Inbraken in kazernes, een incident of een trend?

Inbraken in kazernes, een incident of een trend?

Visser, J.

Dit kalenderjaar is al diverse keren ingebroken bij brandweerkazernes in het land. In alle gevallen hebben de inbrekers het gemunt op het redgereedschap van de brandweer. Wat zijn de ervaringen van de getroffen kazernes? En wat kun je doen om een inbraak te voorkomen?

De kazerne in Boekelo, Veiligheidsregio Twente, is een van de getroffen kazernes. Kazernecoördinator Tonnis Goosen wordt 29 mei gebeld door een van de brandweerlieden van de kazerne. ‘Hij liep langs de kazerne om zijn hond uit te laten en zag dat de ruit van een overheaddeur kapot was. Je denkt dan nog aan een kwajongen die een bal door de ruit heen heeft getrapt ofzo. Wel ben ik direct naar de kazerne gereden. Al voordat ik ter plaatse was, vertelde hij me dat alle luiken van de voertuigen in de kazerne waren opengetrokken. Vreemd, dacht ik nog. De dag ervoor had ik een sollicitant gehad en hem heb ik de TS laten zien. Ik wist zeker dat ik alles weer dicht had gedaan. Toch ga je twijfelen aan jezelf.’

Zodra Goosen ter plaatse is doet hij een ronde langs de voertuigen. Direct merkt hij op dat het redgereedschap weg is. ‘De ram, spreider, schaar, twee reserveaccu’s en twee laders. Alles was weg. Het was er met geweld uitgetrokken’, vertelt Goosen. Hij alarmeert de meldkamer die de Officier van Dienst (OvD) van de brandweer alarmeert en de juiste procedure opstart. ‘De politie en forensische opsporing zijn onderzoek gaan doen. De braaksporen, vinger- en voetafdrukken, alles werd in kaart gebracht. Daarnaast zijn ze een buurtonderzoek gestart en hebben ze camerabeelden uit de omgeving bekeken. Uit de tijdlijn blijkt dat ze tussen 4.00 en 4.45 uur hebben ingebroken. Het is een heel onwerkelijk gevoel. Stel dat we erna een inzet hadden gehad, dan hadden we niet uit kunnen rukken. Die apparatuur gebruiken we voor mensen in nood.’

34_Inbraken_1120-image1
De redgereedschappen zijn uit de voertuigen in de kazerne Boekelo getrokken.

Fotografie: Brandweer Twente

Samen met de OvD heeft Goosen alle processen in gang gezet. ‘De Commandant van Dienst is gealarmeerd, maar ook het team Beheer & Techniek en de teamleider. We hadden nieuwe materialen nodig en de schade moest worden hersteld. Gelukkig was de reserveapparatuur heel snel ter plaatse, zodat we nauwelijks buiten dienst zijn geweest. Daarnaast hebben we het team Communicatie ingezet. Zij hebben de inbraak met de media gedeeld. We wilden er zoveel mogelijk aandacht voor om ook tips op te halen.’

In Boekelo zijn na de inbraak de beveiligingsmaatregelen aangescherpt. Toch blijft dat volgens Goosen lastig. ‘Als ze naar binnen willen komen, lukt het ze toch wel. Bovendien wil je er ook geen vesting van maken. We moeten zelf ook snel naar binnen kunnen op het moment dat we een uitruk hebben. We hebben een alarmsysteem om de beveiliging zo optimaal mogelijk te houden.’ Begin oktober zijn de schaar en de spreider in een droog­gevallen sloot in Enschede teruggevonden. Helaas is het materieel niet meer bruikbaar. De ram is nog steeds spoorloos.

Drie keer

Bij de post Heerde in Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is het duidelijk dat het geen incident is. Tot drie keer toe proberen inbrekers in de kazerne te komen. Tevergeefs. De eerste poging is gedaan in de nacht van 7 op 8 juni. ‘Ze hebben het toen op twee plaatsen geprobeerd, maar het is ze niet gelukt binnen te komen’, begint Gerry Zandvliet, commandant van de post. ‘Dat ontdekte een onderhoudsmonteur de volgende dag per toeval. Hij zag dat bij een deur de deklat eraf was en dat mensen een poging hadden gedaan binnen te komen. Verder was alles intact. Dan denk je nog dat het gaat om gelegenheidsinbrekers. Wel hebben we in de nacht erop het alarm aangezet.’

Als Zandvliet een dag later een rondje loopt, ziet hij dat het weer mis is. In de nacht van 8 op 9 juni zijn de inbrekers teruggekomen en zijn ze bij de achterdeur verder gegaan. ‘Die deur is voorzien van goed hang- en sluitwerk. Ze hebben echt hun best gedaan, de deur hing nog aan één palletje vast. Of ze zijn gestoord bij hun poging, weet ik niet. Duidelijk was wel dat ze bijna binnen waren’, aldus Zandvliet. Dan is het tijd voor grotere maatregelen. De brandweerkazerne is nog in eigendom van de gemeente. ‘Zij hebben, in overleg met de politie, camera’s laten plaatsen. Dat duurde echter nog wel een dag voordat die geplaatst konden worden. Verder hebben we de achterdeur volledig gebarricadeerd. Een van de oefenautowrakken hebben we ervoor geplaatst en de deur volledig afgetimmerd. En je merkt veel onrust in de ploeg. De jongens waren heel verbolgen, terecht ook. In de nacht dat er nog geen camera’s hingen, hebben een aantal jongens die nacht zelfs op de kazerne geslapen.’ Die nacht blijft het rustig. Ook de weken erna blijft het rustig. Zandvliet: ‘Gelukkig. En dan hoop je dat het voorbij is.’

Na enige tijd zijn de tijdelijke politiecamera’s vervangen door permanente camera’s. En dan, bijna een maand later, is het weer raak. In de nacht van 5 op 6 juli weten de inbrekers door een element in de roldeur van de remise binnen te komen. Rond 4.00 uur die nacht gaat het alarmsysteem af. ‘Toen we bij de kazerne kwamen, waren de vogels al gevlogen’, aldus Zandvliet. ‘Maar, het alarm heeft ze wel dusdanig afgeschrikt. Ze hebben het rolluik van het hulpverleningsvoertuig opengetrokken, daar is het bij gebleven. Door het alarmsysteem zijn ze waarschijnlijk opgejaagd en met het zwaarste gereedschap loop je niet snel weg. Het enige jammere is dat ze precies op de plek naar binnen zijn gegaan die buiten het bereik van de camera’s viel.’ Sinds die laatste poging zijn binnen, in de kazerne, nog twee camera’s geplaatst. ‘Als ze het nu nog eens proberen, zijn ze het haasje.’

Alarmsysteem

De pogingen tot inbraak maken de brandweerlieden van de kazerne boos. ‘Het is te triest voor woorden dat ze het materieel waarmee wij levens redden, willen stelen’, aldus Zandvliet. Om inbraken te voorkomen adviseert hij alle brandweerkazernes in het land te voorzien van een alarmsysteem. ‘Bij ons heeft de bewegingsmelder in de stalling de inbrekers ontdekt. Dat heeft ze afgeschrikt.’ Aandachtspunt daarbij is wel dat het alarm ook moet worden opgevolgd. ‘In eerste instantie volgden we zelf het alarm op. Er was immers toch nooit iets aan de hand. Nu we dit hebben meegemaakt, laten we het alarm opvolgen door een beveiligingsbedrijf. Je weet immers niet wat je ter plaatse aantreft. Daar moet je je vrijwilligers niet aan willen blootstellen.’

34_Inbraken_1120-image2
Fotografie: Brandweer Twente

Andere artikelen in deze aflevering