‘Een tijdig vooralarm geeft ons meer slagkracht’

‘Een tijdig vooralarm geeft ons meer slagkracht’

Romein, A.

In de nacht van 14 op 15 juli wordt in allerijl de hulp ingeroepen van de Nationale Reddingsvloot (NRV) bij zware overstromingen in Limburg en België. In vier dagen tijd zetten 750 hulpverleners zich in onder zeer zware omstandigheden. Wat kunnen we leren van de ervaringen? Zeven leermomenten.

Eigenlijk was de NRV nog niet 100 procent klaar voor een grote crisis. Er werd nog gewerkt aan een kwaliteitsimpuls en het samenbrengen van twee culturen: die van de brandweer en die van de reddingsbrigades. Aan de andere kant kwam de ramp misschien ook wel op het juiste moment. ‘Niks legt structuren zo goed bloot als een stevige crisis’, zegt Mark Jansen, landelijk coördinator NRV. ‘We werden meteen in het diepe gegooid. De ramp bracht verbeterpunten aan de oppervlakte. En de NRV staat nu duidelijker op het netvlies van de veiligheidsregio’s.’

Als Jansen woensdagmiddag 14 juli hoort dat het water in de Maas stijgt en dat er wordt opgeschaald, informeert hij bij het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum (LOCC) of inzet van de NRV gewenst is. Er is nog geen behoefte aan boten, krijgt hij te horen. Zonder verzoek om bijstand kan hij niets anders doen dan afwachten. Als hij vervolgens om 01.00 ’s nachts uit bed wordt gebeld verbaast hem dat niet. “Stuur alles wat je hebt”, klinkt het. “We kunnen delen van Limburg niet meer via de weg bereiken en mensen zitten in het nauw”.

1. Geef eerder een vooralarm af

‘Onze operationele slagkracht was veel groter geweest als we eerder een vooralarm hadden gekregen’, blikt Jansen terug. ‘Nu moesten we ons haastig voorbereiden: boten traileren, C2000 portofoons ophalen, zorgen voor voldoende kleding, slaapspullen en voedsel inpakken. We moeten de veiligheidsregio, onze opdrachtgever, beter uitleggen dat we voorbereidingstijd nodig hebben. Zodra er een dreiging is moet er een vooralarm komen, zodat we binnen het uur kunnen vertrekken als bijstand wordt gevraagd. Ook als achteraf blijkt dat onze hulp toch niet nodig is.’

2. Stem beter af met de veiligheidsregio’s

De NRV is een externe crisispartner van de veiligheidsregio. De ramp in Limburg maakt duidelijk dat meer betrokkenheid gewenst is. Jansen: ‘Er is meer afstemming nodig met de veiligheidsregio’s. Zeker als je bedenkt dat de NRV 67% van de bijstandscapaciteit heeft geleverd. Het zou al enorm helpen als er één meldkamer kwam voor alle VR’s, in plaats van de huidige achttien.’

3. Schaal niet te snel af

De ramp was grootschalig en grensoverschrijdend. Terwijl rivieren buiten hun oevers traden veroorzaakte zware regenval een hoogwatergolf die van het zuiden naar het noorden trok. De dijken raakten verzadigd. Het was niet duidelijk of ze bestand waren tegen de hoge waterstand. Zo ontstond er een onzekere situatie. Jansen: ‘We hadden net 60 procent van de eenheden retour gestuurd, tot het bericht kwam dat de dijk bij Bunde en Meerssen was doorgebroken. Dat was een heel spannend moment. Het waterpeil steeg snel. Er volgden een waarschuwing via een alarmsysteem en een NL-Alert en er werd met spoed een NRV-peloton opgeroepen om te ondersteunen.’

4. Bouw kennis op over overstromingen

Marcel Huijbrechts, algemeen commandant NRV, pleit daarom voor het opbouwen van meer kennis over overstromingen bij de NRV. ‘Zodat we beter weten hoe dijken zich houden bij een hoge waterstand en zware regenval en we de situatie beter kunnen interpreteren. Hoe groot was het risico bij Meerssen? Als je dat weet kun je beter inschatten of je moet blijven of kunt terugtrekken.’

5. Train beter voor het buitenland

Nederland besloot een peloton naar Luik te sturen om te helpen in Wallonië. Dat was niet zonder risico. De NRV is opgeleid voor crisissituaties in eigen land, en onvoldoende getraind voor situaties in het buitenland. Huijbrechts: ‘In eerste instantie had Nederland het verzoek afgewezen, maar bij een tweede verzoek in Europees verband wilden we toch gaan. Maatschappelijk kan je het niet uitleggen dat er slachtoffers vallen aan de andere kant van de grens, terwijl je in Nederland je inzet richt op schade en preventie. In een crisis help je elkaar. Aan de andere kant hebben we veel risico’s gelopen. Mogelijk kan de NRV in de toekomst samenwerken met het specialistische bijstandsteam USAR (Urban Search and Rescue).’

6. Versterk de relatie tussen brandweer en reddingsbrigades

Brandweer en reddingsbrigades trokken tijdens de hulpverlening eensgezind op. Samen zetten ze de schouders eronder. Een verbeterpunt betreft de aansturing. Wie heeft precies de leiding? De Officier van Dienst van de brandweer, omdat deze meer gewend is aan crisissituaties? Of die van de reddingsbrigade omdat het over de inzet over water gaat? In elke veiligheidsregio is het weer anders geregeld. Huijbrechts: ‘De NRV is een bovenregionale samenwerking. Voor veel brandweerhulpverleners is dat nieuw. Ze hebben ooit gekozen voor een lokaal brandweerkorps en nu moeten ze bij zo’n crisis opeens samenwerken met andere regio’s en met de reddingsbrigade. We moeten nog meer investeren in die samenwerking.’

7. Zorg voor voldoende trekkende voertuigen

Reddingsbrigades hebben niet altijd de beschikking over een opvallend hulpverleningsvoertuig. Tijdens de overstromingsramp reden ze rond in privéauto’s. Jansen: ‘De brandweercollega’s waren verbaasd dat dit überhaupt kan en mag. Voertuigen voldeden niet altijd aan alle wensen. Zo waren er collega’s die in België niet voldoende vermogen hadden om de boten tegen steile hellingen op te trekken. In Limburg liepen verschillende voertuigen waterschade op. Het is vervelend dat deze collega’s met de schade blijven zitten.’ ■

06_BB11_Reddingsvloot.html-image1
Marcel Huijbrechts, algemeen commandant NRV

06_BB11_Reddingsvloot.html-image2
Mark Jansen, landelijk coördinator NRV

‘De veiligheidsregio’s kunnen niet meer om ons heen’

Gepokt en gemazeld in de wereld van de reddingsbrigade was het voor Marc van den Berg een uitgemaakte zaak: hij ging mee naar Valkenburg met de eenheid van de Reddingsbrigade Breda. Tegelijkertijd was hij regiocoördinator. Geen ideale combinatie, maar Marc is blij dat hij erbij was. ‘Hier doe je het toch voor.’

‘Als reddingsbrigade zetten we ons met een grote groep vrijwilligers in voor het maatschappelijk belang. Veel van onze mensen hebben een achtergrond in de hulpverlening, vaak bij de brandweer zoals ikzelf. In de nacht van 14 juli moest ik vier eenheden mobiliseren. Dat liep niet meteen vlekkeloos. De vrijwilligers in onze regio hebben geen pieper op hun nachtkastje zoals de brandweer, telefoons staan vaak uit. We deden alles voor het eerst binnen de nieuwe NRV. Het was bijzonder om te zien hoe inventief iedereen was.’

Saamhorigheid

‘Eenmaal in Valkenburg zagen we pas echt hoe de situatie was. Chaos. Drijvende auto’s. Angstige mensen op bovenverdiepingen. Toen kwam ook het besef: het stromende water staat weliswaar hoog in de straten, voor onze boten is het te ondiep. We gingen in groepjes op verkenning in het centrum van Valkenburg. Waar is de nood het hoogst? Waar zitten de mensen die weg willen? Toen we dat samen met lokale hulpverleners in kaart hadden gebracht moesten we een manier vinden om ze te evacueren.’

‘Er ontstond een enorme saamhorigheid. Boeren boden hulp met hoge bakwagens met tractoren ervoor die door het water konden rijden. Met ladders haalden we mensen uit hun huizen. De bakwagens brachten de evacués naar taxibusjes die naar drooggelegen gebied reden. Het leger, de politie, de brandweer, de NRV-eenheden: samen konden we vele mensen evacueren. Die samenwerking en slagkracht ontstond gewoon.’

Twee petten

‘In veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is de NRV oranje (volledig uitgevoerd door de reddinsgbrigade), maar het contact met de brandweer is heel goed. We konden onze boten met brandweervoertuigen vervoeren. Na de inzet in Limburg is die relatie nog sterker geworden. Na terugkeer heeft de brandweer nazorg aangeboden. Die was ook nodig, vooral op de jonge mensen in onze eenheden maakte de situatie in Valkenburg veel indruk.’

‘Met onze inzet hebben we de NRV flink op de kaart gezet. De veiligheidsregio’s en de brandweer waren onder de indruk. Achteraf was het niet handig dat ik twee petten ophad. Voor mij een leerpunt. Mijn rol was niet alleen de vier eenheden coördineren, maar ook terugkoppeling geven aan de mensen thuis, nieuwe eenheden mobiliseren voor de aflossing, vervoer regelen. Toch ben ik blij dat ik ben meegegaan. Ik had “Limburg” voor geen goud willen missen. Echt kunnen helpen bij een grote ramp. Dat is toch het ultieme dat je kunt meemaken bij de reddingsbrigade.’ ■

06_BB11_Reddingsvloot.html-image3
Het stromende water stond hoog in de straten, maar was voor de boten van de reddingsbrigade soms te ondiep.

06_BB11_Reddingsvloot.html-image4
Marc van den Berg, coördinator Regionale Voorziening reddingsbrigades Midden- en West-Brabant

‘De plotselinge inzet in België was niet zonder risico’

Wat ben je voor buur als je bij een crisis niet helpt, terwijl je hulpverleners hebt klaarstaan? Met die gedachte werd peloton 2 naar Luik gestuurd. Tachtig hulpverleners van brandweer en reddingsbrigade stonden de Belgische hulpdiensten bij in levensreddende situaties. Hoofdofficier van Dienst André Siebeling blikt terug.

‘In eerste instantie zouden we worden ingezet in Limburg. De eenheden waren al op weg naar het zuiden. Maar daar was inmiddels voldoende hulp om de crisis te handelen. Tegelijkertijd was België zwaar getroffen. Via het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum kwam er een verzoek om bijstand. Nederland kon een eenheid missen en wilde een gebaar maken naar de Belgen. Met zestien eenheden, twee Officieren van Dienst en een informatiemanager ben ik naar Luik vertrokken.’

Whatsapp

‘We kwamen terecht in een onbekende crisissituatie op onbekend terrein in Franstalig Wallonië. We konden ons melden op een militaire kazerne in Luik. Er was veel onduidelijk. Wat gaan we doen? Wat zijn de risico’s? Wat zijn de taken? Zo gewend als we in Nederland zijn aan een duidelijke crisisstructuur, zo afwezig was deze hier. Onder deze condities je werk doen is wel even wat anders.’

‘Ik kreeg op een papiertje een adres mee in Luik. Het begon al donker te worden. Ik stuurde de eenheden in groepjes van vier op pad met het dringende advies als groep bij elkaar te blijven en in contact te blijven met de lokale hulpverleners die de weg kennen.

De eenheden gaven hun locaties door via Whatsapp want onze C2000-portofoons houden op bij de grens. Ik had vanuit het crisiscentrum weinig zicht op de situatie en moest het doen met de informatie van de OvD’s. Bij alles wat ze deden vroeg ik ze: is het veilig en verantwoord?’

Niet onder radar

‘We kwamen voor allerlei uitdagingen te staan. De onbekendheid met het gebied, de taalbarrière, het snelstromende water. Ondanks alles hebben de eenheden kunnen helpen bij het evacueren van mensen in levensbedreigende situaties. Ik ben echt trots op hun inzet en motivatie. Om 01.00 uur ’s nachts heb ik ze teruggeroepen naar de uitgangsstelling, een groot sportcomplex ten zuiden van Luik. Er klonk gemor: we zijn net zo goed bezig. Maar ze waren toen al 24 uur in touw, je móet dan rust nemen om scherp te blijven. Het lukte niet iedereen om het sportcomplex te bereiken, omdat bruggen en wegen onbegaanbaar waren. Eén groep heeft in de auto geslapen.’

‘Wat er op je afkomt in zo’n crisis is niet te beschrijven. Ik moest op meerdere borden schakelen, leidinggeven, communiceren en was verantwoordelijk voor ieders veiligheid. Na afloop kreeg Nederland een dankbrief van de Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Sophie Wilmès. Die waardering was heel belangrijk voor ons. We zijn niet onder de radar gebleven.’ ■

06_BB11_Reddingsvloot.html-image5
Peloton 2 hielp in België bij het evacueren van mensen in levensbedreigende situaties.

06_BB11_Reddingsvloot.html-image7
André Siebeling, Hoofdoffcier van Dienst Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland

De Nationale Reddingsvloot

06_BB11_Reddingsvloot.html-image6
In totaal werden 5 pelotons met 88 eenheden ingezet tijdens de watersnood in Limburg en België.

  • Opgericht met de Reddingsbrigade als Rampenvloot na de watersnoodramp in 1953.

  • In 1993 en 1995 ingezet bij overstromingen in Rivierenland en Limburg.

  • Nieuw convenant 2010: de veiligheidsregio’s moeten verantwoordelijk worden voor Nationale Reddingsvloot (NRV).

  • 1 januari 2018: NRV krijgt een nieuwe vorm. Brandweer en Reddingsbrigade werken bovenregionaal samen bij grootschalige waterincidenten met begeleiding van een Landelijke Voorziening Reddingsvloot

  • Belangrijkste taken: verkennen van ondergelopen gebieden, redden & evacueren van mens en dier, logistieke bijstand aan hulpverleningspartners.

  • De 22 veiligheidsregio’s met een overstromingsrisico zijn verschillend van samenstelling. Er zijn zes rode (alleen eenheden brandweer), tien oranje (alleen eenheden reddingsbrigade) en 6 rood/oranje (een combinatie) regio’s.

  • 4 of 5 naast elkaar gelegen veiligheidsregio’s vormen samen een peloton.

  • Nederland kent 5 pelotons met 88 eenheden.

  • Alle pelotons zijn tijdens de watersnood in Limburg en België ingezet. Daarnaast is gebruik gemaakt van boten uit de ‘grijze vloot’: vaartuigen van niet-NRV Reddingsbrigades en de KNRM.

Andere artikelen in deze aflevering

‘Ik wil dat niemand zich buitengesloten voelt’

Het brandweergevoel is springlevend én staat onder druk. Reden voor voorzitter van Brandweer Nederland Tijs van Lieshout om het eens goed onder de loep te nemen. Niet om te mopperen, wel om oplossinge...