren op brandveiligheid. Deze app is volgens projectleider Hans Harding het al...