Dé brandstichter bestaat niet

Dé brandstichter bestaat niet

E. Schat

Bij maar liefst twintig procent van de binnenbranden en bijna negentig procent van de buitenbranden is opzet in het spel, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Wie zijn deze brandstichters? Wat drijft hen? En hoe kan brandstichting worden voorkomen? Jurist en psycholoog Lydia Dalhuisen onderscheidt in haar recent verschenen proefschrift zes typen brandstichters, die verschillende kenmerken hebben. De brandweer kan met deze nieuwe kennis onder andere gerichter inzetten op preventie.

BR201612-P18BRANDSTICHTER
De grote brand bij een bedrijfsverzamelgebouw in juni in Schiedam blijkt aangestoken. Tijdens de bluswerkzaamheden raakten enkele brandweerlieden gewond.Fotografie: Joey Bremer, MediaTV

Wereldwijd is weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar brandstichting en brandstichters. Een goede verklaring voor dit gat in kennis heeft jurist en psycholoog Lydia Dalhuisen niet. Ze is universitair docent Forensische Psychiatrie en Psychologie aan de Universiteit Utrecht en onderzoeker bij de Forensisch Psychiatrisch Kliniek van GGZ Drenthe in Assen. Onlangs promoveerde ze met het proefschrift Firesetting and firesetters in the Netherlands. Individualization, identification and treatment. ‘Een oorzaak is misschien dat er niet altijd een direct slachtoffer is, in tegenstelling tot andere ernstige delicten als moord of verkrachting. Brandstichting heeft wel een enorme impact op de samenleving. Het veroorzaakt materiële schade van honderden miljoenen euro per jaar en er vallen soms slachtoffers als gevolg van brand. Daarnaast zorgt een serie brandstichtingen altijd voor angst en onrust’, vertelt Dalhuisen. ‘Als je de cijfers van het CBS bekijkt, kun je niet anders dan concluderen dat behoorlijk vaak brand wordt gesticht. Elke brandstichting minder is winst.’ Met haar proefschrift wil Dalhuisen de kans op brandstichting verminderen door de daders te identificeren, ze een juiste behandeling te bieden en daarmee recidive te verminderen.

typen brandstichters

Dé brandstichter bestaat niet, concludeert Dalhuisen in haar onderzoek. Het tot nu toe bestaande beeld van een brandstichter als witte, werkloze, vrijgezelle en benedengemiddeld intelligente man met psychische problemen klopt, maar de motieven en achtergronden lopen uiteen. Dalhuisen onderscheidt daarom zes subtypen (zie kader op de volgende pagina), waaronder jonge vandalen en relationele brandstichters. ‘De vijfde groep, zuchtige brandstichters zijn geen pyromanen. De diagnose daarvoor is zo strikt dat bijna niemand dat ziektebeeld heeft. Het idee dat brandweerlieden een zucht naar vuur hebben, een beeld dat weleens in de media verschijnt wanneer er een serie brandstichtingen is geweest en nog geen dader is opgepakt, klopt overigens totaal niet.’

Behandeling

Brandstichting is tegenwoordig de op één na meest voorkomende reden om tbs opgelegd te krijgen. Op de eerste plaats staat moord en na brandstichting komt verkrachting. Dat zegt iets over de maatschappelijke visie op het delict. Brandstichting is in de loop van de geschiedenis aan de ene kant beschouwd als een toerekenbaar en strafbaar feit en aan de andere kant meer als een handeling die voortkomt uit pathologie. Bij dit laatste is er een voorkeur voor behandeling in plaats van bestraffing. De laatste jaren is er wat psychisch gestoorde brandstichters betreft steeds minder nadruk op de behandeling gekomen en meer focus op het hanteren van risico’s. In hoeverre brandstichters nogmaals de fout ingaan, is onduidelijk. Dalhuisen: ‘De recidivepercentages van veroordeelde brandstichters variëren namelijk van vier tot zestig procent, afhankelijk van allerlei factoren die je meeweegt. Daar kun je weinig uit concluderen.’ Omdat niet duidelijk is hoe brandstichters effectief behandeld kunnen worden, verloopt de behandeling momenteel op dezelfde wijze en samen met de andere delinquenten in de klinieken. De behandeling van brandstichters moet volgens haar meer toegespitst worden op de individuele brandstichter. Ze heeft daarvoor een model van gedifferentieerde behandeling gemaakt, die veelbelovende interventies koppelt aan behandelbehoeften van een specifieke subgroep. Hierbij valt te denken aan sociale vaardigheidstraining, assertiviteitstraining, gedragstherapie en mogelijk farmacotherapie, een behandelwijze met geneesmiddelen. Het behandelmodel moet nog verder doorontwikkeld worden en toegepast in klinieken. ‘Het effect kan pas over langere tijd gemeten worden.’

Verminderen risico op brand

Meer kennis over brandstichters kan het aantal aangestoken branden vanzelfsprekend helpen voorkomen. Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde van de Brandweeracademie van het IFV, mocht namens de brandweer tijdens de promotie van Dalhuisen opponeren en spreken tijdens een voorafgaand symposium. Hij is blij met de onderzoeksresultaten. ‘Het komt niet vaak voor dat de brandweer opponeert. Ik vond het een eer, het bevestigt bovendien de verbinding tussen praktijk en wetenschap die we als brandweer voorstaan.’

Dat de brandweer zich altijd wat afzijdig hield van het onderwerp brandstichting, heeft volgens Weewer te maken met de strafbaarheid van het feit, waarmee meteen een justitieel traject start en de politie in charge is. Toch stond een verdiepingsslag in de kennis over het thema wel op het programma bij de Brandweeracademie. ‘Ook omdat we de laatste jaren in onze eigen onderzoeken de cijfers van het CBS bevestigd zagen. Brandstichting is een van de grootste brandoorzaken. Als je als brandweer gaat voor minder branden, minder slachtoffers, minder schade en veilig werken, dan is meer kennis over dit onderwerp ook een speerpunt’, aldus Weewer. Een paar jaar geleden kwam de promotor van Lydia Dalhuisen, professor Frans Koenraadt, bij hem om te vragen wat hij van het onderwerp wist. ‘Weinig, moest ik bekennen. Het is fantastisch dat de Universiteit Utrecht dit zo grondig heeft aangepakt. Nu we de verschillende groepen die brand stichten in kaart hebben, kun je gerichter aan preventie doen.’

Zo kan educatie over de gevaren van brand en de schade die het veroorzaakt volgens Dalhuisen voorkomen dat jongeren uit vandalisme brand stichten. Ook op andere manieren is de brandweer actief betrokken om het risico op brand te verminderen.

Weewer: ‘Ik heb ooit meegewerkt aan een een video van verzekeraars over tips voor bedrijven om brandschade te beperken. De tips waren toen gebaseerd op vandalisme, het meest voorkomende type brandstichting. We adviseerden bijvoorbeeld om vuilcontainers niet tegen het pand aan te zetten. Als jongeren dan uit vandalisme containers in brand steken, zijn de gevolgen minder ernstig.’

Veiligheid manschappen

Naast het verminderen van het risico op brand door brandstichting is de veiligheid van de manschappen voor Weewer een belangrijk aandachtspunt. ‘Ik denk dat brandweerlieden niet altijd een mogelijke opzet in hun achterhoofd hebben als ze uitrukken voor een binnenbrand. Maar het brandverloop kan heel anders zijn dan bij een gewone brand, doordat bijvoorbeeld brandversnellers zijn gebruikt. Brandweerlieden lopen dan risico’s omdat de brand anders of sneller verloopt dan ze verwachten. Ik heb een vermoeden dat veel branden die bij het ter plaatse komen van de eerste brandweereenheid al flink uitslaand zijn, zijn aangestoken. Brandweerlieden kunnen daarbij nauwelijks nog iets beginnen. Het is goed dat hier meer aandacht voor komt. Daarom vind ik onderzoek om brandstichting te voorkomen erg belangrijk.’

BR201612-P18BRANDSTICHTER2
Lydia Dalhuisen wil met haar proefschrift het aantal branden door brandstichting verminderen. V.l.n.r. Ricardo Weewer, Lydia Dalhuisen en Hester Veltman. Fotografie: Remke Maris Fotografie

Nieuwe partners

Het werken met risicogroepen, waaronder ook brandstichters, is door Brandweer Nederland afgelopen zomer benoemd tot een van de speerpunten van Brandveilig Leven. ‘Dat betekent dat per risicogroep wordt geanalyseerd hoe groot het probleem is, wat de oorzaken zijn van het probleem en welke mogelijke oplossingsrichtingen er zijn. De nieuwe kennis wordt hier zoveel mogelijk in geïntegreerd’, vertelt programmacoördinator Hester Veltman van Brandweer Nederland. ‘Na een onderzoek naar vergrijzing en brandveiligheid gaan we ons de komende tijd bijvoorbeeld ook richten op verwarde personen en brandveiligheid. Daarna kun je duidelijker beleid maken en de activiteiten voor Brandveilig Leven beter richten.’

Tijdens het symposium voorafgaand aan de verdediging van het proefschrift kwamen Weewer en Veltman in contact met partijen die van nature geen vanzelfsprekende partners van de brandweer zijn. Veltman: ‘Zo hoorde ik een verhaal van een medewerker van een GGZ-instelling die vertelde over een thuissituatie waarbij iedereen vreesde dat een jongen brand zou stichten, terwijl overplaatsing naar een kliniek niet paste bij zijn ziektebeeld. De instelling wilde graag met ons in overleg: wat kunnen we wél doen? Een optie die we bespraken was het plaatsen van een mobiele sprinklerinstallatie in zijn kamer. De discussie daarover is niet rond, maar het gaat erom dat je samen in gesprek gaat en de partijen beter leert kennen die bij de problematiek betrokken zijn.’

Een ander voorbeeld van contact met een voor de brandweer vrij onbekende partij, is het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), waar psychiaters, psychologen en juristen gedragskundig onderzoek uitvoeren voor het Openbaar Ministerie en de reclassering. Soms moeten zij volgens Veltman justitiële kwesties beoordelen die te maken hebben met een brand of met risico op brand, maar vinden zij het moeilijk om oorzaken, het ontstaan of verloop van een brand te begrijpen. ‘Ze hebben behoefte aan expertise vanuit de brandweer, ook over het inschatten van brandrisico’s. Het is dan goed als je elkaar weet te vinden.’

Zes typen brandstichters

• Vandalen: jonge jongens die in groepjes herrie schoppen.

• Gestoorde brandstichters: handelen vanuit psychische problematiek.

• Relationele brandstichters: willen wraak nemen op een bekende.

• Opportunisten: stichten brand om een ander, vaak financieel doel.

• Zuchtige brandstichters: voor wie vuur een bijzondere aantrekkingskracht heeft.

• Multi-probleem groep: brandstichters met problemen op meerdere gebieden.

Ellen Schat

Andere artikelen in deze aflevering