Rook als beroepsrisico, 
vervolgonderzoek nodig

Rook als beroepsrisico, 
vervolgonderzoek nodig

Visser, J.

Directe bewijsvoering dat brandweerlieden in verhoogde mate kanker ontwikkelen, ontbreekt in de huidige wetenschappelijke literatuur. Dat blijkt uit het rapport Rook als beroepsrisico bij de brandweer van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid. Toch blijkt dat het niet is uit te sluiten dat rook een belangrijke risicofactor is voor de gezondheid van brandweerlieden. ‘Er is vervolgonderzoek nodig op onze specifieke brandweersituatie. En dat gaan we doen’, vertelt IJle Stelstra, portefeuillehouder arbeidsveiligheid van de programmaraad Incidentbestrijding.

‘Natuurlijk is dit een teleurstellende conclusie. Ik had gehoopt dat we met de conclusies uit dit onderzoek meer duidelijkheid zouden hebben en meer informatie boven water zouden krijgen waarmee we verder zouden kunnen. Dat is niet zo. De onderzoeken uit het buitenland laten een wisselend beeld zien als het gaat om de verhoogde kans op kanker bij brandweerlieden door blootstelling aan rook en roet’, aldus Stelstra. Uit de buitenlandse literatuur blijkt dat huidkanker, blaaskanker, teelbalkanker, prostaatkanker, longkanker en non-hodgkin bij brandweerlieden vaker voorkomen, maar doordat de literatuur niet eenduidig is ontbreekt direct bewijs. ‘Dit betekent niet dat rook geen risico-factor is. Vergelijk het maar met roken. We weten allemaal dat roken dodelijk kan zijn, maar ook daar ontbreekt het directe bewijs. Het enige waarbij we die relatie wel onomstotelijk vast kunnen leggen is asbest. De rook waarmee wij in aanraking komen is een giftige cocktail. Die nemen we via de huid in ons lichaam op. Om vast te stellen wat het effect daarvan is, moeten we meer onderzoek doen.’ Voor Stelstra staat in ieder geval vast dat er voldoende aanleiding is om door te gaan met alle maatregelen om schoner te werken. ‘We moeten zoveel mogelijk voorkomen dat we in aanraking komen met rook en roet en alle stoffen die erin zitten. Hoe beter we ons beschermen, des te minder schadelijke stoffen ons lichaam opneemt.’

Vervolgonderzoeken

Om de exacte risico’s goed in beeld te krijgen, staan twee vervolgonderzoeken op het programma. Eén naar vervuilde bluskleding en één naar de opname van stoffen in het lichaam. Het eerste onderzoek start begin volgend jaar. ‘We willen van een flinke hoeveelheid bluspakken die bij verschillende typen incidenten zijn gebruikt, onderzoeken hoe vervuild ze zijn, hoe ze het beste kunnen worden schoongemaakt en welke stoffen er na het wassen nog in de vezels zijn blijven hangen. Hiermee willen we meer zicht krijgen op wat de meest effectieve wasmethode is, zodat we dit ook naar de industrie terug kunnen koppelen’, vertelt Stelstra.

Het tweede onderzoek naar de opname van de stoffen in het lichaam, is volgens de portefeuillehouder ingewikkelder. ‘Dit kost meer tijd en geld. Om de vaart erin te houden, gaan we dit internationaal oppakken. Inmiddels hebben Kopenhagen, Frankfurt, Barcelona, Antwerpen en Ljubljana toegezegd mee te willen doen aan een gezamenlijk Europees programma. In januari komt de expertgroep voor het eerst bij elkaar om de onderwerpen te verdelen. In Europa zijn genoeg overeenkomsten als het gaat om woninginrichting, persoonlijke beschermingsmiddelen van brandweerlieden en de manier waarop daarmee wordt omgegaan. Natuurlijk zijn er ook verschillen, maar die hebben we binnen Nederland ook. Alle landen zijn volop met dit onderwerp bezig. Als we van die energie gebruik maken en dit onderzoek samen oppakken, kunnen we de vaart erin houden.’

17onderzoekrook2
Begin volgend jaar start Brandweer Nederland een onderzoek naar vervuilde bluskleding en de beste methode om deze te wassen.Fotografie: Jeffrey Koper

Proef met witte onderkleding

In Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland loopt op twee kazernes een proef met speciaal voor de brandweer ontwikkelde onderkleding. Deze onderkleding zit strak om de huid heen en is ademend. Het voorkomt dat een deel van de roet die door het bluspak heen gaat, op de huid komt en in het lichaam wordt opgenomen. De vraag was vooral in hoeverre we bij alarmering de rust en tijd konden nemen om de onderkleding aan te trekken en wat het effect is van de warme onderkleding tijdens een inzet. ‘Dat gaat tot nu toe erg goed’ Wel moeten we meer rekening houden met hittestuwing, de onderkleding is vrij warm’, vertelt Stephane Conings. De onderkleding is er zowel in het blauw als in het wit. ‘Om inzichtelijk te maken hoeveel vuil er door ons bluspak heen gaat, hebben we voor de witte variant gekozen.’

Vrij snel na de start van de proef wordt één van de kazernes waar de proef loopt, gealarmeerd voor brand in een parkeergarage. ‘Een vies brandje’, aldus Conings. ‘Bij deze brand zijn we toevallig uitgerukt met een ploeg die de onderkleding wel en een ploeg die de onderkleding niet droeg.’ Als de brandweerlieden zich na het incident ter plaatse omkleden, blijkt dat het wit zwart is geworden. ‘Dit was een bevestiging van wat we eigenlijk wel wisten, maar hiermee was het zo goed zichtbaar. De jongens die de onderkleding niet droegen, hadden dat vuil op de huid. Zij hebben hierover een bijna-ongevalsrapportage ingevuld. Dat dit nu is gedaan, is de verdienste van deze test. Vaak ontbreken deze gegevens van incidenten.’ Ook bij andere branden blijkt volgens Conings dat de roet door het pak heen ook de witte onderkleding vervuilt. ‘Het hangt van het type brand af hoe vuil het wordt, maar vies is het altijd.’

Conings wil de proef zo snel mogelijk uitbreiden naar de hele regio. ‘We hebben een begroting gemaakt en ingediend. Als je deze onderkleding draagt en je trekt je bluspak en onderkleding uit op het brandadres, dan heb je een groot deel van de winst al geboekt. Je kunt nooit honderd procent voorkomen dat je in aanraking komt met rook en roet, maar dit voorkomt een groot deel. Door de vervuilde kleding te scheiden van het personeel op het brandadres voorkom je vervuiling van het voertuig en dus ook van de kazerne. Het is een kleine investering met een groot effect. Ingrijpende verbouwingen van kazernes zijn niet meer noodzakelijk, want met dit principe kom je bijna schoon weer terug op de kazerne. Je pakt het bij de bron aan.’

Kankerverwekkende stoffen

Uit het literatuuronderzoek blijkt dat brandweerlieden bij brandbestrijding aan tal van kankerverwekkende stoffen blootgesteld worden. De belangrijkste zijn:

  • Benzeen

  • Tolueen

  • Ethylbenzeen

  • Xylenen

  • Styreen

  • Alifaten

  • Fenolen

  • Aldehyden

  • Ketonen

  • Poly-aromatische koolwaterstoffen

  • Dioxinen

  • Fijn stof

  • (Zware) metalen

Andere artikelen in deze aflevering