Duiken blijft volop 
in ontwikkeling

Duiken blijft volop 
in ontwikkeling

J. Haven

Het duikongeval vorig jaar in Koedijk, bracht brandweerduiken weer in het nieuws. Weer een ongeval met dodelijke afloop ondanks alle veranderingen, verscherpte maatregelen en toezicht. Al voor het ongeval werd druk gewerkt aan een richtlijn en is de werkinstructie vernieuwd. Het duikongeval zelf leidde tot een toolbox waarin op een A4 het ongeval wordt beschreven en als lering dient voor duikteams. Daarnaast wordt de in 2012 ontwikkelde zelfscan voor het duiken uit de regio Haaglanden momenteel door een projectgroep vertaald in een landelijke tool. Deze tool komt begin 2016 beschikbaar.

Sinds 2008, na een reeks (bijna)ongevallen, staat brandweerduiken in de spotlights. Er zijn onderzoeken verricht, inspecties uitgevoerd, rapporten geschreven en maatregelen genomen. Toch gebeurde vorig jaar weer een ongeval met dodelijke afloop. ‘Duiken is en blijft een zwaar specialisme. Dat doe je er niet even bij’, aldus voorzitter van de Vakgroep Brandweer Beheersing Waterongevallen Lex Tillart. ‘Je moet er veel voor trainen. Hoewel veel stappen zijn gezet, blijkt nog steeds dat onder andere het veiligheidsbewustzijn moet worden vergroot. We moeten ons blijven realiseren dat we met een risicovol specialisme bezig zijn dat continu aandacht nodig heeft.’ Is brandweerduiken zwaarder geworden? ‘Dat is maar net hoe je het bekijkt’, aldus Tillart. ‘Duiken is een vak, een specialisme. Dat vergt veel tijd en aandacht. Dat geldt voor alle specialismen. Door de regelgeving lijkt het strenger geworden en dat we meer moeten weten, maar het is eigenlijk de basis voor het uitoefenen van het vak.’

Hard oordeel

De diverse maatregelen kunnen niet voorkomen dat brandweerduiker John Impink op 4 augustus 2014 om het leven komt bij een reddingsactie in het Noordhollands Kanaal. Hij redde eerst een automobilist die te water was geraakt. Bij het bergen van het voertuig ging het mis. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) komt met een keihard oordeel: er zijn grote organisatorische én menselijke fouten gemaakt bij de duikinzet. Door het ongeval worden wel weer nieuwe stappen gezet. ‘Op basis van dit ongeval is een toolbox gemaakt’, vervolgt Tillart. ‘Op een A4 is het incident beschreven. Wat is er gebeurd? Waar ging het mis en hoe kan een dergelijk ongeval worden voorkomen? Het is een handig hulpmiddel om je eigen duikorganisatie tegen het licht houden. Maar ook voor het vergroten van je kennis, het verbeteren van het veiligheidsbewustzijn of het evalueren van een inzet.’ Tijdens de vakgroepdag is met de toolbox geoefend. Het leverde volgens Tillart veel gespreksstof op. Het A4’tje is inmiddels verspreid over de regio’s.

Richtlijnen

Het leek voor het ongeval even rustig rond brandweerduiken, maar dat is volgens Tillart niet het geval. Op de achtergrond zijn de afgelopen jaren diverse acties in gang gezet. ‘In 2012 zijn we gestart met het opstellen van richtlijnen samen met het IFV’, aldus Tillart. ‘De les- en leerstof en de Leidraad Oefenen boden onvoldoende handvaten. Wanneer ben je vakbekwaam? Oefeningen werden vaak te verschillend en te eenzijdig ingevuld.’ Duikteams kunnen op basis van de richtlijnen hun oefenprogramma’s opnieuw inrichten. Daarmee is de basis geborgd. De richtlijnen zijn opgesteld en liggen bij de Programmaraad. Tillart: ‘Ik ben er blij mee. We hopen deze zo snel mogelijk in de organisatie te borgen. Daarmee zijn we weer een stap verder.’ In de richtlijnen wordt onder andere aanbevolen om jaarlijks in de duiktoren te oefenen. Het opsporen van een voertuig en slachtoffer komt aan bod, evenals de noodprocedure, ijsduiken, een stroomduik, virtuele training en theoretische kennis. Daarnaast is ruimte voor specifieke zaken op basis van het risicogebied. De haven van Rotterdam is anders dan de Vinkeveense plassen.

Naast het opstellen van de richtlijnen is ook de werkinstructie aangepast. Deze wordt eveneens op korte termijn behandeld in de Programmaraad. Ook is de certificering aangepast. Dit heeft als gevolg dat de duikers zich op een andere manier moeten voor-bereiden. Tillart: ‘Voorheen was het zo dat je je hercertificering kon krijgen als je voldeed aan een minimum aantal duiken per jaar. Dat is in de toekomst niet meer zo.’

Handreiking oppervlakteredding

Naast brandweerduiken krijgt oppervlakteredding steeds meer aandacht. Het afgelopen jaar is een handreiking ontwikkeld. Tillart: ‘Ook met dit document ben ik tevreden. Het is mede geschreven op basis van het rapport De feiten boven water van het IFV dat onder andere de taken, risico’s en maatregelen beschrijft Dit rapport ligt nog bij de Programmaraad.’ De handreiking biedt regio’s voldoende handvaten om een goede risico-inventarisatie te maken. Ook voor de komende tijd staan er nog genoeg onderwerpen op de agenda. Eén van die onderwerpen is de duikinstructeurs. ‘Ook hier kunnen we geen duidelijk antwoord geven op de vraag: wanneer ben je een goede duikinstructeur? Daar willen we een landelijke maatstaf en normeringen voor hebben’, aldus de voorzitter.

Systeemtoezicht

Een ander onderwerp is de zelfscan brandweerduiken, ontwikkeld door Haaglanden. Deze regio telt twee duikteams die 24/7 inzetbaar zijn. In 2009, nadat de Arbeidsinspectie een grootschalig landelijk onderzoek aankondigt onder alle korpsen met duikers, besluit Haaglanden om het oordeel van de inspectie niet af te wachten, maar zelf de kennis te bundelen en een audit op het duiken uit te voeren. ‘Onze bevindingen leverden verbeterpunten op die we hebben verwerkt in een plan van aanpak’, aldus senior kwaliteitsadviseur Patrick Fritz van Haaglanden. ‘Dat plan hebben we gedeeld met de inspectie. Dit zorgde ervoor dat de inspectie koos voor systeemtoezicht. Dat wil zeggen dat wij als organisatie zelf onderzoek doen en dat de resultaten en het vervolgtraject met de inspectie worden besproken.’

Zelfscan

In 2012 zijn de kwaliteitsadviseurs en duikers opnieuw om tafel gegaan met als doel om in 2013 weer een actueel beeld te krijgen van de kwaliteit van de duikorganisatie. ‘Als middel is gekozen voor de zelfscan, een instrument dat zich in tegenstelling tot de audit meer richt op het betrokken individu’, aldus Fritz. ‘De zelfscan moet op operationeel niveau voor een goede inrichting van het vak zorgen. Het geeft op interactieve wijze inzage in de volwassenheid van de eigen organisatie. Zo wordt er rekening gehouden met wet- en regelgeving en het efficiënt en lerend organiseren zodat tijdens de audit minder zwakke plekken gevonden worden. Beleidsmedewerkers, vakexperts, officieren en kwaliteitsmedewerkers, ieder heeft vanuit zijn of haar visie een bijdrage geleverd aan de zelfscan. Juist deze betrokkenheid is de kracht van de scan.’ Ook kan de brandweer door middel van de scan periodiek zelf de kwaliteit bewaken zonder externe partijen. De scan maakt duidelijk welke punten goed geregeld zijn en waar verbetering nodig is. Inspectierapporten en ook de verschillende ongevals-rapportages zijn erin verwerkt. Fritz: ‘Niemand had eerder een zelfscan ontwikkeld dus dat was een grote uitdaging voor ons.’

Vier sessies

De zelfscan is opgebouwd uit zes onderdelen die samen de duikorganisatie weerspiegelen: beleid, documentatie, bekwaamheid, materiaal, procedures en overige punten. Op basis van vier ontwikkelfasen wordt per onderwerp een inschatting gemaakt in welke fase de organisatie zich bevindt. Fase één is (on)bewust onbekwaam en bij fase vier is de PDCA (plan, do, check, act) cirkel rond.

In 2013 is de zelfscan in Haaglanden ingevoerd. ‘Er zijn vier sessies gehouden waarbij ook alle betrokkenen, van duikers tot beleidsmedewerkers, aanwezig waren’, vertelt Ilja Asselman van Haaglanden. Zij is beleidsmedewerker specialismen, waaronder waterongevallenbestrijding. ‘Uit de sessies kwamen 23 verbeterpunten naar voren. Een belangrijk aandachtspunt was de verschillende rollen. Wie is waar verantwoordelijk voor? Wij hebben brandweerduiken breed georganiseerd om op strategisch, operationeel en tactisch niveau de zaken goed geregeld te hebben. Dat kan leiden tot verwarring en ervoor zorgen dat niet iedereen weet wie wat doet en waar verantwoordelijk voor is. De kwaliteitsadviseurs treden na de audit weer terug en verleggen de aandacht op een volgend onderdeel van de organisatie. De beleidsmedewerker voor het specialisme heeft in Haaglanden daarom een belangrijke rol in het bewaken van de voortgang. Van de 23 verbeterpunten zijn er nog een aantal over. We blijven ons ontwikkelen, mede door de zelfscan periodiek uit te voeren. Zo blijven we altijd up-to-date.’

Audit

Na de zelfscan vindt een audit plaatst. Fritz: ‘Het verschil tussen beide is dat bij de zelfscan meer wordt gekeken hoe er rekening wordt gehouden met wet- en regelgeving terwijl een audit dit heel zwart-wit toetst. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de aanschaf van materiaal dan stellen we bij de zelfscan de vraag hoe dit gebeurt: gewoon zomaar in de winkel om de hoek of volgens een vast inkoopbeleid waarin aandacht is voor regelgeving en bijvoorbeeld gebruikerswensen. Tijdens de audit ligt de nadruk meer op een controle van het resultaat: voldoen alle middelen aan de eisen en is er een inkoopbeleid met mogelijkheid tot inspraak. Tijdens de zelfscan hebben deelnemers langer de tijd om de vragen te beantwoorden en wordt op een andere manier gekeken naar waarom je de dingen doet zoals je ze doet. Er is ook veel ruimte om met de verschillende deskundigen aan tafel in gesprek te gaan zodat een uniform beeld ontstaat. In principe komt het op hetzelfde neer, maar de benadering is wezenlijk anders.’

Landelijke vertaling

Mede door het ongeval vorig jaar in Koedijk wil Brandweer Nederland dat regio’s naast het eventueel afnemen van een audit eerst een zelfscan uitvoeren. ‘Wij hebben de ontwikkelde zelfscan namens het kwaliteitsbureau gepresenteerd aan de Vakgroep Brandweer Beheersing Waterongevallen’, vervolgt Fritz. ‘De scan dateerde uit 2013 en was erg op Haaglanden gericht, daarom is eerst een landelijke vertaling en actualisatie toegepast. De vakgroep start onder leiding van Ines Amesz een project. Acht regio’s hebben zich aangemeld om deel te nemen aan een pilot. ‘Met de pilotgroep is gekeken welke aanpassingen noodzakelijk waren’, vertelt Amesz. ‘Tijdens een bijeenkomst is het document geactualiseerd. Daarna volgde een instructiedag op de kazerne in Delft.

Na het presenteren van de eerste versie van de landelijke zelfscan volgde een uitleg over hoe Haaglanden de zelfscans uitvoert. De samenwerking tussen vakspecialisten en kwaliteitsmedewerkers op dit soort operationele dossiers is niet in alle regio’s vanzelf-sprekend. Het middagprogramma stond volledig in het teken van het duiken zelf. Binnen de pilot werken de duikdeskundigen nauw samen met leden uit de netwerken kwaliteitszorg en Arbeidsveiligheid. ’Inmiddels is een aantal regio’s gestart’, vult Amesz aan. ‘Het doel is dat we in december de pilot afronden en de ervaringen van de regio’s kunnen verwerken in een definitieve landelijke zelfscan die we begin volgend jaar beschikbaar willen stellen.’

27-29duiken1
‘Brandweerduiken is een zwaar specialisme, je moet er veel voor trainen.’ Fotografie: Peter Hofman
27-29duiken2
De ontwikkeling van de zelfscan in Haaglanden. Fotografie: Patrick Fritz

Andere artikelen in deze aflevering

Feitjes en weetjes

Feitjes en weetjes, als je de woorden opzoekt dan word je al snel doorverwezen naar het woord triviaal, driesprong. In het oude Romeinse Rijk was het gebruikelijk om op splitsingen en kruisingen van h...