Nederlandse eilanden in Caribisch gebied gaan intensief samenwerken

Nederlandse eilanden in Caribisch gebied gaan intensief samenwerken

Visser, J.

De vier ministers en brandweercommandanten die verantwoordelijk zijn voor de korpsen in het Caribisch gebied hebben in de zomer samen met de voorzitter van Brandweer Nederland hun handtekening gezet onder een samenwerkingsovereenkomst. Maar wat houdt deze samenwerking in? En wat gaat er voor de brandweerkorpsen op de eilanden veranderen?

Orkanen Irma en Maria hebben vorig jaar aangetoond dat rampen zich niet aan landsgrenzen houden en dat burenhulp tussen de eilanden in het Caribisch gebied lastig is. Sinds 10 oktober 2010 is de onderlinge afstemming en samenwerking tussen de eilanden drastisch veranderd. Curaçao en Sint Maarten zijn, net als Aruba, sinds 10 oktober 2010 een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden met een autonome status en eigen wetgeving. Bonaire, Saba en Sint Eustatius zijn sindsdien bijzondere gemeenten van Nederland en hebben zich te houden aan zogenaamde BES-wetgeving.

BR201811-36,37,39CARIBISCHNEDERLAND1
De start van de leergang Bevelvoerder BES met ondersteuning van BOGO.

BES-eilanden: Caribisch functiehuis

Direct nadat Bonaire, Saba en Sint Eustatius officieel een bijzondere gemeente van Nederland zijn geworden, zijn de korpsleiding van het eiland en het IFV in 2011 aan de slag gegaan met het opstellen van een Caribisch functiehuis. ‘Als bijzondere gemeente moeten we aan de nieuwe BES-wetgeving voldoen, daarin is ook het functiehuis van de brandweer vastgelegd’, vertelt Jair Tromp, commandant van het brandweerkorps Caribisch Nederland. ‘Omdat niet alle Nederlandse risico’s van toepassing zijn op onze eilanden en we enkele risico’s kennen die Nederland niet heeft, hebben we met het IFV een Caribisch functiehuis ontwikkeld. Wij hebben bijvoorbeeld geen treinincidenten en Nederland geen orkanen.’

Niet alleen moest iedereen worden overgezet naar een nieuwe functie, ook de manier van opleiden veranderde. ‘Samen met BOGO hebben we de Nederlandse opleidingen aangepast en geschikt gemaakt voor het Caribisch functiehuis. Het functiehuis voor Caribisch Nederland moest gelijkwaardig zijn aan en gebaseerd zijn op het Nederlands functiehuis’, aldus Tromp. ‘Dat betekent dat we het onderdeel vliegtuigbrandbestrijding hebben uitgebreid en bijvoorbeeld de onderdelen op het gebied van treinincidenten, snelwegen en schoorstenen eruit heben gehaald. Orkanen hebben we daarentegen toegevoegd.’

Toen alle leergangen waren aangepast op het Caribisch functie-huis, heeft BOGO de instructeurs een instructeursopleiding gegeven. Tromp: ‘Op die manier konden wij zelf onze manschappen bijscholen en hoefden we alleen bij de examens maar mensen van buiten over te laten komen. Bij ons kent iedereen elkaar. Om objectief examens af te kunnen nemen, is het dus noodzakelijk dat we examinatoren laten overvliegen.’ Een groot aandachtspunt bij de instructeursopleiding is volgens Tromp de taal. ‘De Nederlandse taal vormt vaak een barrière. Wij doen hier eigenlijk alles in het Engels of Papiamento. Als je dan je vak in een andere taal geleerd krijgt, is dat lastig. Daar moet je meer tijd voor uittrekken. Het lukt uiteindelijk in het Nederlands, maar het is voor sommigen wel moeilijk.’ Zijn collega Julius Melaan die verantwoordelijk is voor de opleidingen op het eiland vult aan: ‘Ik weet nog dat tijdens mijn opleiding in de leerstof een melding voor een incident bij een manege werd behandeld. Ik wist niet wat een manege was, laat staan hoe ik daar zou moeten handelen. Ook dubbele ontkenningen zijn moeilijk. Wat mij betreft worden die er allemaal uitgehaald.’

De afgelopen jaren heeft het brandweerkorps het Caribisch functiehuis volledig geïmplementeerd. Dat ligt anders bij de eilanden binnen het koninkrijk die een land zijn geworden. Doordat zij na 10 oktober 2010 niet de wettelijke verplichting hadden om het functiehuis aan te laten sluiten op het functiehuis CN, moeten zij nu na het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst nog beginnen met de omschakeling. Tromp raadt hen aan om direct vanaf het begin het personeel goed mee te nemen in de veranderingen. ‘Ze moeten snappen dat het een kans is en geen bedreiging. Een andere tip die ik de andere eilanden wil meegeven is dat het goed is om eerst te investeren in de vakbekwaamheid van de eigen instructeurs. Dat maakt het leven een stuk makkelijker. En besef dat je zelf niet alles kunt, maar weet wel bij wie je hulp in kunt roepen als je dat nodig hebt.’

BR201811-36,37,39CARIBISCHNEDERLAND2
Clive Richardson (links) en Jair Tromp (rechts).

Sint Maarten: oud Nederlands functiehuis

De brandweer op Sint Maarten volgt nog het oude Nederlandse functiehuis, laat Clive Richardson, commandant van de brandweer op het eiland, weten. ‘Tot 2010 deden we altijd alle examens via het Nbbe, het huidige IFV. Wij werken dus nog met brandwachten en hoofdbrandwachten. Met de samenwerkingsovereenkomst hebben we afgesproken dat alle eilanden het Caribisch functiehuis gaan volgen. Daar trekken we vijf jaar voor uit.’

Richardson weet dat de brandweer op het eiland bij de overheid niet altijd prioriteit heeft en dingen dus lang kunnen duren. ‘Al is nadat orkaan Irma hier bijna alles heeft verwoest, het nodige veranderd. Die ramp heeft ervoor gezorgd dat weer wordt geïnvesteerd in de brandweer. We roepen al jaren dat we meer brandweerlieden nodig hebben, maar daar werd nooit iets aan gedaan. Door Irma zijn onze tekorten goed zichtbaar geworden. Nu kan ineens weer worden geïnvesteerd. Een geluk bij een ongeluk noemen ze dat toch?’

Begin volgend jaar wil Sint Maarten de eerste groep nieuwe manschappen met de ELO opleiden. Die opleiding wil het eiland samen met Bonaire, Sint Eustatius en Saba inkopen. ‘We kiezen er bewust voor om de nieuwe groep al volgens de nieuwe module in de ELO op te leiden. Dan kunnen we het ze in één keer goed leren’, aldus Richardson. ‘Voor alle andere brandweerlieden gaan wel dingen veranderen, maar nu nog niet. Voordat we daarmee starten moeten we eerst een nieuw functieboek ontwikkelen. We hebben goed contact met Bonaire om ook van hen te leren hoe zij dat hebben gedaan.’

Hoewel op Sint-Maarten nog veel zaken moeten worden aan-gepast, is Richardson blij met de overeenkomst. ‘Voor Irma hadden we al afspraken gemaakt dat we dit ooit eens zouden doen. Die ramp heeft dingen in een stroomversnelling gebracht. Als een van de eilanden in de toekomst wordt getroffen door een orkaan of een andere ramp, willen we elkaar kunnen helpen. Daarnaast is het ook goedkoper om elkaars instructeurs te gebruiken om les te geven.’

BR201811-36,37,39CARIBISCHNEDERLAND3
Elvin Regina

Curaçao: eigen functiehuis

Ook Elvin Regina, commandant van de brandweer op Curaçao, erkent dat het hoog tijd was om de samenwerking tussen de eilanden nieuw leven in te blazen. ‘Voor 10 oktober 2010 werkten we ook samen, daarna zijn wij een apart land geworden en is die samenwerking gestopt. Toch is samenwerking essentieel voor de ontwikkeling van onze brandweerkorpsen. We hebben elkaar nodig. Niet alleen bij grote rampen, maar ook om ontwikkelingen op het gebied van vakbekwaamheid te blijven volgen.’

Regina legt uit dat Curaçao op dit moment nog een eigen functiehuis kent. ‘Wij werken bijvoorbeeld met de functies hulpverlener

en hulpverlener senior. Dat wordt straks Manschap A en Manschap B, maar voor het zover is moeten we nog een heel traject doorlopen. We moeten eerst onze wet aanpassen en alle juridische aspecten regelen. Daarbij hoort ook dat we de functies van het Caribisch functiehuis goed gaan bekijken. In dat functiehuis zit bijvoorbeeld geen industriële veiligheid, maar dat risico kennen we op Curaçao wel. En bij bijvoorbeeld een functie als specialist brandpreventie gaan we kijken of we die over moeten nemen.’ Voor het juridische traject kijkt Regina ook naar hoe de BES-eilanden het overgangstraject hebben doorlopen en tegen welke punten zij zijn aangelopen. ‘Ik denk dat we voor de mensen die we al in dienst hebben, we moeten kijken in hoeverre de functies vergelijkbaar zijn en in hoeverre bijscholing nodig is.’

Om de brandweerlieden op de veranderingen voor te bereiden wil Regina de komende maanden al de eerste OvD’s naar Nederland sturen om drie weken mee te lopen met de Nederlandse brandweerkorpsen. ‘Uiteindelijk willen we alle OvD’s een paar weken ervaring in Nederland laten opdoen. Op die manier willen we hun vakbekwaamheid verbeteren, maar ook de kennis en ervaring die ze in Nederland opdoen over te dragen aan de Caribische collega’s.’

BR201811-36,37,39CARIBISCHNEDERLAND4
Orkaan Irma heeft vorig jaar gezorgd voor een flinke ravage op Sint Maarten. De ramp heeft de samenwerking tussen de eilanden in een stroomversnelling gebracht.

PPMO

Om te kunnen voldoen aan de Nederlandse wet, is het brandweerkorps op Bonaire, Sint Eustatius en Saba bezig om PPMO te implementeren. Tromp: ‘We proberen mensen ruim de kans te geven om te oefenen met de PPMO-baan. We willen ze goed laten wennen. De testleiders zijn al opgeleid, dus begin 2019 willen we de eerste keuringen doen. Je merkt dat het nieuw is en dat het spanningen met zich meebrengt, maar ook dat het goed wordt opgepakt. Het geeft ze ook vertrouwen dat ze naarmate ze vaker oefenen, het beter lukt.’ Of de andere eilanden ook gaan starten met PPMO is nog niet bekend. Richardson: ‘De invoering van PPMO brengt veel kosten met zich mee. Daarnaast zou dat echt een grote verandering zijn. Op dit moment hebben we geen keuring voor onze mensen. Om vanaf dat punt toe te werken naar PPMO is zwaar. Ik denk dat het verstandig is dat we eerst geld steken in de wederopbouw van het land en het voldoen aan het Caribisch functiehuis en we daarna verder kijken.’

Andere artikelen in deze aflevering

Onderzoek effect van beeld bij 112-meldingen

De Meldkamers Noord-Nederland en Noord-Holland zijn een onderzoek gestart naar de invloed van het gebruik van beelden bij 112-meldingen. Hiermee willen de meldkamers onderzoeken of het toepassen van b...