Stephan Wevers: ‘In negen jaar is er ontzettend veel veranderd’

Stephan Wevers: ‘In negen jaar is er ontzettend veel veranderd’

Wevers, S

Na negen jaar voorzitterschap van Brandweer Nederland heeft Stephan Wevers begin oktober het stokje overgedragen aan zijn opvolger Tijs van Lieshout. Het was een periode van fundamenten leggen, bouwen en verbinden. Hoe kijkt Wevers terug op die negen jaar? En welke plannen heeft hij in zijn nieuwe rol als voorzitter van de Europese brandweerfederatie, de Federation of the European Union Fire Officer Associations (FEU)?

06_InterviewStephan_1120-image1
Fotografie: Gijsbert Termaat

Hoe is het om in deze tijden van corona afscheid te nemen?

‘Dat is gek, maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor mij. Er zijn meer mensen die afscheid nemen. Bovendien blijf ik gewoon aan het werk, het is meer een ceremonieel moment dat je mist. Ik heb meer te doen met de brandweercollega’s die veertig jaar in dienst zijn en afscheid nemen. Bij hen gaat het natuurlijk ook anders dan normaal. Het is niet anders.’

Hoe kijk je terug op je voorzitterschap?

‘Het was een drukke periode met veel wisselingen en veranderingen. De afgelopen negen jaar is misschien wel meer veranderd dan de dertig jaar ervoor. Het is bovendien ontzettend snel gegaan. Negen jaar geleden werkten we nog met de Raad van Regionaal Commandanten (RRC) en ruim vierhonderd gemeentelijke commandanten. De veiligheidsregio’s en regionale brandweerkorpsen bestonden toen nog niet. Je rende vaak van de ene vergadering naar de andere. Bovendien was het lastig om met vierhonderd gemeentelijke commandanten zakelijk dingen af te spreken. Het was meer netwerken en elkaar bijpraten. Pas vanaf 2012 toen we regionaliseerden en Brandweer Nederland vormden, begonnen we te werken met de Raad van Brandweercommandanten (RBC). Vanaf dat moment konden we echt afspraken maken en stappen zetten. Dat is ook logisch, met 25 mensen kun je nou eenmaal makkelijker effectief samenwerken dan met ruim vierhonderd. Grofweg kun je stellen dat mijn voorzitterschap is onderverdeeld in drie periodes. Van 2011 tot 2013 hebben we de fundering gelegd. Vervolgens stonden de jaren van 2013 tot 2016 vooral in het teken van de regionalisering. In die periode hebben we ook te maken gekregen met veel bezuinigingen. Op landelijke schaal is toch zo’n tien procent van het budget afgegaan. Vanaf 2016 hadden we de organisatie op orde en konden we meer gaan werken aan de inhoud. In de afgelopen negen jaar hebben we ook de relatie met het bestuur, verenigd in het Veiligheidsberaad, meer aangehaald en zijn we gaan bouwen aan onze visie. Het was echt een periode van de handen uit de mouwen steken en met z’n allen aan het werk.’

Hoe zag die visie eruit?

‘We wilden meer organiseren voor het vlammetje en na het vlammetje alles innovatiever en effectiever opzetten. Daarvoor hebben we de agenda brandweerzorg opgesteld met veel onderwerpen waarmee we aan de slag zijn gegaan. Denk bijvoorbeeld aan het opzetten van het hele programma rondom Brandveilig Leven, maar ook aan innovatie in de repressieve organisatie en de landelijke samenwerking. Het IFV heeft daarin met de programma’s voor het grootschalig optreden en het specialistisch optreden een grote rol gespeeld. Daarnaast hebben we de inkoop landelijk georganiseerd en het opleidingssysteem gemoderniseerd. En we zijn veel gaan investeren in het uitbreiden van onze netwerken. Als brandweer kun je het immers niet alleen. Door samenwerkingsconvenanten te sluiten met bijvoorbeeld de politie, Defensie, verzekeringspartijen en private organisaties krijg je veel meer gedaan.’

Welke periode van je voorzitterschap vond je het mooist?

‘Dat was eigenlijk de periode tot 2016, de jaren van het bouwen. In de eerste paar jaar was vooral het neerzetten van de fundering met de regionalisering erdoorheen erg boeiend. Je zag ook veel faseverschil bij de regio’s in Nederland. De ene regio had de nieuwe organisatie snel op poten gezet terwijl de andere er wat langer over moest doen. Vervolgens zijn we gaan bouwen aan de Raad van Brandweercommandanten en het leiderschap in Nederland, met name het leiderschap van de 25 regio’s en regionale brandweerkorpsen.’

Bij je aantreden noemde je dat je het management en het brandweervak meer met elkaar wilde verbinden. In hoeverre ben je daarin geslaagd?

‘Dat varieert. Je hoort uit het korps weleens dat de leiding meer op afstand staat. Dat klopt ook. Leidinggeven aan een gemeentelijk korps van vijftig collega’s is anders dan leidinggeven aan duizend man. Met het complexer en groter worden van de organisatie is ook onze rol veranderd. Als regionaal commandant ben je meer bezig met het netwerken, de landelijke samenwerking en de verbinding tussen het bestuur en het korps. Bovendien zit je veel meer in de leiderschapsrol waarin je bezig bent met het inspireren en faciliteren. Het pakket aan vaardigheden dat je moet hebben is daarmee veel breder geworden. We hebben nog steeds dezelfde passie voor ons vak, maar de rol is veranderd.’

06_InterviewStephan_1120-image2
Het bezoek van de koning aan het Brandweercongres in 2016 is een van de hoogtepunten uit het voorzitterschap van Stephan Wevers.

Foto: Veiligheidsregio Twente

06_InterviewStephan_1120-image3
Stephan Wevers overhandigt de voorzittersstaf aan de nieuwe voorzitter, Tijs van Lieshout.

Fotografie: Brandweer Nederland

Daarnaast noemde je bij je aantreden dat je meer ruimte wilde voor de vakinhoud. Hoe kijk je daarop terug?

‘Ik denk dat dat goed is gelukt. We zijn echt aan de slag gegaan met het innovatiever en slimmer organiseren van de repressie. Een mooi voorbeeld daarvan vind ik de inzet van drones, maar ook uitruk op maat. En denk ook aan het grootschalig brandweeroptreden, het specialistisch optreden, de doorontwikkeling van Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (OGS) naar Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen (IBGS) en de verdere professionalisering van de inzet bij waterongevallen. Bovendien hebben we veel geïnvesteerd in het opleidingssysteem. Er zitten meer realistischere trainingen in ons opleidingspakket. Mensen worden nu denk ik beter opgeleid dan tien jaar geleden. Daarnaast vind ik het mooi om te zien dat we nu meer kennis hebben van brand, rookverspreiding en inzettactieken. Vroeger bluste je de brand door naar binnen te gaan of je hield de brand buiten tegen.

Nu hebben we veel meer keuzes in onze gereedschapskist. Dat is de opbrengst van de investering in brandonderzoek. Ons vak is professioneler geworden doordat we meer kennis hebben. Al met al een hele waslijst. De kunst is om het behapbaar te houden voor je mensen. Je kunt wel innovatie op innovatie stapelen, maar je moet ook zorgen voor de implementatie ervan.’

Is die goede implementatie er al?

‘Dat kan denk ik nog veel beter, daar moeten we in blijven investeren. En we moeten beseffen dat het even duurt voordat je vernieuwingen bij dertigduizend mensen in trainingen, opleidingen en routines hebt verwerkt.’

Tijs van Lieshout is de nieuwe voorzitter van Brandweer Nederland

Begin oktober heeft Tijs van Lieshout de voorzittersstaf van Brandweer Nederland van Stephan Wevers overgenomen. Van Lieshout is sinds oktober vorig jaar Regionaal Brandweercommandant in Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Daarvoor was hij directeur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Over zijn speerpunten zegt hij: ‘Er lopen nog een aantal grote en complexe projecten die we eerst fatsoenlijk willen afronden. Daarna kijken we verder. De komende jaren gaat de focus wel meer liggen op de blik naar buiten toe, naar andere organisaties waarvan we kunnen leren.’

Waar ben je het meest trots op?

‘Als ik ergens met trots op terugkijk dan is het op het bezoek van de koning in 2016 aan ons Brandweercongres en de speech die hij daar hield. De georganiseerde brandweer in Nederland bestond toen honderd jaar. Daarnaast ben ik trots op het feit dat we als collectief van dertigduizend mensen meer samenhang hebben dan vroeger. De versnippering is er vanaf. We hebben meer eenheid in het optreden. En ik ben trots dat het is gelukt een klimaat te creëren waarbij vernieuwen en het doorontwikkelen van het vak gemeengoed is geworden.’

Zijn er ook dingen die je graag had willen realiseren, maar die niet zijn gelukt?

‘Dan denk ik toch vooral aan het neerzetten van één opleidingsinstituut met zes satellietlocaties. Vanwege verschillende redenen is dat niet gelukt. We hadden goede ideeën, maar de timing was niet goed. Voor het doorvoeren van grote veranderingen is dat essentieel. Bovendien zie je vaak dat de ambitie hoger ligt dan wat de dertigduizend medewerkers kunnen realiseren of aankunnen.’

Kun je daar een voorbeeld van noemen?

‘Kijk naar variabele voertuigbezetting, dat loopt al zeker een jaar of tien. Volgens mij is dat een ontzettend goede koers, maar daar zijn we aangelopen tegen de weerbarstigheid van de brandweerkorpsen in het land. Het heeft ook veel impact voor onze brandweercollega’s. In het begin hebben we dat op een aantal punten niet goed aangepakt, daar is nog steeds discussie over. Aan de andere kant heeft het ook te maken met veranderen, dat zit niet in onze brandweercultuur. Wat we nog weleens willen onderschatten is dat bij de brandweer iedereen wil meepraten, meedenken en meebeslissen. Dan wil je te makkelijk je goede idee invoeren en dan sla je een groep over of je gaat te snel. Vaak zit het meer in de afstemming en de communicatieve sfeer.’

Wat zou je je opvolger mee willen geven?

‘Ik ben niet zo van het meegeven van allerlei goedbedoelde adviezen, vaak zit je daar ook niet op te wachten. Dat merk ik ook nu ik zelf voorzitter van de FEU ben geworden. Ik zou zeggen: bouw voort op wat er allemaal is neergezet en zet daarin je eigen accenten. Dat is Tijs van Lieshout zeker toevertrouwd.’

Jij bent benoemd tot voorzitter van de FEU. Wat wil je daar gaan realiseren?

‘Mijn voorganger, Chris Addiers uit België, is de afgelopen jaren voornamelijk bezig geweest met het bekendmaken van de FEU in Europa. In de beginperiode waren er veel overleggen met alle 28 landen, dat was ook nodig om er een collectief van te smeden. Dat herken ik van de vorming van de RBC, al is dat in Europa een stuk lastiger doordat je er ook te maken hebt met alle verschillende culturen. Die basis staat nu. Wat ik wil gaan doen is daar ook inhoud aan geven. Ik heb een visie neergelegd waarin we toewerken naar een brandweerorganisatie die klaar is voor the next generation. De volgende generatie denkt Europees en werkt Europees. We zien nu al dat jongeren het normaal vinden om in een ander land te studeren of stage te lopen. Ze hebben meer contacten met mensen uit andere landen, binnen en buiten Europa. Dat geldt dan natuurlijk ook voor de brandweer. Vanuit die gedachte hebben we een visie met drie programma’s ontwikkeld. Aan mij de taak om daar de komende jaren handen en voeten aan te geven.’

06_InterviewStephan_1120-image4
Een juichmoment vlak na de online benoeming tot voorzitter van de FEU.

Fotografie: Sandra Wegman

De Federation of the European Union Fire Officer Associations

De FEU is in 1995 opgericht als Europese Federatie van het Brandweermanagement en houdt zich bezig met Europese brandweervraagstukken. Inmiddels zijn 28 landen lid van de federatie. Voorzitters worden gekozen voor vier jaar en mogen maximaal twee termijnen dienen. Stephan Wevers is de vijfde voorzitter van de FEU. Eerder waren dit commandanten uit Noorwegen, Zweden, Duitsland en België.

Wat houden die drie programma’s in?

‘Bij het eerste programma willen we een Europees opleidingssysteem en ontwikkelprogramma maken. Dan kun je denken aan het verbinden van de brandweeracademies in Europa in een soort van virtuele Europese brandweeracademie. De bedoeling is dat collega’s er ook opleidingen kunnen volgen, met als stip op de horizon zelfs een Europese masteropleiding. Het tweede programma heeft betrekking op het uitwisselen van kennis en mensen. Alle landen worstelen met vergelijkbare thema’s. Denk bijvoorbeeld aan de vergrijzing, de industrialisering en de klimaatverandering. Het is zonde als we daar alle 28 afzonderlijk van elkaar mee bezig zijn. Met een goede website willen we alle onderzoeken die in Europa worden gedaan in het Engels vertalen en via de website ontsluiten. Zo kun je makkelijk zien op welk thema in Europa al onderzoek is gedaan en wat de uitkomsten zijn. Zo kunnen we veel makkelijker van elkaar leren. Tsjechië is bijvoorbeeld al ver in brandonderzoek. Op het gebied van drones kunnen we veel leren van Spanje, België, Frankrijk en Denemarken. Het derde programma waar we op inzetten noemen we de stem. We willen de collectieve stem van alle brandweermensen in Europa in Brussel laten horen. Op dit moment hebben we geen goede ingang bij de Europese Unie terwijl we daar wel veel aan goede wet- en regelgeving kunnen hebben. Dat kan zijn op het gebied van brandveiligheid, eisen aan de meubelindustrie of de auto-industrie, maar ook op het gebied van arbeidsgerelateerde thema’s. Als ik het zo bekijk hebben we voor de komende vier tot acht jaar een mooie uitdaging.’

In hoeverre heeft corona invloed op de uitvoering van je plannen?

‘Dat geeft een extra uitdaging. We doen alles de komende maanden online. Aan de andere kant kun je online ook veel dingen doen, dat zie je ook in Nederland. Bovendien brengt het ook vernieuwing en innovatie met zich mee. We ontdekken nu zaken waar we in de toekomst ook baat bij kunnen blijven hebben. Dat neemt niet weg dat je soms ook fysieke bijeenkomsten nodig hebt en dat is nu eerst niet mogelijk.’

In hoeverre zie je een parallel tussen de klus in Europa en het voorzitterschap van Brandweer Nederland?

‘Daar zit zeker een patroon in. Ik ben erg van het vernieuwen en bouwen. Wat in 2011 in Nederland gold, dat we moesten gaan bouwen, geldt nu in Europa. We moeten werken aan een structuur en organisatievorm waarbij we de drie programma’s kunnen realiseren. Aan mij de taak om de versnippering weg te halen en een aantal zaken in gang te zetten. Dat heb ik eerder gedaan.’

Welk voordeel kan Brandweer Nederland ermee doen dat jij bent gekozen tot voorzitter van de FEU?

‘Daar kunnen we in Nederland veel voordeel van hebben. We hebben in Nederland een van de beste korpsen van Europa, maar ook voor ons geldt: alleen kom je ver, samen kom je verder. In Nederland hebben we bijvoorbeeld veel baat bij invloed op de Europese wet- en regelgeving, maar ook bij het opzetten van een Europese brandweeracademie en het uitwisselen van kennis. In Nederland willen we weleens overal de beste in zijn, maar ik zie dat ook in andere Europese landen mooie dingen gebeuren. Soms zijn ze op onderdelen ook verder dan ons. Daar kunnen we van leren. Bovendien kan het IFV een prachtig mooie rol vervullen in de Europese brandweeracademie. Ik ga de Europese uitdaging de komende jaren met veel plezier aan en zal ervoor zorgen dat Brandweer Nederland kan profiteren van alles wat we in Europa bereiken.’ ■

In de volgende editie van Brand&Brandweer lees je meer over de plannen van Van Lieshout.

Andere artikelen in deze aflevering